Levensverhalen

Ik zal een jaar of 16,17 geweest zijn toen ik vanaf de bus terug naar de G.A.-straat liep, de schooltas losjes over de schouders bungelend. Ter hoogte van het Groene Kruis gebouw kreeg ik ons huis in het vizier. Ik knipperde een paar keer met mijn ogen, zag ik dat nou goed? Over de nok van het dak, acht/negen meter boven de begane grond, zag ik zwager Marten nonchalant balanceren van de ene naar de andere schoorsteen. Even later zal hij vast tegen schoonpa Koster gezegd hebben dat hij of zijn schoorstenen moest laten schoonmaken of dat hij zelf al wat rommel had weggehaald. Dit voorval vat hem direct goed samen: behulpzaam, avontuurlijk ingesteld en voor de duvel niet bang….. Ik heb niet heel veel herinneringen meer aan mijn jonge jaren in Westerwijtwerd. Wel weet ik nog dat ik er altijd als de kippen bij was wanneer er aan de voordeur werd aangebeld. Regelmatig stond er een jongeman voor de deur, vaak kwam die voor Aukje. Maar Marten was anders. Marten had een motor. En een keer nam hij nog een tweede helm mee en mocht ik bij hem achterop. We scheurden over ‘Zwartlap’ richting spoor. Daar aangekomen legde hij een steentje op de rails: ‘We laten de trein ontsporen!’, zo sprak hij geestdriftig. Ik scheet ongetwijfeld zeven keren stront en was maar wat blij dat de trein ongedeerd voortraasde…… Marten en Aukje gingen op Doord wonen en ik was daar vaak te vinden want je kon er in de tuin zo lekker voetballen. Marten was druk bezig met allerlei verbouwingen en toen ik een keer naar binnen wilde stappen, stopte hij met boren: ‘Voel es’, zei hij en ik pakte de ijzeren boorstaaf vast. Niet veel later stond ik met mijn vingers onder de koude kraan maar dat hield de brandblaren niet tegen. Aukje hels natuurlijk maar Marten antwoordde droog. ‘Dat doet hij nooit meer!’. Aldus geschiedde…. Ergens in de nachtelijke uurtjes van uitgaanscentrum The Rising Sun vond ik later mijn ultieme revanche. In de pauze van een optreden van The Music Boys werd er een lekker pogo-nummertje gedraaid en ook mijn zwager waagde zich op de dansvloer. Na een stevige schouderduw van mijn kant was ik hem maar zo kwijt in de menigte. Niet veel later zag ik hem verbouwereed liggen achter het drumstel van broer Peter waar hij overheen gestruikeld was….. Wat een ‘bunzel’ zeg, die zwager…
Zeer tegen mijn gewoonte in stap ik zondagmorgen al om half negen achter mijn PC. Ik kan er niets aan doen. Na het lezen van het prachtige verhaal van Erik Hulsegge kan ik mij niet meer inhouden. Het verhaal wat zich in de afgelopen dagen in mijn hoofd gevormd heeft moet er gewoon uit en kan niet wachten tot medio deze week. Ik doe boven de radio aan. Op Noord draaien ze net De Roos van Wia Buze ter nagedachtenis aan Meindert Schollema….. Woensdag werd Middelstum opgeschrikt door gierende sirenes die onderweg waren naar de Burchtstraat. Naar het huis van Schollema. Waar Meindert getroffen was door een hartstilstand. Middelstum hield haar adem in. De berichtgeving in de dagen erna van beide zoons was weinig hoopgevend. Maar in de geest van Meindert werd er zaterdagmorgen ‘gewoon’ gevoetbald op het prachtige sportpark in Middelstum. Het park dat onze voorzitter een maand eerder nog vol trots geopend had. Rond elven kwam het bericht waarvan je wist dat het niet lang meer op zich zou laten wachten. Ik zal dit moment niet snel meer vergeten. Er ging een schok over het sportpark, we waren verslagen. De jeugdwedstrijden werden uitgespeeld, de seniorenwedstrijden in de middag ter plekke afgelast. De voetbalkantine zou van 15.00 tot 17.00 uur open zijn om dit met elkaar te verwerken…. Het was even na half vier toen vicevoorzitter Boskamp het woord nam. Halverwege zijn relaas zagen we twee belhamels de Hippolytushal binnen komen. De beide jongens van Schollema verontschuldigden zich voor het storen en vroegen of ze ook welkom waren. Even later stonden ze in het al hun kwetsbaarheid te vertellen over de laatste dagen met hun vader en onze voorzitter. Kippenvel in het kwadraat. Gelukkig zijn we nog lang niet van de Schollema’s af in onze club. Pieter vertelde nog een prachtige anekdote over zijn zoon die uiteraard ook voetbalt bij onze club en regelmatig met het vierde meegaat om zaken te regelen en de wedstrijd van commentaar te voorzien. In al zijn verdriet had hij bedacht dat hij vrijdag a.s. ook nog iets zou moeten zeggen. Gelukkig zijn we nog lang niet van de Schollema’s af….. Maar het was goed en mooi dat beide zoons er waren. Zeker ook voor een hulpverlener die aanwezig was en die er mede voor gezorgd heeft dat de familie nog enige dagen quality-time met Meindert kreeg….. Het was juni 2016 dat ik een…
