Twee jaar geleden stapte ik die villa binnen met trillende handen, een hoofd vol vragen en een hart dat niet wist hoe het open moest. Alles in mij stond strak gespannen, alsof ik al jaren iets vast probeerde te houden dat allang losgelaten wilde worden.
De retraite die we met Dromen, Durven, Doen organiseerden in het mooie Portugal, was toen niet alleen een veilige plek voor de vrouwen die kwamen, het werd ook mijn eigen startpunt. De eerste barst in mijn pantser. De eerste keer dat ik voelde: ik ben iets aan het afpellen, en er komt íets van mij tevoorschijn.
Nu, twee jaar later, loop ik opnieuw dat pad naar dezelfde villa. Maar dit keer voelt het anders. Alsof mijn voeten de weg herkennen nog voordat mijn hoofd beseft dat ik er ben. Het voelt als thuiskomen, niet alleen op die plek, maar in mezelf.
Dat betekent niet dat er geen spanning was; die blijft trouw terugkomen, vooral als ik workshops geef. De oude twijfels fluisteren nog steeds: kan ik dit wel? Ben ik genoeg? Maar zodra ik begin, gebeurt er iets. Een soort rust. Een vertrouwen waarvan ik niet wist dat het al in mij woonde. Het is nieuw, maar ook vertrouwd. Alsof het altijd al in me zat en nu pas naar voren durft te komen.
Tijdens een Dromen, Durven, Doen inspiratiesessie, schreef ik een brief aan m’n jongere zelf. Een brief die ik twee jaar geleden nooit had durven schrijven. En precies daar, op die plek, voelde ik dat de cirkel rond was. Dat wat ooit het begin was van zoeken, nu voelde als vinden. Niet af — dat nooit — maar wel afgerond. Een hoofdstuk dat zich sluit, omdat een nieuw hoofdstuk klaarstaat.
Misschien kwam dat gevoel ook door die onverwachte periode in april, waarin het leven me even keihard stilzette. Toen ik om de haverklap oogmigraines kreeg, heen en weer reizen naar Nederland ineens met verplichte overnachting moest, en mijn energie zó ver beneden nul zakte dat middagdutjes geen luxe waren maar noodzaak. Ik wilde vechten, zoals ik altijd doe. Ik wilde niet stilvallen, niet toegeven. Maar mijn lichaam trok de rem aan en zei: genoeg.
En dus moest ik luisteren. Overgeven. Loslaten. Accepteren dat weerstand me alleen maar verder uitputte. Dat was niet makkelijk, niet fijn, maar wel nodig. Ik heb het op de harde manier moeten leren: dat rust geen zwakte is. Dat mijn lichaam soms precies weet wat ik nog niet wil erkennen. En dat ik mezelf niet hoef te verliezen om sterk te zijn.
Daar, in diezelfde villa, voelde ik alles samenkomen. De spiegels van de afgelopen jaren. De tranen die ik jaren heb ingehouden. De oude patronen die ik eindelijk durf aan te kijken. En het besef dat ik dichtbij mezelf ben gekomen — dichterbij dan ik ooit ben geweest.
Ik voel nu die zelfliefde waar ik vroeger alleen naar verlangde. Niet constant, niet perfect, maar écht. Ik voel vertrouwen dat terugkeert, soms stil en voorzichtig, soms krachtig en helder. En ik voel dat ik steeds minder leef vanuit de blikken van anderen en steeds meer vanuit mezelf.
Natuurlijk blijft het vallen en opstaan. Natuurlijk komen er oude overtuigingen voorbij. Maar ik kijk ze nu aan zonder mezelf kwijt te raken. Misschien is dat wel wat twee jaar innerlijke groei met je doet: je vindt jezelf niet in één keer, maar stap voor stap, moment voor moment. Op een dag merk je dat je thuiskomt bij jezelf — niet perfect, niet alles opgelost, maar wél echt. Dit is mijn eigen avontuur, met alles wat erbij hoort.
Zoals Simone de Beauvoir zei:
“I accept the great adventure of being me.”
En dat is precies wat ik doe. Punt.