Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis

Ebeltje Molenhuis – de Witt, honderd jaar oud!

Kunt u zich heel kort even voorstellen?

Ik ben Ebeltje Molenhuis – de Witt en Witt schrijf je met dubbel t! Ik ben geboren op 16 oktober 1919 in Winsum. Als een na jongste kind uit een gezin dat in totaal uit tien personen bestond. Mijn ouders hadden oorspronkelijk een boerderij in Drenthe maar mijn moeder kon daar niet echt aarden. Dus werd de boerderij verkocht en mijn ouders kochten een houten schip waarmee ze door heel Nederland voeren. Als er niet genoeg wind stond dan moesten mijn broers het schip zelf voortslepen maar dit gebeurde ook wel door ervaren ‘trekkers’ langs jaagpaden.

Zelf had ik in mijn jonge jaren astma. Als ik weer eens verstopt zat dan werd er water gekookt en door het stoom wat hier vanaf kwam kreeg ik meer lucht. Later ben ik hier overheen gegroeid. Lezen en schrijven heb ik van mijn oudste zuster geleerd, dit gebeurde gewoon aan boord. Later werd het houten schip ingeruild voor een stalen versie, deze werd in Winsum gebouwd.

Op mijn 13e heb ik nog een jaar in de kost gewoond in Huizinge, in het grote witte huis aan het begin van het dorp. In dat jaar ben ik ook nog een jaar naar school gegaan in Middelstum, naar de derde klas van de lagere school.Later verkocht pa zijn schip aan mijn broer en we gingen in de Laurentiusstraat wonen waar pa brandstofhandelaar werd. Op mijn 14e ben ik ook in Baflo terechtgekomen.

Dit huis speelde in de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol want op zolder werden vaak vijf tot acht onderduikers verborgen gehouden, waaronder een Joods meisje. Ik sliep samen met mijn zus in één bed en zij ging regelmatig in het holst van de nacht met de onderduikers mee om ze naar een ander onderduikadres te brengen. Hier kreeg ik zelf helemaal niets van mee omdat ik dan lag te slapen. Om het veilig te houden mochten we hier niet over praten van mijn beide ouders.

Door de week aten we altijd stamppotten, de groenten verbouwden we zelf. Zondags kregen we er een stukje vlees bij. Afkomstig van een van onze varkens die door de slager geslacht werd. Zo hadden we ook in oorlogstijd altijd genoeg te eten. Mijn vader was niet groot maar niet bang uitgevallen. Mijn ouders waren goede mensen die zich heldhaftig gedragen hebben. Onze kinderen zijn nog aan de Laurentiusstraat geboren, we woonden na de oorlog eerst nog bij onze ouders in.

In 1950 zijn we naar de Paul Krugerstraat verhuisd en rond 1960 naar een boerderij aan het begin van het dorp vlakbij het station. Mijn man werd uitvoerder bij de gemeente Baflo. Toen wij er kwamen wonen, stonden de koeien nog op stal. In 1980 volgde een verhuizing naar de Prinses Margrietlaan, daar hebben we ook twintig jaar gewoond. Sinds 2002 woon ik aan de Prof. Dr. G. van der Molenstraat. Mijn man is hier nog een keer geweest, hij werd toen al in Zuidlaren verzorgd. Ik woon hier lekker rustig en kan bij het raam mooi naar buiten kijken.

Wat is uw burgerlijke staat?

In oktober 1945 ben ik getrouwd met de oorspronkelijk uit Broek komende Albertus (Bertus) Molenhuis. Ik heb hem leren kennen in een feesttent in Warffum, volgens mij was het liefde op het eerste gezicht. Ik was toen zestien jaar oud. Bertus moest zich melden voor de arbeidsinzet in Duitsland maar besloot onder te duiken. Kort daarvoor hebben we ons in de Herestraat in de stad Groningen verloofd. Bertus dook onder op diverse plaatsen in Nederland. Op een boerderij in Hornhuizen werd hij verraden en gearresteerd en afgevoerd naar het politiebureau in Middelstum. Daar wilde hij ontsnappen met drie anderen, maar hij werd afgevoerd naar het beruchte Scholtenshuis in Groningen en kwam later in het hoofdbureau van de politie in Groningen terecht.

Het is mij gelukt om hem daar uit te krijgen door heel veel tabaksbonnen te verzamelen en daar aan iemand af te leveren. Toen we een keer op een zondagochtend op de fiets van Broek onderweg waren naar Baflo werden we gewaarschuwd. In Baflo was in de gereformeerde kerk een razzia gaande waar ze het weer op allerlei jonge mannen voorzien hadden.

Bertus is na deze waarschuwing in een sloot gesprongen en dat was maar goed ook. Ik werd door een NSB-er beschoten en een van die kogels is zelfs door mijn haar heen gegaan. We hebben dus een heel spannende tijd beleefd. Bertus was een echte binnenvetter en hij heeft bijna nooit wat over deze voor hem heel angstige tijd verteld. Maar het heeft heel wat met hem gedaan, hij was na zijn vrijlating aanvankelijk heel schuw en angstig.

Na getrouwd te zijn, bleven we door woningschaarste eerst bij mijn ouders wonen. Daar werd in 1946 dochter Geertje Elisabeth, tegenwoordig roepnaam Gre, geboren. Twee jaar later volgde onze zoon Ulfert Jan. We hebben zes kleinkinderen gekregen waarvan twee overleden zijn. Inmiddels ben ik in het rijke bezit van zes achterkleinkinderen. 

