In een provincie opgegroeid met het adagium ‘het was niks, het is niks en het wordt niks’ voedden mijn ouders me op met het besef dat het best wel wat kon worden. De Toekomst was echter al lang gesloten en stond daar als een ruïne. Als kinderen speelden we toch stiekem in deze verboden toekomst tussen de resten van het verleden. Mijn ouders hebben het nooit geweten dat we op deze gevaarlijke plek, de oude strokartonfabriek, ons vertier zochten.
Voor hen lagen de kansen en de sleutel voor een goede toekomst bij het ABN. Het algemeen beschaafd Nederlands spreken. Zo werd er tegen de kinderen de gehele lagere schoolperiode Nederlands gesproken en werden we in de puberjaren met een tienertoerkaart op pad het land ‘ingetreind’. Vele leeftijdgenoten zullen dit herkennen.
Buiten de provinciegrenzen kwam ik er al snel achter dat deze vooroordelen over Groningen sterk en diepgeworteld waren. Tegen mij konden ze dat wel zeggen, want zonder de typische Groningse tongval kon ik toch echt geen authentieke Groningse zijn. Niets is minder waar, het Groningse bloed stroomt al eeuwen door onze familielijn.
Wel ben ik een a-typische Groningse, althans, zo heb ik mezelf maar bestempeld. Want van kleins af aan vind ik het schitterend hier. Het staren naar de punt aan de horizon, een stadje waar je uit kon gaan zonder sluitingstijd, de uitjes naar de Grote Stad en alle andere sentimentele retoriek. Het klopt gewoon in Grunn’n. En dat was vóór de ‘Er gaat niets boven Groningen’ campagne. Het was alles en het kon nog meer worden.
Mijn arbeidzame leven begon in Friesland. En daar zag ik wat een andere volksaard kan bewerkstelligen. Hier was en is men trots op het land en liet dat aan iedereen weten. De productie in het werk lag er hoog en ik leerde dat het beter is te falen, dan niet te beginnen. Dus het werd altijd wat in Fryslân, zoals ik de provincie ook begon te noemen.
Lang heb ik nagedacht waar dat verschil in mentaliteit (we zitten nu in de jaren ’90) aan te wijten is. Mijn niet onderbouwde conclusie ligt in de hiërarchische structuren. Fryslân heeft geen dominerende grote stad, maar 12 steden. Geen grootschalige landbouw met heersende herenboeren, maar veeteelt die van oorsprong kleinschaliger is. Of deze uiteenzetting klopt laat ik graag aan de historici over.
Tijdens een korte vakantie in Noordwest Duitsland zag ik hoe hun, en later…
Gastcolumns
Belofte maakt schuld en afspraak is afspraak. Zo ben ik, soms met enige dwang, opgevoed en groot geworden. Dus ook dit jaar, zoals afgesproken met Bert, weer een bijdrage Oet Steem.
Bert kwam weer vroegtijdig op de lijn en een nieuwe deadline in mijn leven was geboren. De afgelopen maanden heb ik daarom met regelmaat aan Bert gedacht. Meer specifiek: wat zal ik dit jaar de wereld weer eens inslingeren via zijn goed gelezen nieuwskanaal. Stof tot nadenken voor mij …….. In mijn telefoon gelukkig een rijtje met mogelijke onderwerpen die ter inspiratie kunnen dienen.
Ik zou iets kunnen schrijven over het toevoegen van leven aan een dag. Dit geïnspireerd door een goede wielervriend Oet Beem die geconfronteerd is met een levensbedreigende ziekte. Het wellicht belangrijker is om leven aan een dag toe te voegen dan vooral gericht te zijn op het toevoegen van dagen aan je leven. Alleen al over de laatste zinsnede zou je natuurlijk al een ‘verhaaltje’ kunnen schrijven, want kun je überhaupt zelf dagen aan je leven toevoegen?
Maar dit even daargelaten, de gedachte Oet Beem heeft ook mij wel aan het denken gezet. Wat doe ik eigenlijk met de dagen die mij gegeven zijn? Besteed ik ze wel wijs genoeg? Is het tijd voor een heroverweging? Moet ik andere prioriteiten stellen? Wellicht vaker “Nee” zeggen? Eens een rijtje maken wat eigenlijk echt belangrijk is in mijn leven? Voor mij stof tot nadenken ….
Ik zou ook iets kunnen schrijven over de wijze woorden van een oud collega met dezelfde voornaam die afgelopen zondag mooie en inspirerende woorden sprak vanuit zijn Overtuiging. Over wat je in je eigen dorp kunt betekenen, je naaste in de straat of de buurt die wellicht gebaat is bij een bezoekje, een luisterend oor of hulp bij een klusje. Dat ook je daden van belang zijn om te laten zien wat je beweegt en waar je voor staat. Voor mij stof tot nadenken ….
Of wellicht zou ik een ‘verhaaltje’ over één van mijn favoriete zangers Stef Bos kunnen schrijven. Een woordkunstenaar die met zijn geheel eigen kenmerkend stemgeluid hele mooie en ontroerende teksten schrijft over o.a. de liefde, het leven en het loslaten van het leven.
