Bij de Molen
Kloaverstee
KOOZAA
Huitsing & Poort
Hotel 't Gemeentehuis
De Kleine Munt

Niek Grommers, van installateur tot (wijk)agent

Kunt u zich heel kort even voorstellen?

Mijn volledige naam luidt Nikel Engelbertus Grommers. Ik ben de oudste zoon van de voormalige eigenaars van Herberg ‘In de Valk’, destijds Café Grommers geheten. Ik ben op 24 januari 1956 geboren in Huize Tavenier in Groningen maar heb mijn hele leven in Middelstum gewoond. Mijn broer Henk woont in Wehe-den Hoorn. Roelof is helaas veel te vroeg overleden.

Ik heb 25 jaar aan de Burchtstraat gewoond. Hoe ik terugkijk op die tijd? Zelf was ik niet heel vaak in de kroeg te vinden hoor maar ik vond het wel een heel gezellige periode. Ik ben opgegroeid in de tijd dat de discotheken en kroegen in opkomst kwamen. Hier had je dus Café Grommers en Café Hagedoorn maar zelf gingen we in die tijd vaak met een grote groep jeugd naar 538 en de Partybar in Uithuizen. En op de terugweg, maar ook op zondagen, pikten we vaak Otto Parkes zijn toko nog even mee.

In 1980 zijn Griet en ik aan de BE-weg gaan wonen. Daarna volgden enige jaren aan de Klaproosstraat en inmiddels wonen we al weer bijna dertig jaar aan de Groensingel. Ook wij ontkomen niet aan de versterkingsoperatie. In 2016 was daar de eerste meting en drie jaar later kregen we te horen dat ons huis dusdanig versterkt zou moeten worden dat we niet aan sloop-nieuwbouw ontkwamen. Inmiddels zijn we drie jaar verder maar we weten nog niet wanneer één en ander van start gaat. Ik probeer het positief te benaderen want straks zijn we van het gas af. Maar het duurt allemaal wel verschrikkelijk lang en dat doet zeker wat met je.

Wat is uw burgerlijke staat?

Op één van die stapavonden kwam ik in contact met Grietje Dam. Ik vond haar eigenlijk direct leuk. In 1980 zijn we getrouwd en in 1983 diende zoon Twan zich aan, hij woont met Sill in Middelstum. Drie jaar later diende dochter Britt zich aan die met haar partner in Groningen woont.

Het aantal kleinkinderen is de laatste maanden verdubbeld. We zijn inmiddels de trotse opa en oma van vier kleinkinderen, in leeftijd variëren van nul tot dertien jaar oud. Misschien is het ook nog wel even leuk om te vermelden dat mijn broer weer met een zus van Griet getrouwd is. 

Wat is uw voormalig beroep?

De directeur van de openbare lagere school vond het maar zozo dat ik naar de Christelijke MAVO in Middelstum ging maar ik wist absoluut niet wat te worden. En dat wist ik na mijn diplomering vier jaar later nog steeds niet. Ik ging eerst als vakantiekracht bij installateur Albert Arends aan het werk. Dat zou voor acht weken zijn maar dat werd uiteindelijk acht jaar. Ik vond het installatiewerk leuk om te doen en heb ook wel gerichte cursussen gevolgd. Maar de fijne kneepjes van het vak leerde ik van mijn ervaren collega’s zoals bijvoorbeeld Meindert Schollema.

In 1980 ging het vervolgens heel slecht in de bouw. Er was nog wel werk maar ik had zoiets van, als het nog minder wordt dan ben ik de eerste die eruit vliegt. Griet werkte destijds in het AZG en wist zodoende dat ze door ziekte van een collega per direct op zoek waren naar een archiefmedewerker op de chirurgieafdeling. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en solliciteerde. Na een gesprek werd ik voor tijdelijk aangenomen.

Dat was wel eventjes een overgang. Van het binnen- en buitenwerk op verschillende plekken naar één werkplek binnen. Later heb ik ook nog voor de kinderkliniek en als baliemedewerker gewerkt. Ik ging dus de administratieve kant op en volgde een opleiding in de medische terminologie. Na één jaar was daar de grote fusie en werd het AZG het UMCG en ontstond er één groot archief. Dat hierdoor intern een machtstrijd ontstond, viel te voorspellen. De man die mij aangetrokken en ingewerkt had, werd hier de dupe van en kwam op straat te staan. Dat trok ik niet en dit gegeven was voor mij een sein om mij solidair met hem te verklaren en mijn heil elders te zoeken.

