Er komt een moment waarop je je voetbalschoenen voor de laatste keer aantrekt. Voor mij was dat geen onverwacht afscheid; ik wist dat het écht de laatste keer zou zijn. Na jarenlang met veel plezier op het veld te hebben gestaan, dwong een blessure mij om een punt achter mijn actieve voetbalcarrière te zetten.
Dat voelde vreemd. Jarenlang draaiden de zaterdagen om wedstrijden, de kleedkamer, de derde helft en alles wat daarbij hoort. De laatste wedstrijd van het seizoen 2025-2026 mocht ik nog even tien minuutjes opdraven tegen Middelstum, om vervolgens weer gewisseld te worden. Het zat er definitief op.
Wat begon als een jochie van een jaar of 5, die na het behalen van zijn zwemdiploma op voetbal mocht, eindigde op 43-jarige leeftijd in een veteranenteam. En wat voor een team. En als ik binnen mijn team van Stedum 3 om me heen keek, dan hadden daar opzich nog wel wat jaartjes bij opgeteld moeten worden, ik was het nog lang niet zat. Want met meerdere zestigers heb ik binnen de lijnen mogen staan. Het is niet anders, als artsen adviseren om te stoppen omdat klachten alleen maar verergeren, dan zet je de eigenwijsheid op zij.
De liefde voor het amateurvoetbal bleek hier echter niet te stoppen bij het einde van mijn spelersloopbaan. In oktober 2025 was ik voor het laatst écht actief binnen de lijnen totdat ik besloot dat het niet meer langer kon.
Toch begon mijn betrokkenheid bij het verenigingsleven al veel eerder dan het einde van mijn spelersloopbaan. Inmiddels beleef ik het voetbal vanuit een heel ander perspectief. Niet meer als speler, maar als bestuurslid van de vereniging in het dorp waar we nu wonen: Ten Boer.
Toen we daar in 2010 kwamen wonen, duurde het maar even voordat ik benaderd werd om als vrijwilliger actief te worden bij Omlandia. Het leek mij een mooie manier om mijn nieuwe dorpsbewoners te leren kennen en zo er een beetje tussen te komen.
Met toenmalig voorzitter Wim Bathoorn dronk ik op een doordeweekse avond een kop koffie om eens aan te horen wat ik voor de club kon betekenen. Ik zat zelf te denken aan zo af en toe een wedstrijdje fluiten of wellicht een bardienst te draaien. Maar Wim had andere ideeën en schotelde me twee voorstellen voor. Ik kon óf voorzitter van de PR-commissie worden óf secretaris in het hoofdbestuur.
Ik verslikte me nog net niet in mijn slok koffie en gaf vervolgens aan dat ik wel met een ietwat ander idee de weg naar de bestuurskamer had ingezet. Dat begreep hij en hij gaf me twee dagen bedenktijd. Hij wist het in ieder geval mooi te brengen.
In ons gesprek gaf ik al aan geen commerciële vaardigheden te bezitten en dus het voorstel van het voorzitterschap van de PR-commissie naast me neer te leggen, maar wel wilde nadenken over de overname van het secretariaat.
Het kostte allemaal niet zoveel tijd volgens hem. “We vergaderen maar twee keer in de maand”, zei hij. De rest kan gewoon vanuit huis gedaan worden. Dat leek dus te overzien en zo belde ik hem twee avonden later op met de mededeling dat ik wel secretaris wilde worden. Niet wetende dat het allemaal iets meer tijd ging kosten dan door hem geschetst…
We zijn nu zo’n 15 jaar verder en sindsdien ben ik naast secretaris in meerdere vrijwilligersfuncties actief geweest binnen Omlandia. Na het secretariaat volgde uiteindelijk toch een rol in de PR-commissie, werd ik jeugdtrainer (want als je zoon gaat voetballen kun je die vraag verwachten) en hield ik me bezig met de kleding binnen de vereniging.
Stuk voor stuk dankbare taken. Sinds begin 2026 bekleed ik de rol van secretaris weer, toen bleek dat mijn voorganger door gezondheidsproblemen wilde stoppen. De keuze om ja te zeggen op de vraag of ik deze taak weer wilde oppakken werd makkelijker, omdat actief voetballen niet meer lukte. En omdat er een leuke club medebestuursleden reeds actief was.