Het was een prachtige junidag in 2018 toen ik op een morgen al om 05.30 uur op mijn fietsje stapte waardoor ik rond 06.30 uur in Garnwerd was. Daar genoot ik aan het water voor Café Hamming van mijn watertje en een plakje brood waarna ik weer fris en opgewekt verder kon. Groot was de wederzijdse verbazing toen ik oud-collega Wietse tegenkwam in de auto. Hij had een goede reden om er te zijn. Wietse woont immers in Garnwerd en was op weg naar het werk, naar Vast Banket. Na even over koetjes en kalfjes gepraat te hebben, volgde de vraag of ik het al gehoord had. Dat ik niet moest schrikken. Want het was een week er voor net bekend geworden dat Garmt ernstig ziek was. ‘De hele fabriek is er ontdaan van’.  Ook Garmt was slachtoffer geworden van die verschrikkelijke k-ziekte. En wel eentje met een niet al te lange levensverwachting….. Het was nog steeds een prachtige dag maar mijn mindset was anders geworden. De rest van de dag schoot de trieste mededeling herhaaldelijk door mijn hersenpan. Dat ergens niet heel ver weg een bom was ingeslagen. Garmt was net als ik een jonge hond toen we bij de koekjesfabriek begonnen. Bij mij lag de connectie er via broer Wiebrand die kameraad was met een van de directeuren. Garmt was de zoon van chauffeur Gerrit en kreeg via die weg ongetwijfeld een warme aanbeveling. Aanvankelijk hadden we niet veel met elkaar van doen. Garmt werkte in de inpakafdeling en ik in de bakkerij en dit waren toen nog twee gescheiden werelden. Maar op personeelsfeestjes raakten we wel eens aan de praat. Beiden hielden we wel van de gezelligheid en dus vonden we elkaar wel eens aan de bar onder het genot van een biertje. Toen ik op het bedrijfsbureau terechtkwam werden de contacten wat intensiever. Ik mocht graag met een nieuwe planning bij hem langs gaan. Waar andere lijnchefs nog wel eens kritische vragen stelden of een klaagzang afstaken, ging Garmt er blijkbaar vanzelfsprekend vanuit dat er goed over de te draaien volgorde en de ingeplande orders was nagedacht. Ook spoedorders waren geen probleem. ‘Dat regel ik veur die!’ En weg was hij al om nieuwe folie en etiketten op te halen. Later was hij zelfs tijdelijk op het bedrijfsbureau werkzaam, waarom en waarvoor weet ik niet eens meer. Rustig en onverstoorbaar ging hij altijd zijn gang. Tussendoor…
En de dag begint nog wel zo mooi. De zon schijnt en tijdens het weerbericht hebben ze het over 14 graden aankomend weekend. Eindelijk, binnenkort ruim baan voor de eerste lentestralen! Dat de pensionadogast van die dag verhinderd is mag de pret niet drukken. Daartegenover staat een geslaagde Facebookactie die zowel mijn werkgever als mijn eigen persoontje tot tevredenheid stemt. ‘Zet hem op vandaag. Mooi weer, misschien daardoor veel inspiratie Bertus, moi!’ Tot zover ons WhatsApp-gesprekje. Wie weet inderdaad wat de dag van vandaag weer voor inspiratie zal brengen. Via wat ditjes en datjes kom ik gaandeweg de ochtend tot de conclusie dat het brood op is. Na een bezoek aan mijn ouders in het Hippolytushoes vervolg ik mijn weg om deze schaarste te verhelpen… Onderweg kom ik een oud-klasgenoot tegen. Oud is hij zeker nog niet, we zijn immers van dezelfde leeftijd. In het achterhoofd begint er al iets te dagen wanneer ik hem druk aan het zandkruien zie. Normaalgesproken zou hij nu aan het werk moeten zijn. Maar ik heb al eens gehoord dat het niet heel goed met hem gaat. En na wat over koetjes en kalfjes gepraat te hebben, gooi ik hem dit ook voor de voeten. Zo in het mulle zand. Of eigenlijk begint hij er zelf over. Dat hij vanmiddag naar de bedrijfsarts moet. Een mooie voorzet om te vragen wat er met hem aan de hand is. Mijn bange vermoedens worden bewaarheid. Hij is al anderhalf jaar bij huis. Aanvankelijk met veel drukklachten in het hoofd in combinatie met hoofdpijn. Dit leidde op den duur tot uitvalsverschijnselen. Werken lukte niet meer. Een intensief gesprek bezorgt hem 3 dagen hoofdpijn. Maar zijn relaas is helaas nog niet afgelopen. Er is beenmergkanker bij hem geconstateerd. Binnenkort moet hij aan de chemotabletten. Liever niet natuurlijk, want de bijwerkingen zijn behoorlijk vervelen. Maar wat voor keus heeft hij? Hoe het verder gaat en wat zijn levensverwachting is dat weet hij niet… Ik prevel iets van ‘Wat ja kloten!’ en ‘Een verkeerd levenslootje getrokken!’. Een uitspraak die ik ooit wel eens gehoord heb en deze dooddoener is in dit geval een understatement. ‘Moar dust der niks aan’, zo vervolgt hij. Onlangs is hij vader geworden en de 2e is op komst. ‘Dat is dan wel weer mooi want door die pillen word je onvruchtbaar. Dan is dit een mooi wonder!’ Een prachtig lentestraaltje inderdaad die ijlings doorbreekt door…
