Voor de één is de Bedumer Winterloop een dorpsfeestje. Even eruit, samen bewegen, een kop warme chocolademelk na afloop. Licht in donkere dagen. En dat is het ook. Gelukkig maar. Maar voor anderen heeft deze week een heel andere lading. Je ziet dat en je hóórt dat. En soms voel je het al voordat iemand iets zegt.
Mensen willen praten. Niet altijd uitgebreid. Soms maar één zin. Soms alleen een blik. Het gebeurt het hele jaar door. Mensen bellen aan bij mij thuis en zeggen dan: “Bakker… ik heb een slecht-nieuwsgesprek gehad bij de dokter.” Geen grote aankondiging. Geen drama. Gewoon dat.
En dan is er stilte. En ruimte. En een luisterend oor. Ook in de supermarkt. Tussen de groenteafdeling en de kassa. Dan voel je ineens een hand op je arm. En hoor je: “Mag ik je even iets vertellen?” En dat is goed. Het is bijzonder dat mensen je dat toevertrouwen.
En het laat ook iets zien wat we misschien vaker zouden mogen doen: ‘met elkaar praten over wat moeilijk is’. Over angst. Over onzekerheid. Over alles wat kanker met je doet, niet alleen lichamelijk, maar ook van binnen. Ik hoor vaak dat mensen die midden in een behandeltraject zitten, een beetje worden gemeden. Niet uit onwil. Maar uit verlegenheid.
Omdat we niet weten wat we moeten zeggen. Maar soms is dat juist genoeg: “Ik denk aan je.” “Ik ben in gedachten bij je.” Of heel eerlijk: “Ik weet even niet wat ik moet zeggen.” Dat is geen zwakte. Dat is menselijkheid. En laten we ook de naasten niet vergeten. Partners, kinderen, broers en zussen. Mensen die vaak sterk moeten zijn, terwijl niemand vraagt hoe het met hén gaat.
Afgelopen zaterdag, tijdens de loop, vertelde een mevrouw mij dat haar broer én haar zwager waren overleden aan kanker. Ze zei: “Ik sta hier vandaag anders.” Geen boosheid. Geen verdriet in woorden, maar je voelde het in alles. Een andere deelnemer liep in het bouwbedrijfshirtje van zijn zwager, die kort daarvoor was overleden. Elke meter die hij liep, liep hij voor hem. Extra gemotiveerd. Extra vastberaden. Zo zijn er zóveel verhalen.
Mijn achterneefje van 23, lymfeklierkanker stadium 4 werd er in september j.l. gezegd. 6 chemo’s en zaterdag liep hij mee met de wandeltocht. Een prestatie van formaat! Sterk, vol wilskracht en positiviteit. Zijn verhaal: ‘Gigantisch door de hamer neergemept, maar daar heb ik geen boodschap aan, ik kom er boven op!’
Met de artsen en onderzoekers van het UMCG Kanker Researchfonds gingen we langs scholen om kinderen uit te leggen wat kanker eigenlijk is. Kinderen stellen vragen zonder gêne. Open. Eerlijk. En bijna altijd volgt dan: “Mijn opa heeft het ook of mijn tante of de buurvrouw”. Dat raakt. Elke keer weer.
En dan is er dat moment, ieder jaar opnieuw waar ik naar uitkijk, tijdens het dorpsontbijt. Een man van 96 komt de tent binnen. Hij eet zijn bordje leeg. Daarna loopt hij altijd even naar me toe. Dan vraagt hij zachtjes of we iets lekkers willen inpakken voor zijn vrouw van 94, omdat zij niet meer naar de tent kan komen. Dat doen we natuurlijk. Met liefde.
En dan stopt hij heel voorzichtig €100,- in mijn hand. Zodat niemand het ziet. En zegt: “Het zal dit jaar waarschijnlijk wel de laatste keer zijn.” Dat zijn momenten die je bijblijven, zelfs soms ontroeren, zo mooi. Die je stil maken. Die je raken tot diep vanbinnen.
De Bedumer Winterloop is sport, is cultuur, is ontmoeting, is plezier. Maar het is óók dit. Luisteren. Delen. Samen dragen. En misschien is dat wel de grootste kracht van dit evenement: dat we hier samen lopen, niet alleen met onze benen, maar ook met ons hart.
Mocht u de Stichting Bedumer Winterloop nog willen steunen dan kan dat via een donatie per NL35 RABO 0307 0996 79. Alvast onze dank!