Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis
Koopmansverfshop

Johanna Davids en Erik Gritter, Aandacht voor de micro-ondernemer!

De laatste jaren staat de leefbaarheid van het platteland weer volop in de aandacht, voornamelijk in relatie tot een belangrijke demografische ontwikkeling: krimp. De provincie Groningen beschrijft op haar website de effecten van dit fenomeen:  “Krimp is meer dan alleen bevolkingsdaling. Ook de bevolkingsopbouw verandert. Jonge, hoogopgeleide mensen en gezinnen trekken weg. De mensen die er blijven, worden ouder. In gebieden met krimp zien we leegstaande of onverkochte huizen. Voorzieningen zoals winkels, sportclubs en scholen zijn steeds moeilijker in stand te houden. Uiteindelijk komt hierdoor de leefbaarheid van de gebieden in de knel.”

Eén en ander heeft geleid tot divers beleid, waarbij de speerpunten met name bewonersinitiatieven betreffen of ‘innovatieve projecten’ op het terrein van onder meer zorg of werkgelegenheid. Linksom of rechtsom dient steeds een basis te worden gevonden bij de bewoners. Zo valt op de website van de provincie Groningen te lezen dat projecten te maken moeten hebben met bevolkingsdaling én gedragen moeten worden ‘vanuit de samenleving’.

In wat wij lezen en tegenkomen op het terrein van ‘krimp en leefbaarheid’ lijkt zeer weinig aandacht te bestaan voor een uiterst belangrijke factor in het in stand houden van leefbaarheid op het platteland: het bestaan en de continuïteit van kleine ondernemingen, de micro-ondernemingen. Daarbij denken we aan vaak zeer kleinschalige bedrijvigheid, die in allerlei schakeringen in onze Groninger dorpen gevonden kan worden: een antiquariaat, een bakker, een benzinepomp met kleine winkel, een naaiatelier, een dorpscafé, een galerie, een installatiebedrijf, een fietsenmaker enzovoorts.

Het zijn kleine ondernemers die zelfstandig willen werken, maar die in veel gevallen al decennialang concurrentie ondervinden van grote ketens. Toch blijven ze bestaan, omdat ze niets anders willen dan ondernemen én, bij althans een deel van de plattelandsbevolking, een zeer belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid. Deze ondernemers kenmerken zich veelal door een persoonlijke benadering (je treft de ondernemer in de zaak) en een grote service- en klantgerichtheid. Daarnaast leveren de meeste ondernemers een belangrijke bijdrage aan het tot uitvoering brengen van allerlei activiteiten via sponsoring. Van volleybaltoernooi tot aan uitjes voor verzorgingscentra.

Ook onze eigen onderneming, Andledon in Den Andel, durven we te scharen onder de categorie ‘kleine onderneming’ die een positieve bijdrage levert aan de leefbaarheid op het platteland. Enerzijds biedt de onderneming wekelijks cultureel vertier in de vorm van muziek- en poëzievoorstellingen, anderzijds biedt het ruimte aan kleinschalige symposia, vergaderingen en (bewoners-) groepen die elders niet terecht kunnen. De bezoekers komen uit alle delen van de drie noordelijke provincies, maar voor een belangrijk deel uit de regio. De basis wordt gevormd door één ‘kleine’ ondernemer, die in raad en daad bijgestaan wordt door haar meewerkende echtgenoot.

De positieve invloed op de leefbaarheid wordt niet enkel gevormd door het vertier, de sfeer en de ruimte die Andledon te bieden heeft. De exploitatie wordt in grote mate mogelijk gemaakt door een groep van (nu) twaalf enthousiaste vrijwilligers, die met hart voor de zaak werkzaam zijn in de bediening en in andere delen van de onderneming. Daarnaast is op Andledon, vanuit werkvoorzieningsschap Ability, een klusser en een tuinman gedetacheerd die een aantal ochtenden in de week onderhoudswerk uitvoeren. Een kleine gemeenschap op zich waarbij een ieder iets vindt en brengt op het erf.

Ondanks de in onze ogen positieve invloed op de leefbaarheid, tellen wij en andere kleinschalige ondernemingen in relatie tot krimpbeleid nauwelijks mee. De opvatting van een deel van ‘de samenleving’ én de overheid over de aard van de werkzaamheden is daar mede debet aan. Aangezien voor de afgenomen producten en diensten in het werkveld een normale prijs wordt gevraagd, wordt gesteld dat de ondernemer ‘commercieel’ handelt en niet meer tot de ‘gewone’ bewoners gerekend kunnen worden. Ook in gesprekken met vertegenwoordigers van de lokale overheid is ons herhaaldelijk gebleken dat de ondernemersstatus tot een geheel andere bejegening leidt, ook mede in relatie tot leefbaarheidsinitiatieven.

Onlangs bleek dit weer in een gesprek met de gemeente, waarin we vraagtekens stelden bij de financiële ondersteuning door de gemeente van een bewonersinitiatief dat in onze ogen concurreerde met onze kernactiviteiten. We mochten daar niet over klagen, omdat we ondernemers waren. Als de kernactiviteiten door een stichting zouden worden geëxploiteerd, zou het verhaal mogelijk anders kunnen luiden.

Wij hebben gemerkt dat het uitvoeren van werkzaamheden als ondernemer tot allerlei misvattingen leidt. De belangrijkste is wel, dat – nu de onderneming door een eenmanszaak wordt uitgeoefend – er bakken met geld binnen komen. Maar bottom line is dat uiteindelijk keihard gewerkt wordt om de wekelijkse boodschappen te kunnen doen.

Dit is geen pleidooi om de geldkraan richting bewonersinitiatieven dicht te draaien. Integendeel; bottom up initiatieven kunnen de leefbaarheid op het platteland wel degelijk versterken en vernieuwen. Aan de rol die de ondernemers daarbij kunnen spelen wordt echter vaak voorbij gegaan. Ondernemers zorgen voor continuïteit op het platteland. Zij kunnen niet anders dan doorgaan, vaak tot het bittere eind. Daarbij worden vele sport- en culturele initiatieven door lokale kleine ondernemingen gesponsord. Extra aandacht voor deze groep – de micro-ondernemingen – is daarom niet alleen wenselijk, maar voor de leefbaarheid ook noodzakelijk.

Waarvoor wij hier aandacht vragen, is dat voorzichtigheid in acht wordt genomen bij het toekennen van overheidsbijdragen aan  bewonersinitiatieven die reeds door kleine ondernemingen worden uitgevoerd, of deels uitgevoerd zouden kunnen worden. Die bijdragen kunnen, met name in het ‘maatschappelijke middenveld’, het brood uit de mond van de ondernemer nemen. Inzicht hierin vraagt natuurlijk een grote kennis van het gebied. Ondernemers dragen voor een heel groot deel bij aan de continuïteit van de leefbaarheid op het platteland.

Het is niet ons voorstel om de micro-ondernemer dan maar zoveel mogelijk te ondersteunen met overheidsgeld. Verre van dat; zulks zou de eer van de rechtgeaarde ondernemer te na zijn. Wat bijvoorbeeld wel kan, is dat een geldinjectie in het ‘maatschappelijke middenveld’ waarop reeds een ondernemer actief is, in natura ‘gecompenseerd’ wordt, of dat de ondernemer bij de uitvoering van de plannen betrokken wordt. Maar goed. Dat vergt natuurlijk enige creativiteit van het bestuurlijke apparaat, waarbij de micro-ondernemer graag en vrijblijvend kan adviseren!

Johanna Davids & Erik Gritter – initiatiefnemers Cultuurerf Andledon

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL 108306987B01