Kunt u zich heel kort even voorstellen?
Mijn volledige naam luidt Arentinus Elibertus Wieringa, roepnaam Arie. Een hele mond vol inderdaad, ik dacht vroeger dat ik vier namen had. Ik ben vernoemd naar mijn tante en oma en geboren op 2 maart 1946 op Ter Laan 20 in de gemeente Bedum. Maar ons postadres was Middelstum. In dat dorp gingen we naar school en naar de kerk. Ik ben net tachtig jaar geworden en dat hebben we in de CazemierBoerderij in Tolbert gevierd.
Ik was de middelste van zes kinderen, vijf jongens en een meisje, waarvan de helft reeds overleden is. Mijn oudste broer heeft maar één dag geleefd. Broer Johan woont tegenwoordig in Ten Boer en ik heb nog een broer in Canada wonen. Mijn ouders waren boer en ze hadden de boerderij van hun ouders overgenomen.
In 1936 is die boerderij, vlakbij Onderdendendam, afgebrand en ze hebben hem toen een kilometer verderop weer opgebouwd in verband met de ontsluiting. Door de gezondheidstoestand van mijn zus en moeder en omdat er geen stroom en water was, zijn we in 1959 naar de Johan Lewestraat in Middelstum verhuisd. Ik ben vervolgens in 1967 teruggekeerd naar Ter Laan 20 en daar zijn ook de kinderen geboren.
In 1972 gingen we op Ter Laan 10 wonen, aan de overkant van het Boterdiep tegenover de DOMO. Daar ben ik ook met het loonbedrijf verder gegaan. In 1984 kochten we het terrein aan de overkant waar nu nog steeds het huidige bedrijf zit. Vroeger was daar steenfabriek ‘De Nijverheid’ gevestigd. Zelf zijn we in 1994 aan de Wroetende Mol gaan wonen. Daar hebben we een huis gebouwd waar ons kantoor bij inzat. Na zeven jaar volgde in 2001 de laatste verhuizing. We wonen inmiddels al weer 25 jaar met veel plezier aan De Zwaan in Bedum.
Wat is uw burgerlijke staat?
Ik ben op 28 december 1967 getrouwd met Annie Marie Winter. Zij woonde op Ter Laan 18, op de boerderij in de buurt. In 1961 was er brand bij hen en ik ben er toen op de brommer naar toe gereden om te melden dat ons voorhuis van de boerderij leegstond en daar heeft de familie Winter toen bijna 2 jaar gewoond voordat de nieuwe boerderij klaar was. Ik ben wat dat betreft altijd iemand geweest die niet denkt in problemen maar in oplossingen. Liefde op het eerste gezicht was het misschien niet tussen Annie en mij, die een jaar jonger is dan ik, maar we vonden elkaar al snel leuk.
Zes jaar later zijn we dus getrouwd. Een week voor die tijd, brak ik mijn middenvoet en dus moest ik met een gipsbeen naar het gemeentehuis. Dit huwelijk heeft ons drie kinderen geschonken. Jan Willem is in 1968 geboren en woont in Eindhoven. Een jaar later kwam Peter op de wereld. Hij is nu nog steeds eigenaar, samen met twee medewerkers die ook mede-eigenaar zijn, van het loonbedrijf en woont in de kop van Drenthe. Dochter Karin ten slotte werd in 1971 geboren en woont in Groningen. We hebben zeven kleinkinderen, in leeftijd variërend van 13 tot 25 jaar.
Wat is uw voormalig beroep?
Na de lagere school in Middelstum, ging ik naar de LTS in Groningen. Naar de Prins Bernardschool om precies te zijn, die lag destijds vlakbij het Noorderstation. Ik wilde eerst vrachtwagenchauffeur worden, dat leek mij een avontuurlijk beroep. Het is er nooit van gekomen alhoewel ik in mijn jongere jaren wel regelmatig meeging op een rit. Ik heb de LTS niet afgerond, in gedachten was ik vaak al aan het werk en een leerder was ik niet.
Op mijn zeventiende ging ik bij Loonbedrijf Anko Zuidhof op Toornwerd aan het werk. Ik verdiende een gulden per uur met een weeksalaris van 55 gulden tot gevolg. Zonder er zelf naar te vragen werd dit na drie weken verhoogd naar 85 gulden. Voor ons trouwen heb ik nog een half jaar voor mijn schoonouders gewerkt toen één van hun arbeiders ziek werd.
Daarna heb ik 4,5 jaar meegeholpen op onze eigen boerderij. Het was op een maandagmorgen in 1971 toen maar zo alle koeien werden opgehaald. Die had mijn vader verkocht zonder dit met mij te overleggen. Ik kon bij loonwerker Jan Bos uit Bedum aan het werk, hij bood mij direct al een dubbele weekloon aan voor een klus in Zaandam. Ook wilde men mij vanuit de Rabobank wel helpen om de boerderij van mijn ouders te kopen maar ik was geen koeboer en hield meer van machines.