Wat is uw voormalig beroep?

Op 13-jarige leeftijd kwam ik in Huizinge terecht bij een echtpaar zonder kinderen. Het waren geen aardige mensen. Ik moest buiten tegels schrobben en als ik dan te lang stil stond dan kreeg ik een tik in mijn gezicht. Toen ik veertien was, kon ik bij een broer van mijn moeder in de kost. Ik werkte bij boer Stol in Baflo. Ik ging dan om half zeven van huis en moest daar tot zes uur aan het werk en maakte het huis en de tuin schoon. Hier heb ik negen jaar gewerkt.

In 1944 ben ik bij de burgemeester van Baflo, Jonkheer Van Spengler, aan het werk gegaan wiens vrouw nog hofdame van Koningin Wilhelmina is geweest. Daarbij waren ze ook nog eens neef en nicht. Eerst vier jaar als werkvrouw, vervolgens vijf jaar als klerennaaister. Toen kwamen de kinderen en ben ik huisvrouw geworden.

Ik hielp mijn man mee om dagelijks het gemeentehuis schoon te maken en verzorgde mijn ouders. Mijn moeder moest iedere dag met insuline ingespoten worden. Daarnaast heb ik nog het nodige vrijwilligerswerk gedaan. Zo ging ik jaarlijks mee naar Wezep waar het Rode Kruis ontspanningsweken organiseerde voor mensen met een handicap. Ik hielp dan mee met het verzorgen van deze mensen. En ik ben 35 jaar lid van de plaatselijke EHBO-vereniging geweest.

Hoe bevalt het gepensioneerd zijn?

Tegenwoordig doe ik niet heel veel meer hoor. Ik mocht vroeger graag mooie poppen en schilderijen maken. Tegenwoordig kijk ik veel naar de televisie en lees graag. Het maakt niet zo veel uit wat, boeken of tijdschriften, wat er maar is. Dagelijks krijg ik de krant van een van mijn buren en ik volg het journaal. Drie keer per dag doe ik mijn gymnastiekoefeningen.

Volgens mijn zoon kan ik nog steeds goed scrabbelen en vroeger was ik goed in koersballen. Dat is een balspel vergelijkbaar met jeu de boules. Dit laatste spel heb ik tot ver in de tachtig in Baflo gespeeld. 

Wat zijn de hoogtepunten uit uw leven?

De geboorte van mijn kinderen, klein- en achterkleinkinderen.

En de dieptepunten?

Twee van mijn kleinkinderen zijn al op 23-jarige leeftijd overleden. Daarbij is mijn broer ook op deze leeftijd gestorven, hij was stuurman op een groot zeeschip en kreeg een blindedarmontsteking op open zee ter hoogte van Calais (Frankrijk) en kwam te laat aan land.

Het verlies van onze twee kleinkinderen greep ook mijn man heel erg aan. Net als over zijn oorlogsverleden, kropte hij dit op. Er over praten kon hij niet. Hierdoor kwam hij in een psychose terecht waardoor hij niet meer thuis kon wonen. Hij werd op het laatst verzorgd in Zuidlaren en is op 85-jarige leeftijd overleden. 

Heeft u nog anekdotes en mooie verhalen?

We gingen bijna nooit op vakantie. Op de fiets naar Paterswolde met de kinderen, dat was al heel wat. De kinderen zijn ook eens met een VW-kever van kennissen van een buurtgenoot naar mijn zuster in Amersfoort gebracht. Ik had ze chocolade meegegeven voor de chauffeur en ze kregen allebei vijf gulden vakantiegeld mee. Toen ze daar aankwamen, moesten onze kinderen al hun geld aan de chauffeur afgeven samen met het chocola. De kinderen waren heel verdrietig, maar mijn invalide zus maakte dat snel weer goed. 

Wat zou u ooit nog willen doen in uw leven?

Niks bijzonders meer. Ik hoop hier in het huishouden nog een beetje werk te kunnen doen. Eén keer per week komt de thuiszorg langs om mij te douchen. Mijn eten maak ik zelf nog door een maaltijd op te warmen die mijn kinderen in de vriezer gestopt hebben. Ik kan wel vaker thuiszorg krijgen dan een keer per week maar dat wil ik zelf nog niet.

Waar heeft u spijt van gehad in uw leven?

Nergens van hoor. Ik heb heel goede ouders gehad en nooit een klap gekregen. Mijn vader werd nooit kwaad en hetzelfde geldt voor mij. Zeker niet als er kinderen in de buurt waren. Ik ben een blij en dankbaar persoon en geniet van al mijn (klein)kinderkroost.

Wat zou u uw leven voor een cijfer willen geven?

Ik zou het eigenlijk niet weten. Moet ik hier wel wat op zeggen? Het moet in elk geval een ruime voldoende worden. Ach, doe maar een 8+.

Wilt u verder nog iets kwijt?

Wat mijn geheim is en of ik nog tips heb om zo oud te worden? Ik zou het echt niet weten. Wel drink ik vier pakken melk per week, misschien dat dit wel helpt. Al met al ben ik tien keer in mijn leven geopereerd. Vroeger in mijn jonge jaren aan een knie en op 85-jarige leeftijd heb ik in Breda nog een hartoperatie moeten ondergaan inclusief vier omleidingen. Maar verder heb ik niets beleefd hoor. Volgens mijn zoon ben ik heel bescheiden maar dat geldt ook voor mijn kinderen…..

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL001445322B69