Bij de Molen
Kloaverstee
KOOZAA
Huitsing & Poort
Hotel 't Gemeentehuis
De Kleine Munt

Gé Hoekzema – Niewold, boerin voor het leven!

Kunt u zich heel kort even voorstellen?

Mijn volledige naam luidt Geertje Jantje Hoekzema – Niewold, roepnaam Gé. Ik ben op 30 juni 1944 geboren op Peizermade, een gehucht tussen Peize en de stad Groningen. Daar hadden mijn ouders een boerderij, ‘De Graslanden’ geheten. Ik had nog een oudere broer maar hij is op 44-jarige leeftijd door een fietsongeval overleden. Mijn ouders hadden een melkveebedrijf waar ze het beiden druk mee hadden.

Op zesjarige leeftijd verhuisde ik naar het gehucht Slaperstil aan de Friesestraatweg even buiten Groningen richting Zuidhorn. Het kleigrond aldaar was volgens mijn vader beter voor de bedrijfsvoering. Toen mijn broer de boerderij overnam, zijn mijn ouders naar de overkant verhuisd. Ook weer op een boerderij en daar heb ik nog een jaar gewoond. In 1965 ben ik getrouwd en we zijn op deze boerderij aan de Usquerderweg in Rottum terechtgekomen. Deze stond destijds te koop. En daar woon ik nu nog steeds met veel plezier!

Wat is uw burgerlijke staat?

Ik ben sinds bijna vier jaar weduwe van Koen Hoekzema. Hij woonde in zijn jonge jaren op een boerderij in Paddepoel. Ik zag hem voor het eerst tijdens een veekeuring op de Noorderhogebrug. Toen ik hem op de Rodermarkt weer tegen het lijf liep, werd het de hoogste tijd om een afspraakje te maken. Sinds die tijd waren we onafscheidelijk en in 1965 zijn we getrouwd.

In 1966 diende Janet zich aan, zij woont in Drieborg. Erik is in 1969 geboren en woont in Usquert. Esther tot slot, woonachtig in het Drentse Rhee vlakbij Assen, kwam in 1970 op de wereld. Ik ben de trotse oma van zes kleinkinderen: vier kleinzoons en twee kleindochters. De oudste wordt volgende maand dertig, de jongste binnenkort zeventien. 

Wat is uw voormalig beroep?

Ik heb mijn lagere schooltijd op drie verschillende scholen doorgebracht. Na een half jaar Peize volgden enige jaren op een school vlakbij de stad. Daar was altijd ruzie in de klas. Toen ik een keer met een blauw oog thuiskwam, vonden mijn ouders het welletjes. Ik ben toen naar de lagere school in Aduard gegaan en heb nooit meer ruzie gehad. Ik heb er zelfs twee vriendinnen aan overgehouden waar ik nu nog steeds contact mee heb.

Na de lagere school wilde ik het liefst thuis blijven en daar meehelpen maar daarvoor was ik natuurlijk nog te jong. Ik ben toen eerst naar de ULO gegaan maar dat was niets voor mij. Ik werd er zelfs baldadig en men stuurde mij regelmatig, onder andere voor het kletsen, op de gang. Op de landbouwhuishoudschool in Haren voelde ik mij een stuk beter thuis.

Na twee jaar kreeg ik een getuigschrift en er kwam zelfs een lerares bij ons thuis om mijn ouders te overtuigen dat ik door moest leren maar daar had ik zelf helemaal geen zin in op dat moment. Ik was maar wat blij dat mijn ouders besloten dat ik thuis mee mocht helpen. En dat terwijl enige van mijn vriendinnen wel door gingen met leren. Maar er waren wel meer boerendochters die thuis meehielpen. Later heb ik van die beslissing wel spijt gekregen.