We hebben eerst nog 1 jaar op de boerderij gewoond nadat het vee verkocht was. Mijn eerste opdracht was voor boer Thybaut, mestrijden van Kantens naar zijn boerderij. Vervolgens kwamen daar opdrachten bij als een slootje graven en het maaiwerk. Mijn keuze om voor mijzelf een loonbedrijf te beginnen stond vast, hoewel het mij destijds vaak is afgeraden. In 1972 zijn we hiervoor naar de boerderij op Ter Laan 10 verhuisd en heb ik de helft van het land direct doorverkocht.
De zaken gingen al snel goed en elk jaar kwam er wel een medewerker bij. Nee zeggen was er niet bij en het kwam regelmatig voor dat ik hele nacht doorwerkte om een klus te klaren. Mobiele telefoons waren er toen nog niet en zo kon het gebeuren dat Annie ’s morgensvroeg mijn vader in Middelstum belde met de vraag of ik nog bij boer Hamster aan het ploegen was. Dat was ook zo want ik wilde de klus geklaard hebben.
Maar ook Annie maakte lange dagen hoor. Zij regelde de facturering, administratie en de boekhouding en had daarnaast de zorg voor de kinderen en het huishouden. Eerst deed ze al het werk nog op de typemachine maar zij was in 1984 een van de eersten die overstapte naar een computer. Ook is er toen een kantine gebouwd en een Viconpers aangeschaft. Zelf was ik ook altijd van de nieuwste technologische snufjes, bijvoorbeeld op het gebied van de mestuitrijding. Niet alles werd altijd een succes maar vaak ging dit goed. Zo hebben we in 1978, vlak voor de sneeuwwinter, een mobilofoon aangeschaft.
De sneeuwwinter van 1979 was ook een heel bijzondere tijd. Vanaf woensdagmorgen zes uur tot zondagmiddag heb ik bijna continu doorgewerkt. Sneeuwduinen verwijderen bij de boeren bijvoorbeeld zodat de melkwagens er konden komen maar ook de wegen vrijmaken voor de hulpdiensten zodat ze weer naar bepaalde dorpen konden rijden. Ik kreeg hulp van mijn broer Johan en ook Jan Slagter en Roelof ten Have hielpen mee.
Ik vond en vind het mooi om anderen te helpen en stuurde niet altijd een factuur hoor. Zo werd ik op een zondagmorgen om 5.30 uur wakker gemaakt door boer Job Derk Holtman die op het raam tikte. Zijn paard lag in de sloot. Die hebben we er toen met de nodige moeite uitgekregen en op zijn vraag wat dit moest kosten, antwoordde ik dat we op zondag niets berekenden.
Van die instelling had je dan later wel weer eens voordeel. Zo heb ik bijvoorbeeld na een tip in 1984 het hele steenfabriekterrein voor een laag bedrag kunnen kopen nadat de fabriek failliet was gegaan. Een terrein van 2,85 bunder groot en eventueel had ik zo verder kunnen gaan met het bakken van stenen want de hele inboedel stond er nog. In 1985 heeft Nacap de woning en terrein gehuurd voor kantoren en opslag en hebben we aan hen veel werk geleverd en zo twee mooie jaren gehad. Later nam Henk Koop Nacap over.
Ik besloot in 1984 op het terrein een grote loods te bouwen die ik de naam “de Nijverheid” meegaf. Die loods verhuurde ik vervolgens aan de melkfabriek en later voor suikeropslag. Ik had het geluk dat de tipgever zijn eerste beller de telefoon niet opnam, anders had ik dit terrein nooit gekregen. Zo kan ik nog urenlang doorgaan met allerlei verhalen, misschien moeten we daar ooit nog wat mee gaan doen. Ik heb de zaak in 2001 aan Peter overgedaan en ben nog tot 2003 bij hem aan het werk gebleven om hem op weg te helpen. Ik was 57 jaar toen ik hiermee stopte. In die tijd hadden we zo’n 25 man personeel. Onder Peter zijn leiding is dat in de loop der jaren verdubbeld.
Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?
Het werk was mijn hobby dus ik moest in 2003 een nieuwe invulling zien te vinden. Dat lukte bijvoorbeeld door een goede fiets te kopen, nog steeds leg ik jaarlijks duizenden fietskilometers af. Op de camping in Blokzijl werd een chalet gekocht en omdat ik van het varen ben, schafte ik ook een sloep aan waarmee ik bij mooi weer nog steeds graag een stukje mag gaan varen.
