Dan zit je tóch op zolder en trek je de eerste dozen uit de verste hoeken. In mijn hoofd had ik al een prachtig idee klaar. Vanaf 1 januari iedere week één of twee dozen van de zolder halen om uit te zoeken wat ik er mee moet doen. Meenemen naar mijn tijdelijke woning óf in opslag en er twee jaar niet bij kunnen komen.
Want begin juli moet ik het huis uit; het wordt gesloopt. Niet alleen mijn huis, de hele wijk gaat tegen de vlakte. De eerste helft ligt al plat en is bijna weer opnieuw gebouwd. Als dat klaar is, volgt de tweede helft. Ik heb er bijna tien jaar gewoond en de laatste zes jaar werd duidelijk dat er grote plannen waren. De wijk wordt gesloopt in verband met de aardbevingen die af en toe heel (Noord)Groningen doen schudden en trillen.
Na metingen blijkt dat de (huur)woningen in onze buurt niet voldoen aan de geldende veiligheidsnormen. Mocht er zich een stevige aardbeving voordoen – als gevolg van de gaswinning onder onze voeten – dan kan het zijn dat we niet genoeg tijd hebben om de woning veilig te verlaten. Begrijpelijk dus.
Ik ken soortgelijke woningen in het dorp met meer bevingsschade dan ik in de mijne heb gevonden. Die worden versterkt, verduurzaamd en hersteld. De discussie over slopen of herstellen heb ik gehoord en gevolgd en vind er ook wel wat van, maar het besluit ligt er en ik richt me op wat ervan komt.
In het begin zag ik het vooral als praktische exercitie, maar nu het dichterbij komt, merk ik dat ik tóch meer aandacht aan de details wil geven. Ik ga, met mijn eigen bedrijf, twee jaar in een wisselwoning wonen en kom dan weer terug in deze wijk. Niet helemaal op dezelfde locatie – de wijk wordt ook helemaal opnieuw ingericht en ingedeeld – maar ik behoud het uitzicht op het water dat ik nu ook heb.
Tijdens de Open Huisdagen (ongeveer een jaar geleden) was er gelegenheid om in die woningen te kijken. Ze staan er in drie soorten. Huizen voor één of twee personen met twee slaapkamers, gezinswoningen (drie slaapkamers) en grote gezinswoningen (vijf slaapkamers). Met name bij de kleinste soort – waar ik volgens de regels in zou komen, immers man alleen – realiseerde ik me meteen dat ik daar niet twee jaar zou willen wonen. Een woning waar je prima een week of twee kunt verblijven als hij ergens als een vakantiehuisje op de Veluwe zou staan. Maar er twee jaar in wonen zag ik niet zitten.
Tal van instanties, bureaus en instituten gaan erover. En ja, ze wijzen eerst naar elkaar als je probeert om je zorgen en wensen kenbaar te maken. Maar uiteindelijk, na veel belletjes en het bezoeken van bijeenkomsten en voorlichtingsmiddagen, luisteren ze wel. Over het systeem is goed nagedacht, logisch ingericht. Voor mij werkt het, maar niet voor iedereen. Gelukkig kom ík – uiteindelijk – wel in een woning naar wens.
En daar wringt het. Want niet lang na de Open Huisdagen kwam ik mijn overbuurman tegen in de supermarkt. ‘Dick, we gaan in december verhuizen,’ zei hij, en meteen erachteraan: ‘naar een huis waar we eigenlijk niet heen willen.’ Ze zijn beiden rond de tachtig en zouden graag weer terugverhuizen naar de buurt waar ze al heel lang gewoond hebben. En ze wilden graag met een aantal buren – noaberschap in optima forma – zowel in de wisselwoningen als in de uiteindelijke nieuwbouw bij elkaar blijven wonen.
Maar daar zit geen ruimte voor in het systeem. De regels zijn helder: één of twee personen in type A, gezinnen in type B. Logisch en eerlijk. Alleen: het houdt geen rekening met wat zij nodig hebben. Met hun leeftijd, hun sociale netwerk, hun wil om bij elkaar te blijven. Het lag voor de hand dat ze in de kleinste wisselwoning zouden terechtkomen en dat zagen ze niet zitten. Twee jaar uit hun vertrouwde omgeving, zonder hun vrienden om de hoek – dat bleek niet haalbaar voor hen.
Om een lang verhaal kort te maken: ze hebben tenslotte gekozen voor eenmalig verhuizen en sinds de afgelopen Kerstdagen wonen ze in een nieuwe woning in een andere wijk in het centrum van het dorp. Naast of dicht bij de bewoners die hier ook hun buurtgenoten waren. Het was hun keus, maar niet hun keuze – als je begrijpt wat ik bedoel. Afgelopen week kwam ik ze weer tegen in de supermarkt en ze vinden het prima daar. Dat voelt voor mij wel wat, dat het voor iedereen anders uitpakt. Dat het niet voor iedereen is weggelegd om twee jaar vol te houden, ook al willen ze graag.
“De wilde plannen dei ik haar komt sikkom niks meer van terecht” zingt Ede Staal in ‘Het Hoogeland’ en zo is het ook met mijn plannen waarmee ik dit verhaal begon. Er kwamen tal van dingen tussendoor – niet alles ging zoals gepland, maar daar gaat het niet om. Ik had geluk dat ik een oplossing kreeg die voor mij wel werkte. De verhuisdozen zijn geleverd, boekenkasten worden leeggehaald en de boeken gesorteerd. Alvast klaargezet voor de volgende stap.
Eerst een tijdelijke woning, en over twee jaar kom ik terug in een vernieuwde buurt. Met een iets ander uitzicht, misschien andere buren – maar ik kom terug. Dat is het belangrijkste.