In de loop der jaren heb ik heel wat verhalen over mijn ouders op de website geplaatst. Terloops kwam wel eens een naam van een broer of zus voorbij. Maar een echte verdieping ontbreekt. Beschamend, in mijn ogen. Vandaar dat ik het vandaag goed probeer te maken. Want toen mijn ouders in 1955 een kruidenierszaak in Westerwijtwerd overnamen, opende dit ook nieuwe deuren naar een nieuw gezin. Voor 1964 hadden zich al vijf nieuwe Kostertelgen aangediend…. Gerda Dat begon in 1956 met de geboorte van Gerda. Zij ging jong het huis uit om de verpleging in te gaan. En ze is de enige van ons zessen die de provincie verlaten heeft. Via Delfzijl en Appingedam volgde in de tachtiger jaren een verhuizing naar het Limburgse Hoensbroek waar de van oorsprong Steemer Ritzo van Leeuwen zich van chauffeur om liet scholen naar boekhouder en administrateur. Uiteindelijk vonden ze hun rust in het Drentse Roden. Ik denk dat ik het onzekere van Gerda heb overgenomen die dat ongetwijfeld weer van pa geërfd heeft. Zaken moeten volgens de geijkte paden gaan, zonder al te veel poespas. Maar als er iets in huize Koster gebeurt dan is Gerda vaak de eerste die belangstellend aan de telefoon hangt. Aukje Binnen dertien maanden diende op de laatste dag van 1957 zuster twee zich aan. Aukje is misschien wel een kopie van moeke. Bergen werk werden en worden vol overgave verstouwd. Ook zij ging de verpleging in maar vond op Toornwerd haar geluk in een prachtig huis met geweldig uitzicht op Middelstum. Met Marten ‘Tuke’ van Dijken aan haar zij werd al snel een groot gezin gesticht. Wanneer er op organisatorisch gebied wat geregeld moet worden binnen de familie dan komen we vaak automatisch bij Aukje terecht. Ze fungeert als een soort van pater familias dus. En durfde het nog een tijdje aan om pa en moe in huis te nemen toen moeder snel minder werd. Maar dit bleek net even een brug te ver te zijn… Wiebrand Is vanuit het websitegebeuren misschien bij u wel de bekendste Kostertelg. De voorzitter van de Club van 55 dus, eigenhandig opgericht. De man met de verhalen en de praatjesmaker binnen onze club. Geen wonder dat hij vertegenwoordiger is geworden. Vol vuur worden dagelijks duizenden koekjes verkocht. Met Wiebrand deel ik een roemrucht stap- en voetbalverleden. Die anekdotes die toen in zijn kwajongensjaren werden opgedaan, worden op verjaardagen op gezette…
Achteraf gezien is 21 oktober 1931 een heel belangrijke dag voor de familie Koster geweest. Alleen wisten we dat toen nog niet. Dit was de dag dat Jurriena van Gennep in Winneweer ter wereld kwam. Als kind nr. 4 van het gezin Gerrit van Gennep en Henderika Lambertha Gelderloos. Een gezin dat in hun hoogtijdagen maar liefst uit elf personen bestond. Moeder vond het gezellig thuis met zoveel broers en zusters om haar heen maar het was ook armoedje troef in de oorlogsjaren. Doorleren was er dan ook niet bij voor haar. Er moest brood op de plank komen. En dus ging moeder na de lagere school afgerond te hebben in betrekking. Ze heeft bij verschillende gezinnen gewerkt. Dichtbij huis in Winneweer maar ook verder weg zoals bijvoorbeeld in de wijk Helpman in Groningen. In 1949 nam haar leven een drastische wending. Tijdens een jeugduitwisseling met de kerk van Onderdendam maakte ze kennis met kruidenierszoon Bertus Koster. En die had zijn oom en tante, waar Jurriena logeerde in dat weekend, plechtig beloofd goed op haar te passen. Dit deed hij met zoveel verve dat hij haar hartje veroverde. En tenslotte ook die van zijn aanstaande schoonvader, die met lede ogen de gedroomde transfer naar de vrijgemaakte kerk zag afketsen toen Jurriena van Gennep definitief koos voor de gereformeerde…. Dit leidde in 1955 tot een huwelijk in Bedum dat uiteindelijk ruim 61 jaar stand zou houden. Westerwijtwerd werd hun standplaats voor de komende 