Zelf vind ik de volgende zin uit zijn breed repertoire bijzonder mooi; “Wij staan op de schouders van onze voorouders, wij zingen met hun stem”. Zo had ik tot voor kort mijn doen, laten…
Er komt een moment waarop je je voetbalschoenen voor de laatste keer aantrekt. Voor mij was dat geen onverwacht afscheid; ik wist dat het écht de laatste keer zou zijn. Na jarenlang met veel plezier op het veld te hebben gestaan, dwong een blessure mij om een punt achter mijn actieve voetbalcarrière te zetten.
Dat voelde vreemd. Jarenlang draaiden de zaterdagen om wedstrijden, de kleedkamer, de derde helft en alles wat daarbij hoort. De laatste wedstrijd van het seizoen 2025-2026 mocht ik nog even tien minuutjes opdraven tegen Middelstum, om vervolgens weer gewisseld te worden. Het zat er definitief op.
Wat begon als een jochie van een jaar of 5, die na het behalen van zijn zwemdiploma op voetbal mocht, eindigde op 43-jarige leeftijd in een veteranenteam. En wat voor een team. En als ik binnen mijn team van Stedum 3 om me heen keek, dan hadden daar opzich nog wel wat jaartjes bij opgeteld moeten worden, ik was het nog lang niet zat. Want met meerdere zestigers heb ik binnen de lijnen mogen staan. Het is niet anders, als artsen adviseren om te stoppen omdat klachten alleen maar verergeren, dan zet je de eigenwijsheid op zij.
De liefde voor het amateurvoetbal bleek hier echter niet te stoppen bij het einde van mijn spelersloopbaan. In oktober 2025 was ik voor het laatst écht actief binnen de lijnen totdat ik besloot dat het niet meer langer kon.
Toch begon mijn betrokkenheid bij het verenigingsleven al veel eerder dan het einde van mijn spelersloopbaan. Inmiddels beleef ik het voetbal vanuit een heel ander perspectief. Niet meer als speler, maar als bestuurslid van de vereniging in het dorp waar we nu wonen: Ten Boer.
Toen we daar in 2010 kwamen wonen, duurde het maar even voordat ik benaderd werd om als vrijwilliger actief te worden bij Omlandia. Het leek mij een mooie manier om mijn nieuwe dorpsbewoners te leren kennen en zo er een beetje tussen te komen.
Met toenmalig voorzitter Wim Bathoorn dronk ik op een doordeweekse avond een kop koffie om eens aan te horen wat ik voor de club kon betekenen. Ik zat zelf te denken aan zo af en toe een wedstrijdje fluiten of wellicht een bardienst te draaien. Maar Wim had andere ideeën en schotelde me twee voorstellen voor. Ik kon óf voorzitter van de PR-commissie worden óf secretaris in het hoofdbestuur.
Ik verslikte me nog net niet…
Ergens tussen Cinigiano en Montalcino, achterin een gehuurde Renault Captur die zich door de heuvels slingerde, las ik de gastcolumn van m’n oom die ik tegenkwam op Facebook. Na een heerlijke wijnproeverij reden we weer terug naar het huisje waar we verbleven.
Op die terugrit moest ik ineens weer aan de vraag van Bert denken. Of ik niet ook eens een stukje voor hem wilde schrijven. Hij had het in zijn appje over schrijverstalent in de familie, en of ik dat misschien ook zou beheersen. Wat hij daar precies mee bedoelde, weet ik nog steeds niet.
Ja zeggen op zo’n vraag stelt eigenlijk niks voor. Normaal zou ik het niet doen, maar waarom ook niet? Ik heb genoeg dingen besloten en meegemaakt in 2026 die ik niet had verwacht, dan kan dit er ook nog wel bij.
Zo heb ik medio april besloten om te stoppen met voetbal, na zo’n twintig jaar. Al een paar jaar verdween het plezier langzaam. Een moeilijk besluit, maar wel de beste keuze voor mij persoonlijk. De zaterdagen voelen tot nu toe nog wat onwennig, maar spijt heb ik zeker niet. Een van mijn laatste kunststukjes binnen de lijnen was het breken van mijn pols. Goede afsluiter.
De week nadat ik mijn pols brak, begon ik ook nog eens aan een nieuwe baan. Mooie timing. Na wat ziekenhuisbezoekjes en een operatie had ik de eerste weken bij mijn nieuwe werk toch een beetje anders voorgesteld. Gelukkig voor mij hadden ze ervaring met voetballers en blessures. Ik ben er ontzettend blij mee, heb het enorm naar mijn zin en de weken vliegen voorbij. Mocht je toevallig nog op zoek zijn naar een leuke en leerzame plek om bijvoorbeeld je heftruckcertificaat te halen… google dan eens op HOC Opleiding en Training. Een beetje sluikreclame voor mijn werk mag wel, om het goed te maken na al die ziekenhuisbezoekjes.
