Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis

Romke Visser, Een vrijdenker met twee poten in de klei: bij de jeugdherinneringen van Derk Roelfs Mansholt

De Hogelandster statenleden Bakker en Visser in Brussel.

Mijn dierbare VVD-collega in de Provinciale Staten, Nico Bakker, pleegt al jaren zijn woordvoeringen te eindigen met de opmerking: “Overigens ben ik van mening dat Schiermonnikoog bij de provincie Groningen moet worden getrokken”. De Fries in mij denkt dan “Dat mocht je willen, Bakker”, maar het onderliggende gevoel delen we: het is een heerlijk eiland, voor ons in Noord-Groningen een rijk gevulde achtertuin, meer dan de helft van de Nederlandse plantensoorten vind je er, waar je gewoon heerlijk kunt uitwaaien en tot rust kunt komen.

En zo is het een plek waar we allemaal graag komen en laten we die samen, Friezen en Groningers, als goede tuinlieden koesteren. Dat Bakker ook zijn sporen als wadloopgids verdiend heeft, is misschien minder bekend. Maar zo is er wel meer atypisch aan deze nuchtere en humorvolle liberaal, zoals de Noord-Groninger liberalen dat eigenlijk van oudsher ook zijn, net als veel van hun streekgenoten. Vrijdenkers en dwarsbongels (zoals wij dat in het Fries zeggen). Eigenzinnig, vrijzinnig en vooruitstrevend. Wat doen grenzen er dan eigenlijk toe…

Dat brengt me bij de kern van mijn verhaal. Tijdens mijn vakantie op Schier las ik in een ruk het boek van Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) uit, dat door een paar van zijn nazaten recent is vertaald en uitgegeven: Jonge jaren tussen graan en slik: Jeugdherinnering van een bevlogen boer en politicus*. De oorspronkelijke tekst in het Duits stamt uit 1909 en de Nederlandse vertaling leest als een trein. De taal is net zo fris als de geest die het verhaal ademt, want ook na ruim honderd jaar spat de vitaliteit van Derk Mansholt je tegemoet.

Groningers thuis op Schier.

Nooit verlegen om een duidelijke mening en soms bepaald kort door de bocht, valt op hoe scherp én liefdevol zijn schetsen zijn. Ondanks Derks behoefte aan nuchterheid, ademt zijn terugblik een romantisch aandoende Sturm und Drang die ook zijn beroemde kleinzoon Sicco kenmerkt. In zijn schetsen van het boerenbedrijf, waarbij hij zich ook richt op de toenmalige taal, zeden en gewoonten, levert hij soms ongezouten kritiek op zijn collega’s die onvoldoende bij de tijd zijn. Maar hij heeft ook oog voor het grote geluk wat de akkerbouwer op de zeeklei heeft, met vele oogsten met grote opbrengsten op land dat haast onuitputtelijk vruchtbaar is, mits je er maar geen roofbouw op pleegt. En dat doe je ook niet op de mensen die voor je werken.

Hij is groot geworden in Ditzumerhammrich, net over de huidige grens in het Rheiderland gelegen, alvorens naar Meeden en later naar de Westpolder te verhuizen. Hij kan daardoor vergelijken, of het nu om de grondsoorten, werkwijzen, taal en gewoonten gaat. Zo maakt hij aannemelijk waarom de Oost-Friese boeren zich onderscheiden in de veeteelt en de akkerbouwers in Noord-Groningen onovertroffen zijn. Hij maakt duidelijk wat ze van elkaar kunnen leren. En met onverholen trots vertelt hij over eigen vondsten, de grote ontwikkeling die hij heeft mee- en doorgemaakt, vol verwondering omziende naar de grote veranderingen sinds zijn jeugd.

Ik heb genoten van zijn herinneringen aan zijn schooltijd in primitieve omstandigheden. Met meer dan 60 kinderen in een klas, alle jaargangen door elkaar. Over meesters die met “de lepel in het knoopsgat” elke dag bij een andere boer moesten eten, omdat hun wedde te schamel was om zichzelf goed te kunnen onderhouden. De tochten naar school, of naar de vrijwillig verkozen muziekles vóór schooltijd (waarvoor dan de meester die de muziekles gaf wel eens uit bed moest worden getrommeld), waren zwaar, over modderige paden waar je in het pikkedonker soms in wegzakte.

Derk Roelfs Mansholt

Hij schampert dan wat over de moderne pedagogiek die van leerlingen watjes maakt en stelt onomwonden dat pientere leerlingen in zijn tijd goed af waren met het onderwijs, omdat ze weinig lastig gevallen werden door de meester. Die had zijn handen immers vol aan de minder begaafden en daardoor konden slimmerds als Derk lekker hun gang gaan in eigen tempo. Vol trots schetst hij hoe hij zichzelf verder ontwikkeld heeft, naast het Duits en het Nederlands ook het Frans redelijk machtig. Het Frans heeft hij zich via zelfstudie redelijk vlot eigen gemaakt, omdat hij zich niet onledig heeft hoeven houden met de grammatica, zoals leerlingen in het voortgezet onderwijs dat wel moeten. Hij vindt dat tijdsverspilling. Mansholt is echter verre van een leichter Vogel en heeft noest gewerkt aan een voortreffelijke beheersing van het Nederlands, waarvoor hij door de met hem bevriende schrijver Multatuli hogelijk werd geprezen.

Ronduit mooi vind ik zijn verhandelingen over het dialect, waaruit ook weer eens naar voren komt hoezeer men elkaar aan beide zijden van de “grup” in het Platt uitstekend kon verstaan. Maar ook op het gebied van de zeden en gewoonten vertonen Oost-Friesland en Noord-Groningen grote overeenkomsten, is er sprake van stevige wederzijdse invloed. Zo werd er in Derks jeugd in de kerken van het Rheiderland in het Nederlands gepredikt en werden de knechten, meiden en boerenarbeiders in guldens betaald. En voor koude voeten was er van West- tot Oost-Friesland een stoofje, een houten voetenwarmer waar turf in werd gestookt. Dat verklaarde meteen ook de vergeelde onderranden van de overigens witte broek van zijn wat kouwelijke vader, want die werden boven dit warme vuurtje als het ware geroosterd. Dit soort anekdotes onderstreept nog eens de oorspronkelijke eenheid van dit kleigebied.

Hoewel Derk Mansholt wordt beschouwd als een voorloper van de sociaaldemocratie, zul je in zijn jeugdherinneringen vergeefs zoeken naar ideologische verhandelingen. Toch is hij de onmiskenbare aartsvader van een politieke dynastie, die vanuit een innovatief boeren met een sociaal gezicht een stevige stempel op de samenleving heeft gedrukt. Zijn zoon Lambert was de eerste gedeputeerde van SDAP-huize in Groningen (1919-1939), die achter de schermen van groot belang was voor de sociaaldemocratische visie op de landbouw in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Over zijn kleinzoon Sicco hoef ik niet veel te zeggen, anders dan dat staatslieden van zijn statuur door mij als PvdA-er zeer worden gemist. Zondermeer eigenzinnig, vrijzinnig en vooruitstrevend, wor(s)telend in de klei van Dollard en Wad, de grenzen voorbij.

*Jonge jaren tussen graan en slik: jeugdherinneringen van een boer en politicus  /  Derk Roelfs Mansholt; [eerste vertaling uit het Duits: Jelte Toxopeus] (Bedum : Profiel, 2021) ISBN 9789052946023

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69