Gastcolumns

In de supermarkt van het dorp is het lekker koel maar zo aan het begin van de avond niet druk. Twee meisjes in Plustenue hebben het lachend over een jongen, die hen kennelijk kan bekoren. Ik zoek de eieren omdat ik als nieuwe inwoner van het naastgelegen dorp de weg in de schappen nog niet weet. ‘Moi Doordman’, hoor ik achter me. Een vrouw – ik schat haar achter in de zestig – die mij wel kent maar ik haar niet, kijkt me geamuseerd aan. Die had ik nog niet gehoord: Doordman. Een verwijzing naar mijn vroegere beroep als Noordman én naar ons nij stee Toornwerd, in het Gronings Doord. ‘Moi ’zeg ik alsof ik de vrouw ook ken. ‘Bevaalt n beetje op wier?’ ‘Och man, ’t is net n parredies’ is mijn oprechte antwoord. Tegelijk dwalen mijn gedachten af naar ons haim aan de Toornwerderweg. Het doorkijkje naar het torentje, de pas gemaaide weide achter ons huis, de appelboom waarin de appels steeds groter worden en de beestenboel die huist in onze tuin. Een muis die over het terras zich een weg zoekt naar de rozenstruiken, twee springende knokkende hazen, een niet aflatende roepende koekoek, die plots is vervangen voor een koerende houtduif, onze huisfazant die volgens de buren ook hun huisfazant is, een mol die denkt dat het gazon nodig moet worden omgeploegd en Ruby de familiedoedel die het ook bij ons heel gezellig vindt. En gister liep pardoes een zwarte kip over het gazon. Het kan trouwens ook een haan zijn geweest. Ik ben geen kipkenner die het uiterlijke verschil kan zien tussen een haan en een kip. Aangezien ik door zijn zwarte uiterlijk en rooie kam meteen de associatie legde met Zwarte Kip-advocaat, houd ik het maar op een kip. En noemde hem Dickie. Maar die zwarte kip had het grondpikkend met af en toen een parmantig sprintje prima naar de zin in onze tuin. Ik begon me af te vragen van wie die kip zou kunnen zijn en of die al gemist werd. Ik had de hoop dat Dickie zelf haar weg weer terug zou kunnen vinden. Want ik kreeg ineens visioenen dat ik haar zou moeten gaan vangen. En daar vond ik haar toch iets te groot voor. Ik ging maar eens polsen bij de buren. Die wisten achter het huis van hun avondrust genietend te vertellen dat ie van hun achterburen waren, want…
Het is hoogzomer en daarmee ook echt vakantietijd. In ons dorp, Zoutkamp, en in de omgeving is dat ook goed te merken. Het is gezellig druk in de haven, op de terrasjes, toeristen weten onze winkels weer te vinden, de campers, auto’s met caravans, fietsers en wandelaars zijn er weer volop. Het geeft echt een zomers gevoel van gezelligheid en vrolijkheid. De zomer, en zo ook gewone vrije dagen, zijn het ultieme moment om te recreëren. Maar dat lijken we steeds lastiger te vinden. We leven in een tijd waarin de druk om te presteren ongekend hoog is, maar de druk om te ontspannen misschien nog wel groter. “Vroeger” betekende recreëren simpelweg dat je de fiets pakte, een boterham met tevredenheid in een plastic zakje stopte en naar het dichtstbijzijnde bos reed om doelloos naar de bomen te staren. Vandaag de dag is vrije tijd een serieuze business geworden, een logistieke operatie die strak gepland en minutieus vastgelegd moet worden. Zelfs in onze vrije tijd zijn we dus druk. Alsof we de agenda’s voor onze vrije tijd net zo dichttimmeren als onze werkweken. We racen van de ene recreatieve voorziening naar de andere. De moderne mens gaat niet meer zomaar ‘een stukje wandelen’. Nee, we gaan hiken. Gewapend met een smartwatch die hypernerveus begint te trillen als onze hartslag niet in de juiste ‘vetverbrandingszone’ zit, en een app die elke stap registreert voor onze volgers op sociale media. Kamperen is ‘glamping’ geworden, waarbij de gemiddelde tent luxer is ingericht dan de eerste studentenkamer van de meesten van ons. Als we met de auto naar Kroatië of Italië gaan, is het tof om er zo snel mogelijk en met zo weinig mogelijk tussenstops te komen. Want de ander deed er veel langer over. En gaan we op vliegvakantie dan het liefst zover mogelijk, Bali, Dubai en de USA klinken immers interessanter dan Portugal of Spanje. We boeken een mindfullness weekend en raken gestrest als de wifi in de yurt niet werkt. We zoeken de stilte op, mits er binnen een straal van twee kilometer een hippe koffietent met havermelk te vinden is.De ironie van deze moderne recreatie is dat het verdacht veel op werk begint te lijken. Recreëren heeft tegenwoordig doelen, targets en prestatie-elementen. Als we aan het einde van het weekend niet doodmoe zijn van alle geplande ‘leuke dingen’, hebben we het gevoel dat we onze kostbare vrije tijd hebben…