Begin dit jaar ben ik gaan meekijken bij de oefenavonden van het brandweerkorps in Middelstum. Super interessant en uitdagend. Bij het meelopen merkte ik de saamhorigheid binnen de brandweer, en het klaarstaan voor andere mensen is wat me ook aantrok. Daarom besloot ik voor de zomer het sollicitatietraject in te gaan, en in november start ik met mijn opleiding tot brandweerman. Heel veel zin in om hieraan te beginnen.
De rode draad van dit jaar is toch wel ons huis op Doord, waar Julia en ik al meer dan…
In mijn werk als thuishulp bij een aanvullende mantelzorgorganisatie kom ik bij mensen die om uiteenlopende redenen extra hulp kunnen gebruiken in de thuissituatie. De invulling is afgestemd op de zorgvraag zolang het niet gaat om medische taken (dat stukje is in de zorgzame handen van de Thuiszorg). Waardevol om te mogen doen. De financiering is nog wel eens wat geregel vanuit de aanvullende zorgverzekering, WMO-PGB of Wlz, soms ook particulier.
Een enkele keer komt het voor dat een cliënt al woont in een zorginstelling. Zo kom ik al enkele jaren wekelijks bij een cliënt in een zorginstelling in Drenthe. Ze heeft geen familie of vrienden/kennissen die haar komen bezoeken, geen eigen netwerkje. Een leven lang alleen geweest met veel tegenslagen en tegenwerking. In de zorginstelling heeft ze geen aansluiting met de andere bewoners, het wisselende personeel heeft het veelal te druk voor persoonlijke aandacht. Met haar ga ik dan een middag op pad, de rolstoel mee in de auto, waar we heengaan en wat we gaan doen is dan aan haar.
Op het moment dat deze gastcolumn verschijnt is het precies een jaar geleden dat ik met haar een bijzonder weekend mocht beleven. Of dat er op enig moment nog een keer van zal komen is de vraag. Mijn gedachten gaan nog even terug naar die mooie dagen in september 2025 …
Na diverse voorbereidende gesprekken kwam er groen licht, er kon een vakantie worden geboekt voor een cliënt. Al enige tijd bezoek ik haar wekelijks, ik mocht haar nu ook gaan begeleiden op deze trip. Voor deze cliënt ook wel wat een spannend vooruitzicht, ze was door omstandigheden dertig jaar niet in de gelegenheid geweest om een meerdaagse reis te maken Een mooie roze koffer werd voor dit doel aangeschaft.
De grote passie van cliënt, edelstenen en de heilzame werking daarvan, was uitgangspunt voor de reisbestemming. In Drenthe hebben we samen al regelmatig enkele mooie winkels bezocht met edelstenen, maar in de Brabantse plaats Udenhout zou een grote winkel zijn die op het verlanglijstje stond om te bezoeken. Een comfortabel hotel werd gevonden en geboekt voor 2 nachten, we konden samen 3 dagen op reis.
Op 5, 6 en 7 september was het zover, even het zorgsysteem in de instelling achter je laten. Op woensdagen schijnt de zon vaak voor ons, en deze drie dagen verliepen ook onder zomerse omstandigheden. Een passende tussenstop onderweg was dan ook Strand…
Het is een doodgewone zaterdag. De hele dag dreigen de wolken al met hoosbuien en een vileine kou. Van alle dagen deze week, moet het één dag, één avond droog blijven. De avond waarop we naar de meest prestigieuze voorstelling van het noorden gaan. De voorstelling die wat goed te maken heeft, de voorstelling die zich afspeelt in één van de mooiste gemeenten van onze provincie: het Oldambt.
Zummerbühne it is!
De rit richting Winschoten is altijd een feestje voor de zintuigen. Ik heb jarenlang in Oldambt gewerkt en heb mijn hart verpand aan de mensen en de streek. Ik zei altijd: “ik ga naar het oosten, ik rijd de zon tegemoet!”. Het zijn die majestueuze wolkenpartijen, de languitgestrekte graanvelden, de eerlijke mensen en pompeuze landhuizen in een omgeving waarin men gewoon al goed genoeg vindt.
De rode driehoek, zoals de omgeving rondom de dorpen Finnerwol, Beerte en Schanze (Finsterwolde, Beerta en Bad Nieuweschans) in de volksmond genoemd wordt, is al jarenlang het decor voor een klassenstrijd die in 1929 hoogtij vierde. Het was een tijd waarin de rijke herenboeren zich hoog verheven voelden boven de arbeiders, maar de arbeiders terugsloegen en zich verenigden om zo de langste landarbeidersstaking ooit in te gaan.
Vanavond zijn meer dan 1000 bezoekers van heinde en verre afgekomen op “De Graanrepubliek”, gebaseerd op het boek van Frank Westerman, wellicht niet wetende dat de gevolgen van deze klassenstrijd nog steeds voelbaar zijn op het platteland. Het leed dat zich afspeelde in arbeidersgezinnen en het keurslijf waarin de herenboeren zich moesten wringen hebben geleid tot generatietrauma, waarin eigenschappen als trots, vechtlust en bescheidenheid, maar ook opgedrongen beschaafdheid en dominantie soms niet worden (h)erkend vanuit afkomst of achtergrond.
