Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis

Arie van der Spek, Huizinge: vakantiewerk

In de zomer hadden de boeren altijd arbeidskrachten nodig. Jonge boeren met kleine kinderen of boeren met kleine gezinnen hebben die onvoldoende in voorraad. Ze maakten gebruik van vakantiewerkers. Zo werkte ik bij een jonge boer in Huizinge. Op piekdagen van zeven tot twaalf uur en van een tot negen uur. Op normale dagen was dat ‘s morgens vanaf acht uur en ‘s middags tot vijf uur. Zes dagen per week. Het was hard werken, maar geen slechte tijd.

Het allermooiste vond ik het ‘wilde-haver-plukken’. Niks geen chemische bestrijding, de verkeerde planten rukte je er gewoon uit met je eigen gehandschoende handen. Niet in de sloot gooien, want die werden om de zoveel tijd uitgebaggerd en dan komt het onkruid weer op het land terug. Aan de rand leggen en ‘s avonds verzamelen en meenemen naar de afvalbak op de boerderij.

Het mooie ervan was, dat je de hele dag op het land heen en weer kuierde en volstrekt vrij was. Je kon de hele wereld bij elkaar fantaseren, niemand die je stoorde. Om het onderscheid tussen onkruid en gewas te leren, liepen de boer en zijn knecht de eerste dag mee. Een gestaag tempo, de eerste ronde won ik makkelijk. Aan het eind van de dag liepen zij nog steegs in dat gestage tempo en ik was teruggevallen op een rij tegen zij per persoon drie. Niet alleen geleerd dus ‘wat’ ik moest plukken, maar ook ‘hoe’.

De boer gaf me opdracht de volgende dag alleen verder te gaan, omdat zij ander werk gingen doen. De knecht, slim of gewoon eerlijk, waarschuwde mij, dat ik niet moest lanterfanten, omdat de boer zo krenterig is, dat hij regelmatig met de verrekijker kijkt of zijn personeel wel werkt.

De volgende dag mijn absolute vrijheid dus; dromen, fantaseren, vogels horen, vlinders tellen. Je hebt van die mooie witte vlinders, sneeuwwitje. Verder heb je van die kleine motachtige beestjes, de dwergjes. Zag ik een sneeuwwitje, dan telde ik vervolgens de dwergjes tot ik er zeven had gezien…. “Zo, weer een sprookje!”

Zo’n dag ging soms snel, soms traag voorbij. Het gekke was, dat ik de uren in geld telde. Op een paar centen na kreeg ik drie gulden in het uur, vijftig cent in tien minuten. Keek ik op mijn  horloge dan dacht ik: “Ha, weer vier gulden zestig verdient”. Aan het eind van de dag: “Nog een gulden vijftig, dan zit het er weer op”.

Mijn leeftijdgenoten: “Joh, verdien jij maar drie gulden? Ik drie gulden en een kwartje”. Soms nog meer en soms iets minder dan dat. Allemaal vonden ze mijn boer een vrek en mij een stommerd, dat ik niet bij een ander ging werken. Ik vond het wel best, het geld interesseerde me niet echt. Achteraf denk ik dat ik toch wel goed werd betaald. We kregen allemaal het minimum jeugdloon. Ik ben een september kind en al die toenmalige klasgenoten waren in de vakantie een jaar ouder dan ik. Wisten wij veel?

Overigens gaf ik inderdaad niet zoveel om geld. Het ging mij om de bezigheid en het plezier. Je kon bijvoorbeeld aan het eind van het jaar formulieren invullen om een deel van de belasting terug te krijgen. Dat vond ik de moeite niet waard. Bovendien, daar werden scholen van betaald, ziekenhuizen voor gebouwd en de oudjes kregen “Dreesgeld”. Dus ik mijn absolute vrijheid op het land, zij ook een grijpstuiver.

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69