Burgemeester, kunt u zich heel kort even voorstellen?
Ik ben 47 jaar geleden geboren in Delfzijl. Getrouwd en trotse vader van een negenjarige dochter. We wonen nu nog tijdelijk in Pieterburen maar we hebben een huis in Winsum gekocht. Deze wordt nu verbouwd dus we moeten nog even geduld hebben voor we hier in kunnen.
Na zestien jaar Delfzijl volgden nog enige jaren in Wagenborg. Qua studie was ik een echte stapelaar. Want na de MAVO en HAVO op de Fivelcollege in Delfzijl, ben ik verhuisd naar Leeuwarden waar ik op het HBO Overheidsmanagement en bestuurskunde ging studeren, gevolgd door de studie juridische wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Die laatste studie combineerde ik met de functie van beleidsmedewerker in het Kabinet van de Commissaris van de Koningin in Groningen. Vanuit die functie kwam ik regelmatig in aanraking met de nodige burgemeesters en ik denk dat daar het eerste zaadje gepland is richting mijn huidige functie. Maar eerst ben ik nog raadslid en wethouder in de gemeente Heerenveen geweest..
U bent via Delfzijl, provincie Groningen, Heerenveen en Twenterand uiteindelijk burgemeester van Het Hogeland geworden. Wat trok u terug naar het noorden?
In 2020 kreeg ik inderdaad de kans om burgemeester te worden van Twenterand, een gemeente in Twente in de provincie Overijssel. Ik heb die gemeente vijf jaar met veel plezier en toewijding gediend maar toen kwam de functie van burgemeester van de gemeente Het Hogeland vrij. En zo’n kans dient zich misschien maar één keer per twaalf jaar aan.
Het is een gemeente die mij direct erg aantrok en waar ik mij thuis voel. Het kent veel uitdagingen maar bruist ook van de energie en karakter. Ik ben een echte noordeling, spreek de Groninger taal en mijn familie en vrienden wonen in de provincie. Voor mijn eigen gevoel had ik geen andere keus om te solliciteren naar deze eervolle baan.
U bent nu ongeveer een jaar burgemeester. Wat heeft u in dat eerste jaar het meest verrast aan Het Hogeland?
Ik ben inderdaad op 1 augustus 2025 als burgemeester geïnstalleerd en nam mij voor om alle 52 dorpen binnen de gemeente binnen een jaar te bezoeken. Dat was mij gelukt wanneer het in januari en februari niet zo slecht weer geweest was, inclusief sneeuw en ijzel. Maar voor de maand september zijn de laatste dorpsbezoeken ingepland.
Ik heb onder andere met de inwoners, dorpsbelangenorganisaties en ondernemersverenigingen gepraat en mij verwonderd over de energie die overal heerst en de hoeveelheid activiteiten die er plaatsvinden. Iedereen staat klaar voor elkaar (noaberschap). Dus met elkaar en met oog voor elkaar. Dat vermoeden had ik ook al van te voren maar ik was blij verrast door de hoeveelheid energie én activiteiten.
U hebt inmiddels veel dorpen bezocht. Wat valt u op aan de verschillen én overeenkomsten tussen die dorpen?
De gemeente Het Hogeland is een zeer grote gemeente en heringedeeld uit vier oorspronkelijke gemeenten. Het is dan ook een gemeente met een enorme verscheidenheid waarbij ieder dorp zijn eigen aard en karakter heeft. Grotere kernen als Winsum en Bedum vereisen een heel andere aanpak en benadering dan kleinere kernen in het oude Marnegebied en de oude gemeente Eemsmond.
Elk dorp heeft het recht op een eigen specifieke aandacht gericht op wat het nodig heeft. Dat vergt een tijdsintensievere benadering maar samen maken al die dorpen natuurlijk wel Het Hogeland.
Wat is u specifiek van Bedum bijgebleven?
Ik ben begin dit jaar in Bedum geweest en heb uitgebreide gesprekken gevoerd met leden van Beleef Bedum, Algemeen Plaatselijk Belang en de ondernemersvereniging BVGB. Bedum moet zich als middelgroot dorp wapenen tegen alles wat de dichtbij gelegen grote stad Groningen te bieden heeft en dat vergt de nodige inspanningen.
Niet alleen van de inwoners maar ook van de ondernemers en de plaatselijke middenstand. Er wordt veel georganiseerd waarbij de krachten ook worden gebundeld. Bedum heeft genoeg om trots op te zijn en slaagt er steeds beter in om dit te laten zien en uit te dragen.
Zowel tijdens de Winterloop als bij de start van de Lichtweek heb ik het dorpsontbijt bij mogen wonen en daar raakte ik in gesprek met de oudere inwoners. Het is dan goed om te vernemen dat men Bedum nog steeds een fijne plek vindt om te wonen en dat men zich er thuis voelt. Samen moeten we er zorg voor dragen dat de voorzieningen dat het dorp nog heeft, behouden blijven. Dat vergt een gezamenlijke aanpak.
Wat verwacht u van ondernemers en een bedrijvenvereniging als de BVGB bij de ontwikkeling van Bedum – en wat mogen ondernemers van de gemeente verwachten om de middenstand te stimuleren?
Een uitgewerkte en breed gedragen visie met daarin volop aandacht waar men met Bedum heen wil en daar hoort bijvoorbeeld ook de ontwikkeling van het bedrijventerrein bij. Het is niet aan ons om dat zelf te bedenken maar wel om serieus naar de ingediende plannen en voorstellen te kijken waarbij nee soms ook een antwoord is.