Maar wat te doen? Mijn buurman Adri de Lange attendeerde mij vervolgens op de parketpolitie die op zoek was naar nieuwe mensen. Adri was natuurlijk agent maar ik had nog nooit van de parketpolitie gehoord. Na een belletje kon ik echter aan de Trompsingel in Groningen, waar de parketpolitie destijds zat, langskomen voor een gesprek. De ordehandhaving in de rechtbank, het transport van gedetineerden vanuit de gevangenis van en naar de rechtbank en het innen van openstaande geldboetes, dat zouden zoal mijn taken worden.

En dit leek mij wel wat toe. Maar om bij de parketpolitie te komen, moest ik eerst negen maanden lang een interne opleiding in Harlingen volgen. Dat was wel even een dingetje, om na twintig jaar als 36-jarige weer in de schoolbanken te zitten. Ik moest als het ware het leren weer leren maar toen de resultaten goed waren, kreeg ik er steeds meer schik in. Ik denk dat Griet het er moeilijker mee gehad heeft, alleen met twee jonge kinderen thuis. Zelf kwam ik vrijdagmiddag moe maar voldaan terug, mede ingegeven door vaak een zware stapavond op de donderdag.

Na de opleiding werd ik in Groningen geïnstalleerd waar de parketpolitie meeverhuisde met het nieuwe rechtbankgebouw richting de Ossenmarkt. Wat de werkzaamheden zoal inhielden? De ene keer moest je bij mensen langs die hun openstaande boetes nog niet hadden betaald. Daar probeerde je dan een regeling mee te treffen. Dat ging lang niet altijd zonder slag of stoot. Hetzelfde geldt voor het transport van soms wel zware criminelen.

Dan kreeg je een soort van ‘vrachtbrief’ mee en moest je eerst twee gevangenen uit het huis van bewaring in Groningen ophalen en vervolgens nog twee in Leeuwarden. Dan reed je bijvoorbeeld eerst naar Amsterdam en vervolgens naar Rotterdam en daar wachtte je tot het proces was afgelopen. Dat waren vaak lange dagen hoor want je moest ze natuurlijk ook weer terugbrengen. Soms moest je al om 06.00 uur van huis om vervolgens pas om 22.00 uur weer terug te zijn.

En dan maar hopen dat onderweg alles goed ging. Sommige criminelen schopten een raam in, anderen bewogen zich zo van links naar rechts dat het transportbusje vervaarlijk begon te bewegen. En er zijn ook best wel klappen gevallen en dan moest je een individuele gevangene eerst op een bureau afzetten voor een individueel transport. Kortom, ik had een zeer gevarieerde baan.

Eind jaren negentig was daar de kans om door te stromen naar de functie van ‘normale’ politieagent. Die kans had ik al eerder gekregen maar destijds moest ik twee jaar lang de schoolbanken in. Dat werd mij te gortig. Maar toen ik veertien maanden werken en leren kon combineren, de opleiding was in Zuidlaren, heb ik toegehapt. Met als gevolg dat ik in 1999 op het politiebureau in Uithuizen terecht kwam. Na een aantal jaar word je dan automatisch hoofdagent.

Mijn mooiste tijd bij de politie brak aan toen ik wijkagent in de gemeente Loppersum werd. Een enorm zelfstandige baan die je grotendeels naar eigen inzicht en met eigen tools in kon vullen. Het onderling samenwerken maar ook met diverse partijen vond ik heel mooi om te doen. Waarbij ik niet van het bonnetjes schrijven was maar meer van het praten en het bemiddelen. Vaak was je er sociaal werker bij. De laatste anderhalf jaar waren echter niet de mooiste want toen werd ik in Delfzijl geplaatst. Ik wist het zo te regelen dat ik eerst op de fiets naar Uithuizen ging en vervolgens met een dienstauto naar Delfzijl reed. Maar het gemis aan korte lijntjes deed zich daar steeds meer voelen.

Naast het bijwonen van hele mooie gebeurtenissen was daar ook het leed. Zo had ik dienst toen in 2011 in Baflo een collega van mij werd doodgeschoten. Dat had enorm veel impact op mij en werkte sluipenderwijs door. Ernstige verkeersongevallen kwamen op mijn pad en zelfdodingen. Het verlies van mijn broer en mijn ouders, de eerder genoemde incidenten, het waren allemaal plusjes waardoor ik mij steeds beroerder ging voelen. Het lichaam doet dan rare dingen met je maar die klachten bleken stressgerelateerd te zijn. Vier jaar geleden kwam bij mij de diagnose PTSS aan het licht.