24 jaar. Daar zetten Bertus en Riena de kruidenierstraditie van Kosters kant door. Het zouden twintig drukke jaren worden met in totaal zes kinderen waarvan vijf binnen zeven jaar. Lopendebandwerk dus en in combinatie met een drukke winkel, heden ten dage niet meer voor te stellen dat dat überhaupt in Westerwijtwerd kon, waren het hectische jaren. Zakelijke en familiaire succesjaren dus totdat in 1975 het leven opnieuw een dramatische wending nam toen er bij moeder paratyfus werd geconstateerd. Na een langdurige ziekenhuisopname wachtte nog een zeer onaangenaam bericht. De gemeente Middelstum gelastte de familie Koster op basis van een stoffig wetje uit ver vervlogen tijden dat de kruidenierszaak Koster gesloten moest worden. Iets waarover onze moeder zich lange tijd schuldig heeft gevoeld…. Gelukkig vond pa al vrij snel weer ander werk. Maar de winkelherinneringen bleven, het was tijd voor een nieuwe stap. In 1979 werd de Dorpsweg in Westerwijtwerd na 24 jaar ingeruild voor de G.A.-straat in Middelstum.…
Twee keer per week ga ik even naar pa toe in het Hippolytushoes. Drie hoog op kamer 316 met een mooi opzicht op de Hamsterborg en de ingang van het Middelstumer bos. Vaak even vlak voor en na het weekend. Lange visites zijn het nooit, na een half uurtje ga ik weer naar huis. Vader en zoon zijn niet de grootste praters en zo veel beleven we nu ook niet in een paar dagen tijd. Af en toe neem ik een uitwerking van een interview mee of een column wanneer ik denk dat pa de persoon in kwestie wel kent of wanneer ik denk dat het onderwerp hem interesseert. Laatst nam ik het verhaal mee dat ik geschreven had n.a.v. het bezoek aan moe haar graf. Als altijd slaat pa na ontvangst direct aan het lezen. Het is alsof hij de wereld om hem heen vergeet. Doet niets, hij had de Jinek uitzending van de vorige avond er voor en die had ik niet gezien. Even later zaten we beiden in ons eigen wereldje. ‘Mooi hoor’, zei pa toen hij mij het A4-tje terug gaf. Hij was zichtbaar ontroerd. Snel ging zijn hand naar zijn gezicht om het verdriet te markeren. Wat moet het gemis van moe groot zijn. Ik slik even. Mijn eigen herinneringen gaan terug naar februari 2009. Toen werkte ik nog bij Vast Banket en op een vrijdagmiddag hoorde ik op de nieuwe rondweg de sirene van een ambulance. Niet veel later kreeg ik een telefoontje van Aukje dat pa hierin lag, hij had een hartaanval gehad. Toen herstelde hij snel van deze aanval. Niet veel later kreeg hij echter een herseninfarct. Die gevolgen hadden veel meer impact en pa moest revalideren in een verzorgingstehuis in Groningen. Het rampjaar 2009 werd overigens afgesloten met een maagbloeding….. Dat was het begin van het einde. Voor die tijd fietste pa alsof het een lieve lust was. Drie keer daags werd de fiets gepakt voor een ruim rondje door de prachtige omgeving. Eerst even Oosterburen door om te kijken hoe de gewassen er bij staan. Vaak even een praatje met de boeren Anema of Bos. Na de koffie thuis gevolgd door een volgend rondje Huizinge of Westerwijtwerd. En na het middageten vaak nog weer een rondje Oosterburen. Dagelijks werden met gemak veertig of vijftig kilometer weggetrapt. En niet in een rustig tempo hoor. Met één hand op de rug werd…
Ik was net achttien toen ik voor het eerst achter het stuur van een auto stapte. Rijschoolhouder Cor Vriesema pikte mij van school op en dropte mij in een rustig straatje in een buitenwijk van Groningen achter het stuur. Autorijlessen nemen was niet iets waar ik mij op verheugde, ik zag het meer als een noodzakelijk kwaad. Ik ben niet zo van het gemotoriseerde en hoge snelheden. Een brommer was aan mij dan ook niet besteed. Gelukkig kende ik Cor al wel want hij kwam regelmatig tijdens verjaardagen bij ons thuis. Volgens mij hebben al mijn broers en zussen ook rijlessen van hem gehad en als je dat dan vijf keer succesvol gedaan hebt in een kleine tien jaar tijd dan word je vanzelf een huisvriend…. En dus kwamen Cor en Corrie regelmatig langs. Cor herinner ik mij als een vrolijke en vriendelijke man, altijd in voor een grapje. Hij wist mij dan ook al vrij snel op mijn gemak te laten voelen achter het stuur. De stad Groningen werd de eerste vier lessen angstvallig vermeden, we tuften lekker ontspannend over het mooie Hogeland. In dezelfde tijd zal ik ook ongetwijfeld theorielessen van hem gehad hebben. Deze werden bij mijn weten in