Bij de Molen
Kloaverstee
KOOZAA
Huitsing & Poort
Hotel 't Gemeentehuis
De Kleine Munt

Jacques Zwik, van groepsleider naar hoofd woonvoorziening!

Kunt u zich heel kort even voorstellen?

Mijn volledige naam luidt Egbert Jacob Zwik, later in een kindertehuis is dit veranderd in Jacques Zwik. Ik ben op 29 november 1946 geboren in Heiligerlee. Mijn ouders heb ik helaas nooit gekend. Mijn moeder overleed toen ik anderhalf jaar oud was, ik werd toen in een kindertehuis geplaatst. Mede ingegeven door het feit dat het vroeger in een arbeidersgezin armoedje-troef was.

Mijn vaders eerste vrouw is op 24-jarige leeftijd overleden en had 2 zoons. Hij hertrouwde met mijn moeder die een zus was van z’n eerste vrouw waardoor ik dus gelijk twee broers had. Maar met hen ben ik verder niet mee opgegroeid. Eén broer is vijf jaar geleden overleden. Mijn andere (dementerende) broer zit in een verzorgingstehuis in Beerta en die bezoek ik regelmatig.

Ik heb mijn jeugd in diverse kindertehuizen en bij een pleeggezin doorgebracht wat geen succes was. Dat bracht mij onder andere naar Groningen, Winschoten, Glimmen, Appingedam en Oude Pekela. Je begrijpt dat ik mijn jeugd niet bepaald als prettig ervaren heb. Daarbij was ikzelf ook niet de gemakkelijkste. Door mijn werk kon ik in 1973 in Leens een huis huren om vervolgens drie jaar later in Wehe-den Hoorn aan de Kerkstraat een huis te kopen.

Daarna volgde in 1981 een verhuizing naar Alkmaar en werkte ik in Bergen in een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. Een aantal jaar later gevolgd door een verhuizing naar Haarlem waar ik hoofd werd van een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. Het feit dat ik mijn kind en kleinkinderen bijna niet zag, deed mij in 2007 besluiten om terug te keren naar Wehe-den Hoorn.

En als het goed is, woon ik aan het eind van dit jaar in het Duitse Papenburg. Mijn zoon zijn toekomstige vrouw Marit heeft daar een manege samen met haar vriendin Tessa en haar man Hilbert die  hoefsmid is. Jaap is voor mij een geweldige steun en toeverlaat en zorgt dat het chalet dat ik gekocht heb daar geplaatst wordt. Samen met zijn vrienden, Louis en Hendrik, heeft hij inmiddels de eerste werkzaamheden afgerond.

Wat is uw burgerlijke staat?

Ik ben in 1969 getrouwd en in 1983 gescheiden. Hoewel ik na mijn scheiding leuke relaties gehad heb, beschouw ik mij tegenwoordig als een happy single. Ik kan dan ook heel goed alleen zijn. Mijn zoon Jaap woont dus in Papenburg en hertrouwt op 24 september met Marit. Zijn drie dochters Myrthe (24), Maureen (23) en Jessy (21) zijn afkomstig uit zijn eerste huwelijk. Ik ben maar wat trots op mijn kleindochters. 

Wat is uw voormalig beroep?

Ik heb diverse lagere scholen doorlopen zonder precies te weten wat ik later wilde worden. Zo raar was het dus niet dat ik naar de MULO in Appingedam ging. Na mijn diploma gehaald te hebben, heb ik eerst korte tijd diverse werkzaamheden verricht. Zo werkte ik bij een houtfabriek en ik heb 2 a 3 jaar bij de V & D in Groningen gewerkt.

Daar was ik verkoper op de beddenafdeling. Leuk werk en ik praatte feilloos ABN maar kon ook moeiteloos doorschakelen naar het dialect als het moest. Dat gaf best wel een voorsprong waardoor ik altijd wel wat verkocht aan de klanten die langskwamen. Ik woonde in die tijd bij m’n opoe en opa van mijn moeders kant, een geweldig stel!

Na mijn parate diensttijd in Zuidlaren ging ik eerst een paar jaar bij de melkfabriek aan het werk. Daarna volgden diverse werkzaamheden in Duitsland. Spullen wegbrengen, kuilen graven en stenen leggen, ik deed het allemaal. In 1969 kon ik vervolgens op de strokartonfabriek in Oude Pekela aan de slag. Ik werkte vier lange dagen van tien uur maar echt stoer had ik het niet hoor als heftruckchauffeur. Mijn vrije dag benutte ik om diverse studies te volgen, onder andere richting de gehandicaptenzorg.

Als vrijwilliger destijds bij de plaatselijke jeugdsoos in Oude Pekela kwam ik in aanraking met jongeren die te boek stonden als asociale kinderen. Ik ging hiermee op vakantie en kon het prima met ze vinden. Toen in Leens in 1973 de Woonvorm werd opgericht, kon ik hier als groepsleider terecht. Onze eerste cliënt kwam pas na een half jaar bij ons wonen, we hadden dus alle tijd om een en ander in te richten. Dit deed ik samen met Dik Woltjes (hoofd), Carel Bloemhoff (de technische man) en Jaap Bezema (kok). Uiteindelijk woonden er zo’n twintig mensen in de woonvorm, in leeftijd variërend van 18 tot 65 jaar.