In al die verschillende rollen in de afgelopen jaren heb ik ingezien hoeveel mensen zich, vaak onzichtbaar, inzetten om iedere zaterdag weer mogelijk te maken. Dat verdient nog veel meer waardering als de doelpunten op het veld. Iedere ochtend loopt er bijvoorbeeld een ‘ochtendploeg’ van gepensioneerde mannen op en rond de velden. Vol hartstocht en liefde voor de club zorgen zij dat alles er spik en span uitziet op het sportpark.
In de afgelopen jaren is het steeds lastiger geworden om voldoende vrijwilligers te vinden. Een geluid dat niet alleen binnen de vereniging bij ons in Ten Boer te horen is. Bij vrijwel iedere amateurclub speelt hetzelfde vraagstuk.
Tegelijkertijd lijkt het alsof veel mensen het als vanzelfsprekend beschouwen dat alles op zaterdag geregeld is. Dat de kantine open is voor een kop koffie, een broodje bal of dat pilsje in de derde helft. Dat er een scheidsrechter klaarstaat om de wedstrijd in goede banen te leiden. Dat de velden zijn gekalkt, de kleedkamers schoon zijn en de wedstrijden volgens planning verlopen.
Maar niets daarvan gebeurt vanzelf. Achter iedere wedstrijd staan tientallen vrijwilligers die hun vrije tijd investeren in de club. Vaak zonder daar iets voor terug te verwachten, behalve het plezier van de spelers en supporters.
Het gevolg is dat er steeds opnieuw een beroep wordt gedaan op dezelfde groep betrokken mensen. En hoe graag zij zich ook inzetten, die rek is niet oneindig. Als de lasten op de schouders van een kleine groep blijven rusten, ontstaat het risico dat mensen afhaken. Niet omdat de betrokkenheid verdwijnt, maar omdat het simpelweg te veel wordt.
Juist daarom zou het mooi zijn als meer leden en ouders zich af en toe afvragen: wat kan ik bijdragen? Vrijwilligerswerk hoeft echt niet te betekenen dat je iedere week op de club bent. Wat ik echt moeilijk te begrijpen vind, is dat er ouders zijn die principieel weigeren om één bardienst per seizoen te draaien als ze daarvoor ingepland worden, terwijl zij er wél iedere week op rekenen dat anderen hun vrije tijd opofferen zodat hun kinderen kunnen sporten.
Dat er een trainer klaarstaat, een scheidsrechter op het veld staat, de kantine open is en de wedstrijden georganiseerd zijn. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Dat is het resultaat van de inzet van vrijwilligers die keer op keer hun vrije tijd beschikbaar stellen. Misschien is het goed om je dan eens af te vragen: als al die vrijwilligers dezelfde keuze zouden maken, zou jouw kind dan volgende week nog kunnen voetballen?
Als we allemaal een klein beetje bijdragen, hoeft niemand een grote last te dragen. Eén bardienst per seizoen of af en toe een andere vrijwilligerstaak lijkt misschien een kleine bijdrage, maar voor een vereniging maakt het een wereld van verschil. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: dat onze kinderen iedere zaterdag met plezier kunnen sporten bij een club waar alles goed geregeld is.
Dat kan alleen als we daar samen onze verantwoordelijkheid voor nemen. Een voetbalvereniging is nu eenmaal een vrijwilligersbolwerk. Zonder vrijwilligers is er simpelweg geen vereniging. En het is ook nog eens heel leuk en dankbaar om iets voor de club te betekenen. Je leert ook nog eens een heleboel andere leuke mensen kennen.
Voor mij was het simpel: Je kunt stoppen met voetballen, maar je hoeft nooit te stoppen met van voetbal houden. Soms trek je voetbalschoenen aan, soms een trainersjas en soms schuif je aan de bestuurstafel. Uiteindelijk doe je het allemaal om dezelfde reden: ervoor zorgen dat de volgende generatie net zoveel plezier beleeft aan het spel als jij zelf jarenlang hebt gedaan.
Mijn voetbalhart zal altijd geel-zwart blijven. Bij Stedum liggen herinneringen die niemand mij meer afneemt. En ook daar zal ik zo af en toe een wedstrijdje gaan fluiten. Maar ik loop niet voor niets inmiddels zo’n 15 jaar bij Omlandia rond. Juist daarom gun ik iedere vereniging – of dat nu Stedum, Omlandia of welke club dan ook is – voldoende mensen die bereid zijn hun schouders eronder te zetten. Want uiteindelijk zijn we allemaal onderdeel van hetzelfde amateurvoetbal.