Kunt u zich heel kort even voorstellen?
Noteer bij mijn naam gerust Auktje de Graaf-Douma. Auktje is geen alledaagse maar wel een veelvoorkomende naam binnen onze familie. Ik ben op 1 augustus 1936 geboren in Bedum als oudste van zes kinderen waarvan een al na anderhalf jaar is overleden. Ook twee van mijn zussen zijn er helaas niet meer. De rest van mijn familie is in Canada blijven wonen.
Mijn vader was boerenarbeider en heel onrustig. Voor mijn negende ben ik namelijk al tien keer verhuisd. De oorlogsjaren heb ik in Schouwerzijl doorgebracht maar ik heb ook in Warfhuizen, Ezinge en Tinallinge gewoond. Op mijn zeventiende verhuisde het gezin Douma naar Canada. Ik had al verkering en na een snelle verloving, is Reinard met mij meegegaan naar Canada. Na een dagenlange treinreis kwamen we uiteindelijk in Alberta aan.
We hebben het een half jaar volgehouden en zijn voor de winterperiode terug gegaan naar Nederland. Op de heenreis waren we emigranten en deze reis werd door de staat betaald. De terugreis was voor eigen kosten want toen werden we beschouwd als toeristen. We gingen tijdelijk bij mijn schoonouders inwonen, zij woonden in Rasquert. Daarna hebben we een poosje in Tinallinge gewoond en toen mijn schoonouders gingen verhuizen, konden we hun huis overnemen.
In 1963 zijn we aan de Marijkelaan in Baflo gaan wonen en vervolgens zijn we in 1974 nog een keer verhuisd in dezelfde straat. Dit huis heeft namelijk vier slaapkamers en dus meer ruimte. Ik maak nog steeds zelf het huis schoon maar heb wel een tuinman voor het grovere werk. In Baflo wonen bevalt prima, ik ben hier thuisgekomen en heb de nodige sociale contacten opgebouwd.
Wat is uw burgerlijke staat?
Op mijn zestiende woonde ik in Tinallinge. We zochten elkaar als jeugd altijd wel op in het dorp en zodoende leerde ik de vier jaar oudere Reinard de Graaf kennen. Hij kwam zelf uit een groot gezin met acht kinderen en is dus met mij mee gegaan naar Canada. Reinard is in 2023 overleden na een ziekbed van een maand. Twee dagen eerder hebben we ons 68-jarig huwelijk nog mee mogen maken.
We zijn in 1955 getrouwd en in hetzelfde jaar diende Henk zich aan. Hij kreeg op zijn negende suikerziekte en mocht uiteindelijk slechts 45 jaar worden. In 1956 diende Piet zich aan, hij woont in Kloosterburen. Arie is in 1959 geboren maar ook hij is helaas niet oud geworden. Op 54-jarige leeftijd overleed hij aan een hartstilstand na een eerdere operatie aan het hart. Bart-Jan ten slotte diende zich in 1963 aan en woont in Oldehove.
Het geslacht De Graaf heeft zich de laatste jaren behoorlijk uitgebreid. Ik weet eigenlijk niet eens meer hoeveel klein- en achterkleinkinderen ik precies heb en wanneer die allemaal jarig zijn.
Wat is uw voormalig beroep?
Mijn lagere schooltijd heb ik grotendeels in Schouwerzijl doorgebracht. Het laatste jaar moest ik naar Aduard maar ik kon versneld door naar de huishoudschool in Zuidhorn. Mijn vader vond het erg belangrijk dat ik leerde naaien, daar hamerde hij voortdurend op. In die tijd was er immers maar nauwelijks geld voor nieuwe kleren. Na een jaar verhuisden we echter al weer en ik ging vervolgens in Wehe-den Hoorn naar de huishoudschool.
Die opleiding daar was nog maar net begonnen en dus moest ik weer in de eerste klas starten. Dat vond ik maar niets en ik was veertien jaar toen ik van school ging. Zaterdags was ik vaak al bij een boer aan het werk en op mijn twaalfde hielp ik mijn vader reeds mee op het land. Hij moest dagelijks duizend vlasschoven maken bij de boer en ik moest het vlas dan binden.
In Baflo kon ik twee dagen in de week meehelpen bij twee dames met al het naaiwerk wat ze hadden en toen volgde dus de emigratie naar Canada waar ik mee moest helpen op het land. Terug in Nederland was daar weer het naaiwerk en Reinard ging bij een boer aan het werk. Tot de kinderen zich aandienden, heb ik nog bij Rixona gewerkt en ook nog bij een boer.
Toen onze jongste zoon naar de kleuterschool ging, ben ik huisjes gaan schoonmaken. Dat heb ik meer dan vijftig jaar gedaan totdat ik ver in de zeventig was. Te beginnen met het huis van de dominee in Baflo en ik ben ook jarenlang bij de burgemeester aan het schoonmaken geweest.
Op mijn 39e haalde ik na een half jaar les mijn rijbewijs en ik kreeg ook werkhuizen in Groningen, onder andere bij burgemeester Staatsen. Ik ging vaak rond 07.00 uur van huis en was rond het middaguur weer thuis. Hoeveel werkhuizen ik heb gehad? Dat weet ik niet precies meer hoor maar sowieso meer dan tien.
Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?
Ik ben dus lang doorgegaan met het schoonmaken van huisjes maar op mijn 78e was ik er zat van. Ondanks twee nieuwe knieën regel ik nog steeds zelf het hele huishouden. Vroeger heb ik gezwommen, gefietst en geschaatst. Tijdens een zwemtocht over het Lauwersmeer ben ik onderkoeld geraakt maar ik heb hem wel uitgezwommen en een oorkonde gekregen.
