Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis

Tuke van Dieken

Ik zal een jaar of 16,17 geweest zijn toen ik vanaf de bus terug naar de G.A.-straat liep, de schooltas losjes over de schouders bungelend. Ter hoogte van het Groene Kruis gebouw kreeg ik ons huis in het vizier. Ik knipperde een paar keer met mijn ogen, zag ik dat nou goed? Over de nok van het dak, acht/negen meter boven de begane grond, zag ik zwager Marten nonchalant balanceren van de ene naar de andere schoorsteen. Even later zal hij vast tegen schoonpa Koster gezegd hebben dat hij of zijn schoorstenen moest laten schoonmaken of dat hij zelf al wat rommel had weggehaald. Dit voorval vat hem direct goed samen: behulpzaam, avontuurlijk ingesteld en voor de duvel niet bang…..

Ik heb niet heel veel herinneringen meer aan mijn jonge jaren in Westerwijtwerd. Wel weet ik nog dat ik er altijd als de kippen bij was wanneer er aan de voordeur werd aangebeld. Regelmatig stond er een jongeman voor de deur, vaak kwam die voor Aukje. Maar Marten was anders. Marten had een motor. En een keer nam hij nog een tweede helm mee en mocht ik bij hem achterop. We scheurden over ‘Zwartlap’ richting spoor. Daar aangekomen legde hij een steentje op de rails: ‘We laten de trein ontsporen!’, zo sprak hij geestdriftig. Ik scheet ongetwijfeld zeven keren stront en was maar wat blij dat de trein ongedeerd voortraasde……

Marten en Aukje gingen op Doord wonen en ik was daar vaak te vinden want je kon er in de tuin zo lekker voetballen. Marten was druk bezig met allerlei verbouwingen en toen ik een keer naar binnen wilde stappen, stopte hij met boren: ‘Voel es’, zei hij en ik pakte de ijzeren boorstaaf vast. Niet veel later stond ik met mijn vingers onder de koude kraan maar dat hield de brandblaren niet tegen. Aukje hels natuurlijk maar Marten antwoordde droog. ‘Dat doet hij nooit meer!’. Aldus geschiedde….

Ergens in de nachtelijke uurtjes van uitgaanscentrum The Rising Sun vond ik later mijn ultieme revanche. In de pauze van een optreden van The Music Boys werd er een lekker pogo-nummertje gedraaid en ook mijn zwager waagde zich op de dansvloer. Na een stevige schouderduw van mijn kant was ik hem maar zo kwijt in de menigte. Niet veel later zag ik hem verbouwereed liggen achter het drumstel van broer Peter waar hij overheen gestruikeld was…..

Wat een ‘bunzel’ zeg, die zwager van mij. Hij valt eigenlijk met geen pen te beschrijven. Gangmaker op menig feestje waar hij de verjaardagsgasten op de ene na de andere (werk)anekdote trakteerde. Met op zijn tijd een sigaartje of een whisky’tje binnen handbereik. Eén van de werkanekdotes, opgenomen in zijn voorgedragen levensverhaal tijdens de herdenkingsdienst van zijn leven, wil ik u niet onthouden omdat het Marten ten voeten uit is:

‘Eens bracht een zogenaamde Huet-oefening hem naar Den Helder. Daar moest hij in een simulator plaatsnemen die in het water werd gedropt. Waar zijn collega’s zo snel mogelijk naar buiten probeerden te ontsnappen, bleef Marten rustig zitten. Hij wilde wel eens controleren of de duikers hem dan daadwerkelijk kwamen redden zoals van te voren aangegeven. Dat deden ze uiteindelijk ook maar heel blij waren ze niet met hem. Zij konden zijn gevoel voor humor in elk geval niet waarderen.’

Op Doord bouwde Marten gestaag verder aan zijn prachtig paleisje. Vaak was hij weg voor zijn werk maar het gezin stond altijd op de eerste plaats. ‘De verjaardagen met vriendjes en vriendinnetjes werden georganiseerd wanneer Marten thuis was. Die zorgde dan met allerlei speurtochten, skelterraces, boompje klimmen, slootje springen of bootje varen voor onvergetelijke verjaardagsfeestjes waarvan hij misschien zelf nog wel het meeste genoot.’ De boude opmerking: ‘Aukje heeft geen 4 maar 5 kinderen gekregen’, was eigenlijk zo gek nog niet.

En zo kabbelden de jaren zich rustig voort. De vos werd ouder maar verloor nooit zijn wilde haren en streken. En hij werd opa: ‘Mijn opa kan alles maken!’, riep zijn oudste kleinzoon wel eens bewonderend. In september 2016 zou hij vroegtijdig stoppen met werken. Het Grote Genieten kon beginnen. Helaas was daar in maart van datzelfde jaar de keiharde diagnose: prostaatkanker met uitzaaiingen. ‘Dit gevecht ging hij op zijn eigen manier aan. Op vragen over zijn gezondheid en medelijden zat hij niet te wachten. En dus maakte hij zijn kringetje kleiner. Deels ook uit zelfbescherming. Hij wilde mensen helpen maar zelf geholpen worden dat was andere koek. Het zich terugtrekken was zijn manier om met zijn ziekte te dealen.’

Twee jaar geleden kwam hij echter nog een keer bij ons langs toen wij zijn hulp nodig had in de tuin. Op zulke momenten stond hij nog steeds direct voor je klaar. De kettingzaag achter in het karretje op de motor en niet veel later werden de takken als brandhout voor de open haard afgevoerd. We lulden nog wat over zijn laarzen die het vast langer vol zouden houden dan hijzelf. Veel woorden werden er verder niet gewisseld en daar ging het weer heen.

Marten stond altijd voor anderen klaar wanneer zijn hulp nodig of gewenst was. Een top echtgenoot, vader, opa, broer, vriend, collega en zwager derhalve. Onderstaande gedichtregels heb ik regelmatig gelezen maar vind ik nu toepasselijker dan ooit. Rust zacht broeder! En voor een ieder die hem (ook) mist, heel veel sterkte en mooie herinneringen toegewenst….

Herinner mij, maar niet in sombere dagen.

Herinner mij in de stralende zon,

Hoe ik was toen ik alles nog kon….. (en dat was heel veel!)

Onze paradijsvogel is naar de zon én naar Huis gevlogen…..

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69