Maar ik ben ook nog steeds voor kleine klusjes beschikbaar hoor. Dit zowel voor het loonbedrijf als bij mijn neven Wouter en Arjan van landbouwmechanisatiebedrijf Rutgers. Daarbij mag ik graag autorijden. En dan kan het maar zo gebeuren dat ik ’s morgens een telefoontje krijg voor een klusje. ‘Geen probleem’, zo zeg ik dan, ‘de weg ligt eral’.
Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?
De hoogte- en dieptepunten wil ik graag op mijn leven betrekken. Ik heb een werkzaam leven gehad waarbij ik ‘niets heb gekregen maar ook niets heb gestolen’. Waarmee ik maar aan wil geven dat het mij niet aan is komen waaien en waarbij ik het ook leuk en dankbaar werk vond om een ander een keer te helpen. Soms moet je ook een beetje geluk hebben natuurlijk, zoals met de aankoop van het voormalige steenfabriekterrein.
En de dieptepunten?
Niet alle investeringen waren een succes. Zo heb ik in Meppel bijvoorbeeld een speciale hakselaar laten maken. Dat had heel makkelijk een strop kunnen worden maar gelukkig had ik een terugkoopgarantie bedongen.
Ook heb ik qua ongevallen het nodige geluk gehad en de nodige engeltjes op de schouders. Wanneer je dag en nacht aan het werk bent dan kan het voorkomen dat je een keertje achter het stuur in slaap valt. Gelukkig werd ik altijd vlak voor de sloot wel weer wakker. We doen als loonwerkers wel eens alsof de landbouwmachines onze grootste vrienden zijn maar in wezen zijn het onze ergste vijanden. Voorzichtigheid is dan een belangrijk gegeven om ongelukken te voorkomen.
Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?
Eigenlijk zijn dit er heel veel, je zou er een boek mee kunnen vullen. Ik heb zoveel mooie, grappige en bijzondere dingen mee gemaakt maar ook verdrietige en zal van beide een voorbeeld geven.
Eigenlijk heb ik nooit ergens in mijn leven gevaar gezien. Ik was zeventien jaar toen Anko Zuidhof vroeg of ik met de trekker naar Staphorst wilde rijden om daar twee grondkarren op te halen. Zuidhof zijn zoon, hij was een jaar jonger dan ik, ging mee want dan kon hij op de terugweg mooi achterop met van die rode vlaggen bij een bocht of kruising de richting aangeven.
De trekker reed zo’n negentien kilometer per uur en we moesten dwars door de stad. Ik wist natuurlijk ook niet precies waar Staphorst lag maar ging om 04.30 uur vanuit Middelstum gewoon die kant op om uiteindelijk ’s avonds laat met twee karren terug te keren. Karren waar uiteindelijk ook nog eens niets mee gedaan is….
Van een heel andere orde is het verhaal dat ik in 1969 een keer met mijn broer op het land voederbieten aan het laden was en ze dichtbij ons aan het jagen waren. Er viel toen een schot en niet veel later hoorden we de zoon van Pier Reitsma roepen dat zijn heit dood was. Hij had zichzelf per ongeluk doodgeschoten. In mijn jongere jaren kwam ik vaak bij de familie Reitsma op de boerderij, ik kende ze dus goed. Wat een toestand inderdaad. Ik ben direct naar huis gereden om de dokter te bellen en daarna met de trekker, ladder en pulpzakken die kant op gereden en de jagers hebben Pier toen op een wagen naar Stolwijk gebracht.
Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?
‘Wat zou je nog kenn’n doan wanneer je tachtig binn’n?!’ Ik ben een paar keer in zo’n klein vliegtuigje mee geweest en toen mocht ik het stuur overnemen. Dat was leuk en dan komt vanzelf de vraag boven, ‘moet ik nog vlieglessen gaan nemen?’ Maar als ik dat gewild had, dan had ik dit veel eerder moeten doen.
Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?
Je kan de klok niet terugdraaien. Som denk ik wel eens, het had ook allemaal wel wat rustiger gekund maar dan was al het werk nooit afgekomen.
Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?
Ik heb op school nooit hoge cijfers gehaald en was al blij met een voldoende. Dat van die voldoende mag ook wel bij deze vraag komen te staan, zonder er een cijfer aan te koppelen.
Wilt u verder nog iets kwijt?
We zijn inmiddels op een leeftijd gekomen dat om ons heen reeds de nodige dierbaren zijn weggevallen. Op het feest waarop ik mijn tachtigjarige verjaardag vierde, kwamen zo’n tachtig mensen af maar dat hadden er ook veertig of vijftig meer kunnen zijn als iedereen nog geleefd had. Wij genieten nu op onze manier van het leven en zijn daar tevreden mee.