Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis
Zonnehuisje

Een ruig stapverleden

Eén van de mooie bijkomstigheden van de gastcolumns is dat je er zelf ook door geïnspireerd kunt raken. Zo kwam ik door de bijdrage van Tjipco Werkman als vanzelf weer terecht in mijn eigen jonge stapjaren. Dat van het schoorvoetend langs de dansvloer staan te kijken naar het vrouwelijk schoon was mij niet onbekend. Ik had ook altijd wel even een alcoholische versnapering nodig alvorens de beentjes los te kunnen gooien op de dansvloer. Want dat was wel mijn stapmotto: ‘Een stapavond niet gedanst was een stapavond niet geleefd.’

Overigens nuttigde ik mijn eerste drankje pas op mijn 17e. Mijn vrienden hadden al jaren eerder de wondere uitwerking van een biertje ontdekt maar dit was aan mij niet besteed. Niet te zuipen, dat spul! Bessenjus vond ik wel lekker, daarbij de opmerkingen over een typisch ‘wijvendrankje’ maar negerend. Volgens mij in die tijd een kwartje duurder dan een biertje: fl.1,50 om fl.1,25. Een licht alcoholische versnapering, zeg maar. Echt rare dingen ging ik er nog niet direct door doen.

De eerste keer dat ik de weg wel enigszins kwijtraakte was tijdens een verjaardagsfeestje waar diverse zwaardere dranken als wodka en rum voor het grijpen lagen. En dat heb ik geweten. Ik kan mij nog vaag herinneren dat er 2 gasten met elkaar aan het bakkeleien waren en het op het lopen zetten. Om de boel te sussen, rende ik er hard achteraan. Toen ik bij Bulthuis de hoek om schoot de Hemonystraat in, stond daar een laadwagen met zo’n lange achterstuk. Hier werd ik vol door gelanceerd. Ik herinner me nog de schurende geluiden toen ik op het wegdek kletterde maar dacht dat deze geluiden van iemand anders afkomstig waren. Het gekke was dit ik de volgende dag nergens last van had, alleen van een zware koppijnkater…

We gingen heel vaak naar Fame in Beem. Soms met de bus, vaak met een taxibus. Het alternatief was 538 in Uithuizen, dit vond ik zelf persoonlijk leuker maar heel vaak ben ik er niet geweest. Fame was natuurlijk ook legendarisch. Gerrit stond je vaak al lachend te verwelkomen, Theo en Jeroen zorgden altijd voor een gezellig sfeertje in de Beemer Pub en Reus bewaakte de openbare orde en veiligheid. Klappen heb ik dan ook nooit gekregen gelukkig, wel stond het vaak lange wachten op een taxi terug naar huis me enorm tegen. Gelukkig hadden we een streepje voor bij Teun die ons vaak matste en anderen bij voorkeur liet staan.

Eén maal heb ik dubbel van het lachen op straat gelegen. Ik zag iemand al vervaarlijk wiebelend plassen langs het Boterdiep. Even later gebeurde het onvermijdelijke. Voorover kopjeduikend verdween de jongen uit zicht. We verwachten een plons maar even later zagen we hem op zijn knieën op een houten vlonder zitten, hij plaste onverstoorbaar door. Door zo’n plasverhaal komt al snel een ander waterrijk verhaal bovendrijven.

Het was in de week nadat ik de commando’s in Roosendaal bezocht had. Waarschijnlijk had ik een uitputtende week bivakkeren in het veld nog in het achterhoofd toen ik op een zaterdagnacht half wakend, half slapend nodig moest plassen. Bij het ontwaken weet je ergens in je achterhoofd dat er iets fout gegaan was die nacht maar je kon niet goed traceren wat.

Toen mijn moeder aan de etenstafel zei dat ze het zo vreemd vond dat het zo nat was in de kelder schoot mij wat te binnen. Boven de kelder liep de trap naar boven en op de brede kant had moeders de vrouw een plant neergezet. Nog in de commandosferen moet ik deze plant voor een boom aangezien hebben en heb ik hier, voor de slaapkamer van mijn ouders, staan te urineren. Een groot waterbad is het niet geworden want ergens halverwege moet ik beseft hebben, dat ik goed fout zat. Niet verder vertellen hoor, mijn ouders weten nog steeds van niets…

Vroeg naar huis gaan was er vaak niet bij, wanneer het mooi ging dan ging het mooi. Soms waren mijn kameraden in geen velden of wegen te bekennen wanneer ik naar buiten kwam. In de meeste gevallen zette ik het dan maar op het lopen. En zo ben ik regelmatig lopend teruggekomen vanuit Bedum, Loppersum of Stedum. Stedum valt op zich nog wel te verklaren want daar stopte de eerste trein vanuit Groningen. Lopend langs de Delleweg claxonneerde regelmatig een automobilist die naar het werk ging. Eén keer ben ik lopend teruggekomen vanuit Uithuizen. Dit is mij slecht bevallen, wat een pokkeeind zeg. Helemaal wanneer je over Usquert gaat. Het was vaak wel een ontnuchterende ervaring.

Inmiddels heb ik deze ruige stapnachten achter mij gelaten. Ik moet er ook eigenlijk niet meer aan denken. Een heel enkele keer klinkt er nog wel de lokroep uit een ver verleden. En dan kan het maar zo gebeuren dat ik opeens in een feesttent sta, ‘Back to 538’. Dit jaar heb ik ook deze lokroep kunnen weerstaan. ‘Je wordt ouder papa!’ Maar bepaalde mooie stapherinneringen pakken ze me nooit meer af!

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL 108306987B01