Samen met vrienden kom ik veel bij sportwedstrijden in Duitsland. Vooral voor voetbal, basketbal en ijshockey. Wat we zien is altijd de enorme trots bij de fans. Ze zijn naast fan ook erg betrokken bij hun stad/dorp in combinatie met de plaatselijke club. Bijna iedereen komt in een jasje, in een shirt of met een sjaal van de club naar de wedstrijden. Prachtig om te zien.
Maar deze trots is er niet alleen bij de fans, deze trots is er vaak ook bij de plaatselijke politiek. Ze helpen en faciliteren de clubs en zien de clubs als marketinginstrument voor hun plaats. Wij komen vaak in Vechta en mensen hebben ons wel eens gevraagd: “Waren jullie ooit naar Vechta gekomen als de plaatselijke basketbalclub Rasta Vechta er niet zou zijn?” Het antwoord is simpel: nee. Daarom zijn ze trots op de club die ook aandacht krijgt van mensen buiten het dorp.
Laten we bij de zaalsporten blijven. Hierboven had ik het over Vechta. Basketbalclub Rasta Vechta speelt op het hoogste niveau in Duitsland, de BBL. De leiding van de BBL heeft besloten dat alle clubs in 2032 alleen nog aan de BBL mogen deelnemen als er minimaal een hal is met een capaciteit van 4.500 fans. Dat betekent dat Vechta iets moet doen, aangezien de huidige capaciteit 3.170 is.
Maar zowel de clubleiding als de gemeente slaan de handen ineen en hebben al aangegeven dat die nieuwe hal er komt. En dat in een plaats met 33.000 inwoners. Los van de eis, wil de club ook groeien en dat kan alleen met een grotere hal. Dat betekent meer inkomsten en dan kun je de concurrentie aan blijven gaan met de andere ploegen die ook naar grotere hallen gaan of reeds over een hal met de vereiste capaciteit beschikken.
Ook in Oldenburg denkt de lokale politiek mee met de plaatselijke basketbalclub EWE Baskets. Toen de Kleine EWE Arena te klein bleek (3.100 plaatsen) werd in 2013 een nieuwe hal opgeleverd, de Grosse EWE Arena, met een capaciteit van 6.000 plaatsen. Later uitgebreid naar 6.200. En dat terwijl de oude hal nog maar 13 jaar in gebruik was. Maar de politiek zag de potentie van de club en kreeg gelijk: elke week is de hal in Oldenburg uitverkocht en er zijn al eerste ideeën om uit te breiden naar 8.000 plaatsen.
Ambities en potentie, twee belangrijke punten waar de politiek in Duitsland vaak over meedenkt en de clubs daarmee een mooi toekomstperspectief biedt. Ook niet onbelangrijk voor de gemeenten zelf: clubs met groeimogelijkheden die aan kunnen haken bij de top en hun budget kunnen verhogen, zijn interessant voor fans en daarmee kan een gezonde basis worden gelegd die clubs in staat stelt om de financiële verplichtingen met betrekking tot de zaalhuur te voldoen.
In Groningen wordt al jaren gesproken over een nieuwe topsporthal. Ik ben heel eerlijk als ik zeg dat ik mijn hart vasthoud. De stad blinkt al jaren uit in een anti-sportambitie. Kijk alleen maar naar de vele sporthallen die de afgelopen jaren afgebroken zijn zonder dat er nieuwe tegenover stonden. Gevolg: wachtlijsten bij zaalsportverenigingen omdat er tekort aan zaalruimte is. Onvoorstelbaar in een tijd waar bewegen en gezondheid onder de jeugd een hot item is. Slecht voor de breedtesport. Anders kun je het niet noemen.
Ook de enorme huur die FC Groningen moet betalen voor de Euroborg is een belemmering in de ambities die de club heeft. Huur betalen tot nota bene 2048 waarbij de club het stadion al twee keer betaald heeft. Enorm slecht voor de concurrentiepositie. De gemeente moet FC Groningen hierin tegemoet komen, zodat de kans op een structurele plaats in de subtop groter is.
En over het ene biertentje dat buiten mag staan voor de wedstrijden van FC Groningen zal ik het verder maar niet hebben. Lachwekkend. In Duitsland zorgen ze dat er voldoende verkooppunten zijn van bier, fris, pommes en braadworsten. Dit zorgt voor sfeer en saamhorigheid. In Groningen denken ze 0,0 mee en mogen we blij zijn met één kraampje voor duizenden mensen. Gevolg is dat veel fans voor de wedstrijd bier kopen bij de Jumbo.
Er zijn nu plannen voor een topsporthal bij Kardinge. Een combinatie met een ijshal. Laten we beginnen met de ijshal. In de jaren 80 zat ik wekelijks op de tribune bij GIJS in het stadspark. Een prachtige hal, inclusief geweldige kantine, met tribunes aan beide lange zijden en plaats voor 3.000 toeschouwers. Die zaten er ook bijna iedere week. GIJS speelde in de top en werd in 1986 Nederlands kampioen. Prachtige tijden en de potentie bij de club is er tot op de dag van vandaag.
