Ik zit aan een picknicktafel. Bij een kruispunt. Hoe ik er ben gekomen, weet ik wel. Op de fiets. Mijn fiets staat namelijk naast mijn picknicktafel. Maar waar mijn picknicktafel staat, is voor mij wel echt een raadsel. Ik kijk even naar achteren. Ah! Een ANWB-bord met richtingen erop. Schimmert 2 km. Nuth 6 km. Maar ja. Het zegt nog niet waar mijn picknicktafel precies staat.
Vanmiddag heb ik mijn fiets gepakt. De ondersteuning op standje Tour gezet en ik ben gaan trappen op de pedalen. Puur op mijn gevoel mijn stuur, mijn versnellingen en remmen bediend. Hier een keer naar links. Daar een keer naar rechts. Een heuvel op. Een heuvel af. Soms per ongeluk een doodlopende weg ingedoken. Gewoon even terugschakelen, remmen en weer omkeren. En weer door.
En dat voor vele kilometers lang. Aangezien ik wel aardig analytisch ben, heb ik, van tevoren, wel even bedacht welke richting ik op wilde. Ik moet natuurlijk ook weer terugkomen bij het hotel. Helemaal op de bonnefooi gaan fietsen, lukt mij net niet helemaal namelijk. Wel wat zekerheden inbouwen en weten wat ik onderweg kan gaan tegenkomen. Eventuele obstakels inzichtelijk hebben. Aard van het beestje zeg maar. Maar vele kilometers gewoon gaan. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Zolang het gevoel maar goed is. En zie daar. Mijn picknicktafel. Schimmert op 2 km afstand. Nuth op 6 km afstand.
Ik kijk even om me heen. De omgeving is niet heel bijzonder. Ik heb wel een veel mooiere plek weten te bereiken, bedenk ik mij nu. Hier aan mijn picknicktafel. Een route gereden waarbij iedere trap op de pedalen goed, raak en meer dan de moeite waard was. Waarbij iedere rem- en stuurbeweging de juiste was. Waar iedere afdaling en beklimming met speels gemak werd aangegaan en bedwongen. Gewoon omdat alles enorm goed aanvoelde. Uiteindelijk een plek weten te bereiken waarvan je alleen maar kan denken: “Wauw”. Waar geen houten picknicktafel staat maar meer een warm bad bij wijze van spreken. Echt mooi.
Welke route er dan gereden moet worden en waar dat plekje precies is, ga ik niet delen denk ik. Sorry daarvoor. Ik ben niet zo van het massatoerisme namelijk. Ik zit toch liever alleen in dat warme bad zeg maar.
Maar probeer dat zelf ook eens. Gewoon echt je gevoel volgen. De mooiste plek is misschien dichterbij dan je denkt en staat daar ook een lekker warm bad op je te wachten in plaats van een houten picknicktafel. Pak gewoon je fiets. Trappen, sturen, schakelen en remmen maar. Je gaat de mooiste dingen zien en ontdekken. Dat weet ik zeker.
Ik tik Google Maps aan op mijn telefoon. Ah! Mijn picknicktafel staat in Groot Haasdal. Nog nooit van gehoord. Mijn analytisch brein gaat wel weer aan het werk, merk ik nu. Een dal met een Grote Haas? Het zal toch niet? Maar goed. Daar staat mijn picknicktafel dus. In Groot Haasdal. Nog maar 5,6 kilometer terug naar mijn hotel.
Mijn gevoel was dus helemaal juist onderweg naar mijn picknicktafel. Ik zet de ondersteuning van mijn fiets op standje Turbo en duik het diepe dal in. Maar wel met mijn beide handen heel dicht bij de remmen. Toch even wat zekerheden inbouwen. Er kan namelijk een Grote Haas lopen in het dal. U weet wel. Daar vlakbij mijn picknicktafel