Het is 2019. Nu wij de 50 jaar aantikken wordt het weer eens tijd om na te denken over de toekomst. De bedoeling is immers nooit geweest om tot ons pensioen in de kroeg te blijven zitten. Toch maar weer te koop zetten ? We kunnen het proberen.
Het bedrijf heeft al eens 10 jaar lang te koop gestaan. Het toen nog aankomende rookverbod heeft lange tijd de horeca doen stilstaan, er was nagenoeg geen animo. Om boekhoudtechnische redenen hebben wij het bedrijf in 2015 weer uit de verkoop gehaald. Maar nu zit er niks in de weg dus waarom niet. Corona bestond nog niet.
De makelaar is lyrisch over het pand. ‘Ik zie wel 8 appartementen’, zo kirde zij. Appartementen? Doe even normaal! Het is wel de bedoeling dat het een horecabedrijf blijft, voor het dorp. Zij raadt dat sterk af want dan verkoop je het niet snel.
Stof tot nadenken. Wij zetten het bedrijf niet te koop want die appartementen daar kunnen wij misschien zelf ook wel iets mee. Het plan: appartementen voor jongeren in de bovenzaal. Win-win dachten wij. Een kleine oplossing voor het woontekort onder de jongeren. En omdat wij dan huur ontvangen van de appartementen kunnen wij het café voor een lutje bedrag verhuren aan iemand die daar zin in heeft.
Niet wetende wat het precies inhoudt vragen wij een vooroverleg aan bij de gemeente. Deze koppelt terug en koppelt terug. Telkens met een periode van de toegestane 6 weken om te antwoorden. Het komt er op neer dat onze vraag of het überhaupt mag, pas in behandeling wordt genomen als wij met tekeningen komen gemaakt door iemand die daar toe bevoegd is. Gelukkig woont Edo in het dorp en heeft hij voor ons de technische tekeningen gemaakt. Omdat wij eigenlijk geen problemen verwachten gaan wij er gewoon voor. Wachtend op het vooroverleg.
Het is inmiddels halverwege 2023. Wij hebben voor onze toekomst ‘de overkant’ aangekocht. Het wordt een hele klus maar we hebben erg veel zin om dit mooie maar verwaarloosde pand op te knappen. Tijdens het klussen rolt een onverwacht antwoord van de gemeente in de bus. Het vooroverleg blijkt een overleg binnen de gemeente te zijn, dus zonder ons. Zij maken gehakt van onze aanvraag!
Wonen boven een café is voor hen geen optie wegens slechte leefomstandigheden, geluidsoverlast. En weet ik veel wat allemaal meer. Als het gehele pand een woonbestemming zou krijgen is er misschien nog een opening. Punt. Dat hadden zij ook wel zonder die tekeningen kunnen beslissen, toch?
Ten einde raad hebben wij nog voorgesteld om van Hoofdstraat 45 een café-restaurant te maken en dan van Hoofstraat 22 ( kroeg) allemaal appartementen. Dan heb je wel een hele mooie plek voor een gezellig terras. Maar dat werd nog veel erger. Om te beginnen moesten wij aangeven waar wij dan 14 parkeerplekken vandaan haalden, op eigen terrein. Huh?! Weg terras dus, parkeerplaats. Nieuw bestemming, nieuwe regels.
Wij bellen de makelaar, zet het maar te koop. Maar dan wel als café want dat willen wij wel graag behouden, voor het dorp. Voor de foto’s proberen wij nog een en ander op te knappen. Pepijn helpt en voelt nattigheid. ‘Je gaat het verkopen he?’, zegt hij. Wij zagen Pepijn wel als potentiële kroegbaas maar hij vond zichzelf nog te jong. Omdat er verder eigenlijk niemand opstaat komt het bedrijf dus alsnog te koop.
Pepijn peinst erover en na een een overleg met hem trekken wij Willibrord weer uit de verkoop. De bedoeling is een soort driejarentraject in te gaan waardoor je de latente belasting kan doorschuiven naar de volgende ondernemer. Voor jullie beter bekend als een soort maatschapidee. Wij zijn vet blij! Willibrord komt gewoon in handen van iemand uit het dorp!
Halverwege haakt Pepijn af. Hoewel het voor ons een grote domper is, respecteren wij zijn keuze. Beter nu de juiste keuze maken voor het te laat is. In hetzelfde jaar als de aankoop van ons huis wordt het al drukker met de Boerenboxen. De loonwerkers komen erbij.
