Kunt u zich heel kort even voorstellen?
Mijn officiële naam luidt Berendina Lanenga – van der Muil, roepnaam Dini. Ik ben op 13 juni 1942 geboren in Niezijl nabij Grijpskerk. Op mijn derde is ons gezin naar Eenrum verhuisd en daar woon ik nu nog steeds. Mijn vader was aanvankelijk boderijder maar ging later bij Rixona in Warffum werken op het laboratorium. Mijn moeder runde het huishouden. Ik heb nog twee jongere broers. Jan is 82 en woont ook in Eenrum en Henk (71) is in Uden terechtgekomen.
Ik heb in mijn jonge jaren in Eenrum in de Molen-, Uilken en Tuinbouwstraat gewoond. Toen ik zwanger werd, woonden we drie jaar in het stationsgebouw. Daarna heb ik nog weer zestien jaar aan de Uilkenstraat gewoond tot 1984. En sinds die tijd wonen we met veel plezier aan De Vennen. Dit huis hebben we destijds gekocht.
Wat is uw burgerlijke staat?
Jacob Lanenga en ik zijn op 17 juni 1965 getrouwd. Jaap komt oorspronkelijk uit Zuidwolde, veel van zijn familieleden wonen in Bedum. We hebben elkaar leren kennen tijdens danslessen in Café Bulthuis. Daar waren we elke zondagavond van 19.00 tot zo’n 24.00 uur aan het dansen en de mensen kwamen hier vanuit de wijde omgeving naar toe. Jaap en ik raakten al snel aan de praat en we dansten uiteraard regelmatig met elkaar. Al snel werden we een stelletje.
We hebben drie kinderen gekregen. In 1965 is Bea geboren. Zij werkte hier oorspronkelijk op het gemeentehuis maar is naar Borger verhuisd. Dick is 59, onderwijzer en woont in Nijkerk nabij Amersfoort. Janita ten slotte is 54 en woont in Leens. Na een jarenlang dienstverband bij Opmaat in Bedum, werkt ze nu voor Stut en Steun in Loppersum.
Jaap en ik zijn de trotse opa en oma van zeven kleinkinderen van 21 tot 31 jaar. Zes van de zeven hebben al een partner. Zelf ben ik één van vijf geslachten, ik hoop het nog mee te mogen maken dat mijn kleinkinderen ook weer kinderen krijgen. Zowel de kinderen als de kleinkinderen doen het hartstikke goed. Dat maakt ons een gelukkige familie.
Wat is uw voormalig beroep?
Na de lagere school ben ik naar de MULO in Eenrum gegaan, beide scholen zaten in hetzelfde gebouw. Eigenlijk wilde ik graag kleuterleidster worden maar daar hadden mijn ouders geen geld voor. Na drie jaar MULO was ik er zat van en ik ging zonder diploma van school. Mijn vader wilde mij niet thuis hebben zitten maar ik vond al snel werk in Groningen en werd verkoopster in een drogisterij.
Helaas kreeg ik al snel last van mijn rug maar had ook zo weer een andere baan. Al mijn werkgevers waren trouwens in de stad Groningen gevestigd. Ik kon op het zeevaartinternaat op kantoor terecht en werkte daar alleen samen met een veel oudere man. Mijn buurmeisje werkte voor de V&D en zij was op zeventienjarige leeftijd mijn kruiwagen om daar als verkoopster aan het werk te gaan. Dat vond ik heel leuk om te doen maar ik kreeg weer last van mijn rug.
En dus ging ik terug naar kantoor en ik werkte voor de AJP Puddingfabriek maar dat bedrijf ging helaas failliet. Lang zat ik niet thuis want mijn volgende werkgever was een atelier in pyjama’s en ook daar kwam ik op kantoor terecht. Toen bleek dat ik zwanger was, wilde ik stoppen met werken. Maar mijn chef zei dat ik beter nog even aan het werk kon blijven want dan zou ik een langere tijd een uitkering krijgen.
En zo ging ik vanaf 1966 eerst een jaartje of tien voor de kinderen zorgen. Toen de jongste naar school ging, kon ik in 1976 bij de Thuiszorg terecht als schoonmaakster. Ik had diverse adresjes maar kreeg helaas in 1984 weer zodanig last van mijn rug dat ik dit werk niet meer kon doen. Er is nog sprake geweest dat ik een cursus voor een andere baan zou gaan volgen en ik moest hiervoor stage lopen in een verpleeghuis maar de huisarts heeft mij dit afgeraden. Ik ben in 1985 afgekeurd en stortte mij op het vrijwilligerswerk.
Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?
Ik was immers veel te jong om al alle dagen thuis te zitten en ik vind het heel leuk om met andere mensen om te gaan. Ik ben begonnen als vrijwilliger bij de plaatselijke bibliotheek en werd tevens secretaresse van onze buurtvereniging. Ik ging ook jeugd begeleiden, dat werk heeft mij immers altijd getrokken. Ik ging vroeger als kok al vaak mee op jeugdkampen van de kerk waaraan zo’n vijftig jongeren meededen. Deze kampen werden op de Witterzomer nabij Assen georganiseerd.
Ik werd ook actief binnen het kerkenwerk. Zo werd ik pastoraal ouderling, ging in de felicitatiecommissie aan de slag en hielp mee om Kerstnachtdiensten te organiseren. Dat pastorale werk heb ik ongeveer tot mijn tachtigste gedaan. Eerst voor de hervormde kerk hier in Eenrum, later voor de PKN-gemeente in Winsum. Ik genoot van de bezoekjes die ik hiervoor af mocht leggen.
