De onrust in mijn lijf wordt met het wikken en wegen groter en groter. In mijn hoofd springen de hersenen van het ene op het andere been. En in rap tempo. De ene gedachte overspoelt de andere, waarna de eerste terugkomt in een nog grotere hersengolf.
Het is maandagmorgen even na tienen. Het hele weekend was al een rollercoaster aan hersenspinsels en nu stuwen de gedachten het bloed in de aderen. De ringtone van mijn mobieltje slaat een bres in de maalstroom van gevoelens. Het is mijn broer. Het gesprek duurt dik twee minuten.
Met mijn laatste woorden ‘Ja, komt goud’ op zijn ‘Komt goud’ verdwijnt de twijfel en keert rust en zekerheid terug in mijn hoofd en lijf. We gaan het gewoon doen. Ik kruip achter mijn laptop, schrijf in één ruk een brief en even na half twaalf stuur ik een mail met motivatiebrief en bod naar de makelaar.
Even na enen mist Mien een telefoontje van de makelaar omdat ze in een belangrijke bespreking zit. We denken omdat het telefoontje zo snel komt dat we het niet zijn geworden. Hoop doet leven. Om tien over half twee belt de makelaar andermaal naar Mientje en niet naar mij omdat hij mijn nummer niet heeft. Deze keer kan ze wel opnemen. Het hoge woord komt eruit. ‘Het is van jullie…’
In een tijdsbestek van 3,5 uur zijn Mien en ik plotseling de eigenaar van een nieuw huis. Euforie en verbazing tegelijk. Appjes vliegen in recordtempo richting familie. Wij zijn zomaar de nieuwe bewoners van de Toornwerderweg in Toornwerd. Wij hebben ons droomhuis gevonden. En dat terwijl we in eerste instantie niet eens meer terecht konden op de kijkdagen, zoveel belangstelling was er. Dankzij een afmelding vanwege de griep mochten we alsnog naar de bezichtiging. Het moest kennelijk zo zijn.
Het statige huis heeft sfeer, karakter, ruimte, vergezichten en meer dan 150 jaar geschiedenis en staat in Toornwerd, maar zij zeggen op Doord. Voor wie het niet kent; Doord ligt op het Hogeland onder de rook van Middelstum aan de boorden van het Boterdiep, op schootsafstand borg Ewsum en naar het noorden Kantens.
Toornwerd is een pittoresk schilderachtig wierdedorpje. Nou ja, half wierdedorpje dan, want de wierde is in de 19e eeuw deels afgegraven om de arme Drentse zandgrond te bevruchten. Met een stuk of wat huizen en minder dan een handvol boerderijen heeft het slechts drie straatjes: Toornwerderweg, W. J. Dethmersweg, Ossengang én een kerkenpad. Via dit pad en het baalkje (hoogholtje) over het Boterdiep loop je dan zo Middelstum in, maar zij zeggen Milnsum.
Willem Jacob Dethmers van de wegnaam is trouwens de held van Toornwerd. Boer en oprichter van steenfabriek Labor aan het Boterdiep tussen Doord en Milnsum sneuvelde op de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog bij Dordrecht. Ondanks een Duitse kogel vocht de Toonwerder legerkapitein gewoon door, maar uiteindelijk sneuvelde hij twee weken later toch aan zijn verwondingen,
Toornwerd is gekend om zijn toren. Op wat er nog overgebleven is van de wierde staat in het midden een rijzige toren met klok van de voormalige kerktoren. Als je er onbekend bent, vraag je je af waar de kerk is. Die is eeuwen geleden eerst met klokkentoren en al deels afgebrand en later gesloopt. Er kwam uiteindelijk de stenen toren voor terug.
Ik heb altijd gedacht dat Toornwerd genoemd was naar de toren. Niets daarvan. Toornwerd was vroeger Doornwerd, de wierde met de doornen(struiken). Vandaar ook dat Doord. Elke zaterdag om zes uur ’s avonds luidt een dorpsbewoner er de klok.
Onder de toren ligt het kerkhof met prachtige toegangstrap. Dorpsheld Willem Jacob Dethmers ligt er begraven. Vlakbij Dethmers liggen de Schollema’s. Ik was erbij toen Meindert, de oud-burgemeester van Pekela en oud-voorzitter van voetbalclub Middelstum, er op een koude decemberdag werd begraven en hij veel te vroeg weer terugkeerde bij zijn overleden familie op zijn geliefde Doord.
Meindert bracht zijn jeugd door op ‘de bölt’ en kraste samen met zijn vader als 13-jarig jochie zijn naam boven in de rijzige toren. Een toren die waakt over de wierde. Een toren, waar wij straks op uit gaan kijken.
Ach, zo raak ik niet uitgepraat over mijn nieuwe woonplaats. Maar waar een nieuwe woonplaats is, is ook een oude. Bijna vier jaar wonen we nu in Blauwestad in een heerlijk huis aan het water met bootje in het achtertuinhaventje.
Schitterend wonen als in een vakantieparadijs. Vandaar ook die rollercoaster van wikken en wegen of we ook zouden willen verhuizen. Het was geen makkelijk besluit. En dat is een understatement. Ik vertrek na 58 jaar uit het Oldambt, mijn geliefde streek van goudgeel koren, vette klei, hart op de tong en heel simpel moi. Ik laat al die mooie jaren en heel mijn sociaal leven zo’n 45 kilometer achter me. Tja, dat is flink zuchten.
Zelfs voor Mientje, afkomstig van het Hogeland, viel het besluit zwaar. Toen het doordrong dat we ons fantastisch huis en haar hondwandel- en hardlooproutes gaan verlaten, vloeiden de tranen. Ze droogden op bij het besef dat ze straks in een nog mooier huis op exact 3,6 kilometer van haar ouders in het oosten en 3,6 kilometer van haar broer en schoonzus in het westen gaat wonen.
Dat we het ultieme droomhuis hebben gevonden is natuurlijk een hele goede reden om te verhuizen. Maar dat is het niet alleen. 58 jaar geleden werden mijn tweelingbroer en ik door een zeer kwalijke dwaling van het menselijk verstand uit elkaar gerukt. Peter ging naar het Hogeland, naar Middelstum, ik naar Winschoten in het Oldambt.
Altijd is er die hang geweest om iets in te halen, om ons sociale leven iets dichterbij te laten zijn. En dat gaat nu dus gebeuren. Met m’n neefje Xander en vriendin Julia straks bij ons in de straat en broer en Sofie op 1,5 kilometer gaat dat helemaal goedkomen.
Zoals van de week een oudere bekende vrouw het zei: ‘De bruiertjes binnen weer bie mekoar…’
Erik Hulsegge
(De columns van Erik Hulsegge op bert-koster.nl worden u aangeboden door Klimaatgroep Holland uit Groningen! www.klimaatgroepholland.nl)