In gedachten ga ik 25 jaar terug. Toen lagen ze bij mij op de verkoever. Links van de balie was een plekje gereserveerd, daar hadden we de hele dag goed zicht op de monitor, de onrust, de pijn, de urineproductie via de katheter en het bloedverlies via de drains.
“De heupen” waren lange liggers op de verkoever. Ze waren vaak instabiel, hadden veel pijn, bloedverlies en waren onrustig. Na een dag uitslapen gingen ze naar de verpleegafdeling waar ze volgens een zorgvuldig samengesteld protocol 2 weken verbleven.
Ik schud mijn hoofd en ben weer in het heden. Inmiddels heb ik manlief gedag gekust, sta ik met mijn mobiel in de hand en m’n ziel onder m’n arm op de holding, de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling.
Ik ruik de mij zo bekende geur van ontsmettingsmiddelen en hoor de geluiden van infuuspompen, de bewakingsapparatuur en het scheuren van de plastic verpakkingen van de injectiespuiten. Het voelt vertrouwd om hier te zijn. Voor me staat een ziekenhuisbed, keurig opgemaakt met een blauw operatiejasje erop. Op aanwijzingen van de verpleegkundige kleed ik me om. Mijn spullen mogen in een (duurzame) papieren tas.
Ik kijk wat om me heen. Alle verpleegkundigen zijn gehuld in operatiepak en dragen een mondneus masker. Alleen de vrolijke sokken, glossy klompen, sprankelende ogen en gesprekken over het afgelopen weekend onthullen dat dit kleurrijke dames zijn. Geroutineerd ontluchten ze infuuszakken, bereiden ze medicatie en vullen ze materialen bij.
Patiënten worden binnengebracht, gerustgesteld en ergens daar tussendoor loopt een man die een fotocamera angstvallig vasthoudt terwijl hij clownesk een disposable overall aantrekt. Ik concludeer dat dit een nerveuze aanstaande vader is, die meereist met zijn vrouw die een keizersnede zal ondergaan.
In al deze reuring word ik voorbereid op de operatie die het begin inluidt van de rest van mijn leven. De verpleegkundige vertelt me wat ze doet en waarom. Het infuusnaaldje wordt vakkundig ingebracht, er wordt een pijl op mijn te opereren been gezet, ik krijg een chemische cocktail waar menig akkerbouwer jaloers op zou zijn, de bloeddruk en temperatuur worden gemeten en dan is daar het moment dat ik naar de operatiekamer word gebracht.
Op de OK word ik door het hele proces geloodst. De time out procedure waarin iedereen herhaalt welke ingreep bij welke patiënt met welk materiaal en welk personeel er plaatsvindt, laat zien hoe professioneel en veilig er gewerkt wordt.
Ik zie op tegen de ruggenprik, waarvan ik weet hoe lang die naald is. “Kin op je borst en je schouders laten zakken”, zei de anesthesieassistente tegen me en voor ik het wist was het klusje geklaard. Er worden ijsbrekende grappen gemaakt over vermeende bloedspetters op het plafond die ontstaan tijdens grote heupoperaties. Als beelddenker en fervent Netflix misdaadbincher krijg ik visioenen van wat er straks te gebeuren staat en vrees ik voor mijn leven.
Tijdens de ingreep ben ik in een soort schemertoestand overgeleverd aan de goden die mij m’n leven terug zullen gaan geven. Ik denk dat “stoned” nog wel de beste omschrijving zou zijn voor deze staat van zijn.
Tijdens het gezaag, getik en trillende OK tafel, heb ik liggen zwetsen over de muziek die ik hoorde (Ed Sheeran), heb ik me verontschuldigd dat ik m’n benen niet geschoren had, gevraagd om een liposuctie, ze geprezen voor hun vakkundigheid en verzocht om een foto van het team voor de column die ik over ze ging schrijven.
Iedere keer als ik m’n mond opendeed om iets stoms te zeggen, was daar het gezicht van de anesthesieassistente die me geruststelde en vroeg of alles goed was en of ik iets nodig had.
Nadat de orthopeed me het euvel nog even heeft laten zien, die me de afgelopen jaren had geplaagd, werd ik naar de verkoever gereden. Geen bloedingen, geen drains, geen rare bloeddrukdalingen en meteen het gevoel terug in mijn benen.
Vanaf het moment dat ik, met een looprekje weliswaar, weer mocht lopen ben ik vrijwel constant flabbergasted geweest over het tempo waarin ik herstel en langzaamaan het leven weer terugkrijg dat ik zolang gemist heb. Ik besef me daarbij ook terdege dat er mensen zijn die niet meer te behandelen zijn en moeten accepteren dat het is zoals het is.
Ik weet, het is in ons zorgland ingewikkeld. Vaak is het zo dat meerdere specialisten los van elkaar hun eigen kijk op de zaak hebben, zijn er standaarden waar nauwelijks van kan worden afgeweken en zijn er regels en kaders om de geldstroom in te kunnen dammen. Ik heb jaren moeten wachten op dit moment omdat ik van kastje naar de muur en weerom werd gestuurd.
Ik ben benieuwd en maak me zorgen om wat de op handen zijnde bezuinigingen van ons eigenaardig samengestelde kabinet met de kwaliteit van leven van onze waardevolle jongeren en ouderen gaat doen. Ik houd m’n hart vast.
Juist daarom is het ook goed om te delen wat er in de afgelopen 25 jaar in positieve zin wél is veranderd en deze mensen, die mijn nieuwe leven vol verve hebben ingeluid, op een voetstuk te plaatsen.
Dus daar komt ‘ie: DANK! Dank aan het team van de operatieafdeling, dank aan de vrouwelijke orthopeed, dank aan de verpleegkundigen, helpenden, facilitaire medewerkers, dank aan iedereen die het in de zichtbare drukte en beperkte tijd kon schelen hoe het met me ging en er alles aan deed om het toch ook wat gezellig te maken.