Kunt u zich heel kort even voorstellen?

Mijn volledige naam luidt Johannes Mattheüs Vaneman, roepnaam John. Ik ben op zes september 1957 geboren in Rijpwetering, een plaatsje vlakbij Leiden. Ik ben de oudste van vier kinderen, mijn jongste broer is helaas al overleden. De andere twee wonen nog in het westen. Ik kom uit een chauffeursfamilie. Mijn vader was buschauffeur van beroep en mijn broer is dat nog steeds. Zelf was ik in mijn studententijd ook chauffeur.
Deze studententijd bracht mij naar Leiden en daar woonde ik tot 1988. Toen zijn we naar het noorden verhuisd. Mijn schoonouders woonden in Pieterburen en we kwamen hier dan ook regelmatig. We hebben eerst in Winsum gewoond en zijn in 2003 aan de Tjarda van Starkenborghweg in Tinallinge gaan wonen op een schitterende plek en het bevalt ons hier uitstekend.
Wat is uw burgerlijke staat?
Ik ben in 1978 op 21-jarige leeftijd getrouwd met Christien. Zij zat destijds op dezelfde universiteit als ik en we kwamen elkaar tijdens allerlei activiteiten regelmatig tegen. We zijn de trotse ouders van twee zoons die in 1981 en 1986 zijn geboren. De oudste woont in Den Haag en de jongste in Duitsland. Daarbij zijn we de trotse grootouders van twee kleinkinderen van drie en vijf jaar oud.
Wat is uw voormalig beroep?
Mijn jonge jaren bracht ik door op een kleine katholieke school in Rijpwetering. Daarna ging ik naar het lyceum in Leiden waar ik eerst vier jaar op het gymnasium zat en daarna twee jaar op het atheneum. In het vierde jaar wist ik dat ik of sociologie of economie ging studeren en het werd uiteindelijk sociologie op de universiteit van Leiden.
Ik studeerde in de tweede helft van de zeventiger jaren en het was een roerige tijd. Er gebeurde veel en er waren ook de nodige actiegroepen actief. Ik wilde iets studeren waarmee ik de wereld zou kunnen verbeteren en was achttien jaar toen ik begon. Tussendoor heb ik ook nog een jaar in militaire dienst gezeten en als bijbaan was ik onder andere chauffeur op een touringcar en dat bracht mij naar grote steden als Parijs en Londen.

Ik was nog niet eens afgestudeerd toen mijn oog op een mooie vacature viel. Bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat zochten ze in 1982 namelijk een beleidsmedewerker die onderzoek zou kunnen verrichten naar ontwikkelingen in het openbaar vervoer en ik paste precies in het profiel en solliciteerde succesvol. Vervolgens ben ik 26 jaar in verschillende functies rijksambtenaar gebleven.
In 1988 zijn we dus verhuisd naar het Noorden en ik werd rijkshoofdinspecteur bij de Rijksverkeersinspectie. In deze functie stuurde ik zo’n dertig controleurs aan die zich bezighielden met de uitvoering van de rijtuigenwet en ik hield mij ook bezig met de dienstregeling van de openbaar-vervoerbedrijven GADO, FRAM en DVM in de drie noordelijke provincies. Het was mijn eerste baan in de handhaving van wetten en regels. Ik had zeker ook door mijn chauffeursachtergrond ondanks mijn jonge leeftijd een goede klik met alle medewerkers.
Na vijf jaar werd het tijd om wat anders te zoeken en ik werd organisatieadviseur voor Rijkswaterstaat in Overijssel waar ik de eerste socioloog werd die zich bezighield met de rijkswegen A1 en A28 in die provincie. In de negentiger jaren werd ik hoofd Handhaving van de toenmalige Rijksdienst voor Radiocommunicatie, eigenlijk de oude Radiocontroledienst.
Deze baan werd gevolgd door acht jaar hoofdinspecteurschap bij de Arbeidsinspectie en nog een korte periode als adjunct-directeur bij de toenmalige VROM-inspectie. In 2007 stapte ik over naar de zorg en werd directeur-bestuurder bij MEE Drenthe, een stichting die mensen met een beperking ondersteunt. De laatste drie jaar voor mijn pensionering heb ik in de ouderenzorg in Friesland gewerkt als bestuurssecretaris en beleidsadviseur.
Eigenlijk voel ik me nog steeds ambtenaar in hart en nieren. Een prachtig beroep, waarbij je op basis van wet en beleid balanceert tussen vele belangen. Bijvoorbeeld die van werkgevers en werknemers, of boeren en de natuur en het milieu. Maar ook het werken in de zorg vond ik prachtig. De rode draad in mijn loopbaan is het beschermen van onderliggende partijen tegen machtsuitoefening en uitbuiting en in de zorg het centraal stellen van vaak kwetsbare mensen die aangewezen zijn op zorg en ondersteuning.
Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?
Na bijna 40 jaar werken was dat voor mij wel een enorme overgang. Nog steeds droom ik regelmatig – overigens op prettige wijze – over het werk, maak ik nog hele vergaderingen mee. Na een tijdje ontstond er wel weer een nieuwe balans. Ik geniet nu volop van mijn pensioen, en heb het eigenlijk best wel druk.

