Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis

Het kerkhofje van Onderdendam

Het was de eerste zaterdag van mijn vakantie toen ik op mijn fiets stapte, zonder vastomlijnde bestemming voor ogen. Via Fraamweg fietste ik tussen de landerijen door naar Bedum om vervolgens via Westerdijkshorn linksaf te slaan. Ik kwam terecht op de Stadsweg naar Onderdendam. Op de Stadsweg ontspon zich de gedachtespinsel om nog even op het kerkhof te kijken dat zich aan dezelfde weg even buiten Onderdendam bevindt. Een enkele keer heb ik wel vaker zo’n bevlieging. Noem het een moment van bezinning in combinatie met een zoektocht naar mijn familieroots.

Drie weken later zou ik er weer naar toe gaan. Pa wilde er ook nog wel even kijken. Hij liet mij het graf van zijn opa en oma zien. Die was mij bij mijn weten nog niet eerder bewust opgevallen. Ook het grafje van zijn op heel jonge leeftijd overleden zusje had ik nog niet eerder gezien. Het dubbelgraf van mijn opa en oma wel. Ik moest aan een foto van een familieportret van de familie Koster denken die in de jaren ’50 moet zijn genomen. Toen ik hem eens op de Levensboekpagina plaatste kwam er een opmerking over. ‘Vrolijke boel toen’. Ergens klopt dit ook wel. Op de foto werd bijna niet gelachen.

Ik ga even terug naar die tijd, de verhalen heb ik via overleveringen gehoord. Opa had een kruidenierswinkeltje in Onderdendam. Het was in de aanloop naar, tijdens en net na WOII geen vetpot. Het was de tijd waarin mijn vader opgroeide. Een in meerdere opzichten zorgelijke tijd. Want opa was manisch depressief. Tijdens zijn hoogtijdagen kon hij de hele wereld aan. Maar o wee wanneer hij de keerzijde van de medaille bereikte. Dan moest hij behandeld worden in Zuidlaren, dat was zeker geen pretje.

En toen kon het maar zo gebeuren dat mijn vader op 14-jarige leeftijd de zorg voor de winkel kreeg. En eigenlijk ook voor het gezin, bestaande uit 8 kinderen. Wat een zorg eigenlijk, op die leeftijd. Oma had het er ook zwaar mee. Toen ik het levensverhaal van mijn vader optekende, kwam ik er achter dat zij ook voor langere tijd in een rusthuis is opgenomen….. Mijn opa heb ik nooit gekend, hij overleed in 1959. Als ik aan oma denk, komt opeens een spaarzame herinnering uit Westerwijtwerd boven. Ik vond het gemeen dat oma mij niet liet winnen met ‘Mens erger je niet’. Ik liep boos weg om mij vervolgens te verstoppen onder het bed van mijn ouders. En oma maar roepen waar ik was. Dit verstoppertje-spelletje won ik dus wel.

Toen ik over mijn ooms en tantes nadacht, bedacht ik mij dat het vrouwelijk gedeelte zich over heel Nederland verspreid heeft. Den Haag, Schiedam, Amsterdam, Arnhem, Haarlem, zo maar wat plaatsen waar mijn tantes gewoond hebben. Ze waren een stuk avontuurlijker dan de mannelijke tak die uiteindelijk niet verder gekomen is dan een straal van 5 kilometer rond Onderdendam…

Even verderop ligt tante Coby begraven. Ze mocht net geen 50 worden. Ze woonde lange tijd in Den Haag en is nog een tijdje getrouwd geweest met een Marokkaanse man. Toen het huwelijk op de klippen liep, kwam ze weer naar het noorden. Wanneer tante Coby bij ons op visite kwam, nam ze steevast hond Blacky mee. En zwart was ie. Ik kon dan mooi met de hond lopen. Even verderop ligt tante Grieta. Ik had vroeger hele gesprekken met haar over mijn opleiding milieukunde. Zelf is ze op latere leeftijd als bioloog afgestudeerd aan de universiteit. We zijn nog bij haar buluitreiking geweest…

Langzaam struin ik naar de achterkant van het kerkhofje. Op één van de zerken ontwaar ik een foto van een jonge vrouw. ‘Met de auto verdronken in het Boterdiep’, wist pa mij te vertellen. Ze doet mij denken aan het mooiste meisje van school tijdens mijn HAVO tijd. Een prachtige brunette met krullend haar. Bijzonder dat deze herinnering na zo’n lange tijd nu weer boven komt.

Oom Jan en tante Fien liggen er ook, goede vrienden van mijn ouders. Pa kon altijd hartelijk lachen om de verhalen van ome Jan, soms bulderde hij het uit. Jan was een medisch wonder geloof ik, die het lang volgehouden heeft met een grotendeels afgestorven hart. Lieve mensen die ooit bij ons op de camping in Groet stonden. Toen ik zelfstandig van hun caravan naar ons huisje terug wilde lopen (een afstand van nog geen 100 meter) presteerde ik het om te verdwalen. Dat liet ik luidkeels horen overigens…

Ook oom Jan Albert ligt hier naast zijn zoon Richard, mijn neef dus, die nog geen 40 jaar mocht worden. Mijn oom was ook kruidenier en toentertijd ging het werk altijd door. Eens las hij na het eten voor uit de Bijbel en gebeurde er iets opmerkelijks. Toen hij vol passie uitsprak: “En Jezus zeide:”, ging net de telefoon. “Met kruidenier Koster!” Wat moest ik lachen toen nicht Inge mij dit verhaal vertelde. Mooie herinneringen aan logeerpartijen en Bakkeveen komen weer boven.

Richard sloeg mij ooit tegen het oor. Dat deed hij niet opzettelijk maar toen hij aan het vlaggen was bij Onderdendam 1 stond ik iets te dicht bij hem. Toen hij enthousiast voor buitenspel vlagde, kreeg ik mij daar een optetter….. Mijn broer voetbalde ook bij SVO en zodoende hoorde hij dat Richard op een bepaalde datum voor een bepaald tijdstip zou horen of hij geslaagd zou zijn voor zijn opleiding. Wanneer hij niet gebeld zou worden voor 20.00 uur was hij geslaagd. Rond 19.50 uur besloot mijn broer in een opwelling om maar even met Richard te bellen om hem te vertellen dat hij gezakt was. Richard onderging in korte tijd alle menselijke emoties maar kon er achteraf wel om lachen…

Ietwat somber maar ook met een lichte glimlach door mooie herinneringen stap ik weer op mijn fiets. Ik kijk nog één keer achterom naar het kerkhofje. Iets vertelt mij dat dit bezoek niet de laatste keer geweest is……

 

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL 108306987B01