Voor de felicitatiecommissie heb ik vele kaarten mogen ontwerpen. Dat werd een hobby van mij en ik maakte ook kerst- en nieuwjaarskaartjes. Daar had ik op den duur zelfs een handeltje in. Vorige week heb ik de laatste honderd kaarten gemaakt voor het goede doel, toen vond ik het welletjes geweest.
Tegenwoordig ben ik veel aan het haken en het breien voor Oekraïne. Ik heb ook babykleertjes gemaakt voor Albanië. Jaap en ik hebben het zelf hartstikke goed en we doen graag wat voor een ander terug. Jaap heeft jarenlang op de universiteit gewerkt en had daar een goede baan. Eerder werkte hij voor Bulthuis in Noordwolde. Ik zoek graag de gezelligheid op, bijvoorbeeld tijdens sjoelmiddagen.
Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?
Allereerst zijn dat onze trouwdag en natuurlijk de geboorte van de kinderen en de kleinkinderen. We hebben ook genoten van de gezamenlijke vakanties. Eerst kochten we een tent, later gingen we er met de vouwwagen op uit en we hebben in Appelscha twintig jaar een stacaravan gehad die ook wel door onze kinderen gebruikt werd. Zij kwamen ook regelmatig met hun kinderen langs, dat was altijd heel gezellig.
Later gingen we vaak met georganiseerde busreizen op pad. Dat leverde ons mooie en gezellige reizen op naar Spanje, Italië, Oostenrijk, Hongarije en Tsjechië. Die naar Kroatië was een van de laatste reizen en de busreis naar Parijs een van de mooiste.
En de dieptepunten?
Het ongeluk van mijn man zes jaar geleden op mijn verjaardag. Hij gaf die dag aan nog even een uurtje te gaan fietsen maar kwam niet terug op het afgesproken tijdstip. Toen werd ik al ongerust want hij is een man van de tijd. Mijn bange vermoedens kwamen uit toen de politie bij de deur stond. Hij was aangereden door een oudere man en heeft geluk gehad dat achter hem een verpleegkundige fietste die alles gezien heeft, de hulpdiensten optrommelde en eerste hulp verleende.
Jaap heeft vier dagen in coma gelegen en is nooit meer de oude geworden. Hij is van ver weggehaald. Fietsen en autorijden zit er voor hem niet meer in en vooral het niet meer kunnen fietsen is een groot gemis. Gelukkig heeft hij het pentekenen weer opgepakt. Hij maakte vroeger al de mooiste tekeningen. Die van de Eenrummer toren heeft hij bijvoorbeeld heel vaak in opdracht gemaakt. Twee van zijn werken, hangen in de Enne Jans Heerd op Maarhuizen
Zelf ben ik ook niet zo goed meer ter been maar ik kan gelukkig nog wel autorijden. We maken voor korte ritjes ook wel gebruik van de regiotaxi en voor tripjes boven de 25 kilometer, bijvoorbeeld naar Borger, nemen we de Valys-taxi. De Thuiszorg komt wekelijks langs en ook maken we gezellige tripjes met enige familieleden. Zo redden wij ons nog prima hoor.
Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?
In de Historische Kring hebben we het er onlangs nog over gehad. Als kind genoot ik samen met vele andere kinderen altijd van de mooi gevulde Sinterklaastafels bij de winkeliers in het dorp. Ik zag toen ergens een prachtige pop. ‘Dei zou ik groag will’n hebb’n maar dei krieg ik toch nooit’. Vrouw Bakker hoorde dit en vertelde dit aan mijn oma. Tot mijn verrassing kreeg ik die mooie pop tijdens Sinterklaas.
Mijn oma was altijd aan het naaien en mijn opa aan het klussen. Hij kon ook heel goed hout bewerken. Ik zal je het theelepeldoosje zo laten zien die mijn opa gemaakt heeft en waar zijn naam en die van oma op staan. Dit is een heel mooi erfstuk. Later hoorde ik dat mijn man en ik zelfs verre familie zijn. Zijn vader en mijn oma waren namelijk neef en nicht. En zo heb ik ook een klein beetje Lanenga-bloed, haha.
Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?
Ik heb geen speciale uitdagingen meer. Ondanks onze beperkingen zijn we gelukkige mensen. Ik ben blij dat mijn rijbewijs vorig jaar voor vijf jaar verlengd is en maak dankbaar gebruik van de invalidenparkeerkaart. Zo kan ik bijvoorbeeld nog zelfstandig naar Kloosterburen rijden voor een bezoek aan de kapper en wekelijks ga ik naar fysiofitness in Eenrum. Zoals eerder aangegeven maken we mooie uitstapjes met de familie en de taxi brengt ons overal waar we heen willen.
Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?
Nergens van eigenlijk. Natuurlijk was het spijtig dat ik geen kleuterjuf kon worden. Mijn opa en oma hebben nog aangeboden om de opleiding te betalen maar daar wilden mijn ouders niets van weten.
Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?
Dat moet wel een acht of misschien wel een negen worden. Naast Jaap zijn ongeluk hebben we weinig ellende meegemaakt.
Wilt u verder nog iets kwijt?
Ik zou het zo niet weten. We zijn onlangs onze beperkingen blije mensen. Dit weekend gaan we bijvoorbeeld naar Restaurant De Drentse Aa in Schipborg om de 85-jarige verjaardag van Jaap te vieren. De hele familie komt langs, bijna 30 mensen. Dat wordt een gezellige dag, daar kan ik mij nu al op verheugen!