Het is een ouderwetse maandagmorgen wanneer ik aan dit epistel begin. Na een woelige nacht met weinig slaap, is er momenteel ernstige behoefte om me even weer een nieuwe werkweek in te schrijven. De maandagmorgenblues dreigt om zich heen te grijpen.
Gelukkig was daar vanmorgen al een heerlijk rondje bos met de hond. De lente is officieel weer begonnen en onder een lekker zonnetje hoor ik de vogeltjes fluiten en de ganzen gakken. En dat in de ruis van al die auto’s op de Eemshavenweg ten teken dat ik niet de enige ben die aan een nieuwe werkweek mag beginnen.
Gelukkig ligt op het moment van schrijven de hond boven in de gang op de wacht, waarop eigenlijk? Stiekem ben ik af en toe best wel eens jaloers op haar. De wereld kan letterlijk en figuurlijk in brand staan maar daar krijgt ze helemaal niets van mee. Een poepje en een plasje, de heerlijke brokjes, het pronken met één van haar speeltjes die ze als een rijke schat bewaakt, kortom een hondenpoot is net als een kinderhand snel gevuld.
En dat in een wereld die kraakt in haar voegen en waar we een zoveelste crisis ingaan waarvan maar weer de vraag is wat het ons brengt. Echter, waar wij ons zorgen maken over de alsmaar stijgende prijzen aan de pomp en wat dat voor onze koopkracht betekent, vliegen de bommen de mensen in het Midden-Oosten letterlijk en figuurlijk om de oren. Is het daar ooit wel eens rustig geweest, zo vraag ik mij af. Maar nu dreigt toch wel een heel groot onheil.
Daar moeten we maar aan wennen, zo las ik ergens. Wennen aan de onrust in de wereld. Eerst was daar corona, toen Rusland die de Oekraïne opeiste en nu is daar weer een Irangate. Het houdt niet op, niet vanzelf inderdaad. Vroeger zou ik mijn huidige gemoedstoestand wellicht een after-Sunsationdip genoemd hebben. De leegte na een festiviteit waar je langere tijd naar uitgekeken hebt.
Ik merk dat het de hoogste tijd wordt om weg te schrijven naar mooiere momenten en belevenissen. Anders trek ik de lezers straks nog mee in een alles verzwelgende negativiteit en daar wordt het niet beter van toch? Want op een mij zaterdagmiddag toegestuurde foto bleek toch maar weer hoe gezellig het vrijdag wel niet was in de Middelstummer feesttent.
Waarbij mijn Partners In Crime voor vrolijke pics zorgden en die foto’s toveren nu gelukkig weer een glimlach op mijn gezicht en in mijn herinnering. Ik weet nu waar de uitdrukking, ‘gelukkig hebben we de foto’s nog’, vandaan komt. Misschien moet ik volgende week Codenaam PIC’s nog even verder uitwerken. Feit is wel dat de vrijdagavond door een introductie iets anders verliep dan van te voren bedacht maar dat het ijs in de feesttent verder gebroken werd.
En dat in de week dat ik ook nog even binnen mocht druppelen in de voormalige winkel van Marja waar steeds meer schappen gevuld worden met de verhalen van Middelstum, onder de noemer van Moi Middelstum. Je merkt direct dat het werkt wanneer je een boek van de Handelsvereniging ziet liggen met daarop een foto van een vroegere winkel en dat je via de naam van Jonkman terecht komt in de verhalen over het snoepwinkeltje van die andere Jonkmannen, de gebroeders Kauwke.
Op woensdag en donderdag kan heel Middelstum weer langskomen om spullen te brengen, verhalen te delen, of gewoon lekker gezellig een bakje koffie te drinken met elkaar. En zaterdag is daar de eindpresentatie en komen we wellicht te weten of er nog een vervolgtraject aan zit te komen. Voor alle verdere ins en out, even op deze link drukken: https://bert-koster.nl/2026/03/16/persbericht-moi-middelstum/.
Vorige week leverden nog wel meer opmerkelijke verhalen op. Want een lezing bij Kantoor Vreugdenhil toonde maar eens te meer de ongekende mogelijkheden van AI aan. Zolang wij zelf nog de baas zijn over al die technologische veranderingen is er volgens mij nog niets aan de hand.
Echter, soms bekruipt mij wel eens het gevoel dat we de grip kwijtraken, letterlijk en figuurlijk, op de digitale wereld om ons heen. Maar voorlopig houd ik mij vast aan het feit dat AI ons kan helpen om bijvoorbeeld een dreigend personeelstekort aan te pakken door taken van ons over te nemen.
En dan was daar nog het feit dat ik vorige week in de ban was van de Netflix-serie ‘Eén van ons’, gebaseerd op de moord op Marianne Vaatstra. Twee jaar geleden reed ik tijdens mijn dorpenronde van Ten Post naar Lellens toen ik Griesbeek binnenreed. Ik was even van de leg want waar was Lellens nu gebleven? Maar toen hoorde ik dat dit dorpje voor deze serie omgedoopt was tot Griesbeek en dat hier regelmatig een filmploeg neerstreek om opnames te maken. Mocht je je nog eens vervelen de komende dagen, en geabonneerd zijn op Netflix natuurlijk, dan hierbij de gratis tip om even naar deze indrukwekkende serie te kijken.
En zo is het op deze maandagmorgen zo rond 08.15 uur de hoogste tijd om deze column af te ronden. Wellicht is het een ietwat onsamenhangend verhaal geworden, daar ben ik mij van bewust. Laten we het maar houden dat dit komt door de turbulente wereld waarin we momenteel leven en waarin het lastig is om de juiste koers te varen…