Helaas kreeg de club in 1993 met de nieuwe ijshal in Kardinge een karige accommodatie. Met al zijn beperkingen. Slechts 900 plaatsen en een tribune aan één kant. Hoe bedenk je het? Geen ambitie en je ontneemt de club groeimogelijkheden, ondanks dat daarvoor al 20 jaar bewezen was dat de club een enorme potentie had.
Dit seizoen, en ook de seizoenen daarvoor, is GIJS wekelijks uitverkocht. De 900 tickets vliegen als warme broodjes over de toonbank. Ik ben er van overtuigd dat de club nog steeds een enorme potentie heeft en in een mooie accommodatie makkelijk 3.000 fans kan trekken. Met welk plan komt de gemeente: een ijshal met plaats voor 1.100 toeschouwers.
Daarmee kan de club nooit aanhaken bij de top omdat andere topclubs in veel grotere hallen spelen. Waarom ziet de gemeente de kansen niet! Een club met veel fans, die daardoor in de top kan spelen zal een goede en langdurige huurder zijn. Groningen is een topsportstad maar de gemeente doet er niks mee en wil GIJS afschepen met een halletje voor 1.100 mensen. Wat een gemiste kans.
Voor Donar wil men een hal met een capaciteit van 3.700 fans bouwen. Wellicht 4.000. Dat is dus een achteruitgang ten opzichte van de huidige accommodatie Martiniplaza. Ook hier denk je dan: waarom? Een club met ambitie die terug moet in capaciteit. Laat de gemeente nu niet met het argument komen dat het nu niet elke week uitverkocht is! Dat slaat namelijk nergens op. FC Groningen ging van 12.000 van het Oosterpark naar 22.000 in de Euroborg en is wekelijks uitverkocht, EWE Basket Oldeburg ging in 2013 van de Kleine EWE Arena met 3.100 plaatsen naar de Grosse EWE Arena met 6.000 plaatsen en is al jaren elke wedstrijd uitverkocht.
Mensen komen namelijk ook op het nieuwe af en dat biedt zowel GIJS als Donar extra kansen. Behalve als de gemeente voor goedkoop en eenvoud gaat. Maar dan is de kans aanwezig dat ze ooit de deksel op de neus krijgen omdat het voor de clubs op termijn financieel niet meer rond te breien is.
Een goede en grote businessruimte is ook ontzettend belangrijk voor Donar (ook voor GIJS). De inkomsten komen voor een heel groot deel via de businessclubleden binnen. Samen met de seizoenkaarteninkomsten een belangrijke basis voor de club. In Martiniplaza is ruimte voor 1.100 mensen op de businesstribune en is een grote businessruimte aanwezig met de Topsportlounge.
In de nieuwe hal zal minimaal dezelfde capaciteit, zowel tribune als ruimte, aanwezig moeten zijn. Iedere stoel of m2 minder zou een achtergang betekenen. Donar heeft de ambitie om financieel te groeien en dat moet commercieel vooral via de businessclub. Ook hier hoop ik dat de gemeente rekening houdt met de potentie en huidige situatie.
Tot slot moet er voor de fans een mooie ruimte komen. Een delegatie van de gemeente is in Oldenburg geweest en dan kun je maar één conclusie trekken: zo moet het! Ik heb al jaren een seizoenkaart in Oldenburg en zie elke wedstrijd weer dat er ruim voor de wedstrijd al duizenden mensen zijn. Gezellig samen komen met een biertje en wat eten en lekker kletsen met familie en/of vrienden. Deze mogelijkheid is aangeboden door de politiek en daar zijn ze in Oldenburg maar wat trots op.
Ik wil niet ondankbaar zijn, maar spreek als sportliefhebber wel mijn zorgen uit over de plannen die nu bekend zijn. De gemeente kan het maar één keer goed doen. Achteraf de capaciteit verhogen is veel duurder en zal nooit gebeuren. Daarom hoop ik dat de juiste mensen door de gemeente betrokken worden: sportliefhebbers, die verstand hebben van financiën bij een sportclub en daarnaast feeling hebben wat fanbeleving, sfeer en ambiance is.
En topsporthal met minimaal 4.500 plaatsen, een grote businessruimte, goede stoeltjes met rugleuning, een grote ruimte voor fans en dito ijshal met minimaal 3.000 plaatsen. Want de aantrekkingskracht van Martiniplaza is ook de gezellige sfeer die het uitstraalt en de prachtige stoelen die er zijn. Dat mag in een nieuwe hal nooit een achteruitgang worden.
Een hal met 4.500 plaatsen zal ook de mogelijkheid bieden voor het organiseren van diverse interlands van bijvoorbeeld handbal, basketbal en volleybal en andere (sport)evenementen. De stad Groningen heeft de ambitie om qua inwonersaantal flink te groeien, laat zien dat je daar met de nieuwe ijs- en topsporthal rekening mee houdt. Groningen moet trots zijn op de sport!