Kunt u zich heel kort even voorstellen?
Mijn volledige naam luidt Berend ten Have. Op mijn geboortekaart werd mij als roepnaam Bertje meegegeven maar iedereen kent mij als Bert. Ik ben op 9 oktober 1961 geboren in Huize Tavenier. Na 1,5 jaar in Winsum gewoond te hebben aan de Lombok, volgde een verhuizing naar Westerwijtwerd. Ik ben het op één na jongste kind uit een arbeidersgezin.
Mijn oudste zus Anneke en mijn oudste broer Klaas zijn helaas al overleden. Aaldert heb je onlangs geïnterviewd, hij woont in Middelstum in het huis waar ik vroeger heb gewoond van mijn twaalfde tot ik uit huis ging. En mijn jongste broer Ron woont in Groningen. Mijn vader werkte eerst op de steenfabriek in Winsum maar werd later timmerman, onder andere bij Van Dijken.
In Westerwijtwerd hebben we op twee verschillende plekken gewoond. Daar heb ik prachtige herinneringen aan. In 1973 zijn we dus als gezin naar de Schoolstraat in Middelstum verhuisd. Ik ben in 1984 in Groningen gaan samenwonen en tien jaar later zijn we naar Winsum verhuisd. Sinds 2006 wonen we aan de Grutto in Baflo, tegen het voetbalveld aan, en dat bevalt prima.
Wat is uw burgerlijke staat?
Ik ben in 1985 getrouwd met Marjan Roelevink waarmee ik op de middelbare school in Middelstum al een knipperlichtrelatie had. Na de HAVO zijn we elkaar uit het oog verloren maar toen kwam ik haar toevallig in Groningen in de stadsbus weer tegen en sloeg de vonk definitief over.
Samen hebben we twee kinderen gekregen. In 1988 kwam Sander op de wereld. Hij woont in Lent nabij Nijmegen en werkt in Utrecht voor het hoofdkantoor van de Volksbank. Twee jaar later, in 1990, werd onze dochter Laura geboren. Zij woont in Winsum en is verpleegkundige in het Martini Ziekenhuis. Zelf hebben we een zoon en een dochter gekregen en hetzelfde geldt ook voor onze kinderen. De vier kleinkinderen variëren in leeftijd van twee tot zeven jaar oud. We zien ze vaak en genieten ervan hoe ze zich ontwikkelen.
Wat is uw voormalig beroep?
Na de MAVO in Middelstum, ging ik naar het Wessel Gansfortcollege in Groningen. Toen begon ik serieus na te denken over wat te worden. Ik ging in die tijd veel om met Peter Zigterman en die was bezig met een lerarenopleiding. Dat leek mij ook wel wat en ik ging na het behalen van mijn HAVO-diploma naar de HBO-opleiding Ubbo Emmius, gelegen daar waar nu het Zernikecomplex ligt. Ik was niet zo goed in talen en koos voor het lesgeven in de exacte vakken wis- en scheikunde. Ik heb vijf jaar over deze opleiding gedaan en was in 1985 klaar.
Ik moest eerst wachten op mijn diploma en die kreeg ik in het najaar. De meeste vacatures waren toen al vervuld maar op Ameland in Nes zochten ze op het VMBO nog wel een leraar wis- en scheikunde. Het was een ommelandse reis om er komen per fiets, trein, bus en boot en ik werkte er vier dagen per week. Naast de school kon ik een huisje huren van de gemeente. Daar Marjan op onregelmatige tijden werkte, kwam ze soms door de week ook naar Ameland met onze poes, die daar losliep in de duinen en hier zichtbaar van genoot.
Maar al dat gereis was naast tijdrovend ook heel duur, vandaar dat het bij een jaartje bleef. Vervolgens werd ik studiebegeleider van de jeugd van FC Groningen. Bij het trainingsveld waarvan de club gebruik maakte, stond een grote caravan waar de spelers tussen de trainingen door hun huiswerk konden maken en ik hielp ze daar bij. Weer een bijzondere klus inderdaad en dat werk heb ik twee jaar gedaan.