Deze gastcolumn wil ik graag gebruiken om aandacht te vragen voor energie. Het is altijd leuk om te onderzoeken wat de betekenis is van een woord. Hiervoor maak ik graag gebruik van de Dikke van Dale. In het dagelijkse leven wordt hiermee bedoeld: Levenskracht, geestdrift en werklust. Maar in de natuurkunde is het de verzamelnaam voor het vermogen om arbeid te verrichten.   In het dagelijks leven ben ik Omgevingsmanager bij een netbeheerder te weten Liander. Netbeheerders zoals Tennet, Rendo, Stedin en hier in de provincie Groningen Enexis zorgen ervoor dat het stroomnetwerk zo goed als het kan functioneert. Hiervoor wordt tot 2040 in totaal 235 miljard geïnvesteerd. Dit is waanzinnig veel geld maar echt noodzakelijk. Als er nu niet geïnvesteerd wordt dan zitten er in de toekomst huizen zonder stroom. Om nog maar te zwijgen over nieuwbouw van woningen en uitbreiding van bedrijven wat nu al in gevaar is.  Iedereen hoor je over netcongestie maar wat betekent dit nou? Simpel gezegd is netcongestie filevorming op het stroomnetwerk. Je ziet steeds meer windmolens, elektrische auto’s, mensen gaan meer elektrisch koken en bij veel huizen zie je warmtepompen.  Dit heeft onherroepelijk gevolgen voor het stroomnetwerk:  Een piek in het opwekken; op zonnige dagen wekken alle zonnepanelen samen meer stroom op dan dat er lokaal wordt verbruikt. Een piek in het verbruik; Er wordt zoveel stroom verbruikt doordat iedereen tegelijk zijn auto oplaadt, elektrisch kookt en door een warmtepomp zijn of haar huis verwarmt.  De vergoeding voor het terugleveren is sterk gedaald en soms worden er door de aanbieders terugleverkosten in rekening gebracht.   Naast netcongestie is het woord energietransitie ook aan de orde van de dag. In het jaar 2050 willen we wereldwijd de CO2-,  oftewel koolstofdioxide, uitstoot terugbrengen naar nul. Koolstofdioxide is een kleurloos en geurloos gas dat bestaat uit één koolstofatoom en twee zuurstofatomen. Dit broeikasgas houdt warmte vast in de atmosfeer. De energietransitie is de verandering van fossiele brandstoffen zoals aardgas en steenkool naar duurzame energiebronnen. Waterstof, kernenergie, windenergie op zee en uitbreiding van het stroomnetwerk zijn voorbeelden van duurzame energiebronnen. In deze bronnen wordt zoveel euro’s gestopt omdat het enorm belangrijk is de doelstelling in 2050 te realiseren. De helft van de elektriciteit die in Nederland wordt geproduceerd is afkomstig uit zon en wind.  De vraag die mij erg bezighoudt is; Hoe bewust gaat u om met energie? Laadt u uw auto op na 21.00 uur? Wanneer zet u…
Vrijwilligerswerk is leuk en noodzakelijk?! Waarom ik dat zo zeg? Omdat het voor de leefbaarheid van een dorp belangrijk is dat iedereen vrijwilligerswerk doet. Zonder vrijwilligers heb je geen verenigingen of leuke feesten in een dorp. In dit verhaal ga ik uit van het vrijwilligerswerk in Eenrum, maar dit geldt natuurlijk voor elk dorp. In Eenrum zie ik veel mensen actief bij de verenigingen die ze een warm hart toe dragen, zoals helpen bij de organisatie van wedstrijden en toernooien bij de voetbalclub, tennisvereniging of sportvereniging in de vorm van bestuurslid, leider, trainer, scheidsrechter, barmedewerker enz.. Of denk aan de vele vrijwilligers bij de grasbaanraces van de MC in Eenrum, achter de bar bij Bulthuis of bij de feesttent van Spring in april. Op school probeer ik het de leerlingen al te leren in de vorm van 20 uur maatschappelijke stage in klas 3. ‘Waarom moeten wij dit doen mevrouw?’, vragen ze dan? Dan vertel ik de leerlingen dat iets doen voor een ander heel belangrijk is voor de samenleving en ook voor jezelf. Dit noemen we met een mooi woord burgerschap en dat we allemaal ons steentje moeten bijdragen. Als het bij een paar leerlingen nog niet duidelijk is, dan vraag ik: “Zit je op een vereniging? Ga je weleens naar een feest zoals Spring of Sunsation?” Dan is het bijna altijd ja. En als ik dan vraag, ‘wie organiseren dit feest?’, dan begrijpen ze wel dat we allemaal gebruik maken van vrijwilligers. Zonder vrijwilligers geen mooie dingen in een dorp. Eigenlijk vind ik dat iedereen in een dorp iets aan vrijwilligerswerk moet doen. We kunnen niet allemaal besturen, maar iedereen kan