Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis
Zonnehuisje

De wandeling met de beul

Het is half 3 als ik de slaapkamer van mijn ouders op Toornwerd binnenstap. Moeder rust na de middagmaaltijd altijd even een tijdje uit. Nu is het tijd om haar uit bed te halen. Dagelijks probeer ik een klein uurtje met mijn moeder te wandelen. Dat valt lang niet altijd mee. De gemiddelde wandelsnelheid van 5 kilometer per uur halen we bij lange na niet meer. Als ik met haar 400, 500 meter loop dan is er sprake van een goede dag. De benen willen niet meer, de pijn is hevig…

“Wat komst doe hier doun laiverd?” Geduldig probeer ik haar uit te leggen dat ik haar uit bed kom halen om te lopen. Als altijd pruttelt ze tegen. Ze mompelt iets dat het toch geen doen is om nu direct al te wandelen. Als ik ’s morgens op tijd kom is het te vroeg, kom ik aan het eind van de middag dan is het te laat. “Ik had al hoopt dat dou nait meer zoust kommen!” Ze kijkt me aan met slaperige kraaloogjes. “Kom, help mie ev’n, ik heb zo’n pien!”. Ik trek haar schoenen aan en help haar uit bed. “Eerst ’n pepermuntje!”, gebiedt ze, ik heb zo’n dorst…

Ik zet de rollator voor haar klaar. “Wat gaan we doen?” Gelaten ondergaat ze de mededeling dat we eerst weer een stukje gaan wandelen. Want dat is ja goed voor de beweging. “Mag die wel heur’n, zullen we een keer een dag ruilen? Dan waist toe wel wat veur pien ik voal”. Ze schuifelt zorgvuldig door de keuken op weg naar de kamer. “Nee moe, de andere kant op, naar buiten”. Ze wil dat ik haar van achteren met 2 handen ondersteun, “anders val ik straks.” Ze is haar gebroken pols door een val nog niet vergeten. Ik probeer haar zoveel mogelijk zelfstandig te laten lopen. “Niet schuifelen moe, dat kost veel te veel energie, probeer grote stappen te maken.” Uiteraard pruttelt ze weer tegen. “Kom moe, niet te veel praten, bewaar die energie nu voor het lopen!”

We lopen nu op de Ossengang. “Tot die auto daar, en niet verder!” “Kom moe, we gaan minimaal tot de eerste lantaarnpaal op de Dethmersweg”. “Nee!”, ze stopt eerst om haar bril weer recht te zetten om vervolgens weer verder te schuifelen. Ik loop rustig achter haar en hoor haar gemompel gelaten aan. Soms mistroostig en met medelijden, af en toe moet ik lachen. Er zit geen rem meer op haar woorden. Ze spreekt uit wat er in haar hoofd omgaat. “Heb ik wel een pienstiller had, ik heb de haile dag nog geen pienstiller had, doarom heb ik nou zo’n pien verdarre!”. Ik weet dat ze om de twee uur een pijnstiller slikt, elke dag weer…

We bereiken het einde van de Ossengang. Moeke vindt het eigenlijk al meer dan genoeg. Ik probeer haar zover te krijgen dat we weer verder gaan. Tot dusver gaat het best goed. “Ik heb het zo warm, woarom heb ik eigenlijk een jas aan?”. Het kan ook voorkomen dat ze het te koud heeft, het is dus net hoe de wind waait. Na nog enige meters te hebben afgelegd is ze het zat. “Ik ga terug!” Pogingen om haar zover te krijgen om de nakende lantaarnpaal te halen zijn tevergeefs. Ze wordt boos en keert resoluut de rollator om. De terugreis wordt ingezet. Het lopen wordt steeds moeilijker. Af en toe staat ze stil en staat ze te trillen op haar benen. “Hoal mie vast, aans val ik!”

Bijna zijn we weer bij haar dochter haar huis. “Ik wou dat wie nooit zo ver lopen hadd’n, mien bainen dun zo zeer.” “Zullen we nog een stukje verder lopen, moe? Nog even de andere kant op?” “Bist doe gek, wat bist ja een beul!” Met de nodige pijn en moeite halen we haar stoel in de woonkamer of buiten in de zon. Ze hijgt er over. Het kleine stukje vergt enorm veel inspanning van haar. Maar we hebben het weer gehaald.

Nu is pa aan de beurt. “Geef mie mien drink’n ev’n Bertus!” Pa doet de eerste keer net alsof hij haar niet hoort, zegt bij de tweede keer nog even “huh” alsof hij haar niet begrijpt maar haalt dan uiteindelijk bakzeil omdat moeders van geen opgeven weet. Ik besluit om weer naar huis te gaan. “Morgen weer?” Ze knikt nog niet heel enthousiast maar stemt toe. “Nait te loat kom’n hoor!” Tot mijn verbazing bedankt ze me af en toe ook nog wel eens voor een wandelingetje. Het kost haar enorm veel moeite en pijn. Een wijs gezegde schiet mij door het hoofd wanneer ik (de beul!) weer naar huis ga. “Iedereen wil oud worden, maar niemand wil oud zijn!”

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL 108306987B01