Ik heb drie keer de Noorderrondritten geschaatst en uitgereden, het ging om de tocht van 75 kilometer. Qua fietsen reed ik ook grote afstanden want ik ben zelfs op de fiets in vijf weken van Maastricht naar de Middellandse Zee gereden. Ik was al in de zestig toen ik met Reinard op tennis ben gegaan, we hadden toen een heel leuk groepje om mee te spelen.
Ik heb nog een tijdje de moeder-MAVO gevolgd maar heb die niet afgerond en heb in de nodige verenigingen gezeten zoals de zangvereniging in Winsum, waar ik nog een tijdje secretaris ben geweest in het bestuur, de vrouwenvereniging van de kerk, waar ik een tijdje presidente was, en de buurtvereniging. Ook daar vroegen ze me in het bestuur tijdens een gezellige avond en ik zei ‘nu ik een borrel op heb, durven jullie mij wel te vragen hé?’, maar een dag later was mijn antwoord opnieuw ja.
Wekelijks ga ik nog naar de kerk, de vrijgemaakte kerk, die we begin jaren tachtig grotendeels zelf hebben gebouwd. Reinard was hier destijds alle dagen te vinden om mee te helpen. Voor de gezelligheid zit ik nog steeds op handwerken maar het handwerken zelf vind ik niet zoveel aan, haha. Ik lees veel boeken en zit nu zelfs op bejaardengymnastiek. Ik kan alle oefeningen goed aan maar op één been staan valt niet mee. Maar al die ‘olle mannetjes’, waarvan velen jonger zijn dan ik, willen mij wel ondersteunen hoor.
Ik heb zelfs aan een cursus valpreventie meegedaan en zit nog steeds elke ochtend op de hometrainer. Fietsen durf ik niet meer maar ik heb nog een auto en wandelen doe ik met de rollator. Kortom, ik ben nog alle dagen lekker in de weer.
Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?
Dat ik maar liefst 68 jaar met Reinard getrouwd ben geweest en de geboorte van de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Toen we 60 en 65 jaar getrouwd waren, is de burgemeester nog bij ons langs geweest. En ik heb mooie reizen mogen maken.
Zo heb ik met een nichtje door Israël, Jordanië en Egypte getoerd en ben ik met mijn man naar Canada geweest. Daar zijn we nog met een camper naar de Rocky Mountains gereden, dat was toch wel het hoogtepunt van de reis.
En de dieptepunten?
Het verlies van twee van je kinderen op veel te jonge leeftijd, dat klapt er stevig in hoor. Dat geldt ook voor het verlies van mijn zussen en ik heb een goede vriendin verloren die op het laatst dementerend was. Het overlijden van Reinard mag bij deze vraag natuurlijk niet ontbreken.
Nu sta ik er alleen voor maar ik zoek en vind altijd afleiding. ‘Nait soezen’, dat is mijn motto. Een ander het immers niks aan joen gesoes. Je moet doorzetten en leuke dingen blijven doen.
Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?
Je merkt het, ik blijf praten. Misschien wel wat van de hak op de tak maar ik hoop dat je er wat van kan maken. Dat van die kou tijdens het zwemmen in het Lauwersmeer, dat is mij lang bijgebleven. Man, wat had ik het koud in het water. ‘Zouden ze het in de oorlog ook zo koud gehad hebben?’, dat dacht ik toen ik onderweg was.
Maar ik heb doorgezet en ben uiteindelijk naar de organisatie gelopen om de oorkonde in ontvangst te nemen maar daar ben ik onderuit gegaan. En dat terwijl de zwemtocht in de zomerperiode was. Maar ik hou wel van het avontuur hoor.
Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?
Ach, als ik maar gezond blijf. Zeker wat de kop betreft. Ik heb dementie van dichtbij meegemaakt en dat vind ik heel erg. Ik kwam vaak verdrietig bij mijn vriendin weg maar ga nog steeds op bezoek bij haar tweelingzus in Winsum die ook dementie heeft. Ik leg wekelijks wel vaker van dergelijke bezoekjes af.
En ik geniet nog steeds van het feit dat ik lid ben van ‘Vrienden op de fiets’. Jaarlijks blijven hier wel meer dan tien fietsers overnachten en ze krijgen ook een ontbijt van mij. Ik mag dan graag aanhoren welke routes ze in de buurt gereden hebben.
Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?
Ik heb de kinderen misschien wel te streng opgevoed, denk ik. Maar tegenwoordig worden kinderen niet meer opgevoed. Ik zie soms dingen en dan ‘wil ik ze wel bie de nekvel griep’n’ maar dat doe ik natuurlijk niet.
Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?
Dat moet een hoog cijfer zijn, maak er maar een acht van. Na mijn eerste knieoperatie vroegen ze mij naar een pijncijfer en toen gaf ik een negen aan. Ik denk dat de narcosedosis te laag was want ik hoorde ze wel kloppen op mijn knie. ‘Maar ik heb u wel horen snurken’, zo zei de arts tegen mij. Tijdens de tweede operatie was de dosering in elk geval een stuk sterker want toen viel het niet mee om mij wakker te krijgen.
Wilt u verder nog iets kwijt?
‘Nait soezen!’ Ze zeggen op de bejaardengymnastiek altijd dat ik zo positief ingesteld ben. Maar je moet jezelf af en toe wat ‘oppítjen’ en niet bij de pakken neer gaan zitten…..