We worden meegenomen in het verhaal waarin koppigheid en trots leiden tot armoede en verdriet en hoogmoed komt voor de val. Met een ploegende akkerbouwer en zich samenpakkende donkere wolken als achtergrond zien we in de gebaande paden van het graanveld en op de drie podia hoe arbeider Ludo het opneemt tegen herenboer Barkhof en zijn gezin.
Er is telkens overal actie waardoor er geen tijd is om je aandacht te laten verslappen. We worden meegenomen in het leven, letterlijk hoger verheven, op de herenboerderij en we voelen de armoede en onmacht in de lager gesitueerde arbeiderswoning midden in het gouden graanveld dat symbool staat voor de omgeving waarin de strijd zich afspeelde.
We zien een opbloeiende, edoch verboden…
Soms zijn er momenten in het leven waarop de tijd ineens een andere betekenis krijgt. Een gesprek, een zin, een uitslag van een arts – en niets is meer zoals het was. Een van mijn beste vrienden kreeg te horen dat hij ongeneeslijk ziek is. Een ziekte die hem langzaam maar zeker steeds verder in zijn greep zal krijgen, met de dood als eindbestemming. Het kan binnen vijf jaar zijn, misschien tien als de ziekte mild verloopt. Maar wat vooral blijft hangen, is dat er een einde komt.
Dat besef maakt iets in mij los wat ik niet eerder heb meegemaakt. In mijn leven heb ik afscheid genomen van mensen die plotseling overleden of zo op leeftijd waren dat het oké was. Maar dit is anders. We gaan dit heel bewust meemaken. Samen. Stap voor stap. Maar ook een gevoel dat je er nog iets van wilt maken. Terugkijken op mooie herinneringen en tegelijk zoeken naar hoeveel toekomst er nog is. Mooie dingen doen, maar ook gewoon blijven leven. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.
Het bijzondere is dat je als mens een proces doorloopt. Eerst is er ontkenning. Dit kan niet waar zijn. Vast een verkeerde diagnose. Misschien valt het mee. Je bagatelliseert en zoekt naar een klein beetje hoop. Daarna komt boosheid. Verdriet. Machteloosheid. Je huilt, je vloekt, je schopt tegen alles wat onrechtvaardig voelt. Waarom hij? Waarom dit gezin? En hebben de artsen het wel goed gezien?
Vervolgens ga je onderhandelen. Had ik signalen eerder moeten zien? Is er nog een behandeling? Een medicijn in een testfase? Iets wat dit proces kan stoppen of vertragen? Je zoekt naar een uitweg, hoe klein die ook is. En dan komt het verdriet. Het besef dat deze ziekte er is. Dat zij niet alleen hem, maar ook zijn gezin, vrienden en iedereen die hem liefheeft in haar greep heeft. Onomkeerbaar.
Tot slot komt er, hoe vreemd ook, uiteindelijk iets van acceptatie. Niet omdat het minder verdrietig wordt, maar omdat je beseft dat dit de werkelijkheid is. En dat je die werkelijkheid niet alleen hoeft te dragen. We gaan dit doen. Samen. Met iedereen die hem dierbaar is. Iets nieuws voor veel van ons allemaal. We gaan herinneringen maken, lachen waar het kan, huilen als dat nodig is en vooral het gewone leven blijven leven.
Leven is kwetsbaar en klein, maar tegelijkertijd ook groots. Moeilijk te bevatten en…
Ik zit aan een picknicktafel. Bij een kruispunt. Hoe ik er ben gekomen, weet ik wel. Op de fiets. Mijn fiets staat namelijk naast mijn picknicktafel. Maar waar mijn picknicktafel staat, is voor mij wel echt een raadsel. Ik kijk even naar achteren. Ah! Een ANWB-bord met richtingen erop. Schimmert 2 km. Nuth 6 km. Maar ja. Het zegt nog niet waar mijn picknicktafel precies staat.
Vanmiddag heb ik mijn fiets gepakt. De ondersteuning op standje Tour gezet en ik ben gaan trappen op de pedalen. Puur op mijn gevoel mijn stuur, mijn versnellingen en remmen bediend. Hier een keer naar links. Daar een keer naar rechts. Een heuvel op. Een heuvel af. Soms per ongeluk een doodlopende weg ingedoken. Gewoon even terugschakelen, remmen en weer omkeren. En weer door.
En dat voor vele kilometers lang. Aangezien ik wel aardig analytisch ben, heb ik, van tevoren, wel even bedacht welke richting ik op wilde. Ik moet natuurlijk ook weer terugkomen bij het hotel. Helemaal op de bonnefooi gaan fietsen, lukt mij net niet helemaal namelijk. Wel wat zekerheden inbouwen en weten wat ik onderweg kan gaan tegenkomen. Eventuele obstakels inzichtelijk hebben. Aard van het beestje zeg maar. Maar vele kilometers gewoon gaan. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Zolang het gevoel maar goed is. En zie daar. Mijn picknicktafel. Schimmert op 2 km afstand. Nuth op 6 km afstand.