wat. Bijvoorbeeld tegels leggen, activiteiten bedenken, achter de bar staan, onkruid wieden zoals ze bij “Notaris Toen” doen of de dieren verzorgen in de dierenweide. Ook gebruik maken van de voorzieningen in je dorp horen bij de leefbaarheid, zoals eten kopen in de winkel of snackbar in eigen dorp. Zelf doe ik zeker 10 tot 15 uur vrijwilligerswerk voor de voetbalvereniging in Eenrum en voor de protestantse kerk. Dit geeft mij veel energie en ik krijg hierdoor ook veel contacten. Ik leer nieuwe ouders en kinderen kennen en het is gezellig om een praatje te maken met jongeren. Zelf kan ik niet wachten tot ik met pensioen ben, want ik zie nog veel meer dingen in ons dorp die ik zou willen doen. Natuurlijk verwacht ik niet…
Solist Jannes Drop van Kinderen voor Kinderen zong het al in 1991: ”Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd, ‘k loop de hele dag te zingen en te fluiten.¨ In mijn geval klopt dat dus echt! De gekste liedjes komen voorbij, van ‘Leef´ van André Hazes, ´Mien toentje´ van Ede Staal en ‘10.000 redenen´ (opwekking 733)  tot ‘Your man´ van Josh Turner. Allerlei genres dus en ook lang niet allemaal liedjes die in mijn persoonlijke TOP 2000 staan. Waar komen ze toch vandaan en waarom ‘poppen’ ze zomaar op, op de gekste momenten? Met een vader en moeder die ook liefhebbers zijn van muziek en zingen is dat eigenlijk wel te verklaren, denk ik. Mijn ouders waren nog maar 21 en 22 jaar toen ik werd geboren, dus hoorde ik van kleins af aan altijd de hits van toen. Toen ik iets ouder werd, zaten we op zaterdag met een bord patatjes op schoot naar Toppop te kijken, met Ad Visser en later Bas Westerweel. De radio stond altijd aan of er werden lp´s gedraaid en volop meegezongen. Ook zaten ze allebei in het Hervormd Kerkkoor, dus ook die muziek werd me met de paplepel ingegoten, evenals de psalmen en gezangen in de kerk. Ook op school speelde muziek een grote rol. Niet alleen het verplichte ´versje´ wat je elke week moest zingen voor een cijfer op je rapport, maar ook de Groningse liedjes van meester Fré. En dat, met de bijbehorende optredens en plaatopnames, zijn wel hoogtepunten van de lagere schoolperiode. Net als de musicals (ja, we deden er 2!) in klas 6. Daarbij had ik ook nog een tante die bugel speelde in de fanfare; superleuk om naar die concerten te gaan en om haar te zien lopen op straat tijdens de intocht van Sinterklaas of op Koninginnedag. Dat resulteerde in een eigen ‘Concordia-carrière´; van mijn negende tot ongeveer mijn vijfentwintigste speelde ik eerst bugel en later hoorn. De mooiste jaren waren die van de Promsconcerten in de feesttent, ´van klassiek tot pop´… Dat ik van jongs af aan met verschillende muziekgenres in aanraking kwam, is duidelijk. Dat muziek daardoor een wezenlijk deel van mijn leven werd, is best logisch. Eigenlijk is er geen muzieksoort wat ik niet kan waarderen, alles heeft wel iets moois, maar niet alles past bij elk moment. Welke muziek ik opzet, hangt vaak ook van mijn stemming af en andersom…
“Het gaat best goed”, zeg ik wanneer mij voor de zoveelste keer gevraagd wordt hoe het met me gaat. En dat vat het ook wel een beetje samen. Naar omstandigheden gaat het goed. De omstandigheden heb ik in een eerdere column wel es beschreven. In maart 2023 kreeg ik de diagnose darmkanker. Een tumor in de endeldarm met uitzaaiingen in longen en lever. De tumor is inmiddels met groot succes verwijderd en de darm is schoon. De uitzaaiingen in de lever zijn tot twee keer toe operatief weggebrand in het UMCG en het leven leek me weer toe te lachen. Tot ergens eind 2025 toen de oncoloog me vertelde dat er uitzaaiingen waren aangetroffen in de buikvlies. Een dikke tegenvaller die behoorlijk rauw op m’n dakkie viel. Daar bovenop nog de koele melding dat genezen geen optie meer was en dat we vanaf nu mijn leven alleen nog maar kunnen verlengen. Met een prachtig woord: ik ben Palliatief. Leg deze in Wordfeud en je hebt gewonnen. Het leek er echter op dat ik helaas had verloren. Maar niet de strijd. Onder geen beding ga ik roemloos en als een dood vogeltje in huis zitten om op de man met de zaag te wachten. Vol goede moed en met een enorm portie zelfvertrouwen en humor ben ik voor de tweede keer een chemotraject ingegaan begin februari 2026. Deze chemo zou zwaar zijn met bijwerkingen als enorme vermoeidheid, haaruitval en mogelijk diarree. Na de eerste 4 kuren was er niets aan