de bovenzaal van café Grommers gehouden. Voor een proefexamen gingen we wel naar Ten Boer, waar Cor zijn thuishaven had. Het was best wel een bijzondere tijd, bedenk ik mij nu. Wekelijks een uurtje met Cor op stap. Na de HAVO ging ik naar het Van Hall Instituut, studierichting milieukunde. Cor hield zeker van een grapje op zijn tijd, er ging geen les voorbij of de nieuwste moppen vlogen door de ether. Aan mij dan de uitdaging om mijn koppie bij het verkeer te houden. Maar Cor was ook altijd in voor een serieus gesprek, de actuele politiek werd met alle soorten van gemak meegenomen. En dus viel er met hem ook wel te sparren over de toestand in de wereld en werden milieukundige discussies niet vermeden….. Het jaar vloog dan ook voorbij. Gaandeweg kreeg ik toch steeds meer grip op het verkeer en dus mocht ik na een les of dertig mijn rijexamen aanvragen. Theorie was voor mij niet zo’n probleem, daar slaagde ik in een keer voor. De praktijk was iets anders. De tip van Cor om goed op de spiegels te letten en af en toe ook even over de schouder te kijken naar wat…
  Het was de eerste zaterdag van mijn vakantie toen ik op mijn fiets stapte, zonder vastomlijnde bestemming voor ogen. Via Fraamweg fietste ik tussen de landerijen door naar Bedum om vervolgens via Westerdijkshorn linksaf te slaan. Ik kwam terecht op de Stadsweg naar Onderdendam. Op de Stadsweg ontspon zich de gedachtespinsel om nog even op het kerkhof te kijken dat zich aan dezelfde weg even buiten Onderdendam bevindt. Een enkele keer heb ik wel vaker zo’n bevlieging. Noem het een moment van bezinning in combinatie met een zoektocht naar mijn familieroots. Drie weken later zou ik er weer naar toe gaan. Pa wilde er ook nog wel even kijken. Hij liet mij het graf van zijn opa en oma zien. Die was mij bij mijn weten nog niet eerder bewust opgevallen. Ook het grafje van zijn op heel jonge leeftijd overleden zusje had ik nog niet eerder gezien. Het dubbelgraf van mijn opa en oma wel. Ik moest aan een foto van een familieportret van de familie Koster denken die in de jaren ’50 moet zijn genomen. Toen ik hem eens op de Levensboekpagina plaatste kwam er een opmerking over. ‘Vrolijke boel toen’. Ergens klopt dit ook wel. Op de foto werd bijna niet gelachen. Ik ga even terug naar die tijd, de verhalen heb ik via overleveringen gehoord. Opa had een kruidenierswinkeltje in Onderdendam. Het was in de aanloop naar, tijdens en net na WOII geen vetpot. Het was de tijd waarin mijn vader opgroeide. Een in meerdere opzichten zorgelijke tijd. Want opa was manisch depressief. Tijdens zijn hoogtijdagen kon hij de hele wereld aan. Maar o wee wanneer hij de keerzijde van de medaille bereikte. Dan moest hij behandeld worden in Zuidlaren, dat was zeker geen pretje. En toen kon het maar zo gebeuren dat mijn vader op 14-jarige leeftijd de zorg voor de winkel kreeg. En eigenlijk ook voor het gezin, bestaande uit 8 kinderen. Wat een zorg eigenlijk, op die leeftijd. Oma had het er ook zwaar mee. Toen ik het levensverhaal van mijn vader optekende, kwam ik er achter dat zij ook voor langere tijd in een rusthuis is opgenomen….. Mijn opa heb ik nooit gekend, hij overleed in 1959. Als ik aan oma denk, komt opeens een spaarzame herinnering uit Westerwijtwerd boven. Ik vond het gemeen dat oma mij niet liet winnen met ‘Mens erger je niet’. Ik liep boos weg om mij…
Het was donderdagmiddag 24 maart 14.00 uur toen het nieuws opende met de kille mededeling dat Johan Cruyff op de leeftijd van 68 jaar was overleden in zijn woonplaats Barcelona. En ik maar denken dat hij met 2-0 voorstond tegen de gevreesde ziekte. Kanker is helaas nog net zo grillig en ongrijpbaar dus als een spelletje voetbal. Omdat ik het nog niet helemaal kon geloven, schakelde ik over op het Twittermedium waarbij mijn tijdlijn ontplofte met het tragische nieuws. Niet veel later zat ik beneden aan de buis gekluisterd. Wat zijn er de afgelopen dagen een beelden verschenen zeg van deze ongelooflijke voetballer. Ik verkeerde de laatste tijd in de veronderstelling dat Messi de grootste voetballer is die onze geschiedenis heeft voortgebracht. Maar na zoveel schitterende voetbalacties van Cruyff begin ik toch te twijfelen. Niet alleen prachtige goals maar ook geweldige voorzetten en steekpassjes met buitenkantje recht passeerden de revue. Mijn eerste herinneringen aan Cruyff stammen uit 1981. Negen jaar was ik en in 1980 had ik in al mijn wijsheid besloten om fan van Ajax te worden. Een jaar later gonsde al een tijdje het gerucht dat Johan Cruyff terug zou keren bij zijn oude liefde. Voor mijn gevoel zat ik aan de radio gekluisterd eind 1981 toen Cruyff herdebuteerde in stadion De Meer. Waarschijnlijker is dat ik tegen die tijd in de kerk zat maar dit terzijde. Even voor drieën kreeg de verslaggever ter plekke de herkenbare mededeling: ‘Kom er maar in!’ Een klaterend applaus en een opgewonden stem deden vermoeden dat hij iets buitenaards gezien had. ’s Avonds bij Studio Sport kwam ik er achter dat dit ook daadwerkelijk gebeurd was. Cruyff die de bal overnam van Soren Lerby om hem vervolgens achterloos met een lobje van buiten de 16 over de verbouwereerde Edward Metgod te stiften. Die wist ook in één keer hoe groot Cruyff nu werkelijk was. Voor mijn 10e verjaardag wilde ik graag een voetbalshirt van Ajax hebben. Het werd een shirt met daarop pontificaal het hoofd van Cruyff, inclusief handtekening. Voor meester Schreiber een reden om te vragen of die handtekening nu echt was om vervolgens verder te gaan over de grote voetballer Cruyff. Dezelfde Cruyff die Ajax nog 2 keer kampioen zou maken om vervolgens uit wraak Feyenoord tijdelijk uit het slop te trekken. Mij in zijn nadagen nog enige prachtige voetbalmomenten meegevend zoals die strafschop in tweeën met Jesper Olsen in…
Het was een bijzonder gezelschap ergens op de 4e verdieping van het Martini Ziekenhuis. Naast Miranda lagen er nog 2 oudere dames en een man van dik 60 op de kamer. De man zorgde met zijn opmerkingen en grapjes voor de broodnodige humor. Iets wat voor het verplegend personeel ook heerlijk moet zijn, zo’n komisch geval er tussen. Eén die af en toe niet schroomt om een seksueel getinte opmerking naar de zustertjes te maken. Toen hij dappere pogingen deed om iets van de grond te pakken, ging ik voor hem op de knieën. Zijn buurvrouw had direct ook een klusje voor mij en hoewel ik haar zakje met natte doekjes openscheurde in plaats van een vochtig exemplaar vanaf de bovenkant te pakken was zij mij toch dankbaar. Ze had gisteren net gehoord dat ze een tumor in haar hoofd heeft en dat ze haar niet meer konden helpen. Ze had niet zo lang meer te leven. Veel ouder dan haar 86 levensjaren zou ze niet worden. Geschrokken keek ik haar aan. De vrouw tegenover haar vroeg ik of ik haar ook even wilde helpen. Geen probleem, ‘ik ben er nu toch ja!’. Toen ik bij haar kwam, begon ze lachen. “Ik hoef niets van je hoor, ik maak maar een grapje!” Ze was druk bezig met allerlei handoefeningen. “Gaat het de goede kant op?”, vroeg ik haar. Toen haar overbuurvrouw eerst haar relaas vertelde, begon ze te huilen. “Ik heb vanmiddag om 16.00 uur een gesprek met de dokter en nu ik haar verhaal zo hoor, begin ik mij zorgen te maken.” Snel vermande ze zich weer en schonk mij een lieve glimlach. Na die middag de kinderen opgepikt te hebben, ging ik weer naar het ziekenhuis. We hadden ons nog niet op en naast Miranda haar bed neergevlijd of we hoorden harde snikken vanaf de gang. De oude vrouw had haar uitslag gekregen en liep verslagen tussen 2 andere huilende vrouwen in naar haar bed waar al enige andere familieleden zich verzameld hadden. Slechts gescheiden door een dun gordijntje, was ik getuige van een verdrietig gesprek. Mevrouw had tumoren op 3 verschillende plekken in haar hoofd en er was geen genezing meer mogelijk. Hartverscheurende taferelen speelden zich naast ons af. Mevrouw tegenover schonk haar overbuurvrouw en de familie nog enige bemoedigende woorden. Gedeelde smart is inderdaad halve smart. Deze tafereeltjes kwamen onze gemoedstoestand niet ten goede. Met een…
Vol ongeloof staarde ik zondagavond naar teletekst. Feyenoord had de lastige wedstrijd tegen het stugge AZ met 3-1 gewonnen. Dat was op zich nog niet zo opzienbarend. Maar bij Feyenoord stond maar één doelpuntenmaker. Dirkie Kuyt had net als vorige week tegen SC Heerenveen weer 3 x gescoord. ’s Avonds ging ik er zonder bord op schoot eens goed voor zitten bij Studio Sport. Eerst een prachtig geplaatste bal in de verre bovenhoek en op het eind een onberispelijk ingeschoten penalty. Tussendoor blijkt eens te meer dat alles wat Dirk momenteel aanraakt in goud veranderd. De jonge back Nieuwkoop schiet op doel en raakt daarbij per ongeluk de voet van Kuyt. Die hiermee de basis legt voor wederom