Ik kijk even om me heen. De omgeving is niet heel bijzonder. Ik heb wel een veel mooiere plek weten te bereiken, bedenk ik mij nu. Hier aan mijn picknicktafel. Een route gereden waarbij iedere trap op de pedalen goed, raak en meer dan de moeite waard was. Waarbij iedere rem- en stuurbeweging de juiste was. Waar iedere afdaling en beklimming met speels gemak werd aangegaan en bedwongen. Gewoon omdat alles enorm goed aanvoelde. Uiteindelijk een plek weten te bereiken waarvan je alleen maar kan denken: “Wauw”. Waar geen houten picknicktafel staat maar meer een warm bad bij wijze van spreken. Echt mooi.
Welke route er dan gereden moet worden en waar dat plekje precies is, ga ik niet delen denk ik. Sorry daarvoor. Ik ben niet zo van het massatoerisme namelijk. Ik zit toch liever alleen in dat warme bad zeg maar.
Maar probeer dat zelf ook eens. Gewoon echt je gevoel volgen. De mooiste plek is misschien dichterbij dan je denkt en staat daar ook een…
Ja, daar zit ik weer aan de waterkant, dit keer aan de oceaan in plaats van een binnenlands viswater. Afgezien van vorig jaar plannen we altijd één a twee weken westkust om te kunnen golfsurfen. Zo fijn. Maar waarom vorig jaar dan niet? Om dezelfde reden dat ik geen gastcolumn schreef.
Juli 2025 zijn wij de trotse en dankbare ouders van onze prachtige dochter Beau geworden. Bert was gelukkig zo creatief om het columngat te vullen. Nu heb ik weer de eer en dit blijft spannend. Onze driejarige dochter Maan zei eergisteren trots: “Mama? Ik vind surfen wel spannend, maar ik ga het toch doen!”. En ze deed het, de held. En ik ga weer schrijven.
Meestal gaan mijn columns over een wirwar van ervaringen die ik met liefde deel. Op dit moment ben ik aan het mijmeren waarover nu. Gisteren las ik over Krishnamurti, zijn leer is dat ware vrijheid ontstaat door volledig onbevooroordeelde (zelf)observatie en het loslaten van geconditioneerde denkpatronen en angst. Sorry, wel een hele hap woorden meteen, maar daardoor denk ik aan iets waar ik sinds Beau geboren is meer mee bezig ben.
Dat is meer aandacht geven aan het gezonde deel van mijn ego; die weet wie ik ben, geen erkenning wil en zich niet hoeft te bewijzen. En afscheid nemen van het ongezonde deel van mijn ego; dat denkt mij te beschermen, maar enkel conflicten, stress en onzekerheid creëert. Zoals wanneer de ongezonde ego’s van Elmer en mij zich mengen in discussies waardoor we allebei koste wat kost gelijk willen.
Nu herken ik dit en denk ik; loslaten, waar gaat dit over; “Lief? Je hebt gelijk”. Ook in reacties op sociale media zien we het ongezonde deel dat snel oordeelt, wil winnen, zich beter/minder voelt en gevoelig is voor kritiek. Wees alsjeblieft wat liever of toleranter tegen elkaar. Een goed begin, begint bij jezelf, een goed voorbeeld doet volgen en bovendien voedt onaardig zijn ook jezelf met negativiteit.
Ja, dat ongezonde deel zit je enkel in de weg. Het mooie is dat we volwassen zijn en ons gedrag kunnen sturen dus de oplossing zit in onszelf. Toen mijn zusje deelde dat zij in een Ashram in Zuid-Duitsland ging wonen, reageerde ik met oprecht verdriet, maar ook met ongezond-ego; “Dit kan niet, ze heeft hier haar waardevolle nichtjes, ze moet hier blijven. Wat zoekt ze daar nou, als hier zoveel liefde is?”. Wanneer ik dit…
In de supermarkt van het dorp is het lekker koel maar zo aan het begin van de avond niet druk. Twee meisjes in Plustenue hebben het lachend over een jongen, die hen kennelijk kan bekoren. Ik zoek de eieren omdat ik als nieuwe inwoner van het naastgelegen dorp de weg in de schappen nog niet weet. ‘Moi Doordman’, hoor ik achter me.
Een vrouw – ik schat haar achter in de zestig – die mij wel kent maar ik haar niet, kijkt me geamuseerd aan. Die had ik nog niet gehoord: Doordman. Een verwijzing naar mijn vroegere beroep als Noordman én naar ons nij stee Toornwerd, in het Gronings Doord.
‘Moi ’zeg ik alsof ik de vrouw ook ken. ‘Bevaalt n beetje op wier?’ ‘Och man, ’t is net n parredies’ is mijn oprechte antwoord. Tegelijk dwalen mijn gedachten af naar ons haim aan de Toornwerderweg. Het doorkijkje naar het torentje, de pas gemaaide weide achter ons huis, de appelboom waarin de appels steeds groter worden en de beestenboel die huist in onze tuin.
