In 2014 waren wij (echtgenoot Henk, dochter Sacha en ondergetekende) op zomervakantie in Corcieux. Corcieux is een gemeente in het Franse departement Vosges in de regio Grand Est. Het was die dag wat minder weer en we hadden gezien dat je daar een grot kon bezoeken dus dat leek ons een uitstekend idee… Bij het plaatselijke museum kon je een grottentocht reserveren en dat deden we (toen nog) vol enthousiasme.
We moesten ons een uurtje later melden bij de gids en zouden dan een mooi en spannend avontuur tegemoet gaan. Op het afgesproken tijdstip meldden wij ons bij de gids en keken toen verbaasd om ons heen. We hadden verwacht dat er meer mensen zouden komen en dat we deze tocht met een groep zouden doen. Niets was minder waar. Waarschijnlijk waren wij die dag de enige belangstellenden en de gids kwam alleen voor ons opdraven.
Nou, ook prima, alle aandacht voor ons nietwaar? Na een zware klimtocht over een zeer steil en vooral glad pad kwamen we buiten adem aan bij de ingang van de grot. Dit hadden we gelukkig gehad, de weg terug kan alleen maar makkelijker gaan, dachten wij zo. We kregen regenlaarzen, een regenjas en een helm met een lamp er op. Helemaal klaar voor de grote avontuurlijke reis, net echt. Op dat moment hadden we nog veel lol samen.
We traden de grot binnen op weg naar een onvergetelijk avontuur. De gids was een zeer vriendelijke jongeman die ons veel en uitgebreid uitlegde. Dit alles in het Engels met een zacht Frans accent. De ruimtes in de de grot waren zeer smal en vooral erg laag. Met name mijn lieve echtgenoot (van 2 meter) had hier ‘wat’ moeite mee. Daarnaast liepen we door een aantal decimeters water. Maar niet zeuren, je moet er wat voor over hebben en bovendien waren we er tenslotte op gekleed.
Er staat ons vast iets unieks te wachten en bovendien is er altijd wel weer licht aan het eind van de tunnel, zullen we maar zeggen. Een ervaring voor het leven, nou dat werd het zeker… De gids stopte af en toe om ons weer te voorzien van nieuwe informatie. Henk stond dan als een soort gebochelde van de Notre Dame met zijn gebogen hoofd tegen het plafond van de grot aandachtig te luisteren/wachten en hopen/bidden dat we gauw weer verder zouden mogen lopen.
Ondertussen begonnen we toch wat last te krijgen van claustrofobische gevoelens te krijgen. Het ging een beetje in ons hoofd zitten. ‘Is hier wel genoeg zuurstof?’ ‘Wat als we in paniek raken?’. Omdat de gids nog steeds voldoende zuurstof had om ons van veel informatie te voorzien, ging ik er maar van uit dat er ook nog genoeg voor ons zou zijn. Maar daar was ik niet helemaal zeker van. Om onze paniek niet over te brengen op onze dochter lieten we niks merken.
De gids vertelde erg enthousiast honderduit over de geschiedenis van de grotten. Ik dacht na over het feit hoe ik zo vriendelijk mogelijk tegen de gids kon zeggen dat ik het allemaal reuze interessant vond maar dat ik toch wel snel weer verder wilde. Na een behoorlijke tocht kwamen we aan op wat bleek een soort keerpunt. De gids gaf aan dat we daar via een natuurlijke glijbaan van de ene grot naar de naastliggende grot konden gaan. De gids ging als eerste en wij konden dan volgens zijn voorbeeld er achteraan.
Hij begon eerst met zijn voeten en gleed toen met zijn armen omhoog door de hele smalle doorgang. Het paste allemaal maar net. De gids was aan de andere kant en we konden hem niet meer zien. In mijn hoofd ontstond totale paniek. Ik zei in mijzelf: ‘Ik ben toch niet hartstikke gek, ik ga dat niet doen, straks blijf ik vast zitten’ en nog meer van die redenen waarom ik het absoluut niet wilde doen.
Maar ja, welke andere keus had ik, dezelfde lange weg weer terug? Zonder de gids want die was aan de andere kant. Uiteindelijk toch maar alle moed bij elkaar geraapt en om de beurt als een stel gladde palingen door de grotglijbaan. Erg blij dat we het alle drie gered hadden, vervolgden we onze weg. En eindelijk was daar letterlijk het licht aan het eind van de tunnel. We bedankten de gids, gaven aan dat we het heel leuk gevonden hadden en wisten niet hoe gauw we weer naar ons vakantieverblijf terug moesten komen.
Enorm onder de indruk van dit hele gebeuren zijn we eerst maar even gaan slapen. Achteraf konden we er ook wel weer om lachen. Het was ook iets wat we met z’n drietjes beleefd hebben. Regelmatig zeggen we nog eens: ‘Weet je nog van toen in die grot?’. Nou, dat weten we zeker nog en vergeten we nooit weer.


























