Laatst sprak ik in de Obergumer kerk over de veranderingen in de 4 en 5 mei-herdenkingen sinds 1945. Direct na de bevrijding vierde Nederland feest. Een blijde golf van gezamenlijkheid spoelde over de gemeenschap. Nooit meer zo’n crisis als in de jaren dertig, nooit meer fascisme en onderdrukking. En weg met de hokjesgeest die het verzuilde Nederland had gekenmerkt! De meerderheid verlangde naar wat de Britten de “Welfare state” noemden. Een zorgzame samenleving, zonder armoede en voor iedereen een eerlijke kans op een menswaardig bestaan.
In augustus 1945 werd er toegeleefd naar de nationale bevrijdingsfeesten op Koninginnedag (koningin Wilhelmina was op 31 augustus jarig). In Winsum werkte dominee Nolle van de Hervormde kerk in Obergum gedreven aan een groots opgezette viering, waarvan het programma door de lokale drukkerij Mekel onder de titel Caleidoscoop werd gedrukt.
Geen van de zuilen buitenspel, iedereen deed mee. Er moesten bruggen geslagen worden om de gemeenschap tot bloei te brengen, eendrachtig goede tijden tegemoet. Plechtige momenten, de slachtoffers indachtig, werden afgewisseld met kluchtigheid en vrolijke noten. De diverse koren en muziekgezelschappen lieten zich nadrukkelijk horen, vol ernst én luim.
Toen ik het programma doorlas, leek het alsof dominee Nolle de geest van de “Doorbraak” had omarmd. U weet wel: de poging van sociaaldemocraten en vrijzinnige liberalen om electoraal door te breken naar de christelijke zuilen. Nu, dat was niet het geval. Bij de eerste 4 mei-herdenking in Winsum in 1946 was duidelijk dat er van “Doorbraak” geen sprake zou. De drie dominees die Winsum-Obergum toen rijk was, hadden hun krachten gebundeld. Zij preekten niet meer de passie van gezamenlijkheid en tolerantie, maar hieven de vinger, wijzend op de grote gevaren die onze christelijke natie van binnenuit bedreigden. Het pamflet Overwegingen over de overwinning was ervan het gedrukte gevolg.
Het was dan ook verkiezingstijd, de eerste naoorlogse stembusgang was gepland op 17 mei. Blijkbaar moest de eigen achterban stevig worden toegesproken en gewaarschuwd voor het “rode gevaar”. De dominees wezen op de geestelijke ondermijning die het gevolg was van de bezettingstijd.
En wat te denken van die verderfelijke jazzmuziek en het hoeren en snoeren met de bevrijders, waaraan zelfs jonge vrouwen ten onzent zich schuldig hadden gemaakt. Foei! Christelijk Winsum moest zich aangorden tot de strijd en als één man gaan staan voor God, Vaderland en ons Indië. Het zedelijk bederf en de politieke vijanden moesten worden aangepakt. De dominees manifesteerden zich als noeste vaandrigs van een politieke padvinderij.
Vooral Dominee Nolle vloog uit de bocht. De brug van de eendracht werd niet langer meer geslagen, maar gewoon opgeblazen, net als De Boog op 10 mei 1940. De voorzitter van de nieuwe PvdA, Koos Vorrink, werd op één lijn gesteld met Arnold Meijer, de leider van het fascistische Zwart Front: “Wie de namen Koos Vorrink en Arnold Meijer noemt krijgt een complex aan gedachten, dat hem noodzaakt te erkennen dat de slag in de Javazee klein was, vergeleken bij de slag om de rechtstaat, en dat de Japanse overmacht in het niets zinkt bij de machtige corruptiebende, die over ons dreigt te triomferen.”
Dominee Nolle had wel boter op zijn hoofd, zoals overigens zoveel landgenoten die zich na de bezetting principiëler opstelden dan tijdens. Tijdens de bezetting studeerde hij namelijk bij de NSB-hoogleraar Kreuzwendedich von dem Borne medicijnen, waarvoor hij de loyaliteitsverklaring had getekend. Een beladen gegeven. Deze NSB-hoogleraar was namelijk na actief ingrijpen van de Duitsers benoemd op de leerstoel van de joodse hoogleraar Polak Daniëls die op 14 mei 1940 zelfmoord had gepleegd, uit angst voor het lot wat de Joden boven het hoofd hing.
Nu, de dominees konden gerust zijn. Bij de bevrijdingsfeesten in 1955 had iedere zuil weer zijn eigen praalwagens: de turners van het christelijke KDK (“Koksen Doun Kunstjes”) en die van het openbare Jupiter zaten veilig apart.
Het openbare Triton en de christelijke Bazuin musiceerden en marcheerden los van elkaar en als je iemand in het dorp had voorspeld dat vv Hunsingo en Viboa in 2016 zouden fuseren, had die je voor gek verklaard. Het zwembad bleef tot in 1986 op zondag gesloten. Zelfs rond 1995 kon je op de zondag nog geen kop koffie kopen.
Het verzuilde gemeenschapsleven was een liefdeloze latrelatie van mensen die elkaar kenden, maar niet veel met elkaar ophadden of deden. Men kroop liever in zijn eigen bubbel, zouden we nu zeggen. In onderwijs, recreatie, sport en maatschappelijk werk heerste een soort apartheid. Er lag tot ver in de vorige eeuw een brave beklemming over het dorp, die uiteindelijk door het forensisme werd doorbroken. In het gemeentebestuur wist men elkaar tijdens de Verzuiling echter wél te vinden. De ARP en de PvdA, lang de twee grootste partijen, hielden elkaar aardig in evenwicht.
Henk Aukes, de PvdA-burgemeester van Ezinge en oud-verzetsman, legde me dat ooit uit: “Ach, we namen elkaar met de mond de maat, maar beide partijen zagen in goed bestuur een opdracht en gingen zuinig met het geld om. We konden wel goed met elkaar besturen, bereikten samen veel, ook bij de Provincie en het Rijk.” Op de foto uit 1985 ziet u hem met de wethouders Theo Mol (PvdA) en Piet Voogd (CDA, oud ARP), voor het gemeentehuis van Ezinge.
Nu bevinden we ons, denk ik wel eens, in een nieuw soort verzuiling, die van de internetbubbels. Ongemerkt is er weer een nieuwe apartheid ontstaan, waarin mensen zich al scrollend en door algoritmen bepaald voortdurend begeven in de wereld van het zo fraai mogelijk gepresenteerde eigen gelijk.
Het leven in kwaadsprekende bubbels vol desinformatie versterkt de trend om liever negatief óver dan constructief mét andersdenkenden te spreken. We leven daardoor in een virtueel land van radicaal orerende “dominees”, zonder luistervaardigheid en zelfkritiek. De nuance is zoek.
Waar is het werkbare compromis gebleven, broodnodig om de echte problemen aan te pakken? Zouden we anno nu nog in staat zijn om de Deltawerken te realiseren, waaraan er 30 jaar vanuit consensus en forse investeringen consequent is gewerkt? Dat kan, maar dan moeten we rap uit onze bubbels, want Dij nait dieken wil, mout wieken!