een lekkere overwinning… Ergens in mijn achterhoofd formuleert zich een interessante vraag. Zou Dirkie Kuyt in staat zijn om het naar succes hunkerende Feyenoord de landstitel te bezorgen? Hij pareert in elk geval op magistrale wijze de aanvankelijke kritiek op zijn spel. Ergens las ik dat hij de eerste 5 wedstrijden voor Feyenoord geen bal op doel geschoten had. Maar tussendoor verzilverde hij overigens wel even 3 penalty’s. Inmiddels lijkt hij zijn plaatsje op de rechterflank gevonden te hebben. Als altijd sleurend aanwezig. Dirkie straalt ook zo ongelooflijk veel enthousiasme en optimisme uit. En hij juicht ook zo lekker. Zondag bij de eerste goal heerlijk glijdend op zijn knietjes. Bij de volgende een hupje en een gebalde vuist. Op de tribune juicht zijn jeugdvriendin, inmiddels al lang en breed mevrouw Kuyt, met een klein Kuytje op haar arm hartstochtelijk mee. Zou Dirk ooit met een andere vrouw de lakens gedeeld hebben? Een voor dit verhaal totaal irrelevante vraag natuurlijk maar ik kan het me niet voorstellen. Hij stal ooit al eens onze harten toen hij zijn prijs als beste voetballer van de Eredivisie opdroeg aan zijn vader die ernstig ziek was. Het leverde hartverscheurende televisie op. Eens had de hondstrouwe Kuyt al aangegeven dat hij ooit terug zou keren bij zijn Feyenoord. Van 2003 tot 2006 speelde hij ook voor de Kuipbewoners alwaar hij samen met Salomon Kalou de doelpunten aaneenreeg. Deze spitsen K2 formatie lukte het net niet om er een 3e K in de vorm van een kampioenschap aan toe te voegen. Toch was Dirk ongelooflijk populair in Rotterdam. Wanneer echter één van de mooiste clubs van Europa naar je lonkt, dan ben je toch snel verkocht. En zo vertrok…
Vorig jaar heb ik heel veel over mijn ouders geschreven. Zij verkeerden dan ook in een precaire levensfase. Na 35 jaar aan de G.A.-straat 10 in Middelstum te hebben gewoond, wisten ze hun huis, dat al enige jaren in de verkoop stond, eindelijk te verkopen. En dat was ook precies op tijd. De laatste avond voor vertrek naar Toornwerd ben ik nog even bij ze langs geweest. Pa ging niet snel daarna op bed. Bekaf van de zorgen en de hulp aan moeder die niet veel meer kan. Alvorens ze naar bed ging, hebben moeder en ik nog even over koetjes en kalfjes gekeuveld. Af en toe schonk ze me een mooie glimlach. Ik had niet het idee dat ze veel moeite had met de gedachte het huis te moeten verlaten. Vlak voor het slapen gaan schuifelde moeder nog even naar de WC, stapje voor stapje. Echt van harte ging het niet, vandaar dat ik haar maar even ondersteunde toen ze naar bed ging. Op het rand van het bed bleven we nog even praten, pa was al lang in dromenland. De slaapkamer kon wel een opkikker gebruiken aan het vervallen behang te zien. Dat zou niet veel later ook rigoureus gebeuren want het huis is inmiddels danig verbouwd. Toornwerd werd geen doorslaand succes. Moeder was eigenlijk al te snel achteruitgegaan in haar geestelijke vermogens en had eigenlijk continue zorg nodig. En als die niet rap voorhanden was dan werd pa weer aan het werk gezet. Dagelijks probeerde ik wel een stukje met haar te lopen over de Ossengang richting kerkhof. Dit was een heidens karwei en een hele opgave voor ons beiden. Het was de tijd dat ze mij wel eens toebeet dat ik een beul was. Toch bedankte ze mij vaak voor de wandeling wanneer ik weer naar huis ging… In juni kwam zus Aukje er achter dat er in Zonnehuis Hippolytushoes 2 kamers vrijstonden op de derde verdieping, schuin tegenover elkaar. Dat zou toch mooi zijn wanneer ze hier terecht zouden kunnen. Hoewel pa vroeger ooit wel eens aangegeven had dat het idee om in verzorgingstehuis terecht te komen hem helemaal niet aanstond. Maar met een tanende energieboog besefte hij dat het zo ook niet verder kon. En dus verhuisden mijn ouders voor de 2e keer in drie maanden tijd en vonden ze ‘hun Waterloo’ in Hippyhoes, op een steenworp afstand van mijn huis. Daar werden ze…
