Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis

Ida Raangs, de vrouw van de cijfers

Kunt u zich heel kort even voorstellen?

Mijn volledige meisjesnaam luidt Ida Hannie Bakker, tegenwoordig kent iedereen mij als Ida Raangs. Ik ben bijna 70 jaar geleden geboren in ’t Lage van de Weg dichtbij Uithuizen. Ik kom uit een gezin met 6 kinderen waarvan ik de één-na-oudste ben. Mijn vader en moeder waren hard werkende mensen en hebben alles in het werk gesteld om ons een onbezorgde jeugd te geven, wat niet altijd gemakkelijk was. Op mijn 2e, verhuisden we naar de Ommelanderweg in Uithuizen. Dertien jaar later volgde nog een verhuizing, nu naar de Menoldariep.

Wat is uw burgerlijke staat?

Ik ben in maart 1972 getrouwd met Henk Raangs, een echte Usquerder. Op de zaterdag- en zondagavond wandelde ik vaak met vriendinnen door Uithuizen, van winkel Jan Medendorp naar de toenmalige winkel Spijk. De ouderen onder ons herkennen dit vast wel. Disco’s en zo bestonden toen nog niet dus dit was dan ons wekelijks uitje. Henk was daar ook vaak ‘op zien plof’ te vinden en zo hebben we elkaar leren kennen.

Samen kregen wij een dochter en een zoon, Sandra en Mark. Beiden hebben een partner en ook ieder twee kinderen. Wij zijn dus de trotse opa en oma van vier kleinkinderen, in de leeftijd van 22, 20, 7 en 3 jaar. Elke vrijdag passen we met veel plezier op de jongste twee. Voor de oudste kleinzoon, die zelfstandig is, verzorg ik de administratie. Hoe mooi is dat, dat je zoiets als oma kunt doen. Met mijn enige kleindochter ga ik regelmatig high-teaën. Wij zijn echte zoetekauwen.

Wat is uw voormalig beroep?

Na de lagere school te hebben doorlopen, de Engersmaschool in Uithuizen, vervolgde ik mijn weg op de ULO. Als jonge leerling kreeg ik op 15-jarige leeftijd mijn diploma en wilde graag verder met de opleiding voor kraamverzorgster. Hiervoor was ik te jong en koos zodoende voor de vormingsklas aan de Kraneweg in Groningen. Daar leerde ik, naast theoretische vakken, ook koken en naaien.

Omdat ik daarna nog te jong was voor de opleiding, besloot ik te solliciteren bij de Amro Bank die destijds op de Grote Markt in Groningen zat. Ik kwam op de afdeling boekhouding terecht. Alles gebeurde toen nog handmatig. Later ging ik naar de kredietafdeling maar toen Sandra zich aandiende kreeg ik ‘zwangerschapsontslag’.

Ik werd fulltime huisvrouw. Toen Mark drie jaar was, ben ik bejaardenverzorgster geworden. Ik had vaste adresjes waar ik drie ochtenden per week schoon ging maken. Je bouwde een mooie band op met de oudere cliënten en kon ook hun gezondheid in de gaten houden. Zo had je ook een signalerende functie. Later wilden ze dat je na 6 weken ging wisselen van cliënt. Dat heb ik altijd geweigerd.

Na twaalf jaar had ik dit werk wel gezien en ben ik administratief medewerkster geworden bij een landbouwmechanisatiebedrijf en later bij Van der Stoel, beide in Usquert. Wegens een reorganisatie kwam ik zonder werk te zitten. Na een tijdje werd ik gevraagd oppastante te worden en dat heb ik vele jaren met liefde gedaan. De drie kinderen zijn inmiddels volwassen en wij hebben nog steeds een goed contact.

Het grote omslagpunt kwam in november 1996 toen ik als administratief medewerkster/secretaresse bij NOVO in Uithuizen werd aangenomen. Toevallig op de plek waar ik vroeger naar school ging. NOVO, nu Cosis geheten, is een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Op locatie “Engersma”, waar deze mensen hun dagbesteding hadden, deed ik van alles. Van salaris-, personeel- en cliëntenadministratie tot notuleren en de financiële administratie. Na een paar jaar ging ik ook werken op een vestiging in Appingedam. Ik werkte toen op beide locaties tien uur per week.

Uiteindelijk werd Appingedam mijn vaste werkplaats en ik deed daar alles op secretarieel gebied voor zowel de dagbestedings- als de woonlocaties en werkte 32 uur per week. Ik had het er prima naar de zin en verkondigde dan ook altijd dat ik de ‘mooiste baan van NOVO’ had. Niet alleen het werk was mooi, maar ik kon het ook prima met mijn collega’s en de cliënten vinden.

Ik heb tot bijna mijn 66e jaar gewerkt en altijd met veel plezier. Vaak ging ik op de fiets naar Appingedam. In mijn ogen heb ik een heel bijzonder afscheid gehad want deze besloeg drie dagen. Van iedere locatie heb ik afscheid kunnen nemen. Bij de één koffie drinken, bij de ander een lunch enz.. Op mijn laatste afscheidsdag was er een receptie en hierbij waren ook onze kinderen, hun partners en kleinkinderen aanwezig. Aansluitend gezamenlijk een vaartocht door Appingedam en als afsluiting een etentje met de naaste collega’s.

Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?

Op mijn eerste “vrije” dag was het mooi weer en ’s morgens, zittend aan de tuintafel met een kopje koffie, had ik zoiets van ‘hier kan ik wel aan wennen’. Het vakantiegevoel vierde hoogtij en we trokken er met ons bootje op uit. Het werd herfst en daarna kwam de winter en ‘ik had niet veel uit stro gezet’, oftewel er kwam weinig meer uit mijn handen. Ik miste de dagelijkse structuur maar een nieuwe daginvulling diende zich al vrij snel aan.

