Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis

Ursula Sennema, Kleine jongens worden groot

Als je zoon op trainingskamp naar Marbella vertrekt, je hem uitzwaait en zegt: veel plezier jongen en stuur wat leuke kiekjes, en de opbrengst na vijf dagen is een plaatje van een vliegtuigvleugel en een fotootje van een blauwe lucht met links in beeld een been (het trainingsveld?) dan denk je toch: ‘schamel’.

Bij de zwangerschapscontrole had de huisarts opgemerkt: wat trapt de baby hard, daar moet je last van hebben. Blijkt de komst van een voetballer. De bal als eerste speelgoed. Wanneer hij als dreumes zijn benen ontdekt is hij niet meer te houden. Vastzitten wil hij niet langer. Hij heft zich op vanuit de buggy, waarbij hij turend de ruimte inkijkt, niks zegt en van het een op andere moment de benen neemt, bestemming onbekend. Het strand, de binnenstad en de camping zijn daarmee spannende plekken. Zijn moedertje dwingend tot erachteraan sprinten en haar voorgoed degraderend tot traag. Ik hijs hem in een Barcelonavoetbalpakje, voor een paar centen gescoord op vakantie. Hij laat het zich welgevallen. Niet lang. Hij houdt van gewoon, niet van opsmuk en opvallen. Loopt net zo lief in shirts van Scapino of V&D.

Als ik thuiskom van het werk liggen ze languit op de bank, tweemaal 1.95, de benen in elkaar gevlochten gelijk de snoeren van hun opladers. Als jonge vogeltjes wachtend op hun moeder, de bekjes open. Gefixeerd op voedsel. Hoe laat gaan we eten / wat gaan we eten / wanneer eten we weer pizza. Ze zitten in hun dunne jaren. De hongerige jaren. Hebben de irritante gewoonte je te slim af te zijn. Ik verlies met kaarten, met dammen, met Boggle, met een geschiedenisquiz. Met één beweging leggen ze je languit op de bank en dwingen je tot het roepen van genade. ‘Wat wil jij nu Ursula Sennema.’ De enkele vragen die ik nog krijg zijn vanachter de computer, wanneer ze bezig zijn met een verslag: ‘Met een d of t?’

De jonge, pezige lijven, het kraakbeen dat zo welig tiert om de gewrichten. Terwijl ik met een tennistoernooitje drie dagen van tevoren de knieën insmeer met Voltaren en dagelijks Glucosamine slik, mijn vlees zachter wordt en mijn tempo lager. Zelfs wanneer ik niks doe doet mijn knie soms pijn.

Vorig jaar, bij de Hoornse Plas, is de laatste keer dat ik hem uitdaag tot een sprintje. Hij schiet zichzelf weg als een katapult, het is vernederend. Maar ik heb hem tuk. Hij is weliswaar snel in de zestienmeter maar traag op andere terreinen. Hij is een trage ontbijtbordnaarhetaanrechtbrenger, een slome voetbaltasuitpakker en een extreem langzame zichzelfloswekervandemobieletelefoon als ik hem roep voor het eten.

Wanneer hij naar werk of stage vertrekt moedig ik hem aan brood mee te nemen. Een opmerking als ‘er zijn daaronder bij de Jumbo lekkere broodjes te koop’ bevalt me niet. Dat is duur. Waarom niet zelf brood smeren? Zo mag ik graag vragen stellen en op hem mopperen terwijl ik hem uitzwaai en zeg: veel plezier jongen.

Als ik hem de eerste wedstrijd dit seizoen tussen de grote mannen het veld op zie hollen, nota bene op De Oude Ros in Emmen, ik zit op de tribune en zie hem wuiven, ontroert me dat.

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL 108306987B01