Een muis die over het terras zich een weg zoekt naar de rozenstruiken, twee springende knokkende hazen, een niet aflatende roepende koekoek, die plots is vervangen voor een koerende houtduif, onze huisfazant die volgens de buren ook hun huisfazant is, een mol die denkt dat het gazon nodig moet worden omgeploegd en Ruby de familiedoedel die het ook bij ons heel gezellig vindt.
En gister liep pardoes een zwarte kip over het gazon. Het kan trouwens ook een haan zijn geweest. Ik ben geen kipkenner die het uiterlijke verschil kan zien tussen een haan en een kip. Aangezien ik door zijn zwarte uiterlijk en rooie kam meteen de associatie legde met Zwarte Kip-advocaat, houd ik het maar op een kip. En noemde hem Dickie.
Maar die zwarte kip had het grondpikkend met af en toen een parmantig sprintje prima naar de zin in onze tuin. Ik begon me af te vragen van wie die kip zou kunnen zijn en of die al gemist werd. Ik had de hoop dat Dickie zelf haar weg weer terug zou kunnen vinden. Want ik kreeg ineens visioenen dat ik haar zou moeten gaan vangen. En daar vond ik haar toch iets te groot voor.
Ik ging maar eens polsen bij de buren. Die wisten achter het huis van hun avondrust genietend te vertellen dat ie van hun achterburen waren, want…
Het is hoogzomer en daarmee ook echt vakantietijd. In ons dorp, Zoutkamp, en in de omgeving is dat ook goed te merken. Het is gezellig druk in de haven, op de terrasjes, toeristen weten onze winkels weer te vinden, de campers, auto’s met caravans, fietsers en wandelaars zijn er weer volop. Het geeft echt een zomers gevoel van gezelligheid en vrolijkheid. De zomer, en zo ook gewone vrije dagen, zijn het ultieme moment om te recreëren.
Maar dat lijken we steeds lastiger te vinden. We leven in een tijd waarin de druk om te presteren ongekend hoog is, maar de druk om te ontspannen misschien nog wel groter. “Vroeger” betekende recreëren simpelweg dat je de fiets pakte, een boterham met tevredenheid in een plastic zakje stopte en naar het dichtstbijzijnde bos reed om doelloos naar de bomen te staren.
Vandaag de dag is vrije tijd een serieuze business geworden, een logistieke operatie die strak gepland en minutieus vastgelegd moet worden. Zelfs in onze vrije tijd zijn we dus druk. Alsof we de agenda’s voor onze vrije tijd net zo dichttimmeren als onze werkweken. We racen van de ene recreatieve voorziening naar de andere. De moderne mens gaat niet meer zomaar ‘een stukje wandelen’. Nee, we gaan hiken.
Gewapend met een smartwatch die hypernerveus begint te trillen als onze hartslag niet in de juiste ‘vetverbrandingszone’ zit, en een app die elke stap registreert voor onze volgers op sociale media. Kamperen is ‘glamping’ geworden, waarbij de gemiddelde tent luxer is ingericht dan de eerste studentenkamer van de meesten van ons. Als we met de auto naar Kroatië of Italië gaan, is het tof om er zo snel mogelijk en met zo weinig mogelijk tussenstops te komen. Want de ander deed er veel langer over. En gaan we op vliegvakantie dan het liefst zover mogelijk, Bali, Dubai en de USA klinken immers interessanter dan Portugal of Spanje.
We boeken een mindfullness weekend en raken gestrest als de wifi in de yurt niet werkt. We zoeken de stilte op, mits er binnen een straal van twee kilometer een hippe koffietent met havermelk te vinden is.De ironie van deze moderne recreatie is dat het verdacht veel op werk begint te lijken. Recreëren heeft tegenwoordig doelen, targets en prestatie-elementen. Als we aan het einde van het weekend niet doodmoe zijn van alle geplande ‘leuke dingen’, hebben we het gevoel dat we onze kostbare vrije tijd hebben…
Deze gastcolumn wil ik graag gebruiken om aandacht te vragen voor energie. Het is altijd leuk om te onderzoeken wat de betekenis is van een woord. Hiervoor maak ik graag gebruik van de Dikke van Dale. In het dagelijkse leven wordt hiermee bedoeld: Levenskracht, geestdrift en werklust. Maar in de natuurkunde is het de verzamelnaam voor het vermogen om arbeid te verrichten.
In het dagelijks leven ben ik Omgevingsmanager bij een netbeheerder te weten Liander. Netbeheerders zoals Tennet, Rendo, Stedin en hier in de provincie Groningen Enexis zorgen ervoor dat het stroomnetwerk zo goed als het kan functioneert. Hiervoor wordt tot 2040 in totaal 235 miljard geïnvesteerd.