Vervolgens kon ik eind jaren tachtig weer op het Wessel Gansfortcollege terecht. Nu niet als leerling maar als leraar op de Havo. Ik heb daarna de rest van mijn carrière op verschillende scholen gewerkt die allemaal onder een en hetzelfde bestuur vielen. Na de HAVO volgde namelijk de Mejeur-MAVO die destijds nog aan de Bedumerweg zat. Vervolgens ging ik naar de Hamrik, een VMBO/MAVO-opleiding, gesetteld naast het Noorderstation.
Na mijn periode in Groningen, vervolgde ik mijn lerarentijd in Winsum waar ik les ging geven op De Klokslach. Deze school werd later onderdeel van het Wessel Gansfortcollege. Daarna kwam ik op de Rehoboth in Hoogezand te werken en deze school werd in 2014 door een fusie onderdeel van het Aletta Jacobscollege. Het onderwijs veranderde voortdurend en vanaf mijn Winsum-periode was ik naast leraar ook teamleider en ik ben zelfs nog een tijdje directeur geweest.
In Hoogezand werd ik opnieuw teamleider en was het voor de klas staan echt afgelopen. Achteraf kan ik constateren dat ik het les geven aan leerlingen toch mijn mooiste werkperiode vond, ik ben het lesgeven gaan missen. En de leerlingen natuurlijk, die ik zeker uit de periode Groningen en Winsum nog regelmatig tegenkom. Ik ben immers niet voor niets het onderwijs in gegaan. Als teamleider was ik vooral bezig met het oplossen van allerlei problemen van docenten, leerlingen en hun ouders. Ook zorgden de fusies voor grote onrust in de organisatie.
Vlak voor corona ging het voor mij mis. Door alle perikelen kreeg ik een stevige burn-out en het herstel duurde lange tijd. Re-integreren in coronatijd viel ook niet mee want net toen ik weer wilde beginnen met lesgeven, ging de school wederom dicht.
Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?
Ik ben toen goed na gaan denken over wat ik nu precies wilde en heb daarbij mijn knopen geteld. Met als gevolg dat ik in februari 2024 met prepensioen ben gegaan na 37 jaar in het onderwijs te hebben gewerkt. Een beslissing waar ik geen moment spijt van heb gehad, ik heb mij nooit verveeld. Ik wandel elke dag een kilometertje of vijf en mag ook graag fietsen.
Ik lees graag, kook vaak en we passen 1 dag in de week op de kleinkinderen. We gaan regelmatig op pad en wanneer we door het land toeren kan het maar zo gebeuren dat ik de laatste honderd kilometer op de elektrische fiets rustig aan naar huis tokkel, daarbij genietend van de mooie omgeving. Ik mag ook graag naar Lauwersoog fietsen om daar een wandeling te maken. Spanje is mede door het lekkere weer in het najaar en voorjaar onze geliefde bestemming voor een stedentrip.
Daarbij geniet ik van mijn tochtjes in de Cabrio door het Groninger landschap. De tuin vergt het nodige onderhoud en ik ben ‘groen-vrijwilliger’ geworden bij Rood Zwart Baflo, de club waar ik ook al jaren voetbal na op 8-jarige leeftijd bij vv Middelstum te zijn begonnen. In mijn jeugd was ik bijna 24/7 op het voetbalveld te vinden.
In mijn seniorentijd daar heb ik inderdaad mijn been gebroken in de wedstrijd tegen sv Onderdendam. Ik wilde over keeper Zwerver heen springen maar raakte daarbij zijn knie en dat was voor iedereen goed te horen. Officieel ben ik nog steeds actief lid maar ik voetbal de laatste jaren weinig tot niet meer en zal er na dit seizoen definitief een punt achter zetten.
Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?
