De biologische klok stond vanmorgen blijkbaar wederom vroeg afgesteld want ik was rond zessen wakker en kon de slaap niet meer vatten. Geen probleem, dan maar vroeg uit de veren. Want vandaag staat immers de laatste zomertourdag op het programma. En wat voor een.
Want ik ga op zoek naar wat er zoal nog te zien is van de dorpjes die de oprukkende industrie rondom Delfzijl niet overleefd hebben. Ooit was daar zelfs de gedachte dat Delfzijl zou uitgroeien tot een ‘Eemsmondmetropool’ wat de havenstad zou doen ontploffen tot een oord met zo’n 100.000 inwoners.
Zover is het echter nooit gekomen. Cumulatief woonden er vroeger in Weiwerd, Heveskes en Oterdum nog geen duizend inwoners. Die zullen destijds raar opgekeken hebben toen bekend werd dat hun dorpjes zouden worden opgedoekt….
Weiwerd
Wanneer ik culinair laat verwennen in De Kleine Munt, rijd ik wel eens door Weiwerd. En nu ik mij er eens in verdiep, besef ik pas hoe raar de situatie is. Want op de richtingwijzer staat Weiwerd nog gewoon aangegeven. Het heeft echter wel wat voeten in aarde voordat ik Weiwerd in kan rijden. Het duurt namelijk tergend langzaam dat een groot schip de openstaande brug gepasseerd is en daarna staat er aan de andere kant zo’n lange file dat ik voorlopig niet linksaf kan slaan en alles achter mij blokkeer. Gelukkig knippert er iemand dat ik in kan voegen en is dat leed eerst geleden.
Wanneer ik eens goed om mij heen kijk, zie ik in Weiwerd nog wat vervallen huizen staan en lege schuren. Tijdens een wandeling ontwaar ik zelfs nog een woning dat gezien de grijze en groene container die er naast staan maar zo nog bewoond zou kunnen zijn. Maar ergens las ik dat de laatste inwoners van Weiwerd tien jaar geleden zijn vertrokken.
Ik ben inmiddels zeer benieuwd hoe mijn oud-Van Hall klasgenoot Jaap Braam bij het project Weiwerd betrokken is geraakt destijds. Van zijn hand is namelijk het boek ‘Weiwerd, van woondorp naar werkwierde’ afkomstig. Tot mijn verrassing is er nu zelfs sprake van een transformatie tot een brainwierde, een kennisintensief bedrijvenpark, inclusief het behoud van de historische schatten onder de grond. Ik loop nog even over het vervallen kerkhofje en ben zeer benieuwd hoe het er hier over zes jaar uit zal zien wanneer ik alle bezochte dorpen tot dusver ga herbezoeken.
Heveskes

Ik zoek de auto op en voel een licht nostalgisch gevoel. Ik nader namelijk de brug over de Oostmahorn en daar reed ik vroeger als bijrijder altijd overheen richting North Refinery. Maar het terrein van dit voormalig oliescheidingsbedrijf ziet er nu net zo vervallen uit als Weiwerd. En daarbij is de brug ook nog eens gestremd en dus moet ik een stukje terugrijden.
Doet niets, ik kan nu mooi uitzoeken hoe ik bij de kerk van het opgeheven dorp Heveskes kom. En ik in eerste instantie maar denken dat dit kerkje tot Weiwerd behoorde. Maar niets is minder waar. De kerk overleefde, naast een boerderij, als enig gebouw de sanering van het dorp en werd gered door de Stichting Oude Groninger Kerken. Het lukt mij met de auto tot de ingang te rijden om een langgekoesterde wens in vervulling te laten gaan. Ook een bezoek aan Heveskes kan van de bücketlijst af.
Oterdum
De overblijfselen van Oterdum weet ik vervolgens snel te traceren. Daar ben ik op de terugweg van een interview bij De Kleine Munt immers een keer gestopt om te onderzoeken wat zich daar langs de dijk net buiten Delfzijl allemaal wel niet afgespeeld heeft. Er staat een informatiebord dat ingaat op het verdwijnen van de drie dorpjes.
Een opgeheven hand als kunstobject staat vast symbool voor de strijd die er vroeger is geleverd voor het behoud van de dorpen. Ook zijn nog enige grafzerken intact gebleven. Ik kan het niet laten om een blik op de dijk te werpen. De Dollard lacht mij in alle rust toe. Ik ben gerustgesteld, deel één van mijn missie zit er op. Op naar Woldendorp, wat mij betreft voor levendiger herinneringen.
Woldendorp

