Ooit schreef ik eens een verhaal onder de titel ‘Een blik opzij’. Die ging over mijn partner die na woelige tijden rustig en vredig naast mij lag te slapen. Laatst keek ik, toen ik met de hond de oprit opstapte, omhoog naar de zijkant van het huis waarbij ik een glimp opving van mijn werkkamer. De titel ‘Een blik omhoog’ kwam vervolgens spontaan in mij op.
Want dat kamertje, eigenlijk van oorsprong een slaapkamer, kent een rijke geschiedenis. Nu dus mijn kantoor waarin ik dagelijks mijn verhalen typ en de onderneming ‘Bert Koster Internetcolumnist en Tekstschrijver’ in de lucht houd. Ooit begonnen op zolder, op de derde verdieping. Maar nadat mijn bonusdochters het huis uitgingen, beiden hebben deze ruimte een tijdje als slaapkamer gebruikt, kwam er voor mij een prima werkruimte vrij.
Een ruimte met een mooi uitzicht op de doorgaans rustige Berkenlaan. Daarvoor moet ik overigens wel gaan staan, anders kijk ik alleen tegen wat daken aan. Maar deze ruimte kent inmiddels een rijke geschiedenis. Ooit bracht ik hier mijn eerste nacht in het net opgeleverde nieuwe huis op nummer vijf door.
Het leverde mij destijds in elk geval een uitstekende nachtrust op. Het moet op een vrijdagavond geweest zijn en kort daarvoor was ik nog even het bos ingelopen en vanaf het bruggetje probeerde ik toen een glimp te zien van mijn huis maar ik kwam niet verder dan die van Van Dijken. Toch overheerste een overweldigend gevoel.
Ik heb maar liefst 28 jaar thuis gewoond. Alhoewel, daar zat natuurlijk nog een jaartje militaire dienst tussen. Maar toen de eerste plannen voor deze nieuwbouwwijk er waren, was ik 26 en had zeker de drang om het ouderlijk huis te verlaten. Maar waar moest ik heen en hoe dit aan te pakken? En toen, in januari 1999, kwam buurman op het voetbalveld op mij af. ‘We gaan een huis bouwen’, zo zei hij en ik stemde direct zonder na te denken in.
Dik anderhalf jaar later sliep ik er dus voor het eerst. De datum weet ik nog precies, 18 augustus 2000. Ik ben de afgelopen dagen nog even op zoek geweest naar het boek dat mijn moeder voor mij geschreven heeft. Vanaf mijn geboorte hield ze nauwgezet de hoogtepunten uit het leven bij en haar laatste bericht stamt van die dag.
Helaas kan ik het album zo snel niet vinden. Hetzelfde geldt overigens voor de brief die mijn vader schreef toen Miranda en ik ons geregistreerd partnerschap aangingen, nu alweer bijna vijf jaar geleden. Die brief heb ik destijds met de nodige ontroering gelezen maar waar ik hem gelaten heb? Hopelijk duikt die ooit een keer weer op.
Maar het laatste berichtje in mijn persoonlijke boek door moeders geschreven, ging over het feit dat het heel rustig geworden was thuis en dat ‘Bert voor het eerst in zijn nieuwe huis geslapen heeft’. Ondanks het feit dat ik reeds 28 jaar was toen ik het ouderlijk huis verliet, voelde je in haar schrijven een soort van ‘lege nest syndroom’. De jongste was uitgevlogen en daarmee de laatste van al haar zes kinderen. Ik had wat haar betreft nog wel veel langer thuis mogen blijven wonen want ‘het is nu wel heel rustig geworden in huis.’
De kamer waar ik toen sliep, was overigens niet mijn beoogde slaapkamer. Dat was de grote ruimte ernaast waar we nu nog steeds liggen. Maar het wachten was destijds op het waterbed van broertje Henk die zelf een nieuw bed had gekregen en mij dit bed schonk. Daarvoor moest ik echter nog wel een maandje wachten en dat bed vond tien jaar later zijn Waterloo door een lekkende waterzak. Toen vonden we het zelf ook wel welletjes.
Nostalgische herinneringen dus die ochtend toen ik de oprit opstapte. In augustus is het 26 jaar geleden dat ik het ouderlijk huis verliet. En dit jaar is het alweer tien jaar geleden dat moeders in november 2016 haar laatste adem uitblies. Op de dag dat ik dacht nog net een laatste interview af te kunnen nemen maar toen ik halverwege een blik op mijn mobieltje wierp, zag ik dat moeders haar dagen geteld waren.
Wat rest is een boek vol geschreven herinneringen waarop op 18 augustus 2000 een eind kwam. Het is mij tot dusver nog niet gelukt de rust te vinden om dit boek vol verhalen eens rustig door te lezen. Dat kan overigens ook komen door moeders haar handschrift want dat had wel iets weg had van een schrift vol hanenpoten dat de toegankelijkheid om het te lezen niet vergrootte.
Maar ooit zal ik dit doen en daarbij dankbaar terugkijken op al haar inspanningen die ze overigens voor al haar zes kinderen geleverd heeft. Ik sluit niet uit dat ik dan uit dankbaarheid nog wel even weer een blik omhoog werp….