de hand. Elke dag gewoon lekker aan het werk en de dagelijkse bezigheden gewoon kunnen uitvoeren. Het gaf me zelfs enorm veel energie om aan het werk te zijn in het MZH en op zaterdag met de jonge honden van Fc Leo 1 op stap te gaan langs de Noord Groninger velden. De collega’s van de beveiliging zijn een ware steun voor me. Ik kan m’n gang gaan op m’n werk en ze laten me gelukkig allemaal in mijn waarde. Ik word nog gewoon als unithoofd behandeld en we hoeven het niet steeds over m’n ziekte te hebben. Uiteraard leeft het op m’n werk want elke drie weken moest ik een dag aan het infuus voor de chemo. De kuur mocht zelfs mee naar huis. Als een ware St Bernhardhond hing de chemo van woensdag t/m vrijdag om mijn nek zodat deze langzaam mijn lichaam binnen druppelde. Op vrijdag kwam dan…
We hebben de laatste tijd regelmatig extra huisgenoten. Vooral in de keuken. Huisgenoten die we liever niet hebben: mieren. Irritante beestjes. Vooral binnen. Maar ook buiten onder het terras kunnen ze aardig te keer gaan. Het deed me denken aan een gevleugelde uitspraak die onze vader vroeger thuis regelmatig gebruikte en ook tegenwoordig bij ons thuis nog wel eens rond schalt. Ik ben redelijk bijbelvast opgegroeid. Losse bijbelteksten worden nog wel eens uit hun verband gerukt en te pas en te onpas gebruikt. Zo ook een tekst uit het bijbelboel Spreuken waar het gaat over de mier. Als we vroeger thuis ’s morgens wel eens wat langer in bed lagen dan werden we van beneden nog wel eens gewekt met de uitroep: ‘Ga tot de mier gij luiaard, zie haar wegen en word wijs’. En ik betrap mezelf erop dat ik nu m.b.t. mijn huisgenoten nog wel eens hetzelfde doe. De mieren in de keuken en in de tuin zetten me aan het denken. Volgens Spreuken valt er blijkbaar nog wat van de mieren te leren. Ik denk alleen maar aan overlast en zo snel mogelijk bestrijden van die beestjes. Maar wat is de les van de mier? Zittend op het terras observeerde ik die krioelende beestjes. Mieren hebben hun functie in de natuur. Het zijn grote opruimers van organisch materiaal bijvoorbeeld. Maar één mier alleen is niks en kan niks. Mieren zijn een voorbeeld in samenwerking. Samen zijn ze ontzettend sterk. Ze werken onvoorwaardelijk samen. En niet chaotisch, ieder doet maar wat. Nee, super georganiseerd en gedisciplineerd. Met een grote sociale component. Er wordt op elkaar gelet, om de beurt gerust, zieke of gewonde worden verzorgd. En ze passen zich heel makkelijk aan als de omstandigheden veranderen. Toen ik hierop lette drong de les van mieren tot me door. Ze zijn ons inderdaad tot voorbeeld. Hoe leven we als mensen samen? Zeker in een dichtbevolkt en overgereguleerd land als de onze. Als individu hebben we allemaal onze talenten. Maar die komen pas echt tot hun recht in de samenwerking met anderen. Daar waar jouw talent die van een ander aanvult, komen mooie dingen tot stand. Oog houden voor elkaar, ook voor diegene die even moeite heeft om mee te komen. Maar ook je eigen grenzen aangeven is geen teken van zwakte, maar juist van kracht. Vraag om hulp daar waar het alleen even te zwaar is. Veranderen de omstandigheden?…
Opnieuw was daar het jaarlijkse verzoek van Bert of ik weer een column zou willen schrijven. Dat doe ik altijd met veel plezier en mijn gedachten gingen richting mijn grote passie: sport en voetbal in het bijzonder. Met het WK in aantocht kon ik daar een mooi verhaal over schrijven, ………… dacht ik. Want net als voorgaande jaren heeft Bert ook mijn dorpsgenoot en voetbalvriend Edwin van Zanten weer gevraagd voor een column en ook Edwin schrijft graag en u raadt het al, ook hij is een gepassioneerde sportfan met voetbal als grootste hobby. Edwin maaide dus het gras voor mijn voeten weg. Ik zal dus een ander onderwerp moeten gaan bedenken, twee keer kort achter elkaar over hetzelfde is naar mijn mening teveel van het goede. Al eerder schreef ik over vakanties en favoriete vakantiebestemmingen. Terwijl ik dit schrijf, ben ik weer op één van die bestemmingen: Portugal. Eén heerlijk land waar het glas altijd half vol is en iedereen weet dat als het vandaag niet lukt, dan wel morgen of volgende week, of die week erna. Lekker genieten in een heerlijk warme omgeving, de eerste dagen tikt de thermometer de vierendertig graden aan. Het zwembad is gelukkig dichtbij. Liggend op een strandbedje denk ik even terug aan de vakantie van vorig jaar. Met mijn vrouw, kinderen