Henk kwam uit Groningen en dat hoorde je. Zijn collega’s vonden het prachtig en grinnikten vaak als Henk aan het woord was of keken elkaar wat lachend aan als hij vertelde over zijn winkel in de binnenstad van Groningen. Dit maakte Henk wat onzeker en hij ging twijfelen aan zijn capaciteiten en deskundigheid. Dat voelde niet goed, en dat is eigenlijk nog wat zwak uitgedrukt.
Als hij weer eens in de trein zat van Groningen naar Rotterdam voor een landelijk overleg was Zwolle een belangrijk punt voor hem: “Zal ik hier uitstappen en teruggaan naar Groningen om niet de hele dag de grapjes en plaagstoten over mijn Groninger dialect aan te horen?”, vroeg hij zich dan vaak af. Maar dat deed hij niet. Henk was heel plichtsgetrouw en op zijn eigen werk waar iedereen met een dialect sprak, voelde hij zich meer dan thuis.
Henk was al meer dan 12,5 jaar een geliefde bedrijfsleider van een grote landelijke keten die sportartikelen verkocht. Hij werkte op een vestiging in de stad Groningen en woonde samen met zijn gezin in de gemeente Eemsdelta. Daar voelde hij zich thuis, in zijn omgeving maakte niemand grapjes en flauwe opmerkingen over zijn dialect. Niet omdat de mensen daar allemaal perfect en volmaakt waren, maar omdat iedereen daar elkaars taal sprak en elkaar verstond.
Vaak moest hij dan denken aan een liedje van zijn favoriete zanger Daniel Loheus die dan zingt: “Gien mense kek joe an op de klank van joen woordn. Standverschil is uut de mode doar schöt geen mense wat met op. Bovendien is doar geen tied veur, we hebben wel wat anders an de kop. (Ten Oosten van de Iessel)
“Zeg nog eens wat in het Gronings Henk.”, vroeg een collega lachend toen ze nog een kop koffie dronken want de meeting, zo noemden zijn collega’s dit overleg, was nog niet begonnen. De andere collega’s lachten wat mee. Henk deed alsof hij niets hoorde en keek naar een ander tafeltje waar een paar collega’s gingen zitten waar hij zich meer op zijn gemak bij voelde. Maar het droevige gevoel dat hij in de trein al had, werd nog een beetje erger.
Natuurlijk wist ook Henk dat het allemaal grappig bedoeld was. Maar toch ging hij vreselijk twijfelen aan zichzelf. Soms balde hij zijn handen onder de tafel tot vuisten en had hij de neiging om zijn grootste pester een stomp voor zijn bek te geven. Maar Henk wist ook dat hij nooit zou doen want hij was zoals ze dat noemden een echte binnenvetter die maar zelden het achterste van zijn tong liet zien, en al helemaal niet als het over gevoelens ging.
Als hij ging rennen, dat kon hij goed en deed hij graag, kwam de frustratie van al die vervelende vergaderingen eruit. Hij liep steeds betere tijden en had door al dat sporten een prachtig sportief lichaam gekregen. Dit kwam dan weer goed uit en daardoor kon hij de klanten in zijn winkel alles over hardlopen en goede schoenen vertellen.
Veel klanten vroegen dan ook speciaal naar Henk als ze iets wilden weten over duurlopen en de daarbij behorende schoenen en kleding. Dan voelde Henk zich gewaardeerd en blij. Uit de landelijke omzetcijfers wist hij dat zijn filiaal het hoogste scoorde op deze artikelen. Maar hij had er nog nooit iemand vanuit de directie over gehoord en dat vond hij dan weer jammer.
Henk lachte meestal mee als ze zijn dialect probeerden na te doen. Hij lachte mee als iemand vroeg of ze hem een ondertitel moesten geven en hij lachte ook mee wanneer er tijdens de lunch weer iemand zei dat Groningen toch vooral bekend stond om ruimte, aardappelen en mensen die overal moeilijk over deden. “Die aardbevingen bij jullie vallen toch wel een beetje mee?”, vroeg collega Joris toen ze gezamenlijk zaten te lunchen.