Dit is waanzinnig veel geld maar echt noodzakelijk. Als er nu niet geïnvesteerd wordt dan zitten er in de toekomst huizen zonder stroom. Om nog maar te zwijgen over nieuwbouw van woningen en uitbreiding van bedrijven wat nu al in gevaar is.
Iedereen hoor je over netcongestie maar wat betekent dit nou? Simpel gezegd is netcongestie filevorming op het stroomnetwerk. Je ziet steeds meer windmolens, elektrische auto’s, mensen gaan meer elektrisch koken en bij veel huizen zie je warmtepompen. Dit heeft onherroepelijk gevolgen voor het stroomnetwerk:
Een piek in het opwekken; op zonnige dagen wekken alle zonnepanelen samen meer stroom op dan dat er lokaal wordt verbruikt.
Een piek in het verbruik; Er wordt zoveel stroom verbruikt doordat iedereen tegelijk zijn auto oplaadt, elektrisch kookt en door een warmtepomp zijn of haar huis verwarmt.
De vergoeding voor het terugleveren is sterk gedaald en soms worden er door de aanbieders terugleverkosten in rekening gebracht.
Naast netcongestie is het woord energietransitie ook aan de orde van de dag. In het jaar 2050 willen we wereldwijd de CO2-, oftewel koolstofdioxide, uitstoot terugbrengen naar nul. Koolstofdioxide is een kleurloos en geurloos gas dat bestaat uit één koolstofatoom en twee zuurstofatomen. Dit broeikasgas houdt warmte vast in de atmosfeer. De energietransitie is de verandering van fossiele brandstoffen zoals aardgas en steenkool naar duurzame energiebronnen.
Waterstof, kernenergie, windenergie op zee en uitbreiding van het stroomnetwerk zijn voorbeelden van duurzame energiebronnen. In deze bronnen wordt zoveel euro’s gestopt omdat het enorm belangrijk is de doelstelling in 2050 te realiseren. De helft van de elektriciteit die in Nederland wordt geproduceerd is afkomstig uit zon en wind.
De vraag die mij erg bezighoudt is; Hoe bewust gaat u om met energie? Laadt u uw auto op na 21.00 uur? Wanneer zet u…
Vrijwilligerswerk is leuk en noodzakelijk?! Waarom ik dat zo zeg? Omdat het voor de leefbaarheid van een dorp belangrijk is dat iedereen vrijwilligerswerk doet. Zonder vrijwilligers heb je geen verenigingen of leuke feesten in een dorp. In dit verhaal ga ik uit van het vrijwilligerswerk in Eenrum, maar dit geldt natuurlijk voor elk dorp.
In Eenrum zie ik veel mensen actief bij de verenigingen die ze een warm hart toe dragen, zoals helpen bij de organisatie van wedstrijden en toernooien bij de voetbalclub, tennisvereniging of sportvereniging in de vorm van bestuurslid, leider, trainer, scheidsrechter, barmedewerker enz.. Of denk aan de vele vrijwilligers bij de grasbaanraces van de MC in Eenrum, achter de bar bij Bulthuis of bij de feesttent van Spring in april.
Op school probeer ik het de leerlingen al te leren in de vorm van 20 uur maatschappelijke stage in klas 3. ‘Waarom moeten wij dit doen mevrouw?’, vragen ze dan? Dan vertel ik de leerlingen dat iets doen voor een ander heel belangrijk is voor de samenleving en ook voor jezelf. Dit noemen we met een mooi woord burgerschap en dat we allemaal ons steentje moeten bijdragen.
Als het bij een paar leerlingen nog niet duidelijk is, dan vraag ik: “Zit je op een vereniging? Ga je weleens naar een feest zoals Spring of Sunsation?” Dan is het bijna altijd ja. En als ik dan vraag, ‘wie organiseren dit feest?’, dan begrijpen ze wel dat we allemaal gebruik maken van vrijwilligers. Zonder vrijwilligers geen mooie dingen in een dorp.
Eigenlijk vind ik dat iedereen in een dorp iets aan vrijwilligerswerk moet doen. We kunnen niet allemaal besturen, maar iedereen kan wat. Bijvoorbeeld tegels leggen, activiteiten bedenken, achter de bar staan, onkruid wieden zoals ze bij “Notaris Toen” doen of de dieren verzorgen in de dierenweide. Ook gebruik maken van de voorzieningen in je dorp horen bij de leefbaarheid, zoals eten kopen in de winkel of snackbar in eigen dorp.
Zelf doe ik zeker 10 tot 15 uur vrijwilligerswerk voor de voetbalvereniging in Eenrum en voor de protestantse kerk. Dit geeft mij veel energie en ik krijg hierdoor ook veel contacten. Ik leer nieuwe ouders en kinderen kennen en het is gezellig om een praatje te maken met jongeren. Zelf kan ik niet wachten tot ik met pensioen ben, want ik zie nog veel meer dingen in ons dorp die ik zou willen doen. Natuurlijk verwacht ik niet…
Solist Jannes Drop van Kinderen voor Kinderen zong het al in 1991: ”Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd, ‘k loop de hele dag te zingen en te fluiten.¨ In mijn geval klopt dat dus echt! De gekste liedjes komen voorbij, van ‘Leef´ van André Hazes, ´Mien toentje´ van Ede Staal en ‘10.000 redenen´ (opwekking 733) tot ‘Your man´ van Josh Turner.