Ooit ben ik er doorheen gereden, door Woldendorp, toen ik de afslag Termunten miste. Ondanks de aanwezigheid van de voetbalclub Woldendorp en omstreken, kan ik mij niet herinneren hier ooit doelbewust te zijn geweest. Alvorens ik er ben, rij ik eerst door Borgsweer. Het dorp dat samen met de vorige week bezochte woonkern Oudeschip de mogelijke saneringsronde wel overleefde.
Om en nabij De Kleine Munt is het nu nog rustig maar dat zal in de loop van de dag vast veranderen. Ik vermoed dat maar weinig lezers van het gehucht Baamsum gehoord hebben maar ik tokkel er toch mooi maar even doorheen. Niet veel later doemt het bijna 900 inwoners tellende Woldendorp al voor mij op en het zal de vaste lezers niet verbazen dat ik de Ford op de parkeerplaats van de voetbalclub WEO parkeer.
Het sportcomplex, inclusief de bijbehorende sporthal, ziet er wat gehavend uit maar de bossen rondom het complex vergoeden veel zo niet alles. Verderop staat het Dollardcollege, een middelbare school waar volgens de Daltonprincipes lesgegeven wordt, er juist zeer modieus bij. Aan het eind van de straat ontwaar ik een fraai pand met daarop het bord ‘Ridder Venne’. Vast een koene ridder want de tuin staat er zeer weelderig en goed onderhouden bij.
Ook de dorpswinkel valt op. Om een winkel voor het dorp te behouden is er zelfs een speciale dorpscoöperatie in het leven geroepen. Ik zie rond half negen de eerste klanten de winkel ingaan. Zelf zet ik koers naar de Petruskerk. Een opvallende kerk wat mij betreft die in de loop der eeuwen de nodige ontberingen heeft moeten ondergaan. Ik heb, gezien de staat van het terrein rondom de kerk, niet het idee dat er heel veel meer gekerkt wordt.

Maar een kiekje is natuurlijk snel genomen en dat geldt ook voor enige fraaie woningen nabij de kerk. Ook een roze geschilderde woning aan de rand van het dorp valt op. Is er hier sprake van een stil protest? De plaatselijke cafetaria heeft juist weer een mooie miltgroene uitstraling. Wat een kleurenpracht in het dorp. En ik ontwaar al wandelend nog een fraaie dorpstuin inclusief ontmoetingsplek en beweegtoestellen. Ook dat heeft men in Woldendorp goed voor elkaar.
Na een kleine anderhalf uur wandelen, besluit ik de auto weer op te zoeken. Ik kan het sportpark inmiddels betreden en zie dat er achter de sporthal allerlei speelattributen worden opgeblazen. Volgens mij kun je door de bossen ook een prachtig rondje om het dorp maken. Wanneer ik Woldendorp uitrij, parkeer ik de auto nog even bij de tennisbanen en ontdek daarbij de ijsbaan en zelfs nog enige jeu-de-boules-banen. Helemaal niet verkeerd hoor, wonen in Woldendorp….
De laatste zomerkiekjes van deze zomertour vindt u terug in dit zomer-Instagrammetje: https://bert-koster.nl/2025/08/28/een-zomer-instagrammetje-uit-weiwerd-heveskes-oterdum-en-woldendorp//. Voor mij begint binnenkort het echte leven weer met vier interviews op rij binnen vier werkdagen. Maar ik kijk terug op vier prachtige weken qua dorpenrondes. Volgend jaar keer ik terug naar waar ik in 2020 met deze reeks begon. En dan zijn de grotere kernen bij mij in de buurt dus weer aan de beurt. Tot volgend jaar!