Daar heb ik best wel lange tijd mee rondgelopen. Maar door geen slecht nieuws gesprekken meer te hoeven voeren en niet meer als eerste noodhulp te hoeven fungeren als wijkagent, is het mij gelukt om mijn werkzaamheden weer op te pakken.

Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?

De combinatie herindeling, mijn diagnose en corona met het bijbehorende thuiswerken maakte dat ik één jaar eerder met pensioen gegaan ben. Op 1 augustus 2021 was het zover en op 1 juni beleefde ik mijn laatste officiële werkdag. Eerst geniet je dan van je vakantie maar later merk je dat je toch aan je nieuwe leven moet wennen. Ik was natuurlijk altijd gewend om in teamverband te werken inclusief goede en mooie gesprekken met naaste collega’s waarmee je soms ook heerlijk slap kon ouwehoeren.

Maar inmiddels heb ik mijn draai aardig weten te vinden hoor. Er zijn zowel thuis als bij de kinderen altijd wel klusjes die aangepakt moeten worden. Griet werkt nog vier dagen als assistente in de neuropsychologie in het UMCG en dus word ik ook in de huishouding ingeschakeld, bijvoorbeeld met het koken.

Qua sporten ben ik altijd wel sportief en actief geweest. Op de fiets heb ik grote delen van Europa doorkruist en ik was ook vaak op de ijsbaan te vinden. Op 13-jarige leeftijd werd ik door Jan Lüurssen ‘geronseld’ om op voetballen te gaan. Ik kon bij hem thuis wel een stel voetbalschoenen uitzoeken, de spijkers kwamen er nog net niet doorheen, haha. Dat was in de tijd dat Middelstum nog op Colpende voetbalde. Op mijn dertigste maakte een vervelende liesblessure een eind aan mijn voetbalcarrière.

Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?

Dan kom ik toch op die dingen uit die de meeste mensen noemen zoals onze trouwdag en de geboorte van de kinderen en de kleinkinderen.

En de dieptepunten?

Het overlijden van mijn broer Roelof wat ook wel iets werkgerelateerd had. Ik weet nog goed dat mijn collega en ik in de buurt van Ten Boer reden toen er vanuit Warffum een reanimatiemelding kwam. Aan de stem van mijn collega meende ik al te horen dat het om een bekende ging maar ik dacht het iemand uit zijn omgeving was. Omdat we relatief ver weg zaten en er al andere wagens onderweg waren, zijn we er niet heen gereden. Een uur later was daar alsnog het belletje dat het om mijn broer ging.

Achteraf kan ik stellen dat de gebeurtenis in Baflo een hele grote impact op mijn leven gehad heeft. In korte tijd is er veel gebeurd en dat had dus zijn weerslag op mijn lichaam.

Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?

Er schiet mij nu niets concreets te binnen maar ik denk dat je heel wat bijzondere verhalen gehoord hebt. 

Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?

Allereerst hoop ik zo snel mogelijk van de pijn af te zijn die mij sinds een week of vier dwarszit. Ik functioneer ondanks de zware pillen die ik slik nauwelijks meer. Vanmiddag ga ik voor onderzoek naar het ziekenhuis, hopelijk is er snel een diagnose. Verder ben ik eigenlijk dik tevreden. Maar walvissen spotten, dat zou misschien nog wel wat zijn. Dat kan bijvoorbeeld nabij IJsland of in Zuid-Afrika. Wie weet wat er nog van komt.

Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?

Nergens van. Misschien had ik na de MAVO andere keuzes moeten maken maar uiteindelijk is het allemaal goed gekomen. Door de verschillende werkzaamheden die ik heb mogen doen, word je ook gevormd. Ik heb vroeger genoeg uitgespookt qua kattenkwaad. En wel zo dat mensen wel eens zeiden, ‘Wat moet die Niek Grommers nu bij de politie?!’ Maar hoe zit het ook al weer? Met boeven vang je boeven toch?

Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?

Een tien is wel heel hoog maar een acht mag het wel worden. Ervan uitgaande dat de pijn tijdelijk is, zijn we verder als gezin gelukkig en gezond. We wonen hier prima en ik heb een leuke vriendenkring. Niets te klagen dus.

Wilt u verder nog iets kwijt?

Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Dat is ook wel een beetje mijn motto.

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69