Wanneer wij in mei 2024 besluiten om het huis van mijn overleden schoonvader te kopen lijkt dat een een-tweetje. We kennen het huis, de (prachtige) plek, de buren en uiteraard het dorp, want daar wonen we al. Dan lijkt er niet zoveel te veranderen is je eerste gedachte. Een hypotheek moet geen probleem zijn en voor de aan- & verbouw zijn de ideeën en wensen ook duidelijk. Kat in het bakje, dat gaat geen probleem of stress opleveren.
Financieren van zo’n huis moet gewoon lukken, zeker met de verwachte overwaarde van ons huidige huis. Vol goede moed maken we een afspraak bij de hypotheekadviseur. Gelukkig treffen we een ervaren en kundige adviseur. Hij weet ons kort en bondig uit te leggen dat één en ander wel gaat lukken, maar dat er een boel documenten nodig zijn om de hypotheekaanvraag te kunnen doen.
We beginnen met het opvragen van een inkomensverklaring, als twee zzp’ers kun je dat in Nederland doen bij slechts vier erkende bedrijven. Aanvraag online starten en gelijk wordt het duidelijk, dit wordt geen abc’tje. Een kleine vrachtwagen (ik overdrijf graag) vol aan documenten hebben we nodig om die inkomensverklaring te kunnen aanvragen. Gelukkig heb ik zo goed als alles digitaal beschikbaar. Nog even bellen met de accountant voor de laatste cijfers en de aanvraag kan de deur uit.
Op de website van onze hypotheekverstrekker staat in onze eigen woning online omgeving precies wat we moeten aanleveren, het is een soort wegstreeplijst. Gedurende de weken zien we het lijstje korter worden, gelukkig maar. De zomervakantie lijkt nog even roet in het eten te gooien voor de voortgang, maar vanaf het Franse terras en dankzij het internet, een behulpzame receptioniste op de camping en een scan-app op de telefoon lukt het toch om de vaart erin te houden.
Dan komt het goede nieuws. Na in totaal zesendertig ingeleverde documenten is de aanvraag goedgekeurd en ontvangen we een (bindende) offerte. Goed lezen, letten op de kleine lettertjes en tekenen maar. De notaris is de volgende halte en zodra daar de koopakte is getekend, is het huis officieel van ons. Klaar denk je dan eventjes. Maar niets is minder waar. Natuurlijk zijn al allerlei plannen de revue gepasseerd. Maar samen met de architect ga je nog een stapje verder.
Wat is wel handig en wat niet? Wat is mooi en wat niet? Veel objectieve en subjectieve zaken gaan over tafel en na de derde of vierde tekening vellen we het oordeel dat dit is wat het gaat worden. De constructeur berekent nog even of de plannen wel uitgevoerd kunnen worden zoals bedacht. Nog even een aannemer zoeken en starten maar zo ongeveer half november. Of toch niet? Het vinden van een aannemer viel ons nog mee, al snel vonden we drie die de klus wel wilden uitvoeren.
Vergelijken van drie offertes is de volgende uitdaging. Allemaal hebben ze verschillende manieren van offreren, dat vergelijken viel nog niet mee. Dan heb je ook nog het prijsverschil, gebruik van verschillende materialen en wat voor gevoel hebben we bij zo’n bedrijf. Wanneer je dan een keus hebt gemaakt kan er ‘pas’ begin maart gestart worden met de bouw.
Fundering uitgraven, oude nog werkende gasleiding raken, vlug afdoppen, bekisting maken en vol met beton storten. Het begin is er! De opbouw van het houten skelet, isoleren, plaatsen van wanden, voorbereiden van stroompunten en nog veel meer. Mijn schoonvader had schelpen als isolatie onder de houten vloeren. Omdat we vloerverwarming wilden, moest er schuimbeton gestort worden en moesten de schelpen eruit.
Dat kan bijvoorbeeld machinaal. Dan komt er een bedrijf die alle schelpjes eruit zuigt, tot gruis verwerkt en vraagt of je even flink wat emmers met geld op hun rekening wil overmaken. Aangezien er al genoeg emmers met geld uitgevlogen zijn, hebben we met hulp van familie de zestig centimeter dikke schelpenlaag uit het huis geschept en voor hergebruik opgeslagen in de tuin. Dat hergebruik is ook zeker gedaan. Een schelpenpad van zesentwintig meter, een klein terras en een plek waar de aanhanger staat, zijn gevuld met een beste laag van die schelpen.
Wanneer de aanbouw waterdicht is, kan het beton erin en moet het even drogen. Een paar dagen wachten en er gebeurt niets. Maar je wil door, wil dat het af is en dat je er kan gaan wonen. Geduld is een schone zaak. Ondertussen is ons ‘oude’ huis verkocht en eind april is het zover. De overdracht van dat huis. Dat betekent dat al onze spullen eruit moeten. Waar laten we dat? Beetje al op zolder, beetje in de garage, beetje in mijn opslag en ……………..
Waar gaan we zelf heen? In het nieuwe huis kunnen we niet zijn. Gelukkig biedt een vriendin ons haar huis aan en kunnen we tot de Pinksterdagen daar terecht. Ondertussen vordert de bouw, blijkt het stucwerk nog te nat om de keuken te plaatsen, blijkt de cementdekvloer te nat om te kunnen egaliseren en moeten we nog tien nachten richting een vakantiehuis in Midlaren. Maar dan is het half juni toch echt zover. De vloer ligt erin, we kunnen verhuizen.
Er moet nog een hoop gebeuren. Deuren en muren moeten nog geschilderd worden, de keuken wordt eind juni geplaatst en de badkamer wordt nog afgemaakt. Maar na alle stress zijn we waar we willen zijn, ons eigen huis waar we weer een thuis van gaan maken.
Maar dit is wel de laatste keer dat we verhuisd zijn. De hoeveelheid werk en energie die het kost, de (keuze)stress die het oplevert, is eigenlijk met geen pen te beschrijven. Maar wanneer alles zo’n beetje klaar is straks, dan kijken we het huis en de tuin rond en is het genieten geblazen. Maar nooit weer!
Het was en is nog steeds een geweldig avontuur. Het heeft een hoop zweet en tranen gekost. De stress kostte ons af en toe de kop, maar het is het waard geweest. In dit huis worden we (hopelijk) oud.