Sommige bewoners hadden van jongs af aan reeds een beperking maar ik ging ook om met universitair geschoolde mensen die door bijvoorbeeld een dwarslaesie veel hulp nodig hadden. We gingen regelmatig met de bewoners in rolstoelen op pad. En dat in de tijd dat allerlei voorzieningen zoals kroegen of de bioscopen in Groningen hier nog lang niet op ingericht waren. We hebben dus ook heel wat pionierswerk moeten verrichten om de mensen op een goede manier door allerlei gebouwen in de stad te leiden maar dat maakte het werk ook weer zo mooi. Jammer voor het dorp dat de woonvorm gesloten werd in de negentiger jaren en de bewoners naar Bedum verhuisden.

Al met al heb ik dit werk acht jaar met veel plezier gedaan. Op een dag zag ik in de Volkskrant een vacature staan voor een adjunct-hoofd in een woonvoorziening in Bergen (Noord-Holland). Voor de gein besloot ik te solliciteren en tot mijn verrassing werd ik aangenomen. Ik ging weer allerlei cursussen volgen zoals bijvoorbeeld de studie management en schopte het tot hoofd van diverse woonvoorzieningen in Haarlem. Door mijn ervaring in kindertehuizen was ik een soort van ervaringsdeskundige geworden die precies wist wat wel en niet werkte. Ik mocht uiteindelijk zelf de lijntjes uitzetten van wat ik dacht wat beter zou gaan werken. 

Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?

Doordat mijn gezondheid achteruit ging en ik de kans kreeg om met prepensioen te gaan, ben ik op mijn 60ste gestopt met werken. En ondanks dat ik mijn werk prachtig vond om te doen, heb ik daar geen moment spijt van gehad. Ik verhuisde een jaar later terug naar Wehe-den Hoorn en dat gaf mij de kans om veel tijd met mijn zoon en kleinkinderen door te brengen.

Ik volgde een cursus fotografie en een glas-in-loodcursus en heb heel veel mensen in het dorp geholpen met allerhande computerproblemen. Ook heb ik meegeholpen om de dorpswebsite meer smoel te geven. Hiermee ben ik gestopt in 2019. Ik mag daarnaast graag tuinieren en wandel de nodige kilometers op een dag met mijn twee labradors.

Vroeger was ik een fanatiek voetballer, ik heb bij diverse clubs gespeeld hier in de buurt maar ook in het westen. Ook het vrijwilligerswerk heb ik nooit geschuwd. Zo was ik bestuurslid bij FC LEO, ik zat bij de vrijwillige brandweer, was secretaris van de speeltuinvereniging en voorzitter en secretaris bij twee bridgeclubs. In mijn jonge jaren zat ik dus bij de plaatselijke jeugdsoos in Oude Pekela. Leuk en dankbaar werk om te doen en hartstikke goed voor de contacten.

Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?

De geboorte van mijn zoon en mijn drie kleinkinderen. Ook het werk en mijn persoonlijke ontwikkeling na 1973 beschouw ik als een hoogtepunt. Gaandeweg mijn leven, vielen steeds meer dingen op zijn plek.

En de dieptepunten?

Het feit dat ik mijn ouders nooit gekend heb. Ik heb dan ook een moeilijke jeugd gehad, alles ging naar de Filistijnen. Eigenlijk was het leven tot 1966 een groot dieptepunt, onder andere door de gastgezinnen en kindertehuizen waar ik verbleef. Daarna werd het beter. Daartegenover staat wel dat ik met plezier terugkijk op mijn tijd in Appingedam, zowel bij de voetbalclub als op de MULO. 

Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?

Nog steeds komen vrienden uit Haarlem over om een poosje te logeren. Ze vinden het hier geweldig en genieten van de rust. Een van mijn kameraden vindt het maar niets dat ik naar Papenburg verhuis. Hij ‘dreigde’ potentiële kijkers van mijn huis wijs te maken dat het eigenlijk een krot was. Maar hé, Papenburg ligt hier maar zestig kilometer vandaan. Ze kunnen dus ook daar straks zo even langs wippen.

Waar ik geweldig trots op ben en nog steeds oprecht van kan genieten is dat mijn zoon een nier afgestaan heeft aan een van zijn beste vrienden. Deze kon voor de transplantatie niet meer werken maar gaat nu alle dagen met plezier aan het werk. Hij heeft dus weer een invulling aan zijn leven kunnen geven. Bijzonder toch? Ik vind dat geweldig! 

Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?

Niks bijzonders eigenlijk. De verhuizing die er aan zit te komen, biedt weer nieuwe avonturen. Mijn zoon en schoondochter houden in Papenburg zo’n dertig a veertig Friese paarden en daardoor is er altijd wel wat te doen op de manege. Door mijn moeizame jeugd en het niet opgroeien in een hecht gezin, laat je de dingen die je achterlaat ook sneller en makkelijker los.

Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?

Wat is spijt? Sommige dingen hadden achteraf anders gekund of ik had een andere keuze kunnen of moeten maken. Maar dat ging nooit om hele grote dingen hoor..

Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?

Ik denk een acht. Tot mijn 20ste zou ik mijn leven een drie geven maar in al die jaren erna veranderde dat in een negen en soms wel in een tien. Al middelend kom ik dan op een acht uit.

Wilt u verder nog iets kwijt?

Ik heb alles wat mijn hartje begeert en knoop er graag nog wat jaren in een goede gezondheid aan vast. Ik heb bijvoorbeeld wel een nieuwe knie gekregen maar loop nog als een kievit en mag verder niet klagen hoor.

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69