Bij de Molen
Knis Beheer
KOOZAA
Huitsing & Poort
Hotel 't Gemeentehuis
De Kleine Munt

Aukje van der Beek, van de huishoudschool in Middelstum naar Van Mesdag in Groningen

Kunt u zich heel kort even voorstellen?

Mijn officiële naam luidt Auke van der Beek, roepnaam Aukje. Ik ben op 2 oktober 1956 geboren aan het Kerkpad in Middelstum. Ik heb nog een oudere broer Hans die in Friesland terechtgekomen is. Mijn jongere broer Henri woont in Loppersum en mijn tien jaar jongere zus Janneke wordt prima verzorgd in De Zijlen in Tolbert. Mijn vader was vroeger conciërge op de huishoudschool in Middelstum. Als ik er weer eens uitgestuurd was, kwam hij dat vanzelf te weten en kon ik mij ’s avonds nogmaals verantwoorden over hoe en wat.

Ik trouwde op mijn 18e en we gingen in de Oude Gang in Middelstum wonen. Toen kind nummer drie zich na zeven jaar aandiende, werd het huis te klein en zijn we naar De Lijnbaan in Bedum verhuisd. Daar heb ik tien jaar gewoond en toen volgden twee jaar in een huurhuis in Bedum en daarna heb ik aan De Eiken een huis gekocht. Vervolgens was er in Bedum nog één verhuizing waarna ik rond 2005 dit huis aan de Bedumerweg in Onderdendam gekocht heb.

In 2015 is het huis grotendeels door een grote brand verwoest en daarna helemaal opnieuw opgebouwd. We genieten nu van een zo goed als nieuw huis met veel ruimte erachter. Bart heeft hier een grote Japanse tuin aangelegd die door mij onderhouden wordt.

Wat is uw burgerlijke staat?

Ik woon inmiddels al weer heel wat jaartjes samen met de oorspronkelijk uit Rotterdam afkomstige Bart Nuis. Ik heb hem in 2011 leren kennen dankzij een internetdate. Ik werd hierbij aangemoedigd door een vriendin van mij toen we noodgedwongen langer op Curaçao moesten verblijven. ‘Kom, wij gaan mannen bekijken’, zo zei ze tegen mij. Het internetdaten stond toen nog in de kinderschoenen maar toch trok Bart zijn profiel mij wel aan. ‘Kunstenaar zonder geld’, dat had hij er bij gezet. Hij woonde destijds nog in zijn grote kaarsenmakerij in Denekamp. Sinds onze kennismaking zijn we onafscheidelijk geworden.

Mijn drie kinderen stammen uit mijn eerste huwelijk. Sanneke is in 1977 geboren en woont in Wirdum. Marjolein kwam in 1981 op de wereld en woont in Middelstum waar ze Martjesmarkt runt. Silke tot slot is in 1983 geboren en in Groningen gaan wonen. Ik ben de trotse oma van in totaal zeven kleinkinderen, in leeftijd variërend van 9 tot 21 jaar.

Wat is uw voormalig beroep?

Na de lagere school ben ik naar de huishoudschool in Middelstum gegaan. Zeer tegen de zin van mijn moeder die graag gezien had dat ik naar de MULO ging. Zij moest al op haar twaalfde in een huishouden aan het werk en gunde mij een betere toekomst. Maar ik was heel stellig: ‘Ik goa nait noar de MULO en ik goa nait studeren!’.

Ik wist al wel vroeg wat ik wel wilde worden: verpleegster! Dus na de huishoudschool met tien vingers in de neus te hebben doorlopen, vervolgde ik mijn schoolpad op de INAS in Uithuizermeeden waar ik voor de opleiding inrichtingsassistente koos. Dokter Van der Spek uit Middelstum heeft mij destijds nog met zijn onafscheidelijke sigaar in de mond de examens afgenomen en op mijn achttiende behaalde ik mijn diploma.

Ik ben toen direct in het Hippolytushoes in Middelstum aan het werk gegaan als afdelingsassistente. Geen huishoudelijke klusjes maar puur de inwoners verzorgen en ze helpen met wassen, eten enz.. Dit werk heb ik 12,5 jaar met veel plezier gedaan. Maar het werk werd wel steeds zwaarder. ‘Pis en poep werd mijn beroep’, zo zei ik destijds wel eens gekscherend. Ik draaide vaak nachtdiensten en samen met bijvoorbeeld Mineke Bruins hadden we met zijn tweeën dan de zorg over de 98 bewoners.

