Bijna elke zondagochtend begint mijn wandeling op dezelfde plek: de Praxis aan het Damsterdiep. Niet omdat ik zo nodig een doos schroeven, een plank of een plantje wil hebben, maar omdat dit nu eenmaal het startpunt is geworden van een ritueel waar ik me de hele week op kan verheugen. Vaak alleen, maar ook af en toe met mijn zus of een vriendin.
Het is december, zo’n maand waarin de stad steeds een beetje gezelliger begint te worden en alles onder een dun laagje nostalgie is gelegd. De lucht is helder, de kou trekt wat door mijn kleding en mijn jas ruikt nog vaag naar vorige winters. Met een dikke sjaal om, is het allemaal nog goed te doen.
Ik loop weg van de Praxis. Vandaag loop ik niet langs het water, maar via de weg. Ik zie het vogelhuisje, althans wat er nog van over is, in de tuin staan van een oud-collega. Ze heeft het laten staan, omdat de kinderen het vroeger als herkenningspunt zagen en zodoende wisten dat het haar huis was.
Even verderop kom ik langs het voormalige slachthuis. Of beter gezegd: waar het vroeger heeft gestaan. Alleen de directeurswoning staat er nog, groots en statig, alsof hij weigert te erkennen dat zijn functie allang verdwenen is. Het pand doet nu dienst als studentenhuis, wat vooral te zien is aan de verzameling Swapfietsen die als een soort moderne kunstinstallatie voor de deur staan. Allemaal in dezelfde kleur blauw of rood, shots en scheef geparkeerd.
Soms stel ik me voor dat de oude directeur hoofdschuddend uit een raam kijkt en zich afvraagt waar het mis is gegaan. Het is nog rustig op straat. Ik loop verder langs het Damsterdiep en groet af en toe iemand die ik vaker tref. Geen gesprekken, hooguit een knikje of een “moi”. De kauwgomballenautomaat, die normaal gesproken vol met kleine verrassingen zit, is al leeggehaald vanwege de naderende jaarwisseling. Alsof iemand heeft gedacht: daar kan alleen maar ellende mee worden uitgehaald.
Het lege glas weerspiegelt mijn gezicht even en ik zie er verrassend tevreden uit. Uit het aangrenzende café hoor ik muziek, zal FC Groningen vandaag spelen of wordt er gewoon schoongemaakt? Bij de Nieuweweg sla ik af en zet koers richting het Forum. Daar luister ik op zondagochtend vaak naar Haydn op Zondag. De muziek vult de ruimte, terwijl ik op de trap plaatsneem. Ik blijf er nooit lang, maar lang genoeg om te vergeten welke dag het ook alweer is.
Op de Grote Markt worden al braadworsten gebakken in een gezellige tent. Winterstad Groningen maakt zich klaar. De geur hangt als een warme deken tussen de gebouwen. Steeds meer mensen lijken zich naar de stad te begeven. Een vader en zoon staan samen een broodje worst te eten. Ze lachen om iets kleins. Ik moet glimlachen en denk aan hoe dit soort momenten in je herinnering altijd groter worden dan ze op dat moment lijken.
Richting de Vismarkt lopen twee jongens in een onesie. Ze lijken nog niet uitgefeest; de nacht lijkt nog ergens in hun kleren te hangen. Hun ogen zijn rood, hun passen iets te groot en stemgeluid net iets te hard. Even denk ik terug aan mijn eigen stapavonden, die ook nooit een einde leken te kennen. Nachten waarin de stad oneindig was en de ochtend een vervelende onderbreking. Nu is de ochtend juist het hoogtepunt.
Bij de prullenbakken zijn daklozen bezig de blikjes eruit te halen. Ze doen dat zorgvuldig en sluiten de bakken daarna weer netjes. Het is een klein detail, maar het blijft me bij. Alsof zelfs dit herkenbare onderdeel van het dagelijks leven in de stad, zijn beste beentje heeft voorgezet vandaag. De zon schijnt een beetje, precies genoeg om het warmer te laten lijken dan het daadwerkelijk is.
Met een net gekochte cappuccino in mijn hand ga ik op een muurtje zitten, net naast de brug schuin tegenover het Tromphuis. Ik drink langzaam, kijk om me heen en denk: wat een heerlijke dag. Niet omdat er iets bijzonders gebeurt, maar juist omdat alles zo vertrouwd is.
Daarna vervolg ik mijn weg. Via het Zuiderdiep en de Steentilstraat loop ik vandaag terug naar de auto. Onderweg kom ik nog een markante kerel tegen met de fiets aan zijn hand en heel veel plastic tasjes aan zijn stuur. Met een grijper ruimt hij de straten in de binnenstad op en stopt alles zorgvuldig in de tasjes. Ook voert hij de duiven, zo’n tiental hebben zich op en om zijn fiets verzameld.
Ik ga iets harder lopen, omdat de kou door mijn kleding begint te trekken. De stad ontwaakt steeds verder, maar mijn zondag is al begonnen. En terwijl ik in mijn auto stap, weet ik: volgende week loop ik hier weer. Precies zo. En dat is misschien wel het mooiste vooruitzicht van allemaal……