Dergelijke initiatieven zijn er volop in Bedum, denk bijvoorbeeld over de vele plannen die er zijn over de invulling van het oude gemeentehuis. Het is aan ons om op den duur knopen door te hakken en te faciliteren en te ondersteunen waar nodig. Bijvoorbeeld door overleg en het toetsen van de plannen aan de geldende wetgeving en besluiten.
BVGB probeert met ‘Verbinden Verenigingen en Bedrijven in Bedum’ bedrijven, verenigingen en inwoners dichter bij elkaar te brengen en andere ondernemersverenigingen streven natuurlijk hetzelfde na. Koopt de gemeente als grote opdracht- en werkgever ook zoveel mogelijk in bij het bedrijfsleven binnen de gemeente zelf?
Voor zover dat mogelijk is, streven wij hier uiteraard heel graag naar. We hebben echter wel te maken met allerlei aanbestedingsbepalingen waardoor zaken breder moeten worden uitgerold. Maar we zijn de laatste jaren beter in staat om het lokale bedrijfsleven een prominente plek te geven binnen al die de plannen.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beheer van het openbaar groen binnen onze gemeente. Deze opdracht is gegund aan een bedrijf uit Bedum. Ik vind zeker dat de overheid mee moet bewegen met de ondernemerswensen en de diensten die zij bieden.
Als u in 2036 door Bedum loopt, wat zou er dan veranderd moeten zijn om te kunnen zeggen dat Bedum zich goed heeft ontwikkeld?
De plannen voor een soort van masterplan voor Bedum met daarbij een belangrijke rol voor het centrum zijn volop in ontwikkeling en moeten leiden tot een toekomstvisie tot het jaar 2040. Veel inwoners en betrokkenen uit Bedum hebben hiervoor aangegeven wat zij belangrijk vinden om in het dorp te blijven wonen en te werken. De ontwikkeling en inrichting van het dorp worden hierbij meegenomen en denk hierbij ook aan de woningbouw en het openbaar groen.
Die plannen moeten vanuit het dorp zelf komen en we moeten hier als gemeente met elkaar naar kijken en uitvoeren waar mogelijk wat er vanuit het dorp zelf wordt aangedragen. Als hiervan in 2036 reeds de nodige plannen in werking zijn gezet of zelfs uitgevoerd dan denk ik dat ik met een tevreden gevoel door het dorp kan wandelen.
Waar bent u in uw eerste jaar het meest trots op en waarvan denkt u, ‘dat had beter of sneller gekund’?
Trots ben ik bijvoorbeeld op het feit dat we bij de gemeenteraadsverkiezingen, die in maart van dit jaar gehouden werden, een opkomst van 60% hadden, ver boven het landelijk gemiddelde inderdaad. Dat is iets wat door de inzet van de politieke partijen, het ambtenarenkorps maar ook door de hulp van heel vrijwilligers mogelijk gemaakt is. Het geeft aan dat de betrokkenheid van de burgers voor wat er zich in dit gebied afspeelt, groot is. Aan ons de taak om deze betrokkenheid te behouden en waar mogelijk zelfs uit te breiden.
Veel van die participatie en betrokkenheid staat of valt met een betere communicatie. We moeten nog beter uit kunnen leggen waar we voor staan en hoe we dit willen bereiken. De gemeente is er voor haar burgers en die dienstverlenende rol kan altijd beter.
Wat is tot nu toe uw leukste, vreemdste of meest onverwachte ervaring als burgemeester van Het Hogeland?
Tijdens het dorpenbezoek aan Uithuizermeeden gingen we er met een paard en wagen op uit en toen kwamen we in het buitengebied een schaap tegen dat vastgeklemd zat in een afrastering. Dat schaap, ook een inwoner van onze gemeente natuurlijk, hebben we vervolgens met vereende krachten weten te redden.
Zo blijven er vanuit elk dorp wel gebeurtenissen of mensen in het geheugen hangen. Ik maakte bijvoorbeeld tijdens het dorpenbezoek aan Onderdendam kennis met Gerda de Vries. Een inwoonster die nooit een blad voor de mond neemt en daarmee zelfs het landelijk nieuws haalde, zo heb ik mij laten vertellen.
Pater Hugo ontmoette ik in Warfhuizen en is ook een bekende in de regio. Ik kan genieten van bezoekjes aan honderdjarigen wanneer ze weer verjaren of het bijwonen van bepaalde huwelijkjubilea. Deze verscheidenheid aan werkzaamheden, met daarbij soms ook heel emotionele gesprekken, maakt het ambt van burgemeester een zeer interessante en aantrekkelijke baan.
Is er naast het burgemeesterschap nog tijd voor hobby’s?
Door de bezoekjes aan al die feesten en partijen, inclusief het aanbod van de bijbehorende hapjes en drankjes natuurlijk, is het zaak veel te sporten. Ik ben dan ook regelmatig in de sportschool te vinden en mag daarnaast graag kickboksen, tennissen en zwemmen. Lekker sportief bezig zijn dus!
Waar staat burgemeester Broekhuizen zelf over tien jaar?
Wat mij betreft ben ik dan nog steeds burgemeester van de gemeente Het Hogeland. Het bevalt ons hartstikke goed en er is nog zoveel te doen dat ik hier voorlopig absoluut niet weg wil. Natuurlijk, je bent 24/7 burgemeester en moet altijd aan staan. Maar de baan is niet meer hetzelfde als in de zestiger jaren en dus is daar bijvoorbeeld ook ruimte om naar de sportschool te gaan.
(Dit interview is mede tot stand gekomen door Ondernemersfonds Het Hogeland en Ondernemersplatform Het Hogeland. Zie voor de overige interviews https://bert-koster.nl/2024/04/25/bvgb-project-verbinden-verenigingen-en-bedrijven/)