Ik wilde wat anders en dat leidde tot een snuffelstage. Werken met jongeren die problemen hadden, dat leek mij wel wat. Ik heb de driejarige MBO-opleiding inrichtingswerk gevolgd en succesvol afgerond. Vervolgens werkte ik toen een tijdje in de verslavingszorg. Op 35-jarige leeftijd kon ik bij jeugdgevangenis Het Poortje aan de slag. Deze gevangenis zat toen nog achter het oude V&D-gebouw in Groningen.

Ik werkte daar met probleemjongens in de leeftijd van tien tot achttien jaar die al het nodige op hun kerfstok hadden en vluchtgevaarlijk waren. Het was een gesloten inrichting maar men kon er naar school en ik gaf ze ook wel studiebegeleiding. Je moet het eigenlijk zien als een groot gezin die je onder je hoede had. Ik ben meeverhuisd toen Het Poortje naar De Hoogte verkaste.

De instelling was de eerste in Nederland waar ook meisjes opgevangen werden en ik heb destijds vijf jaar lang meegeholpen om dit vorm te geven. Al met al heb ik zo’n tien jaar voor Het Poortje gewerkt en toen was mijn energieboog op. De combinatie werk, school en gezin was pittig. Ik heb nog een tijdje aan de Diamantlaan met verslaafde jongeren gewerkt. Ik draaide veel nachtdiensten en moest vaak op pad om te zien waar ze bleven. Dit werk heb ik een jaar gedaan maar was het ook niet helemaal.

Ik besloot toen de stoute schoenen aan te trekken en belde met de Van Mesdag-kliniek. Daar werkten destijds nog heel weinig vrouwen maar dat hield mij niet tegen. Na de bedoeling van mijn belletje uitgelegd te hebben, werd ik uitgenodigd om een tijdje mee te draaien. We hebben het nu over het jaar 1997. Ik ben er nooit meer weggegaan en kwam uiteindelijk op de ZIZ terecht, dit is de zeer intensieve specifieke zorg.

Een afdeling met alleen maar mannen. Dat was in het begin wel bijzonder, wanneer ik door de gangen liep en af en toe mijn naam hoorde roepen. Dat geroep was afkomstig van mannen met TBS die ik in Het Poortje als kind reeds begeleid had en zich helaas nooit aan het criminele circuit hebben kunnen onttrekken.

Ik werd onderdeel van een multidisciplinair team waar ik als sociotherapeut meehielp met het opstellen van behandelplannen. We hadden in Groningen te maken met de zwaarste gevallen. De Van Mesdag-kliniek stond ook wel bekend als ‘de hel van het noorden’ en mannen die elders niet meer terecht konden, werden bij ons opgesloten. En dat ging soms om bekende criminelen. Ondanks dat ik regelmatig de vreselijkste bedreigingen te horen kreeg, heb ik er een fantastische tijd beleefd.

Eén keer ben ik echter helemaal in elkaar geslagen door een gevangene die in een psychose geraakte. Ondanks dat ik bont en blauw geslagen was, besloot ik wel om direct de volgende dag weer te gaan werken en de confrontatie aan te gaan. Ik heb hem in de isoleercel dan ook wel even verteld hoe ik erover dacht. Wat ik er verder zoal deed? Dat was heel breed. Ik hielp ze bij het opstaan, deelde medicatie uit, er werden allerlei trainingen en therapieën georganiseerd waar ik met ze naar toeging, er was een werkzaal en winkels, ze konden sporten.

Vaak draaide ik diensten van 14.00 tot 22.00 uur en dat waren vaak ook de drukste diensten waarin het meeste gebeurde. Het kon mij daarbij eigenlijk niet gek genoeg gaan. Waarbij wel aangetekend moet worden dat je stevig in je schoenen moet staan om dit werk te kunnen doen. Ik heb er gelukkig nooit slapeloze nachten van gehad. En als je een keer een slechte dag had, dan moest je dat zeker niet laten merken. Het scheelt dat ik ‘een heel grote bek heb hé’, ik kon heel goed van mij afbijten.