Laatst zag ik hem maar zo weer op het beeldscherm verschijnen, aan het eind van Studio Voetbal: Robbie de Wit. Het deed mij best wel wat toen ik hem zag fietsen in een speciale driewieler. Een harregatgevoel in combinatie met een vleugje weemoed. Want wat was Robbie een sierlijke voetballer zeg. Afkomstig van FC Utrecht speelde hij zich op de linkerflank bij Ajax zo snel in the picture dat hij rap uitgroeide tot publiekslieveling en international. Een ideale opvolger derhalve voor de naar Manchester United vertrokken dribbelaar Jesper Olsen. Een gouden carrière lag in het verschiet. Tot hij in 1986 op 23-jarige leeftijd tijdens een vakantie in Spanje zo maar werd getroffen door een hersenbloeding… Studio Voetbal liet nog even wat van zijn acties en fraaie doelpunten zien. Robbie was een heerlijke dribbelaar met lange nekharen en een (te) strak broekje die zijn tegenstanders dolde alsof ze er niet stonden. Het was nog in de tijd dat je niet overspoeld werd door voetbal op televisie. Af en toe een interland of Europacupwedstrijd, daar moest je het mee doen. En uiteraard Studio Sport op zondagavond, klokslag 19.00 uur, met of zonder bord op schoot. Een tijd waar ik af en toe nog wel met een weemoed aan terugdenk. Een tijd ook waarin we internationaal met het clubvoetbal nog wel eens potten konden breken… Mooi om zijn competitiedoelpunten nog eens weer te zien. Hij raakte ze soms ook heerlijk met buitenkantje links waarna de bal, zwanger van effect, het kruis in plofte. Zijn doelpunt uit tegen Hongarije zal ik nooit meer vergeten. Met een plotselinge versnelling sneed hij naar binnen waarna hij de keeper met een schijntrap, gevolgd door een listig lobje, verschalkte. Ge-wel-dig! Het baatte Oranje uiteindelijk niet want het WK in Mexico in 1986 werd helaas niet gehaald… In plaats van naar Mexico ging Rob op vakantie naar Spanje en daar sloeg het noodlot toe. Een hersenbloeding zette een streep door wat een prachtige carrière had moeten worden. In het begin leek het allemaal nog wel mee te vallen. Dat verleidde zijn toenmalige ploeggenoten om hem een bemoedigend kaartje te sturen met daarop de prikkelende tekst: “Goh Robbie, wij wisten niet eens dat je hersens had…..” Voetbalhumor ten top natuurlijk maar iets zegt mij dat ze later spijt gehad hebben van dit kaartje… Want Robbie keerde nooit meer terug op de velden. Een onsuccesvolle operatie in Zweden die meer kapot…
Het is al weer bijna 2 jaar geleden dat Miranda en ik onzeker en zenuwachtig het gebouw van PsyQ binnenstapten aan de Hereweg in Groningen. Vele gesprekken, tests en ingevulde lijsten verder werd bij Miranda borderline geconstateerd. Een persoonlijkheidsstoornis waarbij je te maken kunt hebben met angst, depressiviteit en in de war zijn. Basiskenmerken van borderline zijn impulsiviteit en emotionele instabiliteit. Als je borderline hebt, gedraag je je erg impulsief en overdenk je de gevolgen van impulsieve daden niet of te laat. Als borderlinepatiënt heb je vaak last van stemmingswisselingen. Je kan ineens kwaad worden en van het ene op het andere moment heel somber of heel vrolijk zijn… Tot zover de technische uitleg van borderline. Ik kan nog veel dieper en emotioneler op de materie ingaan maar daar wordt niemand vrolijk van. Gelukkig is daar PsyQ. Op de homepage staat het volgende: ‘De optimistische aanpak met aandacht voor persoonlijke wensen blijkt succesvol. Patiënten pakken doorgaans de draad van hun dagelijkse leven weer op….’ Op de een of andere manier heb ik Miranda nooit echt als patiënt gezien maar dit terzijde. Na mij in de materie verdiept te hebben, kon ik inderdaad wel borderline-eigenschappen bij haar ontdekken. De hoogste tijd dus om op zoek te gaan naar handvaten waarmee beter met deze stoornis om kan worden gegaan. Want borderline verdwijnt nooit uit je lichaam en geest, hoewel, ook daar zijn de meningen weer over verdeeld. En zo ging Miranda vorig jaar oktober een behandeling in die 1,5 jaar zou duren. Drie dagen in de week aan de slag met veel groepsgesprekken maar ook individuele gesprekken met de behandelaars. Om de 3 maanden volgde een evaluatie waarbij het begeleidingsteam maar ook de groepsgenoten de vorderingen met elkaar bespraken. Vlak voor de zomervakantie, de behandeling was op de helft, mocht ik een keer mee om te kijken hoe een en ander in zijn werk ging… We waren vroeg omdat Derian naar de orthodontist moest. Het was heerlijk weer, de eerste hittegolf was bijna een feit en we konden buiten nog even rustig een kopje koffie drinken. Mijn blik viel op een man die zich opgejaagd over het buitenterrein voortbewoog, af en toe nerveus aan een sigaret trekkend. Niet veel later kwam uit het gebouw een fraaie jongedame heupwiegend vlak bij ons zitten. Miranda kende haar wel, ze zat in een andere groep. Ik wist zeker dat ze menig jongeman de kop aardig…