Allerlei genres dus en ook lang niet allemaal liedjes die in mijn persoonlijke TOP 2000 staan. Waar komen ze toch vandaan en waarom ‘poppen’ ze zomaar op, op de gekste momenten? Met een vader en moeder die ook liefhebbers zijn van muziek en zingen is dat eigenlijk wel te verklaren, denk ik.
Mijn ouders waren nog maar 21 en 22 jaar toen ik werd geboren, dus hoorde ik van kleins af aan altijd de hits van toen. Toen ik iets ouder werd, zaten we op zaterdag met een bord patatjes op schoot naar Toppop te kijken, met Ad Visser en later Bas Westerweel. De radio stond altijd aan of er werden lp´s gedraaid en volop meegezongen. Ook zaten ze allebei in het Hervormd Kerkkoor, dus ook die muziek werd me met de paplepel ingegoten, evenals de psalmen en gezangen in de kerk.
Ook op school speelde muziek een grote rol. Niet alleen het verplichte ´versje´ wat je elke week moest zingen voor een cijfer op je rapport, maar ook de Groningse liedjes van meester Fré. En dat, met de bijbehorende optredens en plaatopnames, zijn wel hoogtepunten van de lagere schoolperiode. Net als de musicals (ja, we deden er 2!) in klas 6.
Daarbij had ik ook nog een tante die bugel speelde in de fanfare; superleuk om naar die concerten te gaan en om haar te zien lopen op straat tijdens de intocht van Sinterklaas of op Koninginnedag. Dat resulteerde in een eigen ‘Concordia-carrière´; van mijn negende tot ongeveer mijn vijfentwintigste speelde ik eerst bugel en later hoorn. De mooiste jaren waren die van de Promsconcerten in de feesttent, ´van klassiek tot pop´…
Dat ik van jongs af aan met verschillende muziekgenres in aanraking kwam, is duidelijk. Dat muziek daardoor een wezenlijk deel van mijn leven werd, is best logisch. Eigenlijk is er geen muzieksoort wat ik niet kan waarderen, alles heeft wel iets moois, maar niet alles past bij elk moment.
Welke muziek ik opzet, hangt vaak ook van mijn stemming af en andersom…
“Het gaat best goed”, zeg ik wanneer mij voor de zoveelste keer gevraagd wordt hoe het met me gaat. En dat vat het ook wel een beetje samen. Naar omstandigheden gaat het goed. De omstandigheden heb ik in een eerdere column wel es beschreven. In maart 2023 kreeg ik de diagnose darmkanker. Een tumor in de endeldarm met uitzaaiingen in longen en lever.
De tumor is inmiddels met groot succes verwijderd en de darm is schoon. De uitzaaiingen in de lever zijn tot twee keer toe operatief weggebrand in het UMCG en het leven leek me weer toe te lachen. Tot ergens eind 2025 toen de oncoloog me vertelde dat er uitzaaiingen waren aangetroffen in de buikvlies. Een dikke tegenvaller die behoorlijk rauw op m’n dakkie viel. Daar bovenop nog de koele melding dat genezen geen optie meer was en dat we vanaf nu mijn leven alleen nog maar kunnen verlengen.
Met een prachtig woord: ik ben Palliatief. Leg deze in Wordfeud en je hebt gewonnen. Het leek er echter op dat ik helaas had verloren. Maar niet de strijd. Onder geen beding ga ik roemloos en als een dood vogeltje in huis zitten om op de man met de zaag te wachten. Vol goede moed en met een enorm portie zelfvertrouwen en humor ben ik voor de tweede keer een chemotraject ingegaan begin februari 2026. Deze chemo zou zwaar zijn met bijwerkingen als enorme vermoeidheid, haaruitval en mogelijk diarree.
Na de eerste 4 kuren was er niets aan de hand. Elke dag gewoon lekker aan het werk en de dagelijkse bezigheden gewoon kunnen uitvoeren. Het gaf me zelfs enorm veel energie om aan het werk te zijn in het MZH en op zaterdag met de jonge honden van Fc Leo 1 op stap te gaan langs de Noord Groninger velden.
De collega’s van de beveiliging zijn een ware steun voor me. Ik kan m’n gang gaan op m’n werk en ze laten me gelukkig allemaal in mijn waarde. Ik word nog gewoon als unithoofd behandeld en we hoeven het niet steeds over m’n ziekte te hebben.
Uiteraard leeft het op m’n werk want elke drie weken moest ik een dag aan het infuus voor de chemo. De kuur mocht zelfs mee naar huis. Als een ware St Bernhardhond hing de chemo van woensdag t/m vrijdag om mijn nek zodat deze langzaam mijn lichaam binnen druppelde. Op vrijdag kwam dan…