Bij de Molen
KOOZAA
De Kleine Munt
Notaris Huitsing
Hotel 't Gemeentehuis
Zonnehuisje

Piet de Winter, prachtige verhalenverteller

(Hieronder volgt weer een memorabele Babbelen met Bert. Ik ben blij dat Piet de vragen van te voren al grotendeels had uitgewerkt anders had ik er nu nog gezeten. Wat kan die man prachtig verhalen vertellen. Helaas kan en mag ik ze niet allemaal aan het papier toevertrouwen. Het werd een mooie ochtend met vele verhalen, verteld met een lach en een traan…)

Piet, allereerst de belangrijkste vraag, hoe gaat het met je?

Dat kan wel beter. Ik heb een auto-immuun ziekte die Sjögren heet. Een ziekte die je eigen lichaam ziek maakt en dan voornamelijk de weke delen. Je produceert ook geen traanvocht en speeksel meer waardoor eten en drinken steeds moeilijker wordt. Ook heeft de ziekte mijn lange zenuwen aangetast (polyneuropathie). Daardoor heb ik geen gevoel meer in mijn voeten en onderbenen en mijn handen en onderarmen zijn ook al aangetast.

Eigenlijk is het een vrouwenziekte, bij mannen komt het maar zelden voor. Om de ziekte een beetje onder controle te krijgen lig ik om de 4 weken 2,5 uur aan het infuus in het dagcentrum van het UMCG en krijg daar een chemokuur. Zo proberen ze de ziekte onder controle te krijgen.

Volgens mij ben je in verband met je ziekte niet meer aan het werk toch?

Dat klopt. Vanaf het begin van de ziekte, dit was in 2005, ben ik aanvankelijk wel steeds aan het werk geweest maar dit was vaak op therapeutische basis. Toen Vogelzang, het bedrijf waar ik altijd werkte, vorig jaar failliet ging, was ik al meer dan een jaar thuis en moest ik dus een WIA-uitkering aanvragen. Sinds juni van dit jaar ben ik volledig afgekeurd. Dat is iets waar ik helemaal niet trots op ben en waar ik ook nog mee moet leren omgaan. Ik was liever gezond blijven werken tot mijn 66e!

Kun je je een beetje ‘bedaren’?

Ja, het klinkt misschien een beetje raar maar ik heb me eigenlijk nog geen minuut verveeld. Allereerst kan ik nu de nodige zorg aan mijn kinderen en (voornamelijk) kleinkinderen besteden. Ook maak ik iedere maand een nieuwsbrief voor de gehele familie De Winter, deze stuur ik naar 150 e-mailadressen. Dat idee is geboren omdat ik nogal een familiebeest ben en mijn oudste 4 broers en schoonzussen inmiddels zijn overleden. Daardoor verwateren sommige contacten met de oudste neven en nichten. Om iedereen toch alle nieuwtjes (operaties en ziektes maar ook leuke dingen als geboortes) mee te laten krijgen, stel ik dus deze brief op. De nieuwsbrief eindigt met de verjaardagskalender voor de maand er op en ook speciale jubileums staan vermeld.

Ook heb ik samen met de ondernemers binnen de familie (Cor van de paardenmelkerij en Willem Riool) op 1 juni een familiedag georganiseerd. Deze is heel laagdrempelig van opzet geweest zodat iedereen kon komen. Het feest was in de loods van Cor zijn zoon in Ten Post. Een feest met koffie, lunch, borreltjes, spelletjes, een quiz, springkussen voor de jeugd en afsluitend een grote barbecue. Hier waren 82 personen aanwezig.

Ook proberen we ieder jaar op 1 januari een Nieuwjaarsvisite te organiseren. Voorheen gingen we op deze dag altijd naar het ouderlijk huis waar je je broers en zussen een gelukkig Nieuwjaar kon wensen maar als beide ouders er niet meer zijn dan is dit een mooi alternatief.

