Op piemeltjepasendinsdagmorgen is het even voor achten wanneer ik ietwat weemoedig aan dit verhaal begin. Ik heb net de prachtige nieuwe column van Erik Hulsegge gelezen die ik morgen met veel plezier zal plaatsen. Het is en blijft een begenadigd verhalenschrijver die binnenkort ook nog eens in de buurt komt wonen. Vast een upgrade voor de streek.
Zelf kijk ik terug op rustige Paasdagen. Vrijdagavond nog even naar de Hippolytushal geweest voor de streekderby Middelstum – Zandeweer. Nee man, geen voetbalpot, maar een ouderwetse biljartavond tussen twee dorpen die dichtbij elkaar in de buurt liggen en een bloeiende biljartvereniging kennen en die samen de liefde voor de keu en drie ballen delen. Het deed mij enigszins denken aan die voetbalwedstrijden van vroeger waarbij er nog geen competitie gespeeld werd maar de dorps-eer voorop stond.
Aanvankelijk leek het een walkover te worden voor de Milnsommers die een 8-2 voorsprong namen. Groot was dan ook de verbazing toen ik zaterdag aan de stamtafel in de kantine hoorde dat de tweestrijd in een 13-15 overwinning voor Zandeweer was geëindigd. Dat moet ongetwijfeld de invloed geweest zijn van de drie Middelstummer gastspelers die de gelederen van Zandeweer kwamen versterken.
Zondag was daar uiteraard de wandeling met de wandelclub. En wel voor het eerst weer in zijn oorspronkelijke bezetting, we waren met zijn vieren dus. In een opwelling werd gekozen voor een gedeelte van het Huizinger Ommetje. Door de weilanden en over het bruggetje dat ons aan de andere kant van de Huizingermaar bracht. In net zo’n opwelling vervolgens een bezoek gebracht aan het kerkhofje even buiten het dorpje.
En daar schuift dan bij het voorbijgaan de dorpsgeschiedenis aan je voorbij. Ik kreeg eens te horen dat wanneer ik op zoek ben naar verhalen, dat ik dan met pen en papier naar het kerkhof moet gaan. Ik zit er inderdaad wel eens aan te denken wanneer ik een enkele keer het graf van mijn ouders bezoek. Je komt dan langs de graven van de dorpsinwoners van weleer en vaak duurt het maar even en ook de anekdotes over die mensen komen weer boven drijven.
Voor Tweede Paasdag had ik een bijzondere missie in gedachten. De vrouw had zich een fiets met elektrische ondersteuning aangeschaft en daar moet ik eigenlijk nog helemaal niets van hebben. Het liefst voer ik mijn ochtendritten op haar eerdere fiets door, zonder ondersteuning inderdaad, waarbij ik dan wanneer ik uiteindelijk thuis ben ook daadwerkelijk het gevoel heb iets te hebben gedaan.
Maar het leven dendert door en de ontwikkelingen staan niet stil. En daar de vrouw eigenlijk aan het werk moest en de auto dus nodig had, bedacht ik mij dat het misschien wel leuk zou zijn om op de fiets af te reizen naar Ulrum. En omdat ik graag een doel heb om voor te fietsen kwam het mij heel goed uit dat nu daar juist de wedstrijd VVSV-Stedum op het programma stond. Dan kon ik ook mooi nog even op de kartbaan kijken waar ik immers enige weken nog was geweest om één van de eigenaars te interviewen.
De heentocht was pal tegen de wind in en daar deed ik zo’n anderhalf uur over. De terugreis was dus met de wind in de zeilen en ik leek te vliegen. In Ulrum zelf beleefde ik een mooi uurtje. Ik liet de nostalgie binnendrijven in de wetenschap dat ik getuige was van waarschijnlijk de allerlaatste VVSV-Stedum. Het plan is nog steeds dat LEO, Kloosterburen en VVSV aan het begin van het nieuwe seizoen als De Marne aan de aftrap verschijnen.
Tijdens mijn rondje om het veld, kwam ik tot een verrassende ontdekking. Want hier op het hoofdveld speelde ik mijn laatste volledige seniorenwedstrijd van negentig minuten. We verloren met het vierde kansloos met 6-1 en eigenlijk zou ik er na een kwartiertje in de tweede helft uit, ware het niet dat Vriesema geblesseerd raakte en ik negentig minuten mocht blijven staan.
Die wetenschap deelde ik met voormalige scheidsrechter Rinze die ook langs de lijn stond. Hij kon zich het zelfs nog herinneren want ik had hem begroet toen hij achter het doel langsliep richting de knusse kantine. Cor, de legendarische flankenbestrijder van Viboa, was er ook en de familie Mulder/Vlieg zal ongetwijfeld het fijne gedacht hebben van de verrichtingen van de geelzwarten die met een 4-1 nederlaag de bietenbrug opgingen. En wanneer Marten en Michel hun tasje bij zich hadden gehad…..
Zelf had ik het na een uurtje ook wel gezien. Raar eigenlijk dat mij een wee gevoel bekroop toen ik weer op de fiets stapte. Iets van ‘Oude mensen en de dingen die voorbijgaan.’ De eerste wedstrijd van VVSV die ik zag, zal waarschijnlijk tevens de laatste zijn.
Aan de muur van Eetcafé Neptunus hangt nog zo’n mooi blauw opstelkastje met daarin de allerlaatste opstellingen van de seniorenteams van UVV’70. Dat was in 2010. Het heeft er alle schijn van dat zestien jaar later ook een eind komt aan drie roemruchte verenigingen. En dat is, hoe begrijpelijk en logisch ook, op de een of andere manier best wel even slikken….