Ik ben voorzitter van de milieu- en natuurstichting Tinallinge Plus, waarmee we informatieavonden en excursies organiseren en ons met juridische middelen verzetten tegen bijvoorbeeld een megastal met bijna 1.000 koeien zonder weidegang van de melkkoeien bij Tinallinge. En ik maak veel muziek, met de Jazzfanfare in Groningen en met het trio East Street Tunes samen met wethouder-pianist Han Hefting en zangeres Jolanda Ensink.
Het is fijn dat de dagelijkse druk van een baan er niet meer is, ik heb nu veel meer ruimte om mijn tijd in te delen en leuke dingen te doen met mijn echtgenote, kleinkinderen en vrienden. Ik ben weer gaan voetballen en wel walking-football in een gezamenlijk team van v.v. Winsum en SIOS. En iedere week als de ijsbaan open is, sta ik op de schaats.
Daarbij ben ik dorpsgids van Tinallinge. Over dit dorpje met ongeveer 100 inwoners, als je alle boerderijen in de omtrek meerekent, valt heel veel te vertellen. Ook ben ik een fervent motorrijder en ik verdiep me tegenwoordig wat meer in de Duitse taal. Ik kom vaak in Duitsland want mijn kleinkinderen, die overigens tweetalig worden opgevoed, wonen daar.
Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?
De geboorte van mijn twee zoons en mijn twee kleinkinderen waren werkelijk hoogtepunten. Ik werd al heel jong vader, op mijn 23e. Ik wilde dat ook graag, zodat ik met mijn kinderen nog veel zou kunnen ondernemen terwijl ik zelf nog relatief jong was. Dat is ook gebeurd met voetballen, muziek maken, motortochten etc..

