Het is een doodgewone zaterdag. De hele dag dreigen de wolken al met hoosbuien en een vileine kou. Van alle dagen deze week, moet het één dag, één avond droog blijven. De avond waarop we naar de meest prestigieuze voorstelling van het noorden gaan. De voorstelling die wat goed te maken heeft, de voorstelling die zich afspeelt in één van de mooiste gemeenten van onze provincie: het Oldambt.
Zummerbühne it is!
De rit richting Winschoten is altijd een feestje voor de zintuigen. Ik heb jarenlang in Oldambt gewerkt en heb mijn hart verpand aan de mensen en de streek. Ik zei altijd: “ik ga naar het oosten, ik rijd de zon tegemoet!”. Het zijn die majestueuze wolkenpartijen, de languitgestrekte graanvelden, de eerlijke mensen en pompeuze landhuizen in een omgeving waarin men gewoon al goed genoeg vindt.
De rode driehoek, zoals de omgeving rondom de dorpen Finnerwol, Beerte en Schanze (Finsterwolde, Beerta en Bad Nieuweschans) in de volksmond genoemd wordt, is al jarenlang het decor voor een klassenstrijd die in 1929 hoogtij vierde. Het was een tijd waarin de rijke herenboeren zich hoog verheven voelden boven de arbeiders, maar de arbeiders terugsloegen en zich verenigden om zo de langste landarbeidersstaking ooit in te gaan.
Vanavond zijn meer dan 1000 bezoekers van heinde en verre afgekomen op “De Graanrepubliek”, gebaseerd op het boek van Frank Westerman, wellicht niet wetende dat de gevolgen van deze klassenstrijd nog steeds voelbaar zijn op het platteland. Het leed dat zich afspeelde in arbeidersgezinnen en het keurslijf waarin de herenboeren zich moesten wringen hebben geleid tot generatietrauma, waarin eigenschappen als trots, vechtlust en bescheidenheid, maar ook opgedrongen beschaafdheid en dominantie soms niet worden (h)erkend vanuit afkomst of achtergrond.
We worden meegenomen in het verhaal waarin koppigheid en trots leiden tot armoede en verdriet en hoogmoed komt voor de val. Met een ploegende akkerbouwer en zich samenpakkende donkere wolken als achtergrond zien we in de gebaande paden van het graanveld en op de drie podia hoe arbeider Ludo het opneemt tegen herenboer Barkhof en zijn gezin.
Er is telkens overal actie waardoor er geen tijd is om je aandacht te laten verslappen. We worden meegenomen in het leven, letterlijk hoger verheven, op de herenboerderij en we voelen de armoede en onmacht in de lager gesitueerde arbeiderswoning midden in het gouden graanveld dat symbool staat voor de omgeving waarin de strijd zich afspeelde.
We zien een opbloeiende, edoch verboden liefde, hoe trots en het Marxisme Ludo verteren en hoe de arrogantie van Boer Barkhof en zijn vrouw zorgt voor tweespalt en overheersing. Met verrassende elementen zoals rook, schaduw versus licht, zang, dans en het overweldigende effect dat muziek kan hebben, ervaren we hoe angst, boosheid, verraad en verdriet een rol spelen tijdens de strijd om gelijkwaardigheid en wordt deze eerste akte naar een hoger niveau getild.
Als we ons afvragen waarom die figuranten allemaal door de paden van het graan sluipen, zijn vervolgens de “oohs en aahs” niet van de lucht als we zien dat dit te maken heeft met de jacht. Hoe bijzonder is het dat na deze scene een groep ganzen gakkend overvliegt, nietsvermoedend als decorstuk gebruikt.
We zien de boodschapper “over” het graanveld bijna zwevend fietsen, we zien de smeekbedes en wanhoop van Ludo tijdens het zoeken van een baan en de gevechten op het station van Nieuweschans tussen de stakende arbeiders en de nieuwe arbeiders uit Duitsland illustreren hoe die tijd geweest moet zijn. Het is wonderlijk, hoe de geschiedenis zich hier, in het graanveld, vol vuur, herhaalt. Het is geniaal hoe alle technische effecten complementair zijn aan de natuurlijk omgeving.
In de pauze lopen we ietwat gedesillusioneerd rond op het horecaplein. Er staat een rij bij de toiletten, uit moderne speakers is een ander soortige muziek te horen en er heerst een lichtvoetige sfeer. Dat voelt niet goed, aangezien ik met mijn hoofd nog bij het wrange verhaal ben.
Na de pauze zoeken we onze plekken weer op en probeer ik me weer onder te dompelen in dat verhaal. Het lukt me niet goed, niet zoals eerder. Het einde is er te snel. De vertelster ontpopt zich ineens als familielid en raakt verwikkeld in een loyaliteitsconflict, waardoor haar rol verandert. Waar voor de pauze meer tijd genomen werd voor achtergrondverhalen, lijkt het nu alsof er met een rotgang een afronding plaats moet vinden.
Maar, wellicht komt dit in de buurt van de werkelijkheid destijds en is het de bedoeling van de regisseur dat we het zo ervaren. Immers, na de lange strijd en de staking was het geld op en werd het tijd om te herijken. Er moest toch brood op de plank komen en er waren veel verliezen te betreuren.
Het raakte me diep toen alle figuranten in hun gewone kloffie op het eind her en der plaatsnamen in het graandecor en met zang en muziek de boodschap brachten dat íedereen er mag zijn, van welke afkomst je ook bent. Teruglopend naar de parkeerplaats, gesitueerd op een weiland, midden tussen het eerder, in juli geoogste graan, zijn we nog danig onder de indruk en is onze conclusie dat er alleen maar verliezers waren in deze strijd.
Met de trotse Lenin in de achteruitkijkspiegel nemen we een aantal lessen mee voor in ons eigen leven, waarin trots samen mag gaan met bescheidenheid en hoogmoed leidt tot individualisme en verraad.