en aanhang de beloofde reis naar Afrika, uiteraard met safari. Na lang uitzoekwerk viel de keus op Zanzibar. Een heerlijk land om te relaxen na een druk jaar met verbouwingen en meer, en Tanzania voor de safari in Selous Game Reserve (Nyerere National Park). Nog even langs de dokter voor wat inentingen tegen onder andere gele koorts en voor een stapel malariapillen voordat de reis kon beginnen. Wanneer je na ruim tien uur vliegen aankomt op Zanzibar stap je letterlijk en figuurlijk in een andere wereld. Allereerst moet iedereen een formulier invullen met ik weet niet hoeveel gegevens om een visum te krijgen. Dan mag je naar een loket en checkt de beambte of het formulier goed is ingevuld. Zo ja, dan mag je per persoon vijftig dollar aftikken en krijg je het formulier met stempels terug. Op naar loket twee waar het formulier nogmaals gecheckt wordt voordat je het visumstempeltje in je paspoort krijgt. Wanneer jij je bagage hebt, lopen er vele handige jongens rond die, zogenaamd namens je reisorganisatie, je bagage met alle vriendelijkheid voor je naar je transferbus willen…
Rond de laatste eeuwwisseling had ik zitting in een stembureau. Het werd een lange dag, maar ik zat er met enkele voormalige raadsleden van CDA-huize, die me royaal inwijdden in de geheimen van hun politieke geheugen. Zo word je als historicus van de lokale gemeenschap in één dag veel wijzer over zaken die zelden in de bronnen terechtkomen. Het relativeerde ook de politieke actualiteit in onze gemeente. Een generatie eerder worstelde men al met krappe begrotingen en uitbreidingsplannen. Ook toen lieten persoonlijke verhoudingen soms te wensen over. De christelijken en de openbaren lagen elkaar niet altijd, maar vanuit bestuurlijke noodzaak zocht men elkaar toch op. “Ach”, zei de voorzitter van het stembureau, “ARP en PvdA konden wel aardig samen besturen, zo lang de zondagsrust maar werd gerespecteerd.” Hij was wel zo eerlijk toe te geven dat er menig gereformeerde op de zondagen in de buurt van het terrein van Hunsingo, de openbare club, stond te kijken naar de match. De verveling moest toch worden bestreden. Een gedogend leven en laten leven. Het gesprek kwam vervolgens op de locatie van ons stembureau, lokaal toen nog bekend als het N.A. de Vriesgebouw. Als ARP’er meed je dat vroeger liever, vertelde men. Het was immers het clubgebouw van de socialisten. Dan vergaderde men liever in het eigen Rehoboth om de hoek, inmiddels gesloopt en vervangen door HAT-eenheden. Van Dam-eenheden, heetten die ooit nog, naar de PvdA-staatssecretaris voor volkshuisvesting in het “eerste” kabinet-Den Uyl. Hoewel het “tweede” er nooit kwam, leidde alleen al het noemen van “ome Joop” bij de CDA-heren nog altijd tot enige opwinding en plaagstootjes in mijn richting. En Pieter Jelles Troelstra keek ondertussen ernstig op ons neer. Zijn portret hing daar namelijk nog altijd aan de wand, ondanks het verbod op politieke propaganda in en rond een stemlokaal. De hedendaagse generatie sociaaldemocraten weet dat vaak niet meer, maar Troelstra had ooit een bijna aartsvaderlijke status binnen de SDAP en later de PvdA. Zoals Domela Nieuwenhuis in Friesland voortleefde als “ús ferlosser”, zo was ook Troelstra een van de grote politieke iconen van de beweging. Later verdween Troelstra geleidelijk achter Drees, zoals Drees weer achter Den Uyl verdween. Politiek geheugen heeft een korte horizon: voor elke generatie begint de geschiedenis weer net vóór haar eigen geboorte. Lokaal had N.A. (Nardus) de Vries een iconische status. Geboren Winsumer, zoon van een bemiddelde wolhandelaar en eigenaar van een vellenbloterij, had hij het jodendom…
Ik kreeg weer een uitnodiging van Bert om een column te schrijven. Die uitdaging ga ik altijd graag aan. Wat is er leuker dan ergens vrijuit over te mogen schrijven. Je gedachten, gevoelens en meningen aan het papier toevertrouwen. Uit de losse pols lekker wegschrijven. Ja, daar hou ik wel van. En dan in het achterhoofd de periode van publicatie. Ergens begin juni 2026. Niet lang getwijfeld dus. Poeh, niet echt! Mijn sporthart gaat namelijk enthousiast harder kloppen in deze periode. Voor iemand die van sport houdt, is dit een mooie periode. Bij het voetbal breekt namelijk het einde van de competities aan. Strijd om kampioenschappen en strijd tegen degradatie. Zowel amateurs of betaald voetbal. Legt u zelf maar de grens. Betaald amateurvoetbal vind ik eigenlijk niks. Bij de amateurs barst de strijd tussen de periodekampioenen los. En dan is er natuurlijk de strijd om de miljoenen genaamd de  Championsleague. De rijkste clubs mogen de prijzen verdelen. Tja… PSG. De UEFA Europa League. Mijn eigen team, SV Bedum 3, verdienstelijk derde in de competitie. Derde klasse. Sssst…..  