Soms komt de inspiratie voor een columnonderwerp op de vreemdste momenten binnen. Zo was ik laatst bij de uitvaartplechtigheid van de moeder van een kameraard van mij in Kantens. Het bracht mij voor het eerst in de mooie, oude ‘steunbeer’-kerk die in het midden van het dorp staat.
Tijdens het levensverhaal, kwamen oude herinneringen boven. Geuren ook vanuit de grote schuur aan de Burchtstraat waar de veevoerders voor een eigen aroma zorgden. Daar waren we vaak aan het voetballen bij slecht weer. Bij mooi weer waren daar de partijtjes buiten op het grasveldje. De doel was op de schuurmuur afgetekend. Zo brachten we na schooltijd uren spelend door….
Zo’n uitvaartdienst leidt ook vaak tot een weerzien met oude bekenden. Toen ik de beide neven van Wessel ontwaarde, moest ik even glimlachen. Want wat was het lang geleden, dat ik beide mannen gezien had. Mijn gedachten keerden direct terug naar de zomervakantie van 1989.
Zeventien jaar was ik in die tijd. Nadat mijn pa in 1985 ontslagen werd bij Sperwer, zat een zomervakantie er niet meer in. Vaak was het destijds ‘mousen stroup’n’ geblazen om een zakcentje bij te verdienen. Maar in 1989 was alles anders. Het idee kwam vast uit de koker van Bix. We moesten maar een keer gezamenlijk op vakantie gaan en waar kun je nu beter debuteren zonder de aanwezigheid van je ouders dan op Terschelling?
Het was een bont gezelschap dat die kant op ging, zover was mij wel duidelijk. De zoon van de dominee was mee en uiteraard Mittos ook. Plus dus die twee neven die ik nog nooit gezien had. Hoe we met zijn zessen in Harlingen gekomen zijn om daar op de boot naar Terschelling te stappen, dat kan ik mij niet meer herinneren. Ongetwijfeld zijn we gebracht, maar door wie?
Ongetwijfeld kregen we goedbedoelde adviezen mee om goed om onszelf te denken en geen dingen te doen die zij ook niet zouden doen. Wat wij al die dagen gegeten hebben? Geen flauw idee eigenlijk. Zelf kon ik in elk geval niet koken maar wellicht zorgden de neven ervoor dat we toch nog wat vitamines binnen kregen.
Wat er gedronken werd, dat weet ik nog wel. Veertig kisten bier gingen er doorheen in veertien dagen tijd. En dat terwijl ik nog niet eens dronk. Dat is niet om mij in te dekken maar gewoon een feit. Mijn eerste drankjes kwamen pas na die tijd en bier zuipen vond ik niet lekker. Een onschuldige bessenjus ging er in de tweede helft van dat jaar een stuk beter in. Later tijdens militaire dienst leerde ik bier drinken als een oude krijger. Tegenwoordig glijdt een cola-berenburg ook heel makkelijk en snel naar binnen.
Maar destijds dus nog geen drank. Dat weet ik nog omdat ik van mijn vakantiemakkers een vlag kreeg van mijn favoriete band U2. Die gaven ze mij als dank voor het feit dat ik wel dapper meebetaalde aan de gezamenlijke pot maar dus een stuk minder vocht naar binnen werkte.
We zaten trouwens op de vermaarde camping De Mast, zo staat mij bij. En mocht u nu denken, wat zopen die jongens destijds toch veel, niet normaal meer toch? Dan kan ik u melden dat er altijd sprake is van het ‘baas-boven-baas-principe.’ Voor ons op het veldje waren namelijk een stel Tukkers neergestreken en wanneer het op zuipen aankomt dan zijn zij onovertroffen.

Dat merkte ik ook aan mijn latere studiemaat op het Van Hall-instituut. Hij was qua intelligentie op het briljante af maar kwam vaak ’s maandags nog natrillend van de alcohol op school. De Tukkers tegenover ons op de camping hadden voor hun legertent op den duur een heuse Amstelvesting met lege kratjes gecreëerd. De grootste drinker, hij deed ook niet anders trouwens, ging er op den duur pontificaal voor poseren met ontbloot lichaam en daar werd destijds op het veldje menig kiekje van geschoten.
Jammer eigenlijk dat ik niet heel veel meer actieve herinneringen heb aan die eerste vakantie. Wel herinner ik nog onze gezamenlijk ingekochte zwarte Rising Sun T-shirts waardoor wij in de newwave-tent de Wyb in Midsland goed herkenbaar waren. Ook herinner ik mij nog dat er tijdens de laatste overnachting één van ons zessen niet in zijn eigen tent sliep maar in een tentje even verderop. Wie dat geweest is? Dat zal altijd wel het geheim van Terschelling blijven.
Later keerde ik er nog een keer terug met een stel kwajongens om op Terschelling één nachtje door te halen bij wat Middelstummer jeugd dat er al wat langer zat. En in 2010 en 2011 was ik er met onder andere de overbuurtjes van nummer 2. De tweede keer ging de vrouw mee, inclusief haar nekhernia. Die zal er dus niet heel mooie herinneringen aan overgehouden hebben.
En zo bracht een uitvaart in Kantens mij dus kortstondig terug naar Terschelling. Naar mijn tienerjaren dus inclusief puberaal gedrag. Hoewel ik in die tijd door mijn grote bril en alcoholgebrek door menigeen vast als een wijze jongeman gezien moet zijn. Ze moesten eens weten. Maar dat blijft onder ons hoor….