Kunt u zich heel kort even voorstellen?
Noteer bij mijn naam gerust Bertha Wieringa – Veldman. Ik ben op 5 november 1957 geboren in Oudeschip. Officieel als vierde kind maar het baby’tje dat voor mij gekomen is, overleed al na zes dagen. Mijn broer en zus zijn inmiddels ook overleden. Mijn vader had met zijn broer een timmerbedrijf in Oudeschip en mijn moeder regelde thuis het huishouden.
Ik heb tot mijn 23e in Oudeschip gewoond en ben toen naar Huizinge verhuisd. Eerst woonden Tiemen en ik aan de Hoofdstraat nummer 13. Even lonkte een eigen woning in Westeremden maar niet snel daarna kwam dit huis in de Torenstraat te koop en wij deden een succesvol bod. Eigenlijk vooral vanwege de grote schuur die er bij zit en waar vooral Tiemen heel veel belang bij had. Inmiddels wonen we hier al weer dertig jaar met veel plezier. De schuur is voornamelijk gevuld met oude tractoren.
Wat is uw burgerlijke staat?
Ik heb Tiemen in 1978 leren kennen in discotheek 538, het was direct raak. We zijn op twaalf juni 1981 met elkaar getrouwd en zijn dus al 45 jaar gehuwd. Dit huwelijk heeft ons twee kinderen geschonken.
In 1983 werd Jakob geboren. Hij woont met zijn partner in het Deense Toftlund. Ze zijn in 2021, mede door Jakob zijn werk als monteur, naar Denemarken verhuisd. Met Jelte (2011) en Laurens (2014) hebben ze twee zoons gekregen.
Elly is in 1985 geboren en heeft samen met Wim een samengesteld gezin van zes kinderen waarvan de oudste twee al niet meer thuis wonen. Beiden hadden uit een eerder huwelijk elk al drie kinderen. En dat maakt ons de trotse grootouders van acht kleinkinderen. Elly woont in Ulrum en werkt als begeleidster in woonvorm ’t Loug in Warffum.
Wat is uw voormalig beroep?
Na de hervormde lagere school in Oudeschip, ging ik op twaalfjarige leeftijd naar de Preludium-huishoudschool in Uithuizermeeden zonder toen echt te weten wat ik precies wilde worden. Na drie jaar LHNO volgden nog twee jaar op de INAS, oftewel de school die je opleidde tot inrichtingsassistent.
Na negen maanden les, volgde vervolgens een jaar stage lopen en dat heb ik op drie verschillende plekken gedaan. Ik begon als stagiair in gezinsvervangend tehuis De Wierde in Appingedam. Na twee maanden ging ik drie maanden in een bejaardentehuis aan de slag in het Menno Lutherhuis in Groningen om vervolgens nog zes maanden in Assen bij psychiatrische inrichting ‘Licht in kracht’ stage te lopen.
Ik heb mijn diploma in juni 1975 gehaald en kon vervolgens op 1 juli 1975 direct bij De Wierde in Appingedam aan het werk. Daar waar ik mijn eerste stage had gelopen en waar ze net naar uitbreiding van hun personeelsbestand zochten. En zo kwam ik in een gezinsvervangend tehuis terecht voor mensen met een geestelijke beperking.
Ik draaide er 24-uurs diensten en deed er allerhande werkzaamheden. Hulp bij het opstaan, de verzorging en het eten maar ook met het verzorgen van de cliënten voor het vervoer naar het dagverblijf. Meestal begon ik om 13.00 uur en er zat ook een slaapdienst bij. De Wierde bood in die tijd zorg aan 24 mensen.
Hier heb ik eerst zes jaar met veel plezier gewerkt en toen trouwden Tiemen en ik in 1981. Ik wilde wat minder uren gaan werken maar dat kon in die tijd nog niet want er waren geen parttime banen. Ik moest dus ontslag nemen. In die tijd werden Tiemen en ik het kostersechtpaar van de hervormde kerk in Huizinge en dat hebben we zo’n zeven jaar gedaan. Het aantal uren per week wat we bezig waren was variabel en had met de hoeveelheid diensten en vergaderingen te maken.
In 1988 was het economisch gezien een lastige tijd en Tiemen kwam thuis te zitten doordat er bij de firma Ten Berge op dat moment geen werk meer voor hem was. We zijn toen beide op zoek gegaan naar een baan en ik kon opnieuw terecht bij De Wierde. Qua uren was het wel een andere tijd als tijdens mijn eerste periode maar ik had het er opnieuw goed naar de zin.