Ik zat namelijk in de Raad van Toezicht van het dorpshuis van Usquert en voor mijn pensionering was men al eens bij mij langs geweest om te informeren of ik penningmeester wilde worden. Ik miste daar de tijd voor maar na mijn pensionering, was daar natuurlijk de vervolgvraag of ik het nu wel wilde doen. Ik stemde in en dat heb ik geweten. Ik heb eerst alles geherstructureerd en daar ging heel veel tijd in zitten. Misschien nog wel meer dan toen ik nog aan het werk was. Maar uiteindelijk liep het allemaal wat gestroomlijnder en nu kost dit vrijwilligerswerk wat minder tijd.

Ik ben trouwens in de Raad van Toezicht gekomen als afgevaardigde van dorpskrant ‘DEVO’, de afkorting van Deur en Veur Oskerders. Hier ben ik in 1977 begonnen als typiste en twee jaar later werd ik redactie- en bestuurslid. Voor deze dorpskrant, die elf keer per jaar wordt uitgebracht, ben ik nog steeds als penningmeester actief. Vanaf die tijd heb ik voor veel verenigingen vrijwilligerswerk gedaan. In mijn hoogtijdagen was ik zelfs penningmeester bij vier verschillende verenigingen!

Ik ben niet alleen penningmeester van het dorpshuis van Usquert maar ook barvrijwilligster en ik maak er één keer per week schoon. In mijn ‘vrije’ tijd mag ik graag tuinieren en ik ben sportief aangelegd. Van mijn 50e tot mijn 60e heb ik hardgelopen met het uitlopen van een halve marathon tot gevolg. En ik heb vroeger nog gevolleybald. Nu ben ik meer van het fietsen en het zwemmen en ik ben lid van Topfit 50-gym in Usquert. Lezen is ook een hobby van mij maar daar kom ik zelden aan toe.

Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?

De geboorte van mijn kinderen en kleinkinderen natuurlijk. En de aankoop van ons mooie plekje aan de Streeksterweg in Usquert. Mijn aanstelling bij NOVO heeft mij ruim 20 jaar heel veel voldoening gegeven. Het behalen van mijn rijbewijs op 50-jarige leeftijd zorgde ervoor dat ik een stuk mobieler werd. En waar ik zeker trots op ben is dat  Zijne Majesteit de Koning mij in 2016  heeft benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

En de dieptepunten?

Dat mijn vader dement werd, beschouw ik als een dieptepunt. Dat is zo’n oneerlijke ziekte. Mijn vader was een sportieve, vitale en sterke man die vaak bij ons in de tuin bezig was en klusjes opknapte. Het sluimerde al een tijdje toen de diagnose op 71-jarige leeftijd werd vastgesteld. Hij ging eerst een paar dagen per week naar de dagbesteding in Twaalfhoven in Winsum en verhuisde daar later ook permanent heen.

Dit was ook een zware tijd voor mijn moeder die in het begin alle dagen naar hem toeging met de trein. Pa overleed op 73-jarige leeftijd. Mijn moeder is vlak voor haar 92e verjaardag overleden. Zij had het leven geleefd. Daar kun je dan veel meer vrede mee hebben.

Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?

Ik heb genoeg beleefd tijdens mijn (vrijwilligers)werk, echter er schiet mij nu niet een bijzonder verhaal te binnen. Maar volgens mij heb je inmiddels al input genoeg toch? 

Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?

Ik heb geen bucketlist voor mijzelf maar het Dorpshuis in Usquert geeft mij wel zorgen. Daar heb ik af en toe slapeloze nachten van, dat mag je gerust weten. De Gemeente Het Hogeland heeft met het vaststellen van het beleidsplan Dorpshuizen vastgesteld dat alle Dorpshuizen € 3.000,– subsidie krijgen. Wij kregen tientallen jaren € 18.000,– subsidie mede omdat wij (sinds 1962)  een sportzaal bij het Dorpshuis hebben.

Nu wordt deze subsidie gefaseerd afgebouwd. Tevens vervalt de compensatie van de OZB en moeten wij het volledige bedrag ophoesten en dat is niet mis. Wij hebben een prachtig Dorpshuis welke in 2014 tegen de bestaande sporthal is aangebouwd en  in 2019 heeft het gebouw een hele mooie metamorfose ondergaan. Dit is allemaal met vrijwilligers gedaan. Er wordt gesport, muziek gemaakt, toneel gespeeld en er repeteren zangkoren. Voor het dorp dus een gebouw die nooit verloren mag gaan. Hopelijk doet de gemeente water bij de wijn!

Geen bucketlist dus, wel hoop ik natuurlijk samen met mijn dierbaren zo lang mogelijk gezond en fit te blijven.

Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?

‘Echt ergens spiet van?’, nee, dat heb ik niet. Hooguit het besef dat ik dingen anders had moeten doen of zeggen. Ik ben een tevreden mens. Wanneer we met de boot weg zijn en de zon gaat onder, dan beleef ik magische geluksmomenten. En ik geniet van al de luchtschakeringen, ook hier voor het huis.

Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?

Zeker wel een acht. Sterker nog, noteer maar een 8+.

Wilt u verder nog iets kwijt?

De wereld is niet altijd mooi met al die vreselijke toestanden. Zoek het goede in het kleine dichtbij! Denk een beetje om elkaar dan wordt de wereld een stuk mooier.

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69