Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis

Abel Darwinkel, Peunbal

We schrijven de zomer van 1977. Ik verhuis met mijn ouders, broer en zusje vanuit de Achterhoek naar Bedum. Mijn vader heeft een nieuwe baan bij de Aankoopcentrale in Wehe-Den Hoorn. Na de grote vakantie mag ik naar de vierde klas van de Openbare Lagere School in de Kapelstraat. Ik kom in de klas bij meester Swijghuizen.

De school is oud, op een ochtend mogen we meteen weer naar huis, de verwarming doet het niet. Ondertussen wordt er hard gewerkt aan het nieuwe schoolgebouw aan De Vlijt. Na de kerstvakantie is het klaar. De oude school wordt gerenoveerd en de bibliotheek, Stojeb en de muziekschool vinden er een plekje.

Het gebouw aan De Vlijt is splinternieuw, krijgt de naam Togtemaarschool en staat er voor de eeuwigheid. Maar de eeuwigheid blijkt helemaal niet zo lang te duren. Ruim veertig jaar later wordt er weer een nieuwe school gebouwd, de oude blijkt niet aardbevingsbestendig. Je voelt je toch een ouwe lul als je basisschool wordt gesloopt.

Ruim tien jaar later, we schrijven eind jaren ’80. Het plein van de Togtemaarschool doet ’s middags en ook wel in de avonduren dienst als verzamelplek. We zijn met een grote groep jongens die in wisselende samenstelling het plein onveilig maakt. “Jongens waren we – maar aardige jongens.” Zo begint de schrijver Nescio het boek Titaantjes. Wij waren destijds ook jongens, maar waren we ook aardige jongens? Het antwoord laat ik graag aan de lezer over.

Wat doen we daar op dat schoolplein? Niet veel zaaks vinden de bewoners van De Vlijt die er tegenover wonen en last hebben van ons lawaai. Een beetje ouwehoeren, elkaar in de zeik nemen en loeren naar de meisjes. En natuurlijk voetballen, een potje 3 tegen 3, 4 tegen 4 of een spelletje éénstuit.

Foto: Erik Vermeeren

Af en toe sneuvelt er een ruit van een lokaal. Dan fietst de dader braaf naar meester Wim die vervolgens de verzekering inschakelt. Sommige jongens roken al, af en toe drinken we ’s avonds een biertje. Eén keer wordt er op zaterdagmiddag een jongetje van twaalf jaar met een paar biertjes dronken gevoerd. Zijn ouders zijn woest als hij liggend achter op een fiets thuis wordt afgeleverd. Dat dan weer wel.

Als het regent schuilen we met z’n allen in het fietsenhok tussen de gymzaal en de basisschool. Zie foto. Het fietsenhok is aan alle kanten dicht, met een smalle ingang aan beide kanten. Waar op de foto de rode deur zit, was destijds een opening. En door de regen, de verveling en een teveel aan testosteron waar we nog geen raad mee weten, ontstaat daar het spelletje peunbal.

Een peun is een keiharde trap en peunen is hard schieten. Het spel begint waarschijnlijk spontaan. Iemand heeft de bal meegenomen het fietsenhok in en als het te lang blijft regenen, knalt iemand de bal per ongeluk, of expres, keihard tegen een ander aan. Die pikt dat niet en knalt de bal keihard terug. Voor we er op verdacht zijn, spelen we peunbal.

Degene bij wie de bal in de buurt ligt, probeert zo hard mogelijk een ander voor de bek te ‘peunen’. Hoe meer jongens in het fietsenhok staan, hoe groter de kans op succes. Ook kinderen van een jaar of twaalf doen mee, maar daar wordt door niemand rekening mee gehouden. Wie geraakt wordt en begint te janken, moet oprotten. Zo simpel is het. Peunbal is een spel voor echte kerels die niet piepen bij een beetje pijn.

En na het potje peunbal is het tijd voor andere bezigheden, maar die houden we geheim. En wat ik me nu toch afvraag: Is er bij die nieuwe Togtemaarschool nou ook een fietsenhok waar de jeugd kan ‘peunballen’? Of speelt de jeugd van tegenwoordig inmiddels virtueel peunbal op de X-box?

Abel Darwinkel

juni 2020

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69