Henk keek omhoog en legde het broodje kroket net iets te hard op het bordje terug. Zo hard dat er een dikke scheut tomatensoep op het witte tafelkleed terechtkwam. Het mooie en strak gestreken kleed zag er gelijk heel anders uit met die grote rode vlek die iets had van de landkaart van Nederland. Het werd ongemakkelijk stil aan de grote tafel en je voelde de spanning per seconde stijgen.
In een flits zag Henk een aantal beelden van de afgelopen jaren door zijn hoofd schieten; scheuren in zijn badkamer, een schoorsteen die verwijderd moest worden, een muur die plotseling wel heel erg scheef stond, maanden wachten op schaderapporten en die zogenaamde deskundigen die helemaal niet deskundig waren en hem niet eens serieus namen. Hij zag weer die veel te dikke en slordig geklede manager van het NCG Groningen voor zich die tegen hem had gezegd: “Je moet de schadeafhandeling een beetje zien als de Postcodeloterij: De één wint wat, de andere niet.”.
Maar hij zag ook zijn dochtertje Vera van 10, huilend en trillend in haar nachtponnetje omdat ze wakker was geworden van een beving. Nog regelmatig lag ze bij hem en zijn vrouw in bed omdat ze angstig was voor nieuwe bevingen. Als hij daar nu weer aan denkt, voelt hij dat trillende lichaampje opnieuw. “Valt wel mee, valt wel mee?”, schreeuwt Henk het nu uit! Alle kleur van zijn gezicht is verdwenen en de tranen staan in zijn ogen. Iedereen kijkt naar Henk en houdt zijn adem in.
“Nou ja, op tv lijkt het meestal altijd erger dan het in werkelijkheid is.”, probeerde Joris zijn opmerking van daar net nog een iets andere draai te geven. Maar terugkrabbelen of doen alsof er niets is gezegd, is niet meer mogelijk. Henk pakt zijn telefoon en opent zijn fotomapje met foto’s van de bevingen en schade aan zijn huis en duwt Joris zijn telefoon in de handen. “Nu scrollen en iedereen vertellen wat je ziet!”, snauwt Henk.
Joris begint met ietwat trillende stem de foto’s die hij op de telefoon van Henk ziet te benoemen: “Een scheurtje, een scheur, een nog grotere scheur, stucwerk dat los komt, een schoorsteen die van het dak gehaald wordt, een aantal balken die een muur ondersteunen, een klein huilend meisje in een nachthemdje die bang tegen haar moeder aankruipt”.
Voor het eerst in jaren let niemand op het dialect van Henk als hij zegt: “Dit is ons huis, hier moeten wij ons veilig voelen, maar dat is al jaren niet zo, we worden niet serieus genomen door die instanties en collega’s.
De ongemakkelijke stilte wordt nog een stukje erger als Henk hard en met lange uithalen begint te huilen en te vertellen. “Je niet veilig voelen in je eigen huis is vreselijk, maar je niet gewaardeerd en onveilig voelen bij je collega’s is minstens net zo erg”, snikt hij het nu uit.
Die middag wordt er veel gepraat en uitgepraat en hoort Henk van zijn collega’s dat niemand het ooit kwaad heeft bedoeld als er weer eens een grapje over zijn dialect werd gemaakt. Maar er is ook schaamte onder de collega’s omdat niemand door heeft gehad wat dit allemaal met Henk deed.
Als Henk om 17.00 uur in Rotterdam weer op de trein stapt is hij voor het eerst opgelucht en tevreden na een landelijk overleg. Maar ook vrolijk omdat hij weer lekker naar Groningen gaat want daar voelt hij zich thuis en daar wil hij wonen en leven. Daar kan geen beving iets aan veranderen.
Dit verhaal is verzonnen door de schrijver. Elke vergelijking met bestaande personen of gebeurtenissen berust op louter toeval…….