Verder ben ik bezig met de stamboom van de familie De Winter die al in een vergevorderd stadium is. Tot slot ga ik 3 x per week naar Beatrixoord in Haren voor therapie, zwemmen, cardiofitness, fysio, ergonomie en activiteitentherapie. Eigenlijk kom ik tijd te kort dus…

Ik ken je als een goede toneelspeler maar je bent ook regisseur geweest. Doe je dit nog steeds?

Nee, daar ben ik in 2012 mee gestopt. Dit omdat ik me steeds vaker af moest melden wegens mijn ziekte of in het ziekenhuis lag. Mijn laatste project was voor de Katholieken Kring Appingedam die in januari op hun contactavond altijd een toneelstuk opvoeren.

Heb je nog leuke toneelanekdotes?

Zoals je weet speelde ik vroeger bij de Middelstummer Amateur Toneel. Op een gegeven moment wilde broer Jaap (Job van Fraamklap) niet meer meespelen omdat hij steeds meer moeite kreeg om de tekst uit zijn hoofd te leren. Hij moest toen maar souffleren en ging dus maar onder in het gat op het podium van de grote zaal. Ook de asbak en de sigaretten gingen mee. Er kwam toen op den duur zoveel rook uit het souffleurshok dat je de spelers amper meer kon zien.

Ook moesten we een keer spelen op 30 april in Westeremden. Maar één van de spelers wilde perse naar Sunsation toe. Paniek alom. Mijn vrouw Liesbeth heeft toen zijn postboderol maar overgenomen. In korte tijd had ze de tekst én rol onder de knie.

Jaap Bolhuis moest eens voor een act een compleet apenpak dragen. Hij had voor deze rol veel tekst maar doordat hij een masker droeg was hij bijna niet te verstaan. Marcel van Dijken moest toen vanachter de coulissen telkens Jaap zijn tekst voorlezen. Dit leidde uiteraard tot de nodige commotie. Ik heb een geweldige toneeltijd gehad, het werd dan ook vaak erg laat!

In je rol als ‘Sinterklaas’ heb je denk ik ook heel wat meegemaakt?

Jazeker, ik ben al heel lang bezig als Sinterklaas. In het begin liep Roelf van Wolde altijd voor de stoet aan. Maar toen hij op den duur zo ziek werd dat dit niet meer kon, gingen we altijd bij hem in de Kerkstraat naar binnen vlak voordat we bij het gemeentehuis arriveerden. Dit was nog in de tijd dat Trijnie van Bruggen, die in hetzelfde blok woonde, nog in Sinterklaas geloofde en bij mij op de knie een liedje zong. Later is ze zelf Zwarte Piet bij mij geweest tijdens de intocht.

Ook moest ik tijdens een intocht een keer in een kar zitten met het paard van Anco en Piet Zuidhof ervoor. We hadden de hele week met het paard geoefend, ook met harde muziek erbij. Maar toen het muziekkorps begon te spelen liet het paard zijn hakken zien. Piet en Anco hingen aan het bit maar wij lagen binnen de kortste keren 2 straten voor op Concordia. Roelof ten Have heeft daar nog een film van gemaakt die op Middelstum-info staat.

De laatste paar jaar ben ik ook Sinterklaas geweest op de Tine Marcusschool, een school voor slechtziende en slechthorende kinderen. Je kreeg dan een zender voor en de hele dag had je een doventolk bij je. Als de Pieten een geintje uithaalden, hadden de kinderen het niet door. Dit was altijd een erg vermoeiende dag. Wat mag je dan blij en dankbaar zijn dat je zelf gezonde kinderen en kleinkinderen hebt.

Nog een leuke anekdote stamt uit mijn eerste jaar als Sinterklaas in Westerwijtwerd. Klaas Remminga en William Poel reden toen op de fiets naar het dorpshuis. Klaas geloofde nog en William was een twijfelaar. Halverwege de Palenweg vraagt William aan Klaas of hij wel weet wie altijd voor Sinterklaas speelt in Westerwijtwerd. ‘Ja, natuurlijk,’ antwoordt Klaas vurig, ‘Sinterklaas zelf natuurlijk!’. ‘Nee hoor’, zegt William, ‘boer Anton de Jong!’ Klaas kijkt naar De Jong zijn boerderij en roept dan: Dat kan helemaal niet, hij loopt daar ja!’ Op dat moment liep mijn voorganger De Jong net in overall over het erf.