En natuurlijk ook andere sporten. Te beginnen met de Giro d’Italia (Vingegard), voorafgegaan door een aantal mooie wielerklassiekers. Daarna tennis op Roland Garros. Basketbal met de playoffs (Donar net niet). De Tour de France, Formule 1.…. En ga zo maar door. Er breekt een mooie periode aan op sportgebied. Chauvinistisch als ik ben volg ik natuurlijk met buitengewone interesse de voetbalclubs waar ik de trainers (o.a. Jelmer, Roy, Duurt, Bas) of bestuurders (Bert) ken. Volg ik de Groninger clubs zoals bijvoorbeeld Donar en FC Groningen met meer aandacht. De Nederlandse tennisser hou ik in de gaten (vrij makkelijk want dat aantal is erg geslonken). Bij het wielrennen kijk ik met meer dan gemiddelde belangstelling naar de Nederlandse wielrenners en eigenlijk ook de Nederlandse ploegen. Waar ik dan ook wel weer voor buitenlandse renners ben. Als ze maar winnen. Maar nooit ten koste van een Nederlander. Een mooie periode dus….. En dan vergeet ik voor juni 2026 het belangrijkste. Het WK-voetbal in Amerika. Jaaaaaaa!! Een aantal maanden geleden dacht ik nog (en het sluimert nog steeds), we moeten met die Trump aan de macht in Amerika daar helemaal niet heen gaan. Niet meedoen aan het WK.  Die man houdt er zulke rare en enge gedachten op na en is in mijn mening een gevaar voor de wereld. We hebben per slot van rekening ook…
In de supermarkt waar ze ‘Hallo’ in plaats van ‘Moi’ zeggen, is het halverwege de avond rustig. De jeugdige vakkenvullers zijn in de overhand. Met een sleepmandje ben ik ‘op boodschap’ voor moeders. Een kilootje aardappels, drie-voor-vijf euro bakjes fruit, drie stronkjes witlof, de Libelle, gele vla, een speltbrood, kaas, boterhamworst en Konings gehaktballen ‘uut Pekel’ mogen niet ontbreken. Bij de enige kassa die open is, vlijt een morsige man voor mij zes blikjes bier op de band. De huid van zijn gezicht is rood en pokdalig. Zijn ogen waterig. Het weinige haar valt vet over zijn schedel. Ik schat ‘m iets ouder dan ik. Als hij heel netjes het beurtbalkje achter zijn zes blikjes bier zet, zie ik dat zijn handen licht trillen. Alcoholist, schiet door mijn hoofd. Voor hem is een klein meisje, een jaar of tien, in een iets te groot en vaal jurkje haar boodschappen aan het afrekenen. Ze overhandigt de kassajuffrouw een tientje en een handvol kleingeld. Als ze uitgeteld is, zegt de kassajuffrouw met lief gezicht tegen het meisje dat ze nog 75 cent tekortkomt. Het meisje kijkt haar met een hulpeloos gezicht aan. ‘Ik heb niet meer’, zegt ze bijna huilend. De kassajuffrouw weet even geen raad met de situatie. ‘Heb je echt niet meer?’ Ze schudt haar bedroefde hoofd. Uit mijn broekzak haal ik mijn pasjesportemonnee waar ik denk een briefje van vijf in te bewaren. Ik wil het meisje te hulp schieten. Bij het doorzoeken van de vakjes zie ik uit mijn ooghoek dat de man voor mij uit zijn broekzak een euro heeft getoverd en die aan de kassajuffrouw overhandigt. ’Betoal dij 75 sint hier mor van’. ‘t Wichtje knikt verlegen dankbaar naar hem en spoedt zich de winkel uit. Als hij zelf aan de beurt is, betaalt hij zijn bierblikjes met zijn laatste kleingeld. Hij houdt nog net de 25 cent over van de euro voor het meisje. Vol bewondering en ontroering staar ik hem na. ‘Wat laif hè’, zegt de kassajuffrouw. Ik kan het alleen maar beamen. Zoveel goedheid van een mens met weinig geld die een klein meisje, wiens ouders ook niks te makken hebben, te hulp schiet. Ik vind het zo mooi dat de ontroering in het loopje naar mijn moeder in het lijf blijft zitten. Tegelijkertijd bekruipt me een onbevredigd gevoel. Ik wou dat ik het meisje had kunnen helpen. Ik wou die man zijn,…