Dat zijn toch de geboortes van de kinderen en de kleinkinderen. In november van dit jaar zijn Marjan en ik 40 jaar getrouwd, dat is toch ook een hele mooie mijlpaal! Veertig jaar volmaken in het onderwijs is mij uiteindelijk net niet gelukt maar dergelijke jubilea zeggen mij niet zoveel. Plezier hebben in de dingen die je doet, dat is het allerbelangrijkste.
En de dieptepunten?
We hebben van mijn opa’s en oma’s en mijn vader en schoonouders al afscheid moeten nemen voor mijn 40ste levensjaar. Mijn vader is 77 geworden en mijn moeder 89. In 2021 overleed mijn broer Klaas, hij mocht slechts 64 jaar worden. Begin dit jaar overleed mijn zus Anneke op 72-jarige leeftijd. Hoe je het ook wendt of keert, die dingen gebeuren en zulke verdrietige gebeurtenissen horen bij het leven. Maar ook in de periodes van afnemende gezondheid hebben we mooie momenten met elkaar gehad. Wat dat betreft sta ik daar vrij nuchter in.
Mijn burn-out was natuurlijk ook een moeilijke periode maar misschien was het voor mijn naaste omgeving nog wel erger dan voor mijzelf. Daarbij, het overkomt je en dan heb je er ook maar mee te dealen en vervolgens moet je de plannen bijstellen. Ik ben iemand die niet blijft hangen in een situatie maar vooral weer verder kijkt.
Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?
Ik kijk terug op een prachtige jeugd in Westerwijtwerd waarbij ik veel optrok met jouw broer Jurrie. We gingen vaak samen met de step naar de kleuterschool. Toen ik een keer ziek was en Jurrie erachter kwam dat ik nog niet op school was, besloot hij mij op de step op te halen. Juf had een scooter en ging weer achter Jurrie aan met de mededeling dat ik ziek was. Daar weet ik zelfs niets meer van maar dat vertelde mijn zus later.
We waren sowieso vaak buiten te vinden en struinden dan door de landerijen. In de winterperiode liepen we in de lengte van de sloot over allerlei ijsschotsen heen en we waren vaak aan het vissen. In Westerwijtwerd woonde in die tijd nog de nodige jeugd en je trok veel met elkaar op. Ik was ook vaak bij boer Dijkema te vinden en ik hielp hem dan mee met het voeren en verzorgen van zijn geiten. Ook ging ik mee naar keuringen en showde als kleine jongen dan zo’n grote geit, die bijna net zo groot was als ikzelf, aan de jury.
Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?
Een paar jaar geleden waren we in het Duitse Maagdenburg en daar zagen we een prachtig gebouw, ontworpen door architect Hundertwasser. Dit jaar gaan we naar Wenen want daar staan veel door hem ontworpen gebouwen die gekenmerkt worden door de bijzondere kleurstelling. Daar verheug ik mij wel op.
In het verleden hebben we dankzij het gezin al de nodige mooie reizen mogen maken die zeker ook tot de hoogtepunten van mijn leven behoren. Zo liep Laura voor haar verpleegkundestudie in Burkina Faso, in West-Afrika, stage en Sander deed onderzoek voor zijn afstuderen op de Filipijnen. Uiteraard zijn we ‘even’ bij ze langs geweest. En Marjan is voor haar UMCG-werk 5 jaar betrokken geweest bij een project in het ziekenhuis in Curaçao. We combineerden die reizen regelmatig met een aansluitende vakantie.
Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?
Je moet geen spijt hebben van weloverwogen keuzes, dat kost alleen maar negatieve energie. De volgende keer maak je een betere keus en dat is het dan.
Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?
Dat moet zeker een negen zijn.
Wilt u verder nog iets kwijt?
Ik denk dat wanneer je straks in de auto stapt dat er dan nog zo weer een verhaal opborrelt die er ook nog wel bij had gekund maar volgens mij hebben we genoeg besproken toch? Misschien hierbij nogmaals mijn motto dat je geen spijt moet hebben van gemaakte beslissingen, dat is verspilde energie.