Vorige week heeft u al de vakantiebloopers en anekdotes kunnen lezen van onze trip naar Curaçao. Voor wie dit gemist heeft, even op dit linkje drukken: https://bert-koster.nl/2025/12/16/vakantiestress-de-anekkedotes/. Het was niet zo maar een reis die de vrouw en ik gemaakt hebben natuurlijk. Voor het eerst verlieten we Europa om na een tien uur durende vliegreis, die ons ook nog een tussenstop op Bonaire bracht, te landen op vliegveld Hato. En zo zetten we voor het eerst voet aan wal in Zuid-Amerika. Of is het toch Latijns- of Midden-Amerika? Want daar zijn de meningen wel eens over verdeeld.
Tja, hoe kom je er op om helemaal naar Curaçao te gaan? Allereerst was het voor Miranda natuurlijk een topjaar want ze studeerde af op de Hanze en mag zich nu social worker noemen met als toevoeging behandelaar. En dat overkomt je niet alle dagen natuurlijk.
Daarbij vielen de kosten van deze Caribische trip ons nog redelijk mee, zeker omdat we niet voor de optie ‘all-inclusive’ kozen. Want wanneer je zo’n eiland bezoekt, dan moet je niet alle dagen op een resort blijven hangen. Nee, dan huur je een auto – in ons geval een kleine Kia – en dan trek je er op uit. En ook deze auto zat bij de prijs inbegrepen.
En dat deden we dan ook toen we na een lange en stressvolle reis eindelijk Landhuis Bona Vista bereikten, gelegen aan de buitenkant van hoofdstad Willemstad. Toen we door de jetlag na een relatief korte nachtrust in de zon op ons terras van een ontbijt genoten, viel alle stress van de vorige dag van ons af. Helemaal na een plons in het zwembad. En met een gemiddelde temperatuur van 30 graden op het eiland was het heerlijk badderen.
Eigenlijk heb ik alle dagen wel gezwommen. Was het niet in ons eigen zwembad, dan wel in zee bij een van de vele mooie stranden die Curaçao kent. We hadden ons snorkelapparatuur niet voor niets meegenomen want bij een strandje werden we al snel omringd door talrijke vissen en schildpadden. Op de pier sloeg een oude man regelmatig op een stuk hout en hij gooide stukjes vis in de zee waar die schildpadden op af kwamen. Wat zag het er onder water toch prachtig uit.
Mambo Beach en de Jan Tiel Beach behoren zeker ook tot de meest bezochte stranden van het eiland. Op het Jan Tiel strand werden we bediend door jonge Hollandse meiden en de drankjes werden achter de strandbar ingeschonken door veelal Hollandse jongemannen. Zo’n strandbedje onder de parasol maakte vervolgens het vakantieplaatje helemaal af. Ook een bezoek aan het strand van de Kleine Knip mag bij deze opsomming niet vergeten worden.
Hetzelfde gold natuurlijk voor het centrum van Willemstad met zijn unieke gekleurde huizen en gebouwen rondom de Handelskade. We pikten nog even een terrasje aan het water mee en hadden daarbij een prachtig uitzicht op de Koningin Juliana- en de Pontjesbrug. Even verderop lag een gigantische cruiseschip aan wal wat weer tot een gigantische toeristenstroom leidde in de stad die met zijn 100.000 inwoners ook wel eens het ‘Amsterdam van het westelijk halfrond’ genoemd wordt.
Een paar dagen later deden we Willemstad nogmaals aan om onder andere een bezoek te brengen aan het slavenmuseum. De VOC-mentaliteit waar Jan Peter Balkenende ooit eens over repte, kwam toen wel in een ander daglicht te staan zeg. Wat werden de slaven uit Afrika onder barbaarse omstandigheden in de ruimen van de grote schepen vervoerd.
Waarbij de zweep en andere martelpraktijken niet werden geschuwd. Met kraaltjes en spiegeltjes werd die kant opgevaren en de ingeruilde slaven werden vervolgens in Amerika weer omgeruild voor allerlei spullen die wij dan weer voor dik geld konden verkopen. Een gouden handel wat vervolgens de Gouden Eeuw inluidde. Maar wel een eeuw met een gitzwart randje als je de slavenhandel in ogenschouw neemt wat mij betreft.
Wat zeker een hoogtepunt was tijdens deze trip was een bootreis op een catamaran naar Klein Curaçao. De heenreis was onstuimig en de relatief hoge golven eisten hun tol want achterop het schip zaten verschillende passagiers met een spuugbakje voor zich. Maar dat was allemaal vergeten en vergeven toen we 2,5 uur later naar het paradijselijk eilandje zwommen. Wat een prachtig strand toch en we liepen ook nog even naar de vervallen vuurtoren en het scheepswrak. Tussendoor kon er gegeten worden van een maaltijd onder het genot van een lekker cocktailtje.
En op een enkel en vaak kort regenbuitje na, waarbij het gewoon lekker warm bleef, scheen voor ons vaak letterlijk en figuurlijk de zon. Want wat is er fijner om in de blote bast tot laat in de avond op de veranda een boekje te lezen, te puzzelen of om een spelletje te spelen? Het waren paradijselijke dagen inderdaad. Zo ver weg en door de Nederlandse invloeden van weleer eigenlijk ook verrassend dichtbij. Hopelijk houden de Amerikanen zich rustig want wat zijn ze daar afhankelijk van het toerisme. Wie weet tot ooit! Wat rest zijn de foto’s en de blijvende herinneringen aan het Caribisch gebied!