In februari hebben we heel plotseling afscheid genomen van mijn schoonvader… Nou ja, afscheid… we werden er gewoon ineens mee geconfronteerd… Een werkelijkheid die we niet aan zagen komen. Als ik er rationeel over nadenk vind ik dit voor hem een mooi heen gaan, vredig in zijn slaap, ogenschijnlijk ontspannen. Eventuele angst en pijn is hem bespaard gebleven. Voor ons was het wel fijn geweest als we er een klein beetje op voorbereid waren, maar we hebben het niet voor het zeggen! Wat een verschil met het afscheid van mijn schoonmoeder, zij was al jaren dementerend en heeft de laatste jaren geleefd terwijl het leek of ze er al lang niet meer was. Wat gunden we haar de rust! Wat een verschil… Ik hoop pas op de helft van m’n leven te zijn, want ik heb het geluk dat ik van het leven kan genieten, het glas is altijd half vol (of helemaal vol…))! Lekker huis, leuke baan, de liefste man en kinderen, gezond, allerlei plannen en ga zo maar door. We genieten er ook bewust van want we weten ook dat er maar ‘iets’ hoeft te gebeuren en het leven ziet er anders uit. Hebben we nu nog alles voor het kiezen, het kan zomaar gebeuren dat dat niet meer zo is, dat een ander de keuze voor je moet maken, of dat het simpelweg niet (meer) haalbaar is zelf te kiezen. Of dat je er niet voor mág kiezen…. Ondanks dat ik zeer positief in het leven sta, wil ik dit stuk toch gebruiken om stil te staan bij mensen die zelf geen keuzes meer kunnen of mogen maken, die het leven al een tijdje niet meer aankunnen, waarbij het leven letterlijk pijn doet, maar die er niet mee kunnen stoppen. Hoe kan het toch dat er alles aan gedaan wordt om je zo lang mogelijk in leven te houden? Zelfs wanneer je dat zelf niet meer wilt, terwijl het je bijna onmogelijk wordt gemaakt om hulp te krijgen om je leven menswaardig af te sluiten… Om afscheid te nemen… Natuurlijk is het heel verdrietig, voor jezelf en je geliefden, maar zou je niet wat gemakkelijker voor je afscheid mogen kunnen kiezen? Blijkbaar heerst daar een taboe… Ik vind het zo ontzettend pijnlijk mensen te zien lijden, opgesloten in een lichaam wat pijn doet. Mensen die een keuze willen maken, maar daar óf jaren op moeten wachten, óf…
Dan zit je tóch op zolder en trek je de eerste dozen uit de verste hoeken. In mijn hoofd had ik al een prachtig idee klaar. Vanaf 1 januari iedere week één of twee dozen van de zolder halen om uit te zoeken wat ik er mee moet doen. Meenemen naar mijn tijdelijke woning óf in opslag en er twee jaar niet bij kunnen komen. Want begin juli moet ik het huis uit; het wordt gesloopt. Niet alleen mijn huis, de hele wijk gaat tegen de vlakte. De eerste helft ligt al plat en is bijna weer opnieuw gebouwd. Als dat klaar is, volgt de tweede helft. Ik heb er bijna tien jaar gewoond en de laatste zes jaar werd duidelijk dat er grote plannen waren. De wijk wordt gesloopt in verband met de aardbevingen die af en toe heel (Noord)Groningen doen schudden en trillen. Na metingen blijkt dat de (huur)woningen in onze buurt niet voldoen aan de geldende veiligheidsnormen. Mocht er zich een stevige aardbeving voordoen – als gevolg van de gaswinning onder onze voeten – dan kan het zijn dat we niet genoeg tijd hebben om de woning veilig te verlaten. Begrijpelijk dus. Ik ken soortgelijke woningen in het dorp met meer bevingsschade dan ik in de mijne heb gevonden. Die worden versterkt, verduurzaamd en hersteld. De discussie over slopen of herstellen heb ik gehoord en gevolgd en vind er ook wel wat van, maar het besluit ligt er en ik richt me op wat ervan komt. In het begin zag ik het vooral als praktische exercitie, maar nu het dichterbij komt, merk ik dat ik tóch meer aandacht aan de details wil geven. Ik ga, met mijn eigen bedrijf, twee jaar in een wisselwoning wonen en kom dan weer terug in deze wijk. Niet helemaal op dezelfde locatie – de wijk wordt ook helemaal opnieuw ingericht en ingedeeld – maar ik behoud het uitzicht op het water dat ik nu ook heb. Tijdens de Open Huisdagen (ongeveer een jaar geleden) was er gelegenheid om in die woningen te kijken. Ze staan er in drie soorten. Huizen voor één of twee personen met twee slaapkamers, gezinswoningen (drie slaapkamers) en grote gezinswoningen (vijf slaapkamers). Met name bij de kleinste soort – waar ik volgens de regels in zou komen, immers man alleen – realiseerde ik me meteen dat ik daar niet twee jaar zou willen wonen. Een woning waar…