De moeilijkste patiënten waren vaak de leukste. In de loop der jaren kreeg je ook steeds meer met de verschillende culturen te maken. Ik kan mij nog een grote man herinneringen die mij in het begin wel eens toebeet: ‘Ik haat je, big mama!’ Maar ook met hem kon ik het op den duur goed vinden. Met sommige gevangenen die patiënt werden, heb ik nu nog wel contact. Ook ben ik tijdens mijn Van Mesdag-tijd weer aan het studeren gegaan. Ik heb een HBO-opleiding gehaald, cum laude nog wel, en knoopte er zelfs nog een post-HBO-opleiding van een jaar aan vast waarbij ik meer te weten kwam over allerlei ziektebeelden.

Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?

Na een geweldig afscheid in augustus van dit jaar, waarbij ook de nodige tranen vloeiden, heeft het even geduurd voordat ik mijn draai kon vinden. In het begin dacht ik, ‘ik ga geleidelijk aan dood.’ Ik miste het intensieve contact met de gevangenen, de patiënten en natuurlijk mijn collega’s. Ik ben nog een keer terug geweest bij een patiënt die op sterven lag en ‘afscheid wilde nemen van big mama.’

Als ze me nu zouden bellen met de vraag of ik nog een paar dagen mee zou willen helpen dan zou ik dat zo weer doen. Gelukkig heb ik het thuis inmiddels ook druk. Ik help Bart mee met zijn kaarsenhandel en pak allerlei kerststukken in. Ik lees veel, kijk regelmatig naar de televisie en mag graag Tiktokken. Ik ben niet van het sporten maar in het voorjaar en de zomer wel vaak in onze Japanse tuin te vinden om te tuinieren.

We gaan regelmatig op vakantie en doen daarbij bijvoorbeeld Griekenland en Gran Canaria aan. Maar ik ben ook wel met Bart in Thailand en Japan geweest. Verder geniet ik van de mooie en gezellige momenten met mijn kinderen en kleinkinderen. Het is hier soms een zoete inval, iedereen komt langs. Maar dat vind ik alleen maar gezellig.

Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?

Mijn gezin beschouw ik als één groot hoogtepunt en dat geldt eigenlijk wel voor heel mijn leven. Zowel de kinderen als de kleinkinderen doen het allemaal hartstikke goed en daar ben ik dan ook weer heel blij mee.

En de dieptepunten?

Dat je ouders op den duur overlijden, dat is moeilijk natuurlijk. En de kankerdiagnose die Bart te horen kreeg een paar jaar geleden, dat hakte er stevig in. Maar inmiddels is hij helemaal schoon verklaard, dat is dan natuurlijk weer een hoogtepunt. Mijn scheiding was meer een dieptepunt voor de kinderen dan voor mij. Zelf was ik er wel klaar mee namelijk.

Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?

Ooit kregen we in Van Mesdag een nieuwe gevangene/patiënt die de hele dag in zijn rolstoel op zijn kamer zat. Daar was het een zooitje maar het lukte eigenlijk niemand om met hem in contact te komen. Ik kwam regelmatig langs met de vraag of hij nog iets nodig had zonder dat hier respons op kwam. Maar ik zag wel dat hij een fervent roker was.

Toen ben ik een keer met mijn puutje shag in de aanslag bij hem binnengestapt met de vraag of hij het fijn zou vinden wanneer we eens samen zouden gaan paffen en een bakje koffie zouden gaan drinken. Dat bleek hij wel te kunnen waarderen. En vanaf die dag liep ik regelmatig bij hem binnen voor een peukje en een bakje koffie. Dat heb ik tot het einde toe gedaan en ik heb hem ook in zijn stervensproces begeleid. Wat iemand ook gedaan mag hebben in zijn leven, ik gun niemand een eenzame dood. 

Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?

Bungeejumpen! Parachutespringen heb ik al gedaan en dat was mooi. Nu dus de volgende stap. Mijn vader was 82 jaar toen ik met hem op de kermis in de zweefmolen stapte. Moeke kon het niet aanzien en ging naar huis. Ik heb het dus niet van een vreemde. En ik wil nog een bezoek aan Auschwitz brengen.

Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?

Ik heb in mijn leven zoveel idioterie gedaan maar toch heb ik nergens spijt van.

Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?

Doe maar een acht of een negen.

Wilt u verder nog iets kwijt?

Vooral positief blijven, zeker in deze periode. Natuurlijk maak ik mij wel eens zorgen, over hoe het in Nederland gaat. Soms denk ik wel eens: ‘het zal mijn tijd wel duren’. ‘Maar wij dan oma?’, hoor ik dan. En zo is het natuurlijk ook nog eens. We leven niet alleen maar voor onszelf.

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69