In 2000 werd ik echter door lichamelijke klachten afgekeurd maar het noodgedwongen thuis zitten, ging al heel snel vervelen. Na een herkeuring kon ik in 2001 bij TSN aan het werk. In de aanleunwoningen die gekoppeld waren aan verzorgingstehuis Mercator in Groningen verrichtte ik voor enige bewoners het huishoudelijke werk en wel voor zo’n vijftien uur per week.
TSN werd vervolgens na een faillissement overgenomen door Joling Zorg en daarna werd het na nog weer een reorganisatie ‘At Home first zorg’. Dat werd mijn laatste werkgever en ik ben vorig jaar op 67-jarige leeftijd met werken gestopt. Ik ging mijn hele leven met veel plezier naar het werk gegaan en kon op het eind altijd genieten van de contacten met de oudere bewoners. Een daarvan is vorig week op 104-jarige leeftijd overleden en ik ga donderdag naar haar uitvaart. Daaruit blijkt wel de bijzondere band die je met sommige mensen opbouwde.
Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?
Prima hoor, ik kan nu eindelijk zelf alle dagen bepalen wat ik ga doen, haha. Lekker de tijd nemen voor het huishouden en wat uitgebreider koffiedrinken met Tiemen waarbij we er bewust voor gekozen hebben om alle dagen uiterlijk rond 08.00 uur uit bed te gaan. Dit om toch het normale dagritme wat in stand te houden.
Ik mag graag boeken lezen en het maakt mij eigenlijk niet uit wat voor genre. Vroeger was ik van het handwerken maar dat is er een beetje bij gebleven de laatste jaren. Vier jaar geleden hebben we onze eerste camper gekocht en die hebben we inmiddels ook al weer ingeruild voor een andere. Dit jaar zijn we er nog niet met de camper uitgetrokken maar we willen hiermee binnenkort wel naar Denemarken. En zo vliegen de weken voorbij.
Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?
Dat zijn toch de standaarddingen als onze trouwdag en de geboorte van de kinderen en de kleinkinderen. Dat springt er toch echt bovenuit.
En de dieptepunten?
Ik was zes jaar toen mijn vader overleed, hij was hartpatiënt. Veel herinneringen aan die tijd heb ik echter niet meer. Ook mijn overleden broer was hartpatiënt, dat is wat dat betreft een familiekwaaltje. Mijn moeder is 81 jaar geworden. In familieverband zijn jonge mensen overleden en dat is altijd heftig natuurlijk. Zo overleed een achterneefje al heel jong door een noodlottig verkeersongeval.
Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?
Ik kan nog wel een mooie vakantieanekdote vertellen waarbij we met zijn vieren gingen kanoën. Elly stapte bij Tiemen in en Jakob en ik zouden samen ook in een kano stappen. Ware het niet dat ik bij het instappen zo’n rare spagaat maakte en pardoes in het water belandde met allerlei blauwe plekken tot gevolg. Op de camping moeten ze vast gedacht hebben dat Tiemen bij mishandeld had.
Wat dat betreft ben ik soms wel wat onhandig. Zo ben ik ooit eens klem komen te zitten in een draaideur bij winkelier Van der Ven in Assen. Dat deed best wel pijn maar om te voorkomen dat ik uitgelachen zou worden, begon ik er zelf maar hard om te lachen….
Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?
Ik heb geen bijzondere uitdagingen en al helemaal geen bücketlist. Gewoon lekker doorgaan in het huidige ritme, dat bevalt het beste. Ik hoop dat we nog lang gezond mogen blijven met ons tweetjes en dat we regelmatig naar Denemarken en Ulrum kunnen om de kinderen en kleinkinderen te bezoeken.
Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?
Het leven gaat zoals het gaat, daar kun je weinig aan veranderen. We proberen er het beste van te maken met de kennis van nu. Ik heb dan ook geen spijt van genomen beslissingen.
Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?
Noteer rustig een mooie negen!
Wilt u verder nog iets kwijt?
‘We zullen Nederland eren, maar het Gronings niet verleren.’ ‘Ik proat altied in het Grunnings als ik de kans krieg.’ Dat deed ik ook bij de 104-jarige vrouw die onlangs overleden is. Zij vond het altijd heerlijk om drie uur in de week de kans te hebben om in het Gronings te praten. Alvorens met het werk te beginnen, namen we altijd eerst een kwartier lang de afgelopen week door.
Onze kinderen zijn thuis met de Nederlandse taal opgegroeid maar kunnen wel Gronings praten en verstaan. Toen ik zelf op jonge leeftijd naar school ging, moest ik echt omschakelen want thuis werd altijd Gronings gepraat. Ik vind het belangrijk dat we onze streektoal in stand houden!