En zo hielp ik op 15-jarige leeftijd al mee in het huishouden en op de boerderij. Met melken bijvoorbeeld en ik had toen al mijn eigen dieren waar ik om moest denken. Mijn moeder was gehandicapt en had altijd hulp nodig. Die huishoudelijke hulp was toen niet meer nodig want ik kon haar nu mooi meehelpen. Toen mijn broer de boerderij overnam, heb ik nog een poosje op beide boerderijen gewerkt. En toen kregen we dus in 1965 onze eigen melkveehouderij in Rottum.

We konden het land hier aan de overkant huren van de eigenaren van de steenfabriek en hadden aan de andere kant van het dorp ook nog wat land. Als de koeien daar stonden dan werden ze met de mobiele melkmachine gemolken maar uiteraard moesten ze op den duur verkassen wanneer ze al het gras hadden opgevreten. Dat was nog een hele operatie, met veertig koeien door het dorp heen.

Eerst werd dan de melkmachine verplaatst zodat de dorpsinwoners al wisten dat er een verhuizing aan zat te komen. Met wat hulp zorgden we er voor dat al het vee bij elkaar kwam te staan zodat ze vervolgens zo snel mogelijk door het dorp naar het land tegenover ons konden lopen.

Wanneer een van de beesten in het dorp zijn behoefte deed dan was er altijd wel iemand die dit opruimde. Daar werd dus niet moeilijk over gedaan. Een keer hadden we zelfs de politie achter ons aan rijden maar die gaf ons een compliment toen de koeien veilig in de wei stonden: ‘Dat ging goed hé!’ Mooie en gemoedelijke tijden inderdaad.

Al onze kinderen zijn met liefde voor de dieren opgevoed maar ons bedrijf was niet groot genoeg om twee gezinnen van te kunnen onderhouden. Dat was op zich jammer want onze zoon had best samen met ons het bedrijf voort willen zetten. De koeien hebben we dertig jaar geleden helaas noodgedwongen van de hand moeten doen. Mijn man en ik hebben namelijk eerder een auto-ongeval gehad en hierdoor is hij gehandicapt geraakt. Door land te verkopen en met behulp van een uitkering konden wij ons toch goed redden. Ik heb nu voor de aardigheid nog steeds tien schapen rondlopen en ben dus eigenlijk altijd een beetje boerin gebleven…..

Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?

Ik heb in mijn leven het nodige vrijwilligerswerk in het verenigingsleven gedaan. Zo was ik een van de medeoprichters van het dorpshuis in Rottum. Er was hier geen ontmoetingsplek meer maar er kwamen wel mensen van buitenaf wonen die je dan helemaal niet kende. Het dorpshuis was een oude opslagplaats van timmerman Boer en we konden hem destijds voor een symbolisch bedrag van één gulden overnemen. Dit was in 1982.

Ik zat toen al op toneel, daarmee ben ik op mijn 18e begonnen, en ik kan mij voorstellingen herinneren waarop wel zo’n 80 a 90 bezoekers afkwamen. Nu mag dat allang niet meer maar toen zat het dorpshuis afgeladen vol. Na vele voorstellingen ben ik nog een tijdje regisseur geweest van de plaatselijke toneelvereniging maar sinds dit jaar ben ik er helemaal mee gestopt.

In het verleden heb ik in het schoolbestuur, de oudercommissie en ouderraad gezeten van de scholen waar de kinderen heengingen. Ook zat ik in de culturele raad en ik ben begin 2000 nog anderhalf jaar raadslid geweest voor Gemeentebelangen in de gemeente Eemsmond. Daar ging de nodige tijd inzitten want ik wilde alle stukken lezen.

Toen ik de kans kreeg om op een van mijn kleinkinderen te passen, heb ik daarvoor gekozen en dit betekende het einde van mijn raadstijd. Hoewel ik het leuk vond om te doen, heb ik hier geen spijt van gehad want ik heb een heel bijzondere band met mijn kleinkind opgebouwd.

Ik verveel mij ook nu geen moment en kom soms maar nauwelijks aan een boek lezen toe. Het huishouden moet gebeuren en in en om het huis, vooral in de tuin, is er altijd wel wat te doen natuurlijk want ik wil er geen zooitje van hebben. Daarbij moeten de schapen verzorgd worden. Maar dit doe ik allemaal met veel plezier. Wekelijks zwem ik een half uurtje in Bedum en ik zit nog op gymnastiek.

Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?

De geboorte van de kleinkinderen was misschien nog wel meer bijzonder dan de geboorte van de kinderen. Alle kinderen zijn mij even lief maar toen we na een dochter een zoon kregen, heb ik toch een extra traantje weggepinkt. In 2005 heb ik een Koninklijke onderscheiding mogen ontvangen. Dit zag ik totaal niet aankomen. Ik zat in het bestuur van de ‘Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat’ en er was in het dorpshuis een bijeenkomst georganiseerd over een bepaald onderwerp.

Ik werd opgehaald en al pratend heb ik nooit gezien dat er bij het dorpshuis zoveel auto’s stonden geparkeerd. Toen ik al die bekenden zag zitten en burgemeester Renkema op mij af zag komen, wist ik wat er ging gebeuren. ‘Wil ik dit wel?’, zei ik vervolgens. Maar toen de opsomming volgde en met de wetenschap dat er veel tijd en zorg aan de aanvraag besteed was, had ik wel zoiets van, ‘dit is toch wel heel bijzonder!’

En de dieptepunten?

Dat mijn man Koen bijna vier jaar geleden overleden is ten gevolge van een hartaanval is natuurlijk iets wat er stevig inhakt. Dan besef je dat je na een lang huwelijk alleen verder moet maar ook dat is gelukt. Vorig jaar overleed mijn schoonzoon aan de gevolgen van kanker. Naast je eigen verdriet zie je dan ook het verdriet bij je dochter en kleinzoon en dat doet zeker wat met je. Ze runnen nu met hun beiden het akkerbouwbedrijf en een diepe buiging wat mij betreft voor hoe ze dat doen.

Ook het verdriet bij mijn jongste dochter en haar gezin door een niet voldragen baby te verliezen staat mij nog helder op het netvlies. Dat zijn allemaal krassen op de ziel die je tijdens je leven opdoet.

Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?

Ik weet nog dat we een keer met een club mensen vanuit Noordpolderzijl naar Rottumeroog gevaren zijn tijdens een bloedhete dag. Dit werd georganiseerd voor de inwoners van Rottum. Op de terugweg begon het enorm te onweren en iedereen moest een plekje zien te vinden in de stuurhut of in het vooronder.

Ik zat in het vooronder en dat was geen pretje. Het stonk er enorm naar diesel en daarbij stond daar ook de emmer waar de bemanning hun behoefte op kon doen en na zo’n heet dagje zorgde dit voor een enorme stank. Ik was dan ook maar wat blij dat we weer aan wal waren. 

Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?

Het hoeft niet perse maar ik zou best nog wel een keer naar Oostenrijk willen. Na het overlijden van mijn man ben ik met mijn dochter, zoon en een van de kleinkinderen naar IJsland geweest. Daar wilde ik altijd al een keer heen en ik heb genoten van deze reis en het mooie land.

Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?

Achteraf had ik na de landbouwhuishoudschool alsnog door moeten leren. Ik had dan in Assen voor het vak van lerares kunnen gaan maar dat wilde ik destijds niet. Ik denk dat mijn ouders hier best wel achter hadden gestaan als ik hiervoor gekozen zou hebben.

Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?

Voor mijn hele leven? Dan ga ik voor een negen. Ik heb een goed leven gehad en dat heb ik nog steeds.

Wilt u verder nog iets kwijt?

Gezond blijven is het allerbelangrijkste. Ik hoop nog een paar mooie jaren voor de boeg te hebben. Ik ben niet bang voor de dood maar ben er na het overlijden van Koen wel meer over na gaan denken. Over hoe het de kinderen en kleinkinderen verder zal vergaan wanneer ik er niet meer ben bijvoorbeeld. Dat beangstigt mij niet maar ik vind het wel een verdrietige gedachte dat ik dat dan moet missen….

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69