Heb je door je Sinterklaasrol de bijnaam Sir gekregen?

Nee, deze bijnaam stamt uit mijn voetbaltijd toen ik met de jonkies Henk Medema en Tiemen van der Laan speelde. Daar ik enige jaren ouder was spraken ze mij op den duur enigszins spottend aan met Sir.

En nu druk aan het vissen?

Ja, als het enigszins kan, ben ik aan het wedstrijdvissen. Om zomaar bij het water te gaan zitten vissen, vind ik niet zo leuk. Er moet een wedstrijdelement inzitten. Ik vis bij de visclubs in Middelstum en Winneweer en in de winter ga ik ook nog wel eens met vader en zoon Honderd mee te vissen bij de visclub Delfzijl.

Nog meer hobby’s?

Ja, ik biljart sinds anderhalf, twee jaar. Niet dat ik zo’n topper ben hoor, maar ik verbeter me nog ieder jaar. Toen Fré Tuitman de kroeg overnam en een biljartclubje wilde oprichten, heb ik mij aangemeld. We hebben 10 leden gehad maar momenteel zitten we op 8. Dus als er mensen zijn die op woensdagavond niets te doen hebben zijn ze meer dan welkom om in het voor- en najaar mee te biljarten.

Vroeger was je een getalenteerde voetballer, kun je daar iets meer over vertellen?

Toen ik 11 jaar was ben ik begonnen met voetbal. Ik ging altijd met Willem Slagter mee naar Onderdendam want zijn vader gaf daar training in het dorpshuis Zijlvesterhoek. Bert Zwerver voetbalde daar toen ook. Dertien jaar was toen de minimum leeftijd dat je op voetbal mocht. Op mijn 14e ben ik bij Middelstum gaan voetballen in de B-junioren.

Toen ik 15 jaar was heb ik voor het eerst met het eerste meegedaan. Aanvoerder Gerty Lüursen kwam op een zaterdagmorgen langs bij boer Vos waar ik aan het werk was met de vraag of ik wel mee wilde doen daar spits Marten Bullema geblesseerd was. Ik heb toen direct tegen de boer gezegd dat ik ’s middags ging voetballen. Het was een bekerwedstrijd uit tegen W.V.V.. We wonnen met 5-1 en ik scoorde zelfs nog 1 x keer.

We speelden toen met de volgende opstelling:

Doel: Kees Venekamp.

Achter: Freddy Schaap-Heinz en Gerty Lüursen-Jaap Hazekamp.

Midden: Henske Lüursen-Hans Verkerk-Jaap Kolstein.

Voor: Lammert de Graaff-Piet de Winter-Willie van Dijken.

Hans Verkerk leerde mij om zuinig te spelen en niet op elke bal te lopen. Aanvankelijk begreep ik niet wat hij bedoelde. Maar toen ik een onmogelijke bal nog voorkreeg terwijl er niemand voor het doel stond en ik zelf doorgleed en mijn hele been langs een paaltje openhaalde begreep ik het… Ik weet nog de schaamte die ik na de wedstrijd voelde toen ik moest douchen met mijn toenmalige leraren Verkerk en De Graaff, haha.

Na de B-junioren heb ik nog enige wedstrijden bij de A-junioren gespeeld maar dit elftal werd al snel opgedoekt. Tijdens één van de weinige wedstrijden in de A’s moesten we uit naar Kloosterburen. Wij werden hier in auto’s naar toe gebracht maar Alje Kamphuis wilde perse op de brommer hier naar toe. Na de wedstrijd werd ik ’s avonds om 20.00 uur gebeld met de vraag of ik wist waar Alje gebleven was. Uiteindelijk kwamen we er achter dat hij de weg terug naar huis niet wist en een Ommelandse reis via Groningen en Peize had afgelegd.