En in plaats van drie maanden voorjaar en drie maanden najaar nemen de Boerenboxen 10 maanden per jaar in beslag. De loonwerkers mogen weer aan de slag vanaf 16 februari en wij hebben zelfs nog in december boxen geleverd. Het vraagt veel, niet alleen van ons maar ook van de medewerkers. Zonder klagen zijn zij ook maandag en dinsdag van de partij als dat nodig is. Het maakt niet uit of je 1 box of 47 boxen hebt, je moet 7 dagen per week klaarstaan, vinden wij.
Onze piek in het restaurant ligt in het weekend en de boxen van maandag tot en met vrijdag. Die 7 dagen per week wordt teveel en daarom besluiten wij dit “bedrijfje op zich” van de hand te doen. We hebben sowieso handen tekort. Wetende dat Pepijn iets anders gaat doen, Siep weer gaat studeren en Mila wil emigreren naar Spanje en zij dus ons bedrijf gaan verlaten, proberen wij er op allerlei manieren mensen bij te zoeken. Maar de reacties blijven uit.
Het is vakantie 2025, de jongens en meiden die bij ons werken gaan met (bijna) zijn allen naar LLoret. Wij blijven thuis en ‘s avonds aan de keukentafel likken wij onze wonden. Met ongecontroleerde boosheid en chronisch chagrijn proberen wij te accepteren dat het anders moet dus na de Boerenboxen volgt nog een drastisch besluit.
Ook al zouden wij bezorgers kunnen vinden dan staan wij nog maar met zijn tweeën in de keuken en kan je al de bestellingen niet aan. Daar krijg je alleen maar klachten van. Natuurlijk zijn er mensen die ons wel willen helpen met bezorgen voor ‘een pizza en een biertje’ maar als dat meer zaak dan regel wordt dan gaat de boekhouder er weer niet mee akkoord. Op therapeutische basis klussen wij nog een weekje langer door om in onze vakantie te moeten besluiten na 15 jaar te stoppen met bezorgen, helaas…
Dit is wel een serieus probleem! Er zijn toch mensen zat, wil er nu niemand meer werken of zo? Het systeem is compleet uit balans. Het MKB heeft een grote concurrent als het gaat om personeel ten koste van de kleine bedrijfjes. Als je gaat werken voor de (semi) overheid, kom je zonder dat je nog maar een slag werk hebt verzet thuis met een loon waar je U tegen zegt. Weinig uren, goede regelingen. Tja, wie is er nou gek?
Ook wordt het beloond om minder uren te gaan werken, dan verdien je in verhouding gewoon meer. Met alle toeslagen is het bovendien aantrekkelijker om lekker thuis te blijven in plaats van aan het werk te gaan. Vechten tegen de bierkaai! Back to basic dus…
Stoppen met bezorgen, auto’s weg, minder personeel. Dan redden wij het wel weer. Maar eerlijk is eerlijk, wij vinden er geen zak meer aan. Geen opvolging dus waar doen wij het nog voor?
Natuurlijk horen wij ook heel vaak: ‘als er geen kroug meer in’t dorp is’!’ Daar zijn wij het roerend mee eens maar voor ons gevoel hebben wij er alles aan gedaan wat in onze macht ligt om dat doel te behouden en dat heeft geld genoeg gekost. De zin in een langdurig proces met de gemeente om er toch appartementen in te mogen maken en de kroeg te behouden is er niet meer.
De mogelijkheid om het gewoon te laten bestaan is er natuurlijk wel. Als er iets of iemand opstaat kan er een dorpshuis van worden gemaakt bijvoorbeeld. Er zijn wel regelingen en instanties die het mogelijk maken, denk aan Het Groeifonds bijvoorbeeld. En voor onderhoud krijg je subsidie.
Dennis heeft al eens gezegd: ‘ik gooi de pizza’s eruit en maak er een Groningen-café van.’ ‘Jij bent gek’, dacht ik toen maar nu denk ik: ‘waarom niet?’ Gewoon doen! Dan blijft het wel in het dorp.
Ondertussen knoeien wij gewoon door. Er moet toch brood op de plank komen. Wij hebben een nieuwe jonge ploeg en zonder de bezorging is het voor ons in de keuken te doen. Wij maken weer een planning voor het aankomende jaar. De late uurtjes houden wij zoveel mogelijk voor gezien. Dat hoort eigenlijk niet zo maar de volgende dag komen wij onszelf tegen.
De makelaar is op bezoek geweest en het komt weer te koop. Of het dan een café blijft is maar de vraag. Wat wij straks gaan doen? Geen idee. Nu wij richting de 60 gaan wordt dat zeker geen café meer. Dat laten wij over aan de volgende generatie…..