Op een mooie nazomerochtend, rijd ik richting Loppersum voor een afspraak bij de tandarts. Het is zoān dag dat je voelt dat de herfst in aantocht is, maar dat de zomer zich niet zomaar gewonnen geeft. De zon is in al zijn kracht aanwezig, maar hangt zeer laag boven de landerijen.
Vanaf de Eemshavenweg neem je normaal gesproken de afrit Middelstum/Stedum/Loppersum, maar deze is afgesloten, naar later blijkt door een ongeval. Aangezien ik op de een of andere manier altijd alles net te krap plan, schiet ik enigszins in de stress omdat ik door moet rijden naar Garsthuizen om daar achterlangs bij de plek van bestemming te komen.
Ik rijd het pittoreske dorpje binnen en net als er door mijn hoofd schiet:Ā āHallelujah, ik zie geen hand voor ogenā, komt mijn auto met een enorme klap tot stilstand. Het voelt alsof hij ergens bovenop hangt.
Compleet verdwaasd over wat er net gebeurd is, stap ik uit. Een tegenligger is ook gestopt en vraagt vriendelijk of het goed gaat. Op datzelfde moment komt een mevrouw uit een huis naar ons toe gelopen. āLaat me raden, jij zag vast niks meer door de laaghangende zon?ā
āHuh, dat klopt, maar hoe weet u dat?ā, antwoord ik verbaasd. āNou, gisterochtend gebeurde exact hetzelfde met een andere auto, ik heb toen de gemeente gebeld dat dit niet goed komtā, antwoordt de dame.Ā Enigszins bekomen van de schrik,Ā kijk ik eens beter waar mijn auto bovenop is geknald.
Hij hangt boven op een behoorlijke betonpaal, die daar blijkbaar staat om een wegversmalling aan te geven, maar die dus totaal niet zichtbaar was.Ā Het gaat al door mijn hoofd dat ik de ANWB moet bellen om hem eraf te laten slepen en dat die hele auto vast total loss is, maar besluit om eerst maar eens te kijken of ik hem nog kan starten.
Mijn negentien jaar oude Volvo start zonder tegensputteren. Vanaf het begin af aan noem ik hem al liefkozend Ā āDe Tank ā en hij doet vandaag zijn naam weer eer aan. Hij gaat zo achteruit en na een wat schrapend geluid aan de onderkant staat hij achter de betonpaal die door hem geveld is.
Aan de onderkant lijkt alleen wat staal verbogen en er zit een scheur in de bumper. Ik bedank de aanwonende mevrouw en de meneer die in de tegemoetkomende auto zat en zeg dat ik ook contact op zal nemen met de gemeente. Wat een geluk dat ik niet in een klein autootje zat, want dan was die paal vast op schoot beland.
Onderweg bel ik eerst naar mijn garagehouder Johan, die altijd welwillend is om te helpen. Ik vertel hem wat er gebeurd is en ik hoor een gesmoord gegrinnik aan de andere kant van de lijn.Ā āJa, lach maar jonguh, maar kan ik verder rijden met de auto, of moet ik hem op laten halen?ā āLekt er wat? Of loopt er wat aan?ā āNee, er lijkt verder helemaal niks aan de hand ā, antwoord ik, nog steeds enigszins verbaasd.
āRij dan eerst maar door met die ouwe barrel van je, we hebben hem al ingepland staan voor de APK, dan kijken we er dan wel even extra goed naar.ā āNou, nou, niet zo lelijk doen over mijn topauto, zo worden ze niet meer gemaakt. Stel je voor dat het een Tesla was geweest, dan had heel Garsthoezn in de fik stoan, mien jong.ā
āTuuuuuuuurlijk Marleenā, antwoordtĀ Johan lachend…….