Het is 2019. Nu wij de 50 jaar aantikken wordt het weer eens tijd om na te denken over de toekomst. De bedoeling is immers nooit geweest om tot ons pensioen in de kroeg te blijven zitten. Toch maar weer te koop zetten ? We kunnen het proberen. Het bedrijf heeft al eens 10 jaar lang te koop gestaan. Het toen nog aankomende rookverbod heeft lange tijd de horeca doen stilstaan, er was nagenoeg geen animo. Om boekhoudtechnische redenen hebben wij het bedrijf in 2015 weer uit de verkoop gehaald.  Maar nu zit er niks in de weg dus waarom niet. Corona bestond nog niet. De makelaar is lyrisch over het pand.  ‘Ik zie wel 8 appartementen’, zo kirde zij. Appartementen? Doe even normaal! Het is wel de bedoeling dat het een horecabedrijf blijft, voor het dorp. Zij raadt dat sterk af want dan verkoop je het niet snel. Stof tot nadenken. Wij zetten het bedrijf niet te koop want die appartementen daar kunnen wij misschien zelf ook wel iets mee. Het plan: appartementen voor jongeren in de bovenzaal. Win-win dachten wij. Een kleine oplossing voor het woontekort onder de jongeren. En omdat wij dan huur ontvangen van de appartementen kunnen wij het café voor een lutje bedrag verhuren aan iemand die daar zin in heeft. Niet wetende wat het precies inhoudt vragen wij een vooroverleg aan bij de gemeente. Deze koppelt terug en koppelt terug. Telkens met een periode van de toegestane 6 weken om te antwoorden. Het komt er op neer dat onze vraag of het überhaupt mag, pas in behandeling wordt genomen als wij met tekeningen komen gemaakt door iemand die daar toe bevoegd is. Gelukkig woont Edo in het dorp en heeft hij voor ons de technische tekeningen gemaakt. Omdat wij eigenlijk geen problemen verwachten gaan wij er gewoon voor. Wachtend op het vooroverleg. Het is inmiddels halverwege 2023. Wij hebben voor onze toekomst ‘de overkant’ aangekocht. Het wordt een hele klus maar we hebben erg veel zin om dit mooie maar verwaarloosde pand op te knappen. Tijdens het klussen rolt een onverwacht antwoord van de gemeente in de bus. Het vooroverleg blijkt een overleg binnen de gemeente te zijn, dus zonder ons. Zij maken gehakt van onze aanvraag! Wonen boven een café is voor hen geen optie wegens slechte leefomstandigheden, geluidsoverlast. En weet ik veel wat allemaal meer. Als het gehele pand een woonbestemming zou…
Alles wordt makkelijker. Sneller eten, eindeloos scrollen, altijd verbonden. Het voelt als vooruitgang – alsof we eindelijk het leven hebben geoptimaliseerd tot iets wat geen moeite meer kost. En precies daar, in die moeiteloosheid, groeit iets dat verrassend veel inzet vraagt om weer kwijt te raken: verslaving! Niet alleen aan middelen, maar aan patronen. Aan gemak, aan prikkels, aan bevestiging. Nog één filmpje – het laatste deze keer, echt. Nog even checken. Nog sneller, nog eenvoudiger. Het zit niet in wat we doen, maar in hoe vaak we het doen. Breed uitgesmeerd over de dag, diep verankerd in gewoonte. En hoe verslavender het wordt, hoe minder weerbaar we blijken te zijn. Verrassend, voor iets dat zo “vrijwillig” voelt. Veel van wat we doen, ervaren we als keuze. Dat is ook prettig, dat idee. Ondertussen zijn systemen ingericht om precies het tegenovergestelde te doen: ons zo lang mogelijk laten kijken, klikken en consumeren. Aandacht is geld. Voorspelbaar gedrag is winst. Gemak is het lokaas – en we happen opvallend graag. Het werkt. Misschien iets té goed. Tegelijk groeit de laag van sturing en controle. Keurig verpakt als veiligheid, gezondheid en efficiëntie. Logisch. Maar er zit een bijsluiter bij die we zelden lezen. Want waar gedrag voorspelbaar wordt, wordt het ook stuurbaar. En wat stuurbaar is, wordt meetbaar. En wat meetbaar is, wordt beoordeeld. Het begint vriendelijk: aanbevelingen, filters, een subtiel duwtje. Maar het schuift op. Naar regels, beperkingen, sancties. Niet schokkend. Gewoon… stap voor stap. En daar raken verslaving en controle elkaar. Want hoe afhankelijker we worden van gemak en systemen, hoe kleiner de ruimte voelt om ernaast te bewegen. Niet omdat het niet mag – maar omdat het ongemakkelijk wordt. En ongemak, dat hebben we onszelf net zo zorgvuldig afgeleerd. De vraag is dus niet alleen hoeveel controle er ontstaat. De vraag is ook: hoeveel geven we zelf alvast weg, uit pure gewoonte? Dit is geen oproep tot wantrouwen of verzet. Daar hebben we vast ook een app voor… Maar wel tot iets zeldzamers: bewustzijn. Weerbaarheid zit niet in grootse gebaren. Het zit in kleine verstoringen. Even niet reageren. Even niet volgen. Even kiezen voor iets wat moeite kost – bijna ouderwets. Niet omdat het moet. Maar omdat het je losmaakt. Van patronen die verdacht veel op verslaving lijken. En van systemen die daar feilloos op meebewegen. Misschien is dat de echte tegenstelling van deze tijd:niet vrijheid versus controle, maar…