Ik heb van mijn 15e tot mijn 30e in het eerste gevoetbald, toen ben ik er mee gestopt omdat ik in ploegendiensten ging werken. Later heb ik nog een tijdje in het 3e gespeeld maar door blessures ben ik uiteindelijk gestopt. Tijdens mijn wedstrijden in het eerste kwamen er ook regelmatig mensen van de FC Groningen te kijken. In het begin dachten we dat dit scouts waren dus deden we allemaal vreselijk goed ons best. Maar uiteindelijk bleek dat ze altijd voor Bert Lambert kwamen die met een Zweedse vrouw was getrouwd. Deze vrouw bleek het vroegere buurmeisje van FC Groningen keeper Jan Nordstrom te zijn, vandaar.

Het was een mooie tijd waarin ik ook regelmatig een doelpuntje meepakte. (Piet leest nog een stukje voor uit een wedstrijdverslag in de Noorderkrant waar de verslaggever het heeft over de vaak scorende spits De Winter die ook in deze uitwedstrijd tegen Stedum zijn faam weer waarmaakte).

Kun je nog iets meer over je gezin vertellen?

Zoals de meesten van jullie wel weten ben ik getrouwd met Liesbeth, inmiddels al meer dan 35 jaar. Op 8 december zijn we 42 jaar bij elkaar! We hebben 2 kinderen. Albert-Erik woont met zijn vriendin in Uithuizen. Samen hebben ze een dochter van bijna 2 jaar, genaamd Jasmijn. Dochter Diana woont met haar man Erik en hun zoontje Remy van 6 in Kantens.

Ik heb met beiden een goede band, we komen regelmatig bij de kinderen over de vloer maar ook weer niet te vaak. Je moet ze vrijlaten hoewel dat in het begin niet meeviel. Ik weet nog dat toen Albert-Erik uit huis was, hij iedere dag belde of langskwam. Dat is nu natuurlijk wel anders.

Liesbeth is je steun en toeverlaat?

‘Ja, Bert, daar sla de spijker op zijn kop!’ Zonder haar zou ik niet weten hoe ik met de ziekte om zou moeten gaan. Als ik weer een kuur krijg, gaat ze altijd mee naar het ziekenhuis. Ook tijdens de kuren die ik moest ondergaan voor onderzoeken in het Abatasept-traject bij de reumatoloog, stond ze me bij.

Ze pakt alles heel tactisch aan, niets is haar te veel, ook in de omgang met de kinderen en kleinkinderen. Ze werkt nog 3 dagen in de week bij Vast Bakeries en dan staat ze om kwart over 5 op. Zelfs met de viswedstrijden gaat ze altijd met mij uit bed, smeert een broodje, maakt koffie om vervolgens weer op bed te gaan. Ja hoor, Liesbeth is echt mijn steun en toeverlaat!

Waar mogen ze je ’s nachts voor wakker maken?

Wat eten betreft voor hachee. Als er iets is met de (klein)kinderen, of met mijn broers, zussen, vrienden of kennissen dan wil ik graag helpen dus hier kunnen ze mij ook voor wakker maken. En als er ’s nachts een Formule 1 wedstrijd is dan stap ik ook mijn bed uit.

Wil je verder nog iets kwijt?

Wat mij betreft mogen alle mobieltjes barsten, asociaal hoe sommige mensen hier mee omgaan. Je kunt vaak geen fatsoenlijk gesprek meer voeren. Tevens hoop ik dat ik weer een beetje gezond mag worden en blijven en dat we door kunnen gaan met de dagelijkse dingen en vooral met het genieten.

Ook hoop ik Bert dat jij door kunt gaan als tekstschrijver want ik lees altijd met veel plezier jouw rubrieken. Dan kan ik hier nog heel lang van genieten en anderen met mij…

 

Bert Koster
Middelstum
info@bert-koster.nl
bertkoster1@gmail.com
www.bert-koster.nl
06-51715098
0595-552405
KvK nummer: 57250278
BTW nummer: NL 108306987B01