Bij de Molen
Kloaverstee
KOOZAA
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis
De Kleine Munt

Arnold Slager, Gedicht

Delfziel, zit op de dijk op het bankje voor het Ede Staal monument. Af en toe verblinden zonnestralen, door weerkaatsing in het water dat tussen het drooggevallen slib in geulen kabbelt, in mijn ogen. Een zonnebril zou de realiteit en het genieten verbloemen. In mijn verbeelding fluistert de wind woorden. Vraag hardop of ik het nog een keer mag horen maar hoor weer niets. Vanaf het bankje kijk ik omhoog naar het lint dat rondom de zuil is gedrapeerd. Zie een roestvrij stalen info bord.

Staal… bedenk ik me terwijl ik ernaar toe loop. Nu, vanuit het niets, hoor ik de wind fluisteren ‘Bistn Slaif’. Glimlachend loop ik ernaartoe, om te lezen de eerste twee coupletten van het lied ‘Credo mien Bestoan’. Het ontwerp van het monument is van Chris Verbeek en ik vind het een geslaagd geheel geworden. Terwijl ik het roestvrij stalen bord lees zie ik vanuit mijn ooghoek een dame op de trap de laatste treden van de dijk beklimmen. Dezelfde betonnen trap waar ik ook naar boven ben geklommen.

Ze ziet dat ik uitgelezen ben en zegt, ‘Prachtig hé meneer, kom hier regelmatig sinds het monument klaar is en vind het schitterend geworden maar er is één MAAR. Het staat naar mijn mening te ver van het centrum af.’ Ze heeft een punt, het staat inderdaad een paar honderd meter van het Eemshotel. ‘Het zal een reden gehad hebben om het hier te plaatsen’, zeg ik diplomatisch maar ben het wel met haar eens.

‘Zijn liedjes heb ik in mijn hart gesloten, ik beluister ze vaak. Het Grunnings is mij met de paplepel ingegeven. Kent u misschien Eli Joachim Lofvers? Geen zanger maar wel een dichter die een mooi gedicht in het Gronings heeft geschreven. Niet zo bekend als Ede maar toch.’  Het verrast haar dat ik deze vraag met ‘Jazeker’ beantwoord.

‘Hoezo dan?’ is haar volgende verbaasde vraag. ‘Hebt u nog even’, ze knikt. Zullen we erbij gaan zitten, het bankje staat er niet voor niets hé en loop ernaartoe, ze volgt. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig was ik lid van een jeugdvereniging, zoals het toen gebruikelijk was in ons dorp. We hadden een avondvullend cabaretavond in elkaar geflanst waar ook populaire liedjes van toen gezongen werden en Eli ons begeleidde met zijn accordeon.

Later in de tijd zag ik hem orgel spelen in een bandje The Golden Sound in het dorpshuis te Garsthuizen, iets later tijdens één van de eerste feestweken in mijn geboortedorp. Van het populaire liedje ‘Prikkebeen’ van toen herinner ik me het refrein nog heel goed die zij speelden. Ik verkaste naar Groningen waardoor ik Eli uit het oog verloor.

Kortgeleden, samen met mijn vriendin, waren we bij Noordpolderzijl en beklommen we de lange trap van de dijk. Om uit te rusten nam ik plaats op het bankje op de dijk, genietend van het uitzicht. Wel wetende dat op de leuning een tekst te lezen is maar de auteur niet tot mij doordrong.

Ook mij vriendin werd nieuwsgierig toen ik haar op de naam wees en zocht via Google Eli Joachim Lofvers. Woar elke vogel ’s aov’nds zien aig’n plekje vient as de zun hail langzoam achter ‘Schier’ verdwient. Woar zacht ’t wotter roest, joa doar vuil ik moe thoes. Doar ligt van ’t Grunnerger laand, de grootste schat.

De auteur is in 2016 overleden. Helaas is er via Google of Wikipedia niets te vinden over zijn eventuele oeuvre. In mijn herinnering een aimabele man en een dichter die het bankje met zijn gedicht op deze plek heeft verdiend.

Een stilte volgt bij het monument van Ede Staal en aan Eli Joachim Lofvers, voor ons beiden Zanger en Schrievers in’t Boers.

Nold.

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69