Ook spannende vakanties in Tanzania, Turkije, Amerika en Indonesië heb ik als hoogtepunten ervaren. Het kamperen in de Serengeti tussen de wilde dieren, met een oogverblindend mooie natuur, was ook zeker een van mijn hoogtepunten, net als het vliegen met een Cessna over de Lengai, een prachtige vulkaan in Tanzania. Ik heb met de motor om de Kilimanjaro gereden, samen met mijn zwager die al lange tijd in Tanzania woont. De vakantie in Indonesië was extra indrukwekkend omdat mijn vrouw en ik ook plekken hebben bezocht waar mijn vader als dienstplichtig soldaat is geweest tijdens de koloniale oorlog van 1945 tot 1950.
Wat ik ook nooit zal vergeten is een busreis naar Parijs in 1980, toen mijn oud-dorpsgenoot uit Rijpwetering Joop Zoetemelk de tour won. Ik was chauffeur van een van de drie bussen vol met “Rippers”, inwoners van Rijpwetering, een geweldig avontuur. Later heb ik Joop nog bezocht in Frankrijk om hem een fietsframe terug te geven dat mijn vader ooit had omgebouwd tot een soort klok-hometrainer voor de fancyfair in Rijpwetering. Hij had dat frame beschikbaar gesteld. Hij was er in 1966 olympisch kampioen op geworden in Mexico, ook dat nog!
Motorvakanties in o.a. Oostenrijk, Engeland, Schotland, Zwitserland, Zweden en Frankrijk waren voor mij ook hoogtepunten. Dat doe ik al meer dan 25 jaar. Tentje mee, soms met een vriend of mijn jongste zoon die ook motor rijdt maar ook vaak in mijn eentje.
Muzikaal hoogtepunt was een optreden met Harry Muskee bij het Muziekcafé van Veldwijk in Winsum. Ik speelde toen in de Bluesdealers, en Harry was, samen met gitarist Erwin Java, onze gastspeler. De presentatie van onze CD ‘Jazzfanfare plays Harry van Lier’, laatst in Niehove mag in deze opsomming niet ontbreken. Harry, onze bandleider en oprichter van de Jazzfanfare, werd daarbij ook nog eens geridderd voor zijn verdiensten voor de muziek in het Noorden. Dat was een geweldig moment.
Hoogtepunten van een heel andere orde zijn de rechterlijke uitspraken over onze beroepsprocedures tegen de gemeente rond de uitbreiding van de gigastal in Tinallinge. Iedere keer geeft de rechter ons gelijk. Dieptepunt is dan weer dat de gemeente niets doet en een illegale situatie laat voortduren. Maar onze overwinningen geven aan dat de gemeente niet goed bezig is, en er nu echt voor moet gaan zorgen dat ons kwetsbare wierdenlandschap niet opgeofferd wordt aan grootschalige en vervuilende landbouw en veeteelt.
En de dieptepunten
Mijn jongste broer is drie jaar geleden overleden aan de gevolgen van een ernstig arbeidsongeval. En in 2008 is mijn schoonzus overleden aan longkanker. Dat waren echte dieptepunten.
Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?
Ik ben op walkingfootball gegaan omdat ik dacht dan minder kans op blessures te hebben. Echter, tijdens mijn derde training brak mijn achillespees in tweeën, zonder dat er zelfs maar een tegenstander in de buurt was. Met als gevolg acht weken uit de roulatie.
Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?

Ik heb geen bijzondere wensen, hooguit nog een paar verre reizen. Suriname en Chili staan hoog op mijn lijst. Chili omdat ik in mijn jeugd actie heb gevoerd tegen de door een coup in 1973 aan de macht gekomen dictator Pinochet en destijds geld heb ingezameld voor het verzet daar.
In Leiden hebben we ook verschillende vluchtelingen uit Chili opgevangen. Ik zou plaatsen die belangrijk waren voor het verzet met eigen ogen willen zien. Mijn vrouw is voor ons trouwen al een keer in Suriname geweest en ik zou graag in haar voetsporen treden. Ik hoop natuurlijk samen met mijn echtgenote nog lang van onze kleinkinderen te kunnen genieten.
Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?
Ik had misschien na mijn studententijd eerst wat meer van de wereld moeten gaan zien voordat ik ging werken. Het was wellicht goed voor mij geweest, qua begrip en relativering, wanneer ik eerst in het buitenland was gaan wonen om daar de taal en de cultuur op te pikken. Maar het reizen heb ik in latere jaren meer dan goedgemaakt.
Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?
Kijkend naar mijn eigen leven zou ik hoog kunnen scoren, een dikke 8. Maar het cijfer gaat wel omlaag vanwege de grote zorgen die ik mij maak over ontwikkelingen in onze samenleving, zowel in mijn directe omgeving als wereldwijd. De intolerantie in de samenleving groeit enorm. De solidariteit met mensen die het moeilijk hebben, ook de mensen die huis en haard moeten verlaten vanwege oorlog en ellende, staat enorm onder druk.
Belangrijke keuzes om de afbraak van ons milieu, de woningnood en de klimaatopwarming tegen te gaan worden niet gemaakt. Ook in mijn eigen leefomgeving zie ik steeds meer schaalvergroting om mij heen, verdwijnen de weidevogels, komt natuurinclusieve landbouw moeilijk op gang. Hoewel het met mij persoonlijk best goed gaat, drukt dit wel mijn cijfer omlaag.
Wilt u verder nog iets kwijt?
Ik hoop dat de bereidheid om zich in te zetten voor mensen die het moeilijk hebben, blijft bestaan. Als oud-ambtenaar vind ik het soms vreselijk hoe de overheid met haar burgers omgaat. Dat wringt ook met de rode draad in